null Beeld Kristel Steenbergen (illustratie).
Beeld Kristel Steenbergen (illustratie).

PREMIUMRelaties

Het legenestsyndroom... Ook híj kan er last van hebben

Dat lege gevoel als de kinderen het huis uit gaan, daar hadden toch alleen moeders last van? Journalist en ervaringsdeskundige Saskia Smith ontdekt dat ook veel vaders moeite hebben met loslaten.

Vorig jaar kwam mijn zoon enthousiast thuis. Hij ging het huis uit. Met zijn negentien jaar zat het er ergens in dat hij zou uitvliegen, maar dit was wel heel plotseling. Ik wist niet eens dat hij actief op zoek was naar een kamer. En toen was die kamer er ineens, de stage van een vriend in het buitenland ging ondanks de coronacrisis toch door en die vriend had mijn zoon aangewezen als zijn roomsitter. Zo gebeurde het dat we twee dagen na zijn mededeling ons oudste spruitje met drie volgepropte Albert Heijn-tassen midden in Amsterdam deponeerde. We mochten even om het hoekje kijken en naar zijn huisgenoten zwaaien. Maar niet te lang, want mijn zoon kon niet wachten om met zijn grotemensenleven te beginnen.

Echt een vrouwending

Op de weg terug naar huis, naar ons halflege nest – gelukkig woonde onze dochter nog thuis – waren mijn man en ik in tranen. Hij pinkte er een paar weg, ik trok een doos tissues leeg. Ineens waren we een nieuwe levensfase in geschoten, zonder dat we ons daarop hadden kunnen voorbereiden. De eerste dagen waren ronduit vreselijk. We misten onze zoon enorm. Ons gezin was voor ons gevoel ontmanteld, we voelden ons geamputeerd. Zijn plek aan tafel voelde leger dan ooit nu er geen bord stond. En het huis was, nu we zijn zware stem niet meer hoorden, zeldzaam stil. Maar na een week of twee, drie verstilde dat verdriet een beetje. In elk geval voor mij. Natuurlijk miste ik mijn zoon, maar het voelde ook goed. Dit is hoe de natuur het heeft bedoeld: mijn kuikentje vliegt uit en wordt zelfstandig. Zo moet het gaan, in die gedachte vond ik een bepaalde rust.

Opvallend genoeg bleef mijn man er langer last van houden, van dat gemis. Hij miste niet alleen zijn zoon, maar ook het gezin dat we waren en de rol die hij als vader had gehad. Ik was verbaasd. Niet omdat hij verdrietig was, maar omdat hij blijkbaar ook last had van het legenestsyndroom. Ik was in de veronderstelling dat het een vrouwending was. Wellicht heb ik een stereotype blik op het fenomeen. Wat niet zo heel gek is, omdat dit syndroom steevast bij vrouwen wordt geparkeerd. Waarom dat gebeurt, daar zijn de meningen over verdeeld.

De een roept dat met de navelstreng te maken heeft, de ander zegt dat het komt doordat vrouwen, veel meer dan mannen, emotionele wezens zijn en er daardoor moeite mee hebben dat hun kinderen een zelfstandig leven gaan leiden. Dat vrouwen in de fase dat kinderen op zichzelf gaan wonen in de menopauze komen, zal ook meespelen. Met al die schommelde hormonen lijken ze simpelweg vatbaarder voor de emotionele gevolgen van dat lege nest. Maar hoe zit dat dan met mannen? Waarom vond die van mij het best een dingetje? Hij is niet zo van foto’s en video’s kijken. En toch: nadat onze zoon naar Amsterdam was vertrokken, kwam de doos met oude foto’s meerdere malen op tafel en herleefde hij daarmee de jaren van ons als gezin met kleine kinderen.

De volgende levensfase

Volgens familietherapeut Marion Eikelenboom is het heel normaal dat ouders zich verdrietig voelen als hun kinderen het huis uit gaan: “Het is het einde van een levensfase en je moet je kind loslaten. Voor de meerderheid van de ouders verloopt dat proces spontaan. Zij gaan eigenlijk vanzelf over naar een volgende fase en gebruiken de extra tijd die ze krijgen voor nieuwe uitdagingen of dingen die ze altijd al hebben willen doen. Maar bij een aantal gaat die overgang minder vlot.” Of het geregeld voorkomt bij mannen weet ze niet, daar is geen onderzoek naar gedaan. “Maar zij kunnen heel goed de verschijnselen vertonen die bij dit syndroom horen. Vaak hebben mannen zich jarenlang op hun werk en carrière gefocust. En net nu er tijd is om meer aandacht aan hun kinderen te besteden, gaan ze de deur uit. Dat kunnen mannen lastig vinden. Het kan ze het gevoel geven dat ze iets hebben gemist of dat ze niet meer nodig zijn. Daardoor voelen ze zich onthand.”

Ik kon me niet voorstellen dat mijn man de enige was. Meer mannen moeten hier toch last van hebben? Helemaal omdat ze tegenwoordig veel meer zorgtaken op zich nemen dan vroeger. Ik kom uit een traditioneel gezin. Mijn moeder werkte parttime in het onderwijs en zorgde voor mijn broer en mij, mijn vader was grotendeels aan het werk. Als ik iets wilde of verdrietig was, ging ik altijd naar mijn moeder. In mijn eigen gezin zijn de rollen heel anders verdeeld. Mijn man en ik zorgen allebei voor het inkomen en voor de kinderen. Hij heeft net zo vaak op het schoolplein en langs de lijn bij het sportveld gestaan als ik. We hebben beiden dan ook een sterke band met onze zoon en dochter. Maar daar waar ik de positieve kant zag van kinderen die uitvliegen, namelijk meer tijd voor mezelf en meer tijd voor elkaar, vond hij het allemaal maar heel snel gaan.

null Beeld

‘Wat ben je aan het doen?’

’De man van Britt had datzelfde gevoel, vertelt ze. “Wij hebben een tweeling van 21, die tegelijk het huis uit ging. In één klap waren we zo’n stel van wie de kinderen niet meer thuis wonen. De stilte was tergend, zeker in het begin. En we moesten een nieuw ritme vinden, want met hen hoefden we immers geen rekening meer te houden. Na een maand had ik mijn draai weer gevonden. Als beleidsmaker in het onderwijs nam ik wat meer werk aan. En ik ging eindelijk op gitaarles, iets wat ik al jaren wilde. Ik ging dus redelijk actief aan de slag. Misschien was het ergens wel een beetje vluchtgedrag, maar het werkte. Mijn man had net een stap terug gedaan op zijn werk vanwege een burn-out en was veel thuis. En ja, dan heb je tijd om na te denken. Hij vond het ongezellig dat de kinderen er niet waren, vond zijn nieuwe rol moeilijk en kon eigenlijk niet wennen aan die nieuwe fase. Hij raakte er echt een beetje gedeprimeerd van. Soms was ik een hele dag weggeweest en hij had niks gedaan. Niet voor zichzelf, en niet voor ons. Boodschappen doen? Het kwam niet in hem op.”

null Beeld

Ook de man van Sandra had moeite met deze nieuwe fase. Hij was erg betrokken bij de sporten van zijn zoon en dochter en besteedde daar veel tijd aan. Toen zij allebei binnen een jaar de deur uit waren, viel hij in een gat. Sandra: “Mijn man coachte het hockeyteam van onze zoon en het handbalteam van onze dochter. Mijn zoon kan ook redelijk goed tennissen en mijn man reed het hele land door voor wedstrijden. Hij had er naast zijn werk dus een behoorlijke sporttaak bij. Hoewel het de laatste jaren wel wat minder werd, was hij veel op pad. En dat viel ineens allemaal weg. Onze dochter woont nu in Engeland, waar ze een stage met afstuderen combineert, en onze zoon is naar de andere kant van het land verhuisd om te studeren. Ik vind het alleen maar leuk om te zien hoe mijn kinderen de wereld ontdekken, en vanuit die gedachte kan ik het ook beter loslaten dan mijn man. Hij belt en appt best vaak met de kinderen om te vragen hoe het met ze gaat, wat ze aan het doen zijn. Daar zitten ze niet altijd op te wachten. In het begin namen ze elke keer op en appten terug, maar nu doen ze dat steeds minder. Dat niet nodig zijn of je niet meer nodig voelen, dat hakt er bij hem enorm in.”

Marion Eikelenboom: “Vaak zien ouders dat moment van uit huis gaan van hun kinderen wel aankomen, maar toch overvalt het ze als het zover is. Dat je dan een bepaalde doelloosheid ervaart, is niet zo gek. Ineens ben je niet meer, of in elk geval minder, nodig. En dat voelt naar. Want dat is eigenlijk wat elk mens wil: nodig zijn. Als ouder wil je gewoon een bijdrage leveren aan het leven van je kind. En dan is het slikken als dat kind zegt: ‘Ik doe het nu zelf wel.’ Het legenestsyndroom kun je vergelijken met een rouwproces. Je moet afscheid nemen van dat wat er was: het gezin dat jullie ooit vormden, de rol die je daarin had, de drukte die dat met zich meebracht. En dan is er het fysieke missen. Als je je kind nog om je heen hebt, kun je zijn leven van dichtbij volgen. Dat gaat niet als ze niet meer thuis wonen.”

null Beeld

Volle ijskast, lege wasmand

Sandra: “Mijn man noemde dat nare gevoel wat hij had ontheemd zijn. Zijn rol verschoof van nodig zijn naar overbodig worden. Hij heeft echt moeten zoeken naar een nieuw evenwicht. Dat deed hij niet alleen, hij heeft hulp gezocht bij een therapeut. Die leerde hem dat als kinderen goed gehecht zijn, ze ook makkelijk los kunnen komen. Met andere woorden: wees blij dat ze je niet meer nodig hebben, dan heb je je werk goed gedaan. Hij kreeg ook een opdracht mee: hoe nu verder? Dat was het duwtje dat hij nodig had. Door op de toekomst te focussen, bleef hij niet hangen in zijn sombere gedachten. Zijn mantra werd: deze nieuwe fase is geen einde, maar een nieuw begin.”

De man van Britt bleef langer neerslachtig. Britt: “Een jaar nadat onze tweeling het huis uit was gegaan, zat hij nog steeds niet lekker in zijn vel. Ik vond het lastig dat hij in die emotie bleef hangen, ook omdat hij onze kinderen ermee belastte. Hij vond het heerlijk als ze thuiskwamen, maar stond ze aan het einde van de dag huilend uit te zwaaien. Dat was voor hen ook niet leuk. Hij is nu samen met een psycholoog aan het kijken hoe hij hieruit kan komen.”

Bij mijn man verdween dat legenestsyndroom na een paar maanden vanzelf. Vanaf het moment dat hij zich had neergelegd bij de nieuwe situatie, ebde het naar de achtergrond. En inmiddels ziet hij ook de voordelen van zo’n volwassen kind dat niet meer thuis woont: de ijskast is altijd vol, de wasmand altijd leeg en niemand struikelt meer over die slingerende sneakers in maat 45 midden in de gang.

Tanja Jess spreekt in de podcast Kaarten op tafel bij Margriet over het onderwerp empty nest, met Chimene van Oosterhout en Ashkaine Hora Adema. Je kunt de aflevering hier beluisteren.

Saskia SmithKristel Steenbergen (illustratie).

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden