null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

PREMIUM

Exclusief geschreven voor Margriet: spannende korte thriller in 3 delen - deel 3

Kort verhaal - Deel 3

Exclusief voor Margriet geschreven door het Moordwijven-collectief

Wie zijn de Moordwijven?

Moord in Villa Zilver is exclusief voor Margriet geschreven door het ­Moordwijven-collectief Isa Maron, Liesbeth van Kempen, Ingrid Oonincx en Marlen Visser. Benieuwd naar meer werk van deze auteurs? Dit zijn hun laatste boeken:

• Isa Maron: Vierluik De Noordzeemoorden;

• Liesbeth van Kempen: Verpest;

• Ingrid Oonincx: Verdwenen;

• Marlen Visser: Noodlot.

Vorige keer: Terwijl de politie druk bezig is met het onderzoek naar de dood aangetroffen influencer is er opeens een hoop tumult bij het zwembad. Zodra Sylvia daar aankomt, blijkt er nóg een slachtoffer te zijn. Deel 1 en 2 gemist? Lees hier deel 1 en hier deel 2.

null Beeld

Sylvia had het gevoel dat haar bonzende hart meters ver te horen was. Ze durfde nauwelijks adem te halen en wachtte totdat de stemmen en de voetstappen waren verdwenen. Voorzichtig kwam ze omhoog.Ze stopte de folder van de Portugese kliniek in haar broekzak, pakte haar spullen en rechtte haar rug. Dit kon ze. Bluf was haar overlevingsmechanisme. Met zelfverzekerde tred liep ze terug, richting de balzaal. Aan het eind van de gang bleef ze staan. De keuken was hier om de hoek. Daar zou ze ook nog een kijkje kunnen nemen.Snel duwde ze de deur open. Witte tegels, metalen werkbladen. Voorzichtig liep ze langs de koelkasten en ovens. Bij een groene deur bleef ze staan. Ze aarzelde even, maar duwde hem toen toch open. Een kantoortje. Aan een prikbord hing een groot aantal recepten. Op een bureau lag een stapel facturen van leveranciers. Ze bladerde er vluchtig doorheen, maar kwam niets bijzonders tegen.

Snel liep ze de keuken weer in en ze merkte een andere deur op. Een voorraadhok. Ze stapte naar binnen. Op de planken langs de wand stonden zakken met rijst en pasta, potten met bonen, erwten. Grote trays met eieren. Haar oog viel op een witte emmer die op de bovenste plank stond, helemaal in de hoek. Ze strekte zich uit en viste het ding uit het rek. Sylvia draaide de emmer rond, maar er stond geen label op. Even twijfelde ze, maar toen trok ze het deksel eraf. Felblauwe korrels. Rattengif! Zo’n bus had haar moeder vroeger ook gehad. Was dat spul inmiddels niet verboden in Nederland?Het idee dat hier mogelijk ratten waren, bezorgde haar kippenvel. Ze sloot het deksel en duwde de emmer terug op de hoge plank.

“Mevrouw Lievers?” Met een ruk draaide ze zich om. In de deuropening stond de rechercheur. Ze voelde haar wangen warm worden. “Wat doet u hier?” “Ik eh… was benieuwd naar de ingrediënten die ze hier gebruiken. Ik overweeg namelijk om een kookboek te gaan schrijven,” verzon ze tot haar eigen verbazing ter plekke. “U was ook in het kantoor. We zagen u op de camerabeelden. Wat deed u daar?” Sylvia staarde de man met open mond aan en wist niet wat ze moest zeggen. “Uw laptop,” zei hij en hij knikte naar de spullen die ze op een plank had gelegd. “Die neem ik in beslag. En dat boekje. En uw telefoon.”

Ze slikte. Haar manuscript stond erop. En een uitgebreide zoekgeschiedenis. Voor de moord in haar laatste thriller had ze onderzoek gedaan naar alle mogelijke moorden die ze met haar schrijvershoofd maar kon bedenken.

null Beeld

“Ik ga verder waar we daarstraks waren gebleven,” zei de rechercheur, die zich had voorgesteld als Bruinesse. Ze zaten in een kleine vergaderkamer op de begane grond. Naast Bruinesse zat een jonge agente met kort, donker haar. Ze tikte iets op haar tablet. “Wat deed u in het kantoortje bij de keuken?” “Research.” Sylvia had bedacht dat vasthouden aan haar eerdere verhaal het enige was dat haar kon redden. “Ik ben schrijver. Er hingen fantastische recepten aan het prikbord. Ik wilde er eigenlijk een foto van maken, maar dat vond ik niet zo netjes. Dus wilde ik Hans, eh… de eigenaar vragen of ik ze mocht gebruiken. Maar zo ver kwam het niet.” Ze forceerde een licht verwijtende blik naar Bruinesse . “Een kookboekenschrijfster dus.” Bruinesse liet een stilte vallen.

Sylvia probeerde zo neutraal mogelijk te kijken, maar of ze de rechercheur nu aankeek of juist niet, bij alles had ze het gevoel dat er met grote letters ‘verdacht’ op haar voorhoofd stond. “Klopt. Althans, dat is wat ik misschien wil gaan doen. Normaal gesproken schrijf ik een ander genre.” Nu keek ze Bruinesse wel aan. “Waarom bent u hier eigenlijk?” vroeg de rechercheur. “Ik had een stevig writer’s block. Ik was op zoek naar rust.” De agente beet op haar lip. Het ontging Sylvia niet dat ze moeite moest doen om haar gezicht in de plooi te houden. Als de situatie niet zo ernstig was geweest, had ze er zelf ook een grapje over gemaakt. Bruinesse schraapte zijn keel.

“Op uw laptop is nogal verontrustende informatie gevonden. Het onderzoek is nog niet klaar, maar uw zoekgeschiedenis laat weinig te raden over.” Sylvia hoorde haar vragen aan Google in haar hoofd weerklinken. ‘Kun je stikken met een plastic zak over je hoofd?’ ‘Vanaf welke hoogte overleef je een val niet?’ En ja, ook: ‘hoelang duurt het voordat een volwassene verdrinkt?’ En dat was nog maar een fractie van haar zoektermen. “Ik ben in eerste instantie thrillerauteur. Het is mijn werk om me hierin te verdiepen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het afschuwelijk wat die meisjes is overkomen.” “Net was u nog kookboekenschrijfster.”

“U snapt het niet. Ik schrijf altijd thrillers, ook nu. Ik overweeg alleen een uitstapje naar het kookboekenvak.” De agente tikte iets in op haar tablet en draaide het scherm naar Bruinesse. Hij keek er aandachtig naar. De agente liet de tablet wat zakken en Sylvia zag een glimp van de covers van haar recente titels. Uit de tijd dat ze nog wel in staat was om een boek af te ronden. “Voor nu mag u gaan,” zei Bruinesse ernstig. “We zijn nog in afwachting van de uitslag van de vingerafdrukken. Dat rondneuzen van u roept nogal wat vragen op. Maar u blijft in het hotel. Laat dat duidelijk zijn.”

null Beeld

Sylvia liep de vergaderkamer uit. Ook al mocht de recherche formeel geen mensen vasthouden zonder officiële tenlastelegging, toch bleef iedereen in het hotel, wellicht uit respect voor de overleden meisjes. Tegelijkertijd kon Sylvia zich niet aan de indruk onttrekken dat meerdere influencers vooral uit nieuwsgierigheid bleven. Ze zag het aan de glans in de ogen van sommigen als ze spraken over wat er was gebeurd. Sylvia moest vooral denken aan de families van de overleden meisjes. Dit treurige gevoel werd vermengd met een flinke dosis ongerustheid. Wat als zij als verdachte zou worden aangehouden?

In de hal bleef ze staan. Voor haar liep Hans. Hij bewoog achter de receptie langs, opende een deur en ging een kleine ruimte in. Sylvia keek om zich heen. Uit de zaal aan het einde van de gang kwam geroezemoes van de influencers, die blijkbaar weer bij elkaar waren gekropen. Verder was er niemand in de buurt. Ze liep snel naar de ruimte waar Hans in was verdwenen en bleef in de deuropening staan. Daar zat hij op zijn hurken, half achter de deur, met zijn rug naar haar toe. Links stonden twee kasten met administratie en rechts een schoonmaakkar.

“Hoi Hans.” De eigenaar schokte, slaakte een ingehouden kreet en draaide zich om. In zijn hand had hij een wit schaaltje met blauwe korrels. “O sorry, het was niet mijn bedoeling je te laten schrikken.” Hans keek haar aan, eerst met grote ogen, daarna voorzichtig glimlachend. Sylvia’s blik ging naar het witte schaaltje. Hans maakte een verontschuldigend gebaar en zette het schaaltje achter de deur op de grond. “Het is preventief,” zei hij. “In de keuken mogen we deze korrels niet gebruiken.”

“Ik snap het. Die beesten wil je niet in je hotel hebben. Je hebt op dit moment al genoeg aan je hoofd, lijkt me.” “Er zijn wel meer beesten die ik niet in mijn hotel wil hebben.” Hans schudde zijn hoofd. “Sorry, dat mag ik niet zeggen. Maar inderdaad, ik heb al genoeg aan mijn hoofd, je bent de enige die lijkt te begrijpen wat ik doormaak. Die jongelui zijn alleen maar met zichzelf bezig en de politie doet net alsof ik persoonlijk verantwoordelijk ben voor de dood van die meisjes. Ik snap er helemaal niks van. Waarom? En waarom hier?” “De rechercheur deed net ook al alsof ik die meisjes het leven heb ontnomen,” zei Sylvia. “Ik denk dat ze dat bij iedereen doen.” Ze realiseerde zich dat ze niet alleen Hans moed inpraatte.

Hans liep de bergruimte uit en sloot de deur. “Wil je een kop koffie?” Hij wachtte haar antwoord niet af, maar liep voor haar uit een gang in.“Graag.” Sylvia volgde hem, terwijl haar hakken wegzakten in het abrikooskleurige tapijt. Het voelde op een bepaalde manier veilig dat niemand haar kon horen lopen. De gang eindigde in een donkere ruimte. Hans stapte naar binnen en klikte een lamp aan die de ruimte slechts ten dele verlichtte. Sylvia liet haar blik rondgaan. Ze stonden in een café met een kleine bar.

null Beeld

“Hier kunnen we even rustig zitten.” Hans keek Sylvia niet aan. In plaats daarvan liep hij achter de bar en trok een fles witte wijn uit een koelkast onder het werkblad. Sylvia ging op een van de krukken zitten. “Rust, daar kwam ik eigenlijk voor,” zei ze en de gedachte aan haar boek maakte haar bijna misselijk. Wat deed ze hier eigenlijk, in een moordhotel, met een man die ze niet kende? Iets in haar was blijkbaar sterker geweest dan haar verstand en had haar benen als vanzelf in beweging gezet. Was het aantrekkingskracht? Of was ze op zoek naar antwoorden? “Ik dacht dat je koffie voor me had,” zei ze, terwijl ze haar ogen liet rusten op de fles.

“Sorry, het koffieapparaat staat uit en ik ben zelf eerlijk gezegd toe aan iets sterkers. Wil je liever een cola?” “Nee, doe maar een glaasje.” Hans trok twee wijnglazen uit het rek boven zijn hoofd en schonk ze vol. Hij schoof het voorste glas naar Sylvia toe en keek haar aan. “Ik geef het maar gewoon toe, ik vind het fijn om met iemand te praten over wat er aan de hand is hier.” Bij het woord ‘hier’ maakte hij een zwaaiende beweging met zijn handen.“En je vrouw?” vroeg Sylvia, al wist ze zelf niet precies wat ze wilde weten over Hans’ vrouw.

“Die is helaas een beetje de weg kwijt. Vanaf het moment dat het eerste meisje dood werd gevonden heeft ze een muur om zich heen opgetrokken en praat ze nauwelijks. Ze heeft de laatste jaren veel voor haar kiezen gekregen, maar dat heb ik net zo goed.” Hans nam een flinke slok van zijn wijn. Sylvia keek hem niet-begrijpend aan. Hans merkte het onmiddellijk op. “Vergeet maar wat ik heb gezegd, ik wil je er niet mee lastigvallen.” Ondanks de schemer zag Sylvia dat Hans’ ogen vochtig werden. Ze bewoog haar hand naar voren en legde die op zijn grote, licht behaarde hand. “Je mag het me vertellen. Ik kan goed luisteren, tenminste dat hoor ik vaak.” Op dat moment was het alsof er een dijk doorbrak. Hans’ gezicht vertrok en de tranen liepen over zijn wangen, terwijl hij haperend vertelde over Zilver, zijn dochter.

“Zilver is zeventien. Ze heeft altijd een enorme behoefte gehad aan bevestiging. Nu weten we dat ze een laag zelfbeeld heeft, maar toen dachten we dat ze gewoon wat streberig was. Ook al haalde ze de hoogste cijfers van de klas, nooit was het goed genoeg. Ze noemde zichzelf een perfectionist. Als ouders vonden wij dat prachtig, wij houden ook van hard werken. Maar nu pas weet ik hoe giftig perfectionisme kan zijn als je tegelijkertijd weinig zelfvertrouwen hebt. Zilver volgde populaire meisjes op Instagram, die pronkten met hun slanke lijven en zij wilde dat ook. Met haar perfectionisme sloeg ze hier volledig in door. Het zou verboden moeten worden dat dat soort types het uiterlijk zo ongegeneerd promoot.” Hans huilde niet meer, maar zijn gezicht was nog steeds verwrongen. Behalve verdriet las Sylvia een diepgewortelde frustratie en boosheid in zijn blik. Ze nam een slok wijn, knikte zo nu en dan en zei niets in de hoop meer te weten te komen.

Hans vertelde dat Zilver sinds twee weken in een kliniek in Portugal verbleef. “En het erge is: we mogen geen contact met haar hebben. Onderdeel van de therapie.” Hij zuchtte. “Mijn vrouw was al enorm van slag sinds Zilvers vertrek naar Portugal en toen werd ze ook nog eens geconfronteerd met die influencers hier. Je snapt vast wat dat met haar deed. Maar sinds de dood van die twee meisjes herken ik haar niet meer. Het is dat ik haar al twintig jaar ken, anders zou ik bijna denken dat ze iets verzwijgt.” Hans stopte abrupt met praten.

“Wat erg voor jullie,” was het enige wat Sylvia wist uit te brengen. In haar hoofd popten bizarre gedachten op. “En hoe is het met je schoonmoeder?” vroeg ze, om maar iets te vragen te hebben. “Die heeft het ook zwaar. Eerst haar man die wegviel, daarna het overdragen van de zaak en dan nu twee doden in ons hotel. Gelukkig houden antidepressiva haar enigszins overeind. Die slikt ze al sinds het overlijden van mijn schoonvader. Wij konden haar wanhoop er eerlijk gezegd niet bij hebben, het ging toen al heel slecht met Zilver.”

null Beeld

Sylvia liep terug naar haar kamer. Ze opende de deur en draaide hem achter zich op slot. Ze schopte haar schoenen uit en liet zich op de chaise longue zakken. Zo staarde ze een tijdje naar de symmetrische patronen in het behang, terwijl in haar hoofd het gesprek met Hans resoneerde. Het was onmogelijk om haar gedachten te stoppen, zeker nu ze geen afleiding had van haar mobiel of laptop.

Hans had het woord anorexia vermeden, maar het was volstrekt duidelijk dat dit de ziekte was waaraan Zilver leed. De foto van het magere meisje tussen haar ouders stond nog op haar netvlies, daar had ze geen laptop voor nodig. En in de folder van de Portugese kliniek, die de rechercheur ook in beslag had genomen, had het woord ‘eetstoornissen’ gestaan. Wat in- en intriest voor Zilver en voor haar hardwerkende ouders. Het idee dat ze zich aangetrokken had gevoeld door de bruine ogen van Hans was hiermee meteen uit haar systeem. Toch was er ook die andere gedachte die zich opnieuw opdrong.

Wat als de aanwezigheid van de influencers iets had getriggerd bij de vrouw van Hans? Sylvia had haar nog niet gesproken, om de doodeenvoudige reden dat de vrouw totaal geen verbinding maakte. Ergens klopte iets niet. En Hans’ vrouw had op een bepaalde manier een motief: door het uiterlijke vertoon van influencers op Instagram was haar dochter er slecht aan toe. Als de behandeling in Portugal niet zou aanslaan, zou hun ernstig zieke dochter het wellicht niet overleven, had Hans gezegd.

Ineens wist ze wat ze moest doen. Ze moest Christina, zoals Zilvers oma bleek te heten, zien te spreken. Die was als enige van de familie aanspreekbaar geweest toen iedereen in de balzaal moest wachten. Hans had zonet verteld dat zijn schoonmoeder in de kamer naast het café verbleef. Sylvia stond op, opende de deur en liep de gang in.

null Beeld

Aan de deurklink hing een rode, kartonnen hanger met ‘Niet storen’. Sylvia glimlachte. Ze had zomaar het idee dat Christina dit permanent op haar deur had hangen. Ze klopte zachtjes, ze wilde haar niet laten schrikken, maar het bleef stil. Sylvia klopte iets harder. Geen reactie. Net toen ze zich omdraaide klonk er een gedempt kuchje. Kwam het uit de kamer van Christina? Snel liep ze terug en klopte voor de derde keer op de deur. Weer niets. Voorzichtig duwde ze de klink naar beneden. Misschien was de vrouw net wakker na een middagdutje. Sylvia duwde de deur open. “Hallo!”Er klonk een gedempte kreet, hoog en krakerig. In het midden van de kamer stond Christina. Ze keek verschrikt en zette een stap naar achteren, richting een kleine open haard.

“Sorry, ik wilde u niet laten schrikken. Ik ben Sylvia.” Sylvia stak haar hand uit, maar de vrouw reageerde niet. “Gaat het?” “Jij bent niet zo dun.” Christina zwaaide wild met haar armen. Blijkbaar zat de vrouw iets dwars. “O, ik zou wel dun willen zijn hoor.” Sylvia probeerde de spanning te doorbreken. “Jij ook al? Waarom?” De oude vrouw keek haar met samengeknepen ogen aan. “Ben je ook zo iemand?” Ze stapte naar voren.“Ik kwam eigenlijk iets vragen over uw dochter,” zei Sylvia.

“Lidy is slap.” De vrouw spuugde de woorden bijna uit. “En Hans is nog veel slapper!” “Kan het zijn dat uw dochter overspannen is?” probeerde Sylvia. “Is het haar misschien allemaal te veel geworden?” “Jij bent ook zo’n bekende Nederlander, toch?” Christina leek in haar eigen gedachtenspoor vast te zitten. “Ik zag je wel aankomen in die cabrio, hoor.”Met pijn in haar hart dacht Sylvia aan de rode oldtimer die voor de villa stond. Over twee weken ging ze hem inleveren. Het onderhoud werd haar te duur.

“Ik schrijf boeken.” Sylvia had nog steeds het gevoel dat ze de vrouw moest afleiden. “Alleen als ik naar het boekenbal ga, beleef ik iets BN’erigs.” “Jullie zijn allemaal hetzelfde.” Christina dook ineens opzij en greep de pook die naast de open haard stond. Ze schreeuwde hysterisch. “Allemaal hetzelfde!” Sylvia schatte haar kansen in. Ooit, in een grijs verleden, had ze korte tijd een vechtsport gedaan. Zou ze dat nog kunnen? Zonder verder na te denken sprong ze op Christina af. Ze greep de pook, maar de vrouw liet niet los. In hun worsteling vielen ze en namen de mand met houtblokken mee in hun val. Sylvia greep naar haar ribben en hapte naar adem. Ze duwde zich moeizaam op haar handen en knieën en schrok. Voor haar op de grond lagen tientallen blauwe korrels, naast een paar onaangetaste pillenstrips. Die moesten uit de mand zijn gerold.

“Rattengif?” Sylvia voelde iets kouds over haar rug kruipen. “Jij gaat dit niet verstoren!” gilde Christina, die alweer op haar benen stond. Ze richtte de ijzeren punt van de pook naar Sylvia. “Ik heb een missie.” Een seconde verstijfde Sylvia. Toen greep ze razendsnel de pols van Christina en trok de ijzeren staaf uit haar hand. “Neeee, laat me het afmaken!” schreeuwde de vrouw. “Nog een halfuur, dan is het gebeurd, dan mag je me aangeven.” “Nog een halfuur, wat bedoel je?” De tijd van ‘u’ zeggen was voorbij. “Heb je dit gif al gebruikt? Bij wie? Zeg iets!”

Christina liet zich in de fauteuil zakken en begon met grote uithalen te huilen. “Nog een van die misbaksels. Ik heb alleen de ergste aangepakt. Degenen die mijn kleindochter vermoorden met hun arrogantie en hun uiterlijk vertoon. En die mijn dochter kapotmaken van verdriet.” “Wie is het? Waar zit het gif in?” Sylvia ging op haar hurken voor Christina zitten en pakte haar handen stevig vast. “Je kleindochter is niet dood, ze vecht op dit moment voor haar leven en dat gaat haar lukken, dat geloof ik. We helpen haar niet door anderen het leven te ontnemen.” Sylvia zei bewust ‘we’. “Dit zou Zilver niet willen, begrijp dat alsjeblieft.” Ze hoorde de wanhoop in haar eigen stem.

Voor het eerst keek Christina Sylvia echt aan. Het leek alsof er door haar woorden een luikje openging in het hoofd van de vrouw. “In de blauwe marsepeintaart. Ik heb het alleen in de taartpunt van die hooghartige Bliss gedaan en die persoonlijk naar haar gebracht.” Bliss! Sylvia liet Christina’s handen los en rende de kamer uit, de hal in. Misschien was ze nog op tijd.

null Beeld

Sylvia rende de gang door en schreeuwde naar de eerste agent die ze zag dat 112 moest worden gebeld. Toen Bliss hoorde wat er aan de hand was, werd ze lijkbleek, maar stak ze tegelijkertijd vakkundig een vinger in haar keel. Precies dat waar Christina zo’n hekel aan had, zorgde ervoor dat het meisje overleefde. Om de rest van het gif uit haar systeem te krijgen nam het ambulancepersoneel haar met loeiende sirenes mee naar het ziekenhuis. Nadat Bliss was afgevoerd, liep Sylvia met Bruinesse mee naar de kamer van Christina. Die zat nog steeds in de fauteuil, wezenloos voor zich uit te kijken.

“Jij beschermt daders,” zei Christina tegen Bruinesse, toen hij haar vroeg waarom ze had gedaan wat ze had gedaan. “Je zou de slachtoffers moeten beschermen.”Sylvia hurkte voor de vrouw en keek haar aan. “Zilver zou niet willen dat u haar een slachtoffer noemt,” zei ze zacht.

Christina begon te huilen. “Ik ben mezelf niet,” snikte ze. “Net zoals Zilver zichzelf niet is. Ik volgde dat eerste meisje in de gang bij jouw kamer, ze irriteerde me met haar aanstellerij en dronkenschap. Daar hing ze, dronken over de lage reling, murmelend naar haar vrienden beneden.” Even verstarde Christina. “Het was maar een klein duwtje. Een kort moment. Ik had niet kunnen bedenken dat het hengsel van die tas zou blijven haken en om haar nek zou draaien. Vanaf dat moment was er een stemmetje in mijn hoofd dat zei dat er nog meer van die wichten moesten boeten voor het lijden van Zilver.”

Het tweede slachtoffer had Christina bewust uitgezocht, vertelde ze. Paris had volgens haar meerdere malen geroepen dat alleen slanke mensen succesvol kunnen zijn. Christina had Paris vervolgens tijdens de foto-opdracht gevraagd of ze haar kon helpen omdat er een zonnebril in het zwembad lag. Paris had geaarzeld en gevraagd of het om een dure ging. Pas toen Christina zei dat het om een Cartier ging was Paris bereid om mee te lopen. De andere influencers waren zó gefocust op de foto-opdracht, dat niemand in de gaten had dat Paris weg was. Bij het zwembad bukte de influencer naar voren, waarna Christina haar over de rand duwde en haar bij haar lange haren greep. De lage haag rondom het bad ontnam elk zicht. “Ik hoefde alleen maar haar hoofd onder te duwen,” sprak de oude vrouw monotoon. “Totdat ze niet meer bewoog. Toen wist ik dat het klaar was en ben ik de bosjes in gelopen.”

Sylvia herinnerde zich ineens weer de witte schim in de struiken. Ze had toen meteen tegen de politie moeten zeggen dat ze iets verdachts had gezien.Christina was gestopt met praten. Ze stak haar armen naar voren en knikte naar Bruinesse. Die pakte haar beide handen vast en trok haar zachtjes omhoog. “Ik neem u mee, mevrouw. U weet vast dat u recht heeft op een advocaat. Daar kunnen wij voor zorgen.”

“Ik hoef geen advocaat. Het gaat niet om mij. Ik wil dat dit verhaal wordt verteld.” Ze keek Sylvia aan. “Bij deze heb je mijn toestemming om dit op te schrijven. Kun je meteen die vreselijke namen van die jongelui veranderen.”Sylvia knikte langzaam. Hier lag een gouden kans. Als ze de feiten wat verdraaide…Ze stond op en keek hoe Bruinesse Christina meenam. Toen pas zag ze Hans en Sky in de deuropening staan.

Hans’ ogen waren groot. Hij draaide zich om en liep weg. Waarschijnlijk ging hij zijn vrouw zoeken om het vreselijke nieuws te vertellen. Sylvia draaide zich om. Haar blik ging de kamer rond en bleef op de pilstrips hangen. Sky kwam de kamer in en pakte een van de volle strips op. “Venlafaxine,” zei hij. “Antidepressiva.”“Ze heeft ze niet genomen.” Sylvia keek Sky geschrokken aan. “En daarom is ze gek geworden,” vulde Sky aan.

“Als je ineens stopt met die medicatie kun je psychotisch worden.” Had Christina het niet gehad over een stemmetje in haar hoofd? Sky knikte en bijna tegelijkertijd zetten ze het op een lopen. “Hans!” riep Sylvia. “Ik denk dat er verzachtende omstandigheden zijn.” Terwijl ze door de hal rende wist Sylvia ineens hoe ze haar boek moest herschrijven. Haar hoofdpersoon, een influencer met een enorme schare fans, zou langzaam gek worden.

“Hans!” gilde Sky naast haar. “Haaans!” Ja, Sky zou een rol spelen in haar nieuwe thriller, maar niet zoals hij zelf voor ogen had. Het boek zou een bestseller worden en geld genoeg opleveren om Christina te ondersteunen bij haar rechtszaak, en om Hans en zijn vrouw te helpen met de dure kliniek voor hun dochter. Ze zou hier een kamer huren voor de lange termijn en nog meer bestsellers schrijven. Of die liefdesroman die ze al zo lang in haar hoofd had. De omstandigheden waren dan misschien beroerd geweest, maar met een beetje geluk kwam er iets moois uit voort.

RedactieGetty Images

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden