Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Lifestyle

Minicursus: zo maak je een perfect zelfportret

zelfportret.jpg

Rembrandt heeft er veel gemaakt: zelfportretten. Erg leuk en leerzaam om te doen: niet een selfie met je telefoon, maar je eigen ‘ik’ in potloodlijnen en penseelstreken. Stap in de voetsporen van de grote meester en maak je eigen zelfportret met de onderstaande tips.

Thuis niets te doen nu de lockdown voortduurt? Dan is dit een leuke activiteit voor de zondagmiddag.

Kijk eens in de spiegel

Een zelfportret maken is een geweldige manier om jezelf met andere ogen te bekijken. Als we in de spiegel kijken, doen we dat vaak met een oordelende blik: ‘Zit mijn haar wel goed?’, ‘Wat een lelijke neus’. “Als je een zelfportret maakt, ga je met afstand naar jezelf kijken. Je kijkt naar verhoudingen, vormen, schaduwen en kleuren.”

“Zelfs rimpels kun je gaan waarderen, omdat ze interessant zijn om te tekenen”, vertelt kunstenares Baukje Duin (baldegunda.com). “Speel met grimassen en kijk hoe je gezicht verandert in de spiegel. Rembrandt deed dat ook. Zijn zelfportretten waren vooral bedoeld als oefening in het uitbeelden van emoties.”

Wat wil je laten zien?

Vaak denken mensen dat een zelfportret precies moet lijken, maar dat hoeft niet. Als je een exacte kopie wilt, kun je beter een foto maken. Duin: “Er zijn veel manieren om een zelfportret te maken. Neem de tijd om te kijken. Wat wil je precies uitdrukken? Wil je alleen je gezicht tekenen of ook je schouders, romp of kraag? Wordt de tekening somber of vrolijk? Teken je ook de achtergrond erbij?”

Welk materiaal wil je?

‘Van welk materiaal krijg jij zin om te tekenen: potlood, houtskool, krijt of pen? Waterverf, pastelkrijt of kleurpotlood? Als het tekenen lekker gaat, wordt de tekening beter’, schrijft kunstenaar Siegfried Woldhek in Lekker tekenen. ‘Het enige wat telt is dat er een interessante tekening ontstaat. Hoe die is gemaakt doet er niet toe. Dat kan heel voorzichtig, met precieze lijntjes, maar ook door erover te wrijven of krassen. Gommen, overtrekken, alles mag, zolang het maar leidt tot een interessant of mooi resultaat.’ Je kunt ook op de iPad oefenen met apps als Procreate of Brushes, waar kunstenaar David Hockney mee werkt.

Oefen met kijken

Voordat je écht aan de slag kunt, is het goed om te oefenen met kijken. “Als ik workshopdeelnemers vraag een portretfoto na te tekenen, tekenen ze vrijwel altijd keurige amandelvormige ogen met een ronde iris, twee duidelijke lippen en twee neusgaten met neusvleugels. Op de foto is dat allemaal niet te zien, maar de hersenen dicteren de algemene vorm van oog, mond en neus”, zegt Woldhek.

Ook de lijn uit je potlood staat onder voortdurende controle van stemmetjes in je hoofd die het potlood een bepaalde kant op sturen of juist afremmen: ‘Iets naar rechts, je kunt het niet’. Door bepaalde oefeningen kun je hiervan loskomen. Houd een potlood bij het eind vast, kijk in de spiegel, en teken een portret van jezelf zonder op het papier te kijken. Of: draai een foto om en teken het omgekeerde beeld na. Zo ga je beter kijken, en dus ook beter tekenen.

Eerst grijs, dan zwart, dan wit

Veel mensen denken dat voor een gelijkende tekening alles op de juiste plek moet staan. Maar als je een portretfoto precies overtrekt, en alles staat op de goede plek, dan lijkt het resultaat nauwelijks. Woldhek: “Voor gelijkenis zijn patronen van donker en licht veel belangrijker dan anatomische details.” Dit kun je ondervinden met een leuke oefening.

Maak een portretfoto zwart-wit in een fotobewerkingsprogramma op je telefoon of computer. Vergroot het contrast, zodat het beeld bijna helemaal bestaat uit donkere en lichte vlakken. Druk de foto af en trek de omtrek van de donkere vlakken over en kleur ze zwart. Het resultaat is vaak verrassend mooi. Door deze oefening train je jezelf in het zien van vlakken en patronen. Oefen ook door om je heen te kijken. Vraag je telkens af: als ik dit beeld zou moeten terugbrengen tot drie toonaarden. Wat zou ik zwart maken, wat blijft wit en wat maak ik grijs? Het helpt om je ogen hierbij een beetje dicht te knijpen.

Maak een vluchtige schets

Nu voor het ‘echie’: geef met een paar lijnen de bovenkant van je hoofd, de onderkant van je kin en de zijkanten van je hoofd aan. “Zoek met een potlood een weg over het gezicht alsof je een blinde beeldhouwer bent die al tastend zijn weg over het gezicht zoekt”, adviseert illustrator Jake Spicer. Geef aan waar de ogen, neus en mond komen.

Werk het uit

Knijp je ogen half dicht om de donkerste schaduwen te ontdekken. Zet die als eerste in je schets. Werk de tekening nu verder uit. Focus op wat je ziet en niet op wat je dénkt te zien. Spicer: “Doe regelmatig een stap terug, en vergelijk de tekening met je spiegelbeeld. Doe alsof het een spelletje ‘zoek de verschillen’ is.

Als je niet gelukkig bent met de verhoudingen, is het altijd beter om delen te wissen en die opnieuw te tekenen dan om kleine beetjes te redden die je wel geslaagd vindt.” Benadruk onderdelen die jij belangrijk vindt of die jouw gezicht uniek maken, door die delen gedetailleerder, contrastrijker of warmer te maken.

Oefen

Gooi het bijltje – of het potlood – er niet te snel bij neer. Spicer: “Wie net leert tekenen, voelt zich onhandig en struikelt met het potlood over lijnen, zoals een tong kan struikelen over woorden in een vreemde taal. Frustratie hoort erbij, het betekent dat je aan het leren bent. Iedereen kan een zelfportret leren maken. Het is de moeite van het proberen waard. Het opent deuren naar een volstrekt nieuwe manier om jezelf te zien.”

Tekst | Otje van der Leij
Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-40
Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant