Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Lifestyle

Marijke: ‘Ik loop gerust in mijn onderbroek naar de brievenbus’

marijke.jpg

Journaliste Marijke Kolk heeft niks met orde, netheid of structuur. Ze bestempelt zichzelf als een slons. En wat denk je? Daar schaamt ze zich helemaal niet voor! Sterker nog: ze ziet vooral voordelen.

“Ik moest aan je denken,” zei een vriend pas, nadat hij net had verteld over de The great British bake off (de Britse versie van Heel Holland bakt), die hij de avond ervoor in zijn keurige huiskamer (alles aan kant, de stapels netjes recht, kussentjes opgeschud) had gekeken. Ik had geen idee waar hij precies op doelde. Oké, ik bak ook weleens een taartje, maar dat is meestal niet veel bijzonders. “Een van de kandidaten was net zo’n chaoot in de keuken als jij,” ging hij verder. “Overal potjes en pannen, ingrediënten, rommel. Alsof er een bom was ontploft.” Ik luisterde aandachtig. “En ze had moeite met de technische opdracht, want daar was ze niet analytisch genoeg voor. Zou jij ook moeite mee hebben, weet ik zeker!” lachte hij.

‘Wat moet ik hier verder mee?’

Oké, dacht ik, ik hoor wat je zegt, maar wat moet hier verder mee? Ik vroeg het hem. “Nou, gewoon, dat ik jou hierdoor beter ben gaan begrijpen. Dat het gebrek aan structuur en netheid vaak samengaat met rommeligheid in je hoofd.” Ik knikte maar wat en dacht bij mezelf: ja, duh, dat weet ik toch allang?Ik ben een chaoot, een slons, een rommelkont, heb een behoorlijk slecht ruimtelijk inzicht en ben zeker geen kei in abstract redeneren. Structuur is een begrip dat ik niet echt begrijp. Opvallend vaak zie ik trouwens deze combinatie van ‘eigenschappen’. Zelden ontmoet ik iemand die rommelig is, maar tegelijkertijd een kei in wiskunde (waar abstract redeneren een grote rol speelt). Maar goed, dat is mijn eigen, onbewezen theorie, dat al deze zaken vaak samengaan.

Is het gemakzucht?

Nooit ben ik erg gestructureerd geweest. Als ik kijk naar foto’s uit mijn kindertijd waar ik samen met mijn één jaar ouder zus op sta, zie ik een meisje met haar haartjes keurig in twee staartjes en een net jurkje aan (mijn zus) en een meisje met twee afgezakte staartjes, een pluk haar op haar voorhoofd geplakt, een broek met een kniestuk en een vlek op haar truitje (ik). Vond mijn moeder dat erg? Nee. Vond ik dat later, toen ik me er bewust van werd, erg? Nope. Hadden vriendinnen en later vriendjes er moeite mee? Soms. Een vriendin baalde op vakantie enorm van de snoeppapiertjes die ik her en der verspreid over het interieur van haar auto achterliet, een vriendje zei nadat het uit was gegaan dat hij zich zo had geërgerd aan het feit dat ik nooit wist waar ik mijn sleutels had gelaten.

“Kun je er nou echt niks aan doen, aan die slonzigheid?” vroeg mijn man me laatst, die me natuurlijk kent als echte slons. “Is het niet gewoon gemakzucht?” Ik antwoordde geheel naar waarheid: “Een klein beetje misschien. Maar het zit niet in me, dus netheid en structuur kosten mij gewoon veel meer moeite dan ze jou kosten.”

Afspraken maken

Feit is dat het soms behoorlijk lastig is samen te leven met iemand die heel gestructureerd is en van orde houdt. De kunst is om afspraken te maken. Daar kwamen wij na heel wat ruzies achter. Tegenwoordig maak ik elke avond een rommel van de keuken, maar dat mag, want ik kook. En hij ruimt op. Als hij gek wordt van alle stapeltjes in de woonkamer, verhuis ik die naar mijn werkkamer. Dat is de kamer waar rommel mag (want míjn kamer). Ik heb beloofd geen onderbroeken en andere kledingstukken op de grond van de badkamer achter te laten (lukt nog niet altijd) en de poezenbakjes met restjes eten regelmatig op te ruimen (als er zes staan, word ik daar op attent gemaakt). Bovendien heeft hij geleerd zijn boosheid om te zetten in verbazing en dat maakt dat we soms heel hard kunnen lachen om onze verschillen.

Lees ook:
Leven met een sloddervos: zo ga je ermee om

Trotse slons

Ik schaam me niet voor mijn slonzigheid. Stiekem ben ik best wel een beetje trots op de slons in mezelf. Laat ik even teruggaan naar mij en mijn zus. Mijn zus, met wie ik heel goed overweg kan, gaat nooit en dan ook echt nooit zonder make-up de deur uit. Meestal heeft ze ook nog haar haar met de krultang gedaan. Ik zit er totaal niet mee om make-uploos, in joggingbroek, op slippers, met ongekamde haren naar de bakker te lopen. Boeit me niet. Ik loop gerust in T-shirt en onderbroek naar de straat om de brievenbus te legen (mijn man: “Ben je echt zó naar buiten gelopen?”). De aard van het beestje.

Volgens de (in de jaren vijftig ontwikkelde) theorie van cardiologen Meyer Friedman en Ray Rosenman heb ik ongetwijfeld een type B-persoonlijkheid. Mensen met dit persoonlijkheidstype zijn vrij relaxed, ietwat lui/gemakzuchtig als het gaat om opruimen en schoonmaken, geduldig, gemakkelijk in de omgang en ze nemen de tijd voor veel dingen die ze uitvoeren.

Type B-persoonlijkheden

Type B-persoonlijkheden houden ervan om te ‘socializen’ en bevinden zich graag in het gezelschap van zowel bekende als onbekende mensen. Aan aandacht hebben mensen met dit persoonlijkheidstype over het algemeen geen gebrek. Op professioneel gebied, op het werk, zoeken zij liever naar comfort dan naar succes en daarom staan zij erom bekend vaker een goede balans te hebben tussen werk en privé dan mensen met type A-persoonlijkheid. Bovendien zijn ze zijn innovatief en creatief. Mensen met type A-persoonlijkheid zijn ambitieus, status- en competitiegericht en trekken verantwoordelijkheden naar zich toe. Zij houden van winnen, van duidelijkheid, van orde. Ze hebben graag een keurig opgeruimde kamer, omdat ze behoefte hebben aan orde en controle. En… ze zijn veel gevoeliger voor stress en lopen daardoor een groter risico op een hoge bloeddruk en hartaandoeningen. Zo. Nu jij weer.

Na corona

Het mooie van het afgelopen ‘coronajaar’ is dat volgens mij veel meer mensen (nou, ja, behalve dan misschien de honderd procent type B-tjes) hun ‘innerlijke slons’ zijn gaan omarmen. Want we konden niet naar buiten, dus zaten we dagenlang in onze joggingbroek, met onze haren in een gekke knot boven op ons hoofd, achter de computer. Naar de kapper konden we niet, dus moesten we dealen met extreme uitgroei. Hoe erg was het? Zag je eens iemand (via het scherm), had zij boven op het hoofd ook zeker een grijze streep van zo’n twee centimeter. We were in this together.

En waarom zouden we de rommel opruimen als we toch geen bezoek kregen? Ik zeg: houd die nonchalance vast! Ook nu we corona steeds beter het hoofd bieden. Want geloof mij: er zitten veel voordelen aan wat ‘losser leven’. Laat ik er nog maar eens een paar noemen. Omdat wij slonzen gedijen in chaos, flippen we niet als er iets niet gaat zoals gepland. Zijn we gewend. Handig hoor, niet alleen privé, maar ook op het werk. Wie wil er nou niet iemand in zijn of haar team die de stormen aankan en die misschien juist dan wel op haar best is. Chaos is tenslotte wat een slons gewend is.

Creatief en intelligent

Nog meer goed nieuws. Uit onderzoek blijkt: er is een correlatie tussen rommel en creativiteit. Snap ik helemaal. Wellicht is mijn uitleg wat te simplistisch, maar ik krijg alleen al inspiratie door wat ik allemaal om me heen verzamel. De tijdschriften die in de woonkamer her en der verspreid liggen, de figuren die ik in de laag stof op mijn boekenplank ontwaar als ik er met mijn mouw overheen ga, een restje van een gerecht dat nog in de keuken staat en waarvan de geur bepaalde herinneringen naar boven brengt. Hé, als mijn ruimte schoon en netjes zou zijn, hoe zou ik dan in godsnaam aan inspiratie moeten komen?

Er wordt ook wel gezegd dat rommeligheid een teken is van intelligentie (ja ja, ik ben op dreef). Ik las ergens dat de Schotse bioloog Alexander Fleming penicilline ontdekte doordat hij per ongeluk petri-schaaltjes in de gootsteen had laten liggen. Had hij netjes alles opgeruimd, hadden wij nu niet kunnen herstellen van een zware oorontsteking of erger. En Albert Einstein was ook bepaald niet de meest gestructureerde wetenschapper ever. Dus ik zeg het nog maar een keer: omarm die slons in jezelf. Want slonzigheid betekent ook dat je durft in te gaan tegen de druk die de maatschappij vaak oplegt en doet wat goed is voor jóú. Dat is stoer.

Fijn gezelschap

En last but not least: ik ben als slons best aangenaam gezelschap. Ik oordeel namelijk nooit over jouw rommelige huis. Of over je nette, schone huis. Of over welk huis dan ook. Ik kom langs omdat ik het fijn vind om met jou te zijn, om te kletsen, een wijntje te drinken. Vieze borden op het aanrecht? Prima, heb ik ook! Stof op de tafel? Maakt mij he-le-maal niks uit. Uitgroei, kleding met een vlek, lege flessen in de woonkamer, kom maar op! Mij maak je niet gek. En als je die uitgroei wél wilt wegwerken, pak ik zo de haarverf en help ik je. Moet je er wel even voor zorgen dat je alles goed afdekt, want anders zit de verf overal.

Een vriendin stuurde me laatst een filmpje. Misschien ken je het wel. Een boeddhistische man zegt tijdens een presentatie: “Do you have a problem in life? No? Then why worry? Do you have a problem in life? Yes? Can you do something about it? Yes? Then why worry? Do you have a problem in life? Yes? Can you do something about it? No? Then why worry? Why worry?” Kortom: waarom zou je je zorgen maken? Leef het leven wat lichter. En geloof mij: slonzen zijn daar behoorlijk goed in.

Tekst: Marijke Kolk
Illustratie | Kristen Steenbergen

M44 Cover HR JPG

Dit artikel staat ook in Margriet 44, die nú in de winkel ligt. In dit nummer lees je ook een groot en openhartig interview met schrijfster Annejet van der Zijl, 5 x de tosti op chic, alles over de juiste houding om klachten te voorkomen, een grote wintertuin gids, de laatste herfsttrends en nog véél meer. Haal het nummer snel in huis of bestel ‘m online zonder verzendkosten.

Ook interessant