Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Eten

Zwangerschapszwemmen

Zaterdagochtend. Het is nog donker. De wind giert om het huis. Rillend stap ik uit bed en zet de fluitketel op het fornuis. Nergens brandt nog licht. Ik moet denken aan al die zondagochtenden waarop ik als kind moest trainen. Voor wedstrijdzwemmen. Tien jaar lang.
Waarom doe ik dit in godsnaam? Voor m’n ontspanning toch? Maar het is weekend! Zou een uurtje langer slapen niet effectiever zijn?
Om kwart over 8 zit ik op de fiets. Tegenwind. En niet zo’n beetje ook.
Ik zet door. In het huis van vrienden zie ik een reepje licht tussen de gordijnen door. De bestelauto van een bakkerij passeert me. Een krantenjongen stopt ergens de krant in de bus. Ik fiets en fiets. De wind blaast in m’n gezicht. Het voelt alsof de baby is afgezakt naar m’n benen. Ik praat ertegen. Om het gerust te stellen. Dat het goed is dat mama dit doet.

Een half uur later ben ik in het Zuiderpark. Twee joggers lopen voorbij. Een vaag typ zegt me gedag. Ik zet m’n fiets vast. M’n haren waaien alle kanten op. Ik zucht. Doe ik dit voor de lol? Dat fietsen was eigenlijk al wel genoeg inspanning. Maar het echte werk moet nog beginnen: zwangerschapszwemmen. Voor het eerst.
Juf Narish komt naar me toe. Of ik een formuliertje wil invullen. Wanneer ik uitgerekend ben. En wie ze moeten bellen in geval van nood.

We zijn maar met z’n vieren. Een van ons is al 39 weken! En ze komt toch nog. Dapper hoor.
Ik klets even met een collega-zwangere. We kennen elkaar ergens van. Maar we kunnen het niet plaatsen.

Drie kwartier zwemmen, joggen en bewegen in het water. Ik had het slomer verwacht. Oké, de vlinderslag slaan we over, maar als je wilt kun je dit best inspannend maken. Nog eens wat anders dan yoga en haptonomie! Dit is echt aan je lichaam werken. En als toetje nog even in het bubbelbad. Lekker.

We blijven nadenken waar we elkaar van kennen. In de kleedhokjes weet ze het ineens: ‘Heb jij iets met P gehad? Heel kort?’
P, da’s waar ook, die was ik eigenlijk al een beetje vergeten. Ik woonde net een jaar in Den Haag volgens mij.
‘Eh ja, dat klopt.’
‘Dan hebben we elkaar wel eens op een feestje bij hem gezien.’
‘O ja,’ ineens begint het me weer te dagen, ‘hij woonde toch vlak bij Hollands Spoor?’
Nooit meer aan gedacht aan die jongen. En dan komt ie uitgerekend met zwangerschapszwemmen bovendrijven.

Voldaan stap ik weer naar buiten. M’n lichaam tintelt van de inspanning. M’n haren zijn net droog. Maar niet voor lang. Een portier slaat dicht. Twee jongetjes rennen voor de regen. Ik loop naar m’n fiets. M’n capuchon waait af. Drijfnat kom ik thuis. Druppels hangen aan m’n neus. Maar ik voel me goed. Ben trots op mezelf.

Ook interessant