Lifestyle

Waarom vrouwen zich zo schamen voor scheten en zweten

geurschaamte.jpg

Iedereen poept, iedereen laat winden en iedereen zweet. Toch generen vooral vrouwen zich hier doorgaans een stuk erger voor dan mannen. Sanne Kloosterboer, ook behept met enige geurgêne, zoekt uit waar die schaamte toch vandaan komt.

‘Dames poepen niet.’ Ik zal een jaar of achttien zijn geweest toen een vriendin, die al in de twintig was, dat zei. Ze formuleerde wat ik eigenlijk al wist: vrouwen horen steriele wezens te zijn, die de wc hooguit bezoeken voor een helder, geurloos plasje. En als ze dat plasje doen komt er zeker geen harde scheet mee, laat staan dat ze een bruine knaap in de closetpot draperen. Vrouwen zweten trouwens ook niet. En áls ze al eens een klein beetje zweten na inspanning ruiken ze desalniettemin altijd fris.

Een beetje jaloers

Nee, dan mannen… Mijn Willem deelde me van het weekend trots mee dat hij een volmaakte letter D had gepoept. Willem is 54 en poept letters. Ook verder is hij behoorlijk schaamteloos over zijn lichaam. Hij kan bijvoorbeeld zelfgenoegzaam op zijn buik trommelen of ongegeneerd aan zijn kruis krabben. En nee, ik stoor me daar niet aan. Hooguit ben ik een beetje jaloers op al die vrijheden die hij zich gunt. Als reïncarnatie bestaat, keer ik in een volgend leven terug als man.

Twee richtingen

Want zoals zo veel vrouwen voel ik ook enige gêne over de geuren die ik verspreid. En zoals zo veel vrouwen span ik me ook in om die geuren zo veel mogelijk te beperken. Dat vraagt, afgezien natuurlijk van de normale hygiëne, om een alerte houding. Eerst een kleine antroposofische observatie van de koude grond: wat poepen betreft zijn er volgens mij twee richtingen. Je hebt mensen die ’s ochtends na het ontbijt één grote hoop doen en dan voor de rest van de dag klaar zijn. Lekker makkelijk en handig in te plannen. En je hebt mensen, zoals ik dus, die gewoon moeten als ze moeten, meestal ’s ochtends, soms pas ’s middags, soms een paar keer per dag. Geen peil op te trekken.

Richtingenstrijd

Ik moet opvallend vaak in de supermarkt, een enkele keer al bij de groenteafdeling. Echt, alsof ze iets in de lucht doen daar om je snel de winkel weer uit te krijgen. Gelukkig zit de supermarkt bij mij in de straat, want vaak moet ik op een holletje naar huis, hopend dat ik geen bekenden tegenkom die een praatje met me willen maken. Bij de bouwmarkt heb ik het ook. Want o ja, dat is nog een richtingenstrijd: je hebt mensen die, als ze moeten, nog alle tijd hebben en je hebt mensen die dan ook echt moeten. Een kleine rondvraag leert me dat dat allemaal familiair is bepaald. Mijn oma moest bijvoorbeeld altijd poepen in de V&D en ik herinner me hoe mijn zusje vaak op een holletje uit school kwam, haar rugzak in de gang gooide en, hup, doorrende naar de wc.

Lees ook: 5 redenen waarom je schaamteloos moet poepen op het werk

Schaamte of gêne

Mijn vriendin Saskia (47) heeft een stacaravan op een camping. Zij is ook een acute poeper en heeft voor noodgevallen een emmer in de caravan. Waagt ze wél de tocht naar de wc, dan zegt ze inmiddels tegen gezellige buurtcampinggasten: ‘Sorry, ik moet naar de wc’, demonstratief zwaaiend met de rol in haar hand. Op de camping kun je dat soort huishoudelijke mededelingen doen, vindt ze. Daar zie je elkaar toch al in pyjama en zonder make-up aan de koffie zitten. Dat is goed tegen de schaamte. Want dat is het toch, schaamte?

Ilona de Hooge zou in dit geval eerder spreken van gêne. De Hooge is als universitair docent marketing en consumentengedrag verbonden aan de Universiteit van Wageningen en deed intensief onderzoek naar schaamte. “Onder wetenschappers is veel discussie geweest over het verschil tussen schaamte en gêne”, zegt ze. “De heersende opvatting is dat schaamte erger is dan gêne. Schaamte omschrijven we als een negatieve emotie die signaleert: ik heb een fout gemaakt en deze fout zegt iets over mij als persoon.”

Omgeving

“Het gaat dus over situaties waarin je bent tekortgeschoten. Het al dan niet ingebeelde oordeel van de omgeving speelt ook een rol: o, stel je voor dat anderen dit zien of hiervan weten, wat zullen die anderen dan wel niet van mij denken? Want we hebben sowieso de neiging in te vullen wat anderen denken.” Gêne gaat volgens De Hooge over luchtiger zaken: “Gêne gaat over zaken waaraan je niet veel kunt doen en die ook niet echt iets zeggen over wie je werkelijk bent. Deze zaken zeggen niets over jou als persoon.” Gêne dus, want de normale lichamelijke processen zijn bij uitstek iets waaraan weinig te doen valt.

Dubbele doortrek

En bij een minder planbaar poepritme speelt de gêne dus een prominentere rol omdat je dan niet altijd op je eigen pot zit. Wat kun je doen? Een paar praktische tips van de ervaringsdeskundige, van mij dus. Sowieso is de dubbele doortrek een goed idee. Eén keer na het poepen en nog een keer na het vegen. Dan verminder je de tijd dat de hoop ligt na te garen en dat scheelt al aanzienlijk in de geursensatie.

Ik doe altijd een dubbele doortrek. En soms een extra doortrekje tijdens de actie als ik geluiden verwacht, ook al zo gênant. Vooral poepen op de zaak is in dat opzicht een (bruin) dingetje. Ik heb één vrij schaamteloze vrouwelijke collega die ik geregeld met een krant naar de wc zie lopen (ook iets wat vooral mannen doen), maar verder overheerst de gêne. Laat alsjeblieft niet die genderneutrale toiletten er komen. Ik weet niet wat ik erger vind: ná een mannelijke collega (met krant) moeten of vóór hem.

Yogales

Genderneutraal. Als ik aan dat woord denk, herinner ik me ook ineens een gênant voorval tijdens een yogales. We moesten de ploeghouding doen. Daarbij moet je je benen, op de grond liggend, achter je hoofd zwaaien tot je voeten de grond raken. Nu is yoga sowieso al een activiteit die flatulentie kan genereren, maar de ploeghouding is meteen ook de winderigste houding. Mij ontsnapte dus, in mijn poging die beenzwaai elegant uit te voeren, een knetterende scheet.

Nu kun je in een yogales nog doen of je van niks weet en in een volle les is het soms ook niet helemaal duidelijk waar de geur of het geknal vandaan komt, maar dit was een yogales met vier leerlingen en een niet onknappe, mannelijke docent. Ik ben maar een beetje gaan lachen.

Coping mechanisme

Dat lachen is volgens Ilona de Hooge bij gêne een erkend coping mechanisme, zoals dat in de psychologie heet, een manier om met een situatie om te gaan. “Ja, mensen lachen een gênante situatie graag weg. Of ze verpakken die in een sappige anekdote voor op verjaardagen.” Dit werkt volgens haar alleen bij gêne en niet bij schaamte. “Schaamte valt mensen veel zwaarder, dus is het moeilijker om daar grappen over te maken.”

Motivatie

Toch wil ze nog wel kwijt dat we vaak te negatief zijn over schaamte. “Hoewel schaamte op zichzelf een negatieve emotie is, toont onderzoek steeds opnieuw aan dat we ervan leren, dat schaamte ons motiveert om dingen in de toekomst beter te doen. We willen dezelfde situatie in de toekomst voorkomen en zijn bereid daar hard voor te werken.” Als extreem voorbeeld noemt ze psychopaten: die staan erom bekend zich vrijwel nooit te schamen. Mannen schamen zich overigens vaak over andere dingen dan vrouwen. De Hooge: “Mannen schamen zich gemiddeld meer voor statusgerelateerde dingen, zoals fouten op het werk, vrouwen gemiddeld meer voor missers in sociale situaties.”

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Sociale situatie

Juist ja. Mijn vriendin Saskia had zo’n sociale situatie. Ze was in een kledingwinkel en had net een jurk aan toen ze heel acuut, maar dan ook echt heel acuut moest poepen. Het zweet brak haar uit, zo nodig moest ze. Het bleek achteraf een beginnende buikgriep te zijn. De situatie was zó heikel, dat ze, met die jurk nog aan, aan het personeel vroeg of ze even naar de wc mocht. Het was in een winkel waar ze vaak kwam en waar dus iedereen haar kende. Een van de personeelsleden troonde haar mee naar een wc op een zoldertje, waar de grote ontlading kwam.

‘Wil je een glaasje water?’, vroeg een vrouw die daar aan het werk was nadien. Ik had ook een vraag: ‘Heb je die jurk nou nog gekocht?’ Nee, die jurk had ze niet gekocht, maar wel drie andere dingen. ‘Ik moet nog even kijken of ik er echt blij mee ben, ik kon door het hele avontuur niet meer zo goed nadenken’, appte ze. ‘Ah joh’, tikte ik vergoelijkend, ‘ze hadden vermoedelijk gewoon met je te doen.’ Dat hoopte ze dan maar.

Personeelsuitje

Ook vriendin Brigitte (48) hoopte op begrip toen ze eens diarree had tijdens een personeelsuitje. Op een boot. Gewoon eerlijk zeggen was de beste strategie. Maar o, wat vond ze het gênant. Moest ze steeds naar dat kleine, genderneutrale scheeps-wc’tje. En steeds met dat beschaamde gevoel. Want met je ratio weet je dat iedereen poept, scheten laat en zweet (ja, zelfs de koningin), maar toch schaam je je.

Zelfbetrekkingswaanzin

Ook zweetgeur is dus zo’n tegen elke prijs te vermijden fenomeen. Ik heb het altijd als ik met mijn koor een concert heb. Die plechtige lange zwarte jurk staat prachtig, maar is wel van een stinkbevorderend materiaal. De zenuwen doen de rest. Het is me opgevallen dat vooral vrouwen, als het om geur gaat, een soort zelfbetrekkingswaanzin hebben: ze denken altijd dat ze het zelf zijn die stinken.

Ik zie dat bijvoorbeeld goed in de kantoortuin waarin ik werk. Mijn hoek is luchttechnisch verbonden met een restaurantkeuken en als ze daar zo rond lunchtijd iets bereiden, als ze uien bakken of zo, zie je vrouwen soms even onder hun armen ruiken: ben ik dit? Ik doe het zelf ook, maar ik heb het nog nooit een man zien doen.

‘We durven het niet te zeggen als iemand riekt’

Ik heb lang aan ballet gedaan, bij uitstek een zweterige bezigheid. Er was daar een vrouw die altijd vreselijk naar zweet stonk, zo’n oude zweetgeur. Als zij de kleedkamer binnenkwam, zag je ook altijd vrouwen vluchtig onder hun armen ruiken of nog even snel de deodorant hanteren. Want we durven het niet te zeggen als iemand riekt: we willen niemand een gevoel van gêne bezorgen.

In een van mijn vorige banen durfde ik het wel een keer te vragen. Ik was daar zó vertrouwd met een vrouwelijke collega, dat ik op een middag mailde: ‘Ik heb het idee dat ik naar zweet ruik. Kun jij het even checken?’ Even later keek ze me veelbetekenend aan en liep ze ‘lalala’ zingend rond mijn stoel, ondertussen sniffende geluiden makend. En weer even later kreeg ik een mail terug. ‘Ik ruik niks.’ Dat was een hele geruststelling.

Mannen vinden geuren lollig

Nee, dan mannen. Die heb ik nooit kunnen betrappen op geurangst, om het maar even zo te noemen. Voor mannen zijn geuren lollig. Ik herinner me dat ik op een van de eerste dagen van mijn eerste serieuze baan met collega’s in de lift stond. Vier mannen en ik. Een van de mannen vroeg aan me: ‘Wat zou jij doen als ik nu een keiharde ruft liet?’ Ik antwoordde: ‘Heel hard lachen.’ Ik zei het al: in mijn volgende leven word ik een man.

Tekst | Sanne Kloosterboer
Beeld| iStock

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 39– 2019.
Dit nummer thuis laten bezorgen? Ga dan naar Magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant