Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Eten

Shitzooi

shitzooi.jpg

Zo, vanmorgen toch maar met Jippe naar de dokter geweest. Op de fiets, door de regen. Jip&Janneke-regencape om en hij vond het wel best.
Om dat van die kiwi te vragen, maar vooral ook omdat hij al nu al bijna drie weken diarree heeft. En dat toch wel erg lang is.

Normaalgesproken raden ze bij baby’tjes na een dag of twee al aan de huisarts te raadplegen. Maar omdat hij er verder niet lusteloos uitziet, geen koorts heeft, genoeg drinkt en geen algehele slechte indruk maakt en zijn zus het ook even heeft gehad, baarde het me nog niet zo veel zorgen. Het was alleen een beetje naar voor het lieve mannetje dat hij elke ochtend wakker werd in een ondergescheten slaapzak.

Voor ons ook trouwens. Want al sinds we terug zijn uit Duitsland is het elke morgen tussen 6 en half 7 raak.
Ben je zelf nog hartstikke duf, toch moet je al weer aan de bak. Amper tijd om te plassen of een bril op te zetten, want werkelijk álles zit onder. Elke dag weer. Zijn billen, zijn beentjes, zijn buik, zijn rug, zijn romper, zijn slaapzak, zijn lakentje, ja, zelfs zijn dekmatras…

(Ik zie ons nog bij de IKEA staan. ‘Is dat nou nodig zo’n dekmatras? Beetje overdreven misschien hè?’ ‘Ja, beetje overdreven.’ ‘Maar ja, zoveel kost het niet en die matras zelf wel, dus laten we het maar doen, voor als Bo zindelijk wordt of zo.’ Er niet bij stil gestaan dat er momenten komen als deze: dat er zo vol overgave gepoept wordt dat zelfs een dekmatras bijna geen soelaas meer biedt).

Nog nooit in mijn leven heb ik zó veel wasjes gedraaid. Het o zo economische plan alleen in de weekenden te wassen, is al lang van de baan. Het hele huis zou wegmeuren. (Omdat we geen tuin of Kliko hebben en de vuilnis maar één keer per week komt, stoppen we poepluiers in van die antistinkzakjes, zoals ik ze zelf noem. Van die geparfumeerde zakjes, weet je wel? En dan gooien we ze op de trap naar zolder, waar Pier werkt. Daar liggen ze dan in een vuilniszak warm en zacht te wezen. En Pier kan daar kennelijk tegen, om een week lang met zijn neus boven die diarreeluiers van Jippe te zitten.) Godallemachtig, wat kunnen die kleintjes stinken!

En dat gedoe dan zo ’s ochtends joh… Met zijn tweeën is het amper te doen, echt. In je eentje zou onmogelijk zijn. (Alleen daarom al zou je niet scheiden; niet dat we getrouwd zijn, maar ter voorbeeld hè?)
Hebben alleenstaande ouders geen kinderen met diarree? Hoe lossen ze dat op? Ik vraag het me ’s ochtends werkelijk af. Of hebben die mensen dan toevallig wel een normale badkamer, met bad, waar je baby’tje lief dan meteen in af kunt spoelen? Alsof er dan niet ook al een peuter aan je been hangt die ‘kleertjes uit wil zoeken’ en ‘meneden een boterham wil eten.’ En wel nu.

En hoe kan het dat sommige kindjes gewoon wel blijven liggen tijdens het verschonen? Of je Jippe nou kordaat, lief of streng toespreekt of niet, of je hem nou iets geeft om mee te spelen of niet, na drie seconden begint hij te draaien, werpt zich opzij, krabbelt op, spartelt, springt, laat zich weer vallen, draait opnieuw. Slechts Pier’s sterke hand kan hem een tijdje op zijn plaats houden, maar met moeite. Werkelijk, zo wóest en beweeglijk als het lieve knulletje dan is. Als Pier hem vasthoudt, rechtop dan maar, veeg ik in rap tempo met billendoekjes het ergste van benen en ruggetje. Probeer met moeite die ondergediarreede (leuk woord toch?) romper nog over zijn hoofdje te krijgen. (Leve de stretchrompers van de Hema). O shit, poep in zijn haar. Getverderrie. Ook dat snel wegvegen maar.

Romper aan de kant. Antistinkzakje klaar en verder vegen maar. Dan die luier uit voor het grove werk. En zo gauw als de luier los is, graait hij met die handjes naar dat piemeltje. Hebbes! Zo jong als dat er al in zit… Het enige speeltje dat wel genoeg afleidt. Maar die zat natuurlijk ook onder de poep. Lekker. Hoe voorspelbaar ook, je bent altijd net te laat. Dus veeg ik ternauwernood handjes schoon terwijl zijn vieze billetjes inmiddels het aankleedkussen besmeuren en hij zich weer opricht en zijn voetjes weer in resten poep plant.
Aaaaaaarggghhh!

Hij graait weer naar het ‘wormvormig aanhangseltje’ en begint te grijnzen. Nou ja, als hij er rustig van wordt, vind ik alles best.
‘Kleertjes uit-zoe-ken!’ roept Bo naast me.
Snel vouw ik Jippe een nieuwe luier om, neem hem nog even af met een washandje en stap dan met hem terug in bed. Nog even lekker warm aan de borst. Bo kruipt er ook bij, met haar inmiddels koude voetjes. Die Jippe aan het lachen maakt. Wat voor hem lastig drinkt, maar wel leuk is. Hè, hè, even bijkomen met mijn lieverdjes. Heel even maar.

En terwijl ik dan inmiddels zelf bijna in mijn broek plas, Jippe aankleed en op de grond zet (of aan Pier mee geef voor een flesje), met Bo nieuwe kleertjes uitzoek (‘Optillen!’ roept ze dan altijd, zodat ze haar garderobe goed kan overzien) en de vieze was op een zak op de trap leg (en bedenk dat ik dat straks ook nog moet doen), dan heb ik het al weer bijna gehad.
Maar dan moeten er nog boterhammen gesmeerd worden. Zeven. Twee voor Jippe, twee voor Bo, en drie voor mezelf. En als ik dan voor achten aan de koffie zit, de kindjes braaf in hun kinderstoel, voelt het alsof ik er al een hele dag op heb zitten.

En toen nog naar de dokter dus. Toch nog een virusje denkt ze. Of een parasietje misschien. Dus voor de zekerheid maar even iets op kweek zetten.
‘Dan moet je even wat ontlasting oplepelen en naar het ziekenhuis brengen. Is niet zo’n fris werkje, maar het moet even.’
Nou, als dat alles is. Ik ben inmiddels genoeg poep gewend.
‘Drie dagen lang.’
O…

Nou, en nu heb ik dus een buisje met poep klaarliggen dat ik zo naar het ziekenhuis moet brengen. In de regen. En morgen weer een. En overmorgen weer. Fijn.

Nu nog op zoek naar een cursus ‘Hoe verschoon ik zo snel, schoon en vrolijk mogelijk een diarreeluier van een woest heen en weer bewegende baby, dreumes of peuter?’

Ook interessant