Online haat: bijna iedereen krijgt er (helaas) weleens mee te maken.  Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUM

Online haatreacties: dít doet het met je volgens een psycholoog

Hatelijke reacties: bijna iedereen krijgt er (helaas) weleens mee te maken. Als je op Facebook of Instagram zit, zie je vast weleens onaardige reacties voorbijkomen onder een bericht of foto. Margriet sprak met gelukspsycholoog Josje Smeets over welke invloed online haatreacties op je kunnen hebben.

Als je gemene reacties krijgt op Facebook of Instagram heb je daar geen controle over, vertelt gelukspsycholoog Josje. Mensen die hatelijke berichten plaatsen, doen dit namelijk vaak anoniem of met een nepaccount. “Je kunt in de meeste gevallen niet achterhalen wie het zijn. Het voelt als een persoonlijke aanval wanneer je online haat krijgt, terwijl de persoon die deze nare opmerking naar je hoofd slingert het vaak helemaal niet zo bedoelt. Door zulke nare online berichten kun je je ontzettend slecht gaan voelen. Vergelijk het een beetje met pesten op school. Dit is eigenlijk precies hetzelfde.”

Dat gevoel van controle hebben we wel als iemand in ons ‘offline leven’ een rotopmerking maakt. Dat is net zo goed kwetsend, maar dan kun je er tenminste iets aan doen of degene erop aanspreken. Volgens Josje is juist dat gevoel van controle zo belangrijk. “Als je weet dat de buurman of je collega zegt dat je ‘een dikke kont’ hebt, dan kun je naar diegene toe gaan. Online kan dat niet, waardoor je je ontzettend machteloos kunt voelen, meer dan in je offline leven.”

Deze invloed hebben online haatreacties op je

Online haat, dat blijkt voor de meeste mensen niet minder erg te zijn dan wanneer dit in je ‘offline leven’ zou gebeuren. Volgens Josje komen online gemene reacties net zo hard bij ons binnen. “Het blijkt soms zelfs nog erger te zijn, omdat het zwart op wit staat. Je leest continu terug wat mensen over je te zeggen hebben, doordat er nieuwe reacties blijven binnenstromen. Dat is anders wanneer iemand op straat één keer zegt ‘Oh wat heb jij een dikke kont.’ Dat blijkt minder hard aan te komen dan wanneer je het online keer op keer voorbij ziet komen. Dat komt vooral doordat je steeds weer een melding krijgt als mensen zich er online mee gaan bemoeien. Elke keer opnieuw word je getagd in het bericht. Daardoor blaast het zich op en ontstaat het zogenaamde sneeuwbaleffect,” legt Josje uit.

Een negatief gevolg van online haat is dat veel mensen uiteindelijk gaan geloven wat ze lezen. Dat ligt vooral aan het feit dat online iets enorm opgeblazen kan worden. “Als één iemand zegt dat je ‘een dikke kont’ hebt, kan het de toevallige mening van die ene persoon zijn. Maar als online opeens 200 mensen dat zeggen, kun je écht zelf gaan geloven dat het waar is wat ze zeggen.”

Daarom raken vervelende opmerkingen je zo

Hoe komt dat eigenlijk, dat we vervelende opmerkingen zo hard binnen laten komen? Josje legt uit dat wij mensen de neiging hebben om in te zoomen op negatieve feedback. “Als je bij een functioneringsgesprek 90% positieve feedback krijgt en maar één negatief puntje. Waar ga je dan over nadenken als je na dat gesprek naar huis gaat, denk je? Over dat ene negatieve puntje. Zo werkt ons brein.”

En dat brein van ons, dat werkt eigenlijk nog net zoals in de oertijd. Overal lag gevaar op de loer. Het was overleven. Josje legt uit dat we in ons leven bepaalde situaties nog steeds scannen op mogelijk gevaar. “Als er in de oertijd plotseling een grote tijger aan kwam rennen, dan was dat negatief nieuws. Daar moesten we iets mee. Alles wat negatief is, daar is de mens extra alert op vanuit het overlevingsmechanisme. Er lopen nu geen levensbedreigende tijgers meer om ons heen, maar ons brein werkt nog alsof dat wel zo is. Het heeft meer aandacht voor het negatieve dan het positieve. Als de zon schijnt, kun je héél even blij zijn, maar dat ebt al snel weer weg. Het negatieve nieuws heeft veel langer impact op ons.”

Zo ga je om met online haat

De haat online zal niet zomaar verdwijnen, maar er zijn wel manieren om hiermee om te gaan. Volgens Josje kunnen we onze gedachtes het beste proberen om te draaien. Ze legt uit dat wanneer inderdaad 200 mensen vinden dat je een dikke kont hebt, alsnog zestien miljoen Nederlanders dat dus niet vinden, want die hebben niet gereageerd. “Je moet je brein eigenlijk opnieuw programmeren en leren te focussen op alles wat positief is. Als je dat doet, dan ga je letterlijk in je brein een positief pad aanleggen. Negatief denken kunnen we allemaal, dat is min of meer aangeboren, maar dat positieve pad moet je echt oefenen.”

Een positief pad aanleggen in je brein

Hoe kun je dat doen, een positief pad aanleggen? Josje raadt aan om dagelijks bezig te zijn met wat er positief is in je leven. Bijvoorbeeld door het uiten van dankbaarheid. “Je kunt elke dag heel bewust - voordat je gaat slapen - vijf minuten nadenken over twee dingen waar je blij mee bent of waar je trots op bent in je leven. Als je dát elke dag doet, zien we in de psychologie dat mensen al na drie weken overdag meer positieve gedachten ervaren. Ook kunnen ze beter met stress en negatief nieuws omgaan. Als ik dit dagelijkse ritueel voorstel aan cliënten die bij mij in therapie komen, denken ze in het begin: ‘ja hoor, het zal wel’. Maar als ze dan de week erop weer langskomen, zeggen ze dat het toch écht geholpen heeft. Zo zie je maar: je kunt je brein dus echt trainen om positiever te gaan denken over jezelf. ”

Saskia WinkensGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden