Koppel op een feestje in de jaren zeventig. Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Mieters! Deze woorden en uitdrukkingen van vroeger hoor je nu niet meer

Misschien heb je geen idee als je een tiener ‘lit’ of ‘tantoe vet’ hoort zeggen. Vroeger gebruikte je zelf waarschijnlijk ook allerlei uitdrukkingen en woorden waar zestigplussers op dat moment nog nooit van hadden gehoord. Ken je bijvoorbeeld ‘mieters’ nog?

Taal verandert aan de lopende band. En daarmee ook de woorden en uitdrukkingen die we graag gebruiken. Woorden die nu hip zijn, zijn dat over tien jaar niet meer. Net als het woord hip zelf trouwens: dat gebruiken de tieners van nu ook niet (meer).

Woorden en uitdrukkingen van vroeger

Vroeger - in de jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig - waren er heel andere woorden om aan te geven dat je iets leuk vond. Mieters, bijvoorbeeld. Soms hebben zulke woorden van oorsprong helemaal niet zo'n positieve betekenis. En als je wilde weten wat je moeder ging koken, kreeg je te horen ‘hussen met je neus ertussen’. Ken je deze uitspraken en gezegdes van vroeger nog?

Nozem

In de jaren vijftig gebruikten veel mensen het woord ‘nozem’ voor een bepaald soort mannen. Misschien gebruikte je het vroeger ook wel om aan je vriendinnen te vertellen over een aantrekkelijke, redelijk stoere man. Volgens de Van Dale is een nozem een ‘een stoer geklede, van vetkuif voorziene en door sociale onlustgevoelens beheerste branieschopper, die zich ‘s avonds met enig machtsvertoon in gezelschap van gelijkgezinden op straat vertoonde’.

Ergens horendol van worden

Als je ergens helemaal gek van werd, zei je vroeger misschien ook weleens ‘ik word er horendol van’. Dat kon allerlei oorzaken hebben, bijvoorbeeld als een bepaald geluid maar door bleef piepen. Deze uitdrukking gaat zelfs helemaal terug naar de zestiende eeuw. Toen werd iemand die heel wild was een ‘hoorndul’ genoemd. ‘Hoorn’ betekende in dat geval hersenen: ‘hersendol’, dus eigenlijk.

Popiejopie

Als iemand heel populair was, noemde je diegene vroeger misschien weleens ‘popiejopie’. In 1985 brachten Henk Spaan en Harry Vermeegen het liedje Popie Jopie uit. Daarna werd dit woord vaak gebruikt om populaire mensen te benoemen. Niet altijd in de meest positieve zin: het ging daarbij ook vaak om personen die zich op een ietwat platvloerse manier frivool of uitbundig gedroegen om populair te worden.

Quatsch

Als je vroeger volgens anderen een onzinnig verhaal vertelde, noemden ze dat vaak ‘quatsch’. Dat zijn praatjes met weinig inhoud of belang, ook wel ‘kletskoek’ genoemd.

Mieters

Dit betekende vroeger dat je iets geweldig vond. Maar wist je dat het eigenlijk een afkorting is van sodomieter/sodemieter? Dat is een inwoner van Sodom: de stad waar (net als in Gomorra) mensen woonden die ‘zondig’ waren volgens de bijbel. Zowel Sodom als Gomorra werden gestraft. Van deze stad komt ook het woord sodomie, dat alle vormen van seks omvat waarbij er geen mogelijkheid is om je voort te planten. Mieters was lange tijd een redelijk grof woord, maar in de jaren vijftig werd het plots (ook) gebruikt als een woord om aan te geven dat je iets fijn of heerlijk vond.

Blits

Als je rond 1965 kleren droeg volgens de laatste mode, werden dit vaak ‘blitse kleren’ genoemd. Het woord staat voor modieus. In de jaren zeventig werd het ook vaak gebruikt om aan te geven dat je iets opvallend of modern vond. Misschien zei je ook weleens ‘hij probeerde de blits te maken’. Dat betekende dan: stoer overkomen bij anderen.

Hussen met je neus ertussen

Aan het einde van de middag liep je vroeger als je trek had de keuken in. Je moeder was nog niet begonnen met koken en je hoopte vooral dat ze iets lekkers op tafel zou toveren. ‘Mam, wat eten we?’ Je moeder wist waarschijnlijk dat je niet blij zou worden van het antwoord: spruitjes of groene kool. ‘Hussen met je neus ertussen,’ zei ze dan. Dat betekende dat je zeurde en vanzelf wel zou zien wat er op je bordje kwam. Hussen slaat uiteindelijk op hutselen, dat duidt op hutspot.

Verhip

Als je vroeger ergens verbaasd over was, zei je misschien weleens ‘verhip’. Oorspronkelijk is dat een bastaardvloek waarmee je laat zien dat je verbaasd, geïrriteerd of teleurgesteld bent.

Haaibaai

Dit werd vroeger gezegd over een vrouw die ietwat bazig is en altijd het laatste woord moet hebben. Dit woord werd vaak gebruikt om aan te geven dat iemand fel, agressief, ruw en een ‘kattenkop’ was.

Schrijf dat maar op je buik

Als je er vroeger vanuit ging dat iets bij een ander toch niet ging lukken, zei je waarschijnlijk weleens ’dat kun je wel op je buik schrijven.’ Soms gebruikte je misschien ook een langere variant: ‘Schrijf het maar op je buik, dan kun je het met je hemd weer uitvegen.’ Als iemand vroeger geld van je had geleend en niet van plan was om deze schuld terug te betalen, werd deze uitdrukking vaak gebruikt. Anderen kunnen alleen zien wat je op je buik schrijft als je je shirt omhoog doet, dus daar heb je weinig aan.

Bron | DBNL, Schoolbank, Ensie, Saar Magazine, Genootschap Onze Taal, ANW

Saskia WinkensGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden