Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Eten

Gewoon een weekend XL

Het was zaterdagochtend.

Paul lag nog in bed; hij had gefeest. Dat dit uitstapje ‘geslaagd’ was, had ik al geroken (metalige bierlucht) en gehoord (alcoholisch gereutel). Ikzelf zat inmiddels al geruime tijd beneden aan de koffie. Ik probeerde nog te voorkomen dat de kinderen de slaapkamer zouden bestormen, maar die missie mislukte jammerlijk. Nog geen vijf minuten nadat ze naar boven waren verdwenen, hoorde ik ze al op bed springen. ‘PAPPA’ ‘ PAPPA’ ‘KERSTBOOM’ ‘KERSTBOOM’. Ik liep met een streng gezicht naar boven, maar inwendig grinnikte ik. Arme Paul.

Na de koffie deden – de inmiddels opgeknapte – Paul en Lizzy boodschappen. Met het door mij gemaakte boodschappenlijstje in zijn ene hand en een grote Dirks tas in de andere, vocht de held zich een weg door de pre-kerstdrukte. Op hetzelfde moment stonden Annabel en ik al in de Etos. Ik probeerde te besluiten welke shampoo ik zou kopen, terwijl ik ondertussen een poging deed Annabel bij de snoepbakken vandaan te houden. Eenmaal bij de kassa aanbeland, zag ik hoe er een grote donkere man binnen kwam. Hij zag er onheilspellend uit. Hij droeg een pet waarvan de klep zijn ogen bedekte, alhoewel dat niet heel erg nodig was, want hij droeg een spiegelende zonnebril (die hij niet afzette). Hij liep direct naar de kassa. “Straks pleegt hij een overval,” schrok ik. Onwillekeurig trok ik Annabel dichter tegen me aan. De man haalde een strookje uit zijn zak en legde dat op de toonbak. “Ik kom de blije doos halen,” zei hij.

Thuis was het – eindelijk – tijd voor de kerstboom. Om het ritueel dit jaar zo écht mogelijk te maken had ik een spuitbusje ‘dennengeur’ gekocht. “Het moet niet gekker worden,” zei Paul. “Een nepboom inspuiten met dennengeur!” Maar ik zag aan zijn grijns dat hij het eigenlijk ook een heel goed idee vond. De kinderen waren ondertussen helemaal opgetogen over al het moois in de ‘kerstdoos’. Enthousiast hingen ze de één na de andere kerstklok in de boom. Zo schattig! Hier en daar sneuvelde een bal. “Ik schrik me een haartje!” riep Annabel toen er één vlak naast haar voet kapot spatte. Ik maakte een heleboel foto’s. En toen de kinderen gingen buitenspelen, verhing ik alles in de boom. Net zo lang tot het naar míjn zin was. Dat schijnen trouwens alle moeders te doen.

’s Avonds stelde Paul voor een film te kijken, mijn broer had ons er met één opgezadeld, maar uiteindelijk vond ik het daar alweer te laat voor. Ik zou maar eens echt vroeg naar bed gaan. Het feit dat ik eerder die avond tijdens Tom en Jerry in slaap was gevallen zei genoeg. Bovendien hadden we ’t einde van de middag geborreld met de buren en daar was ik aardig rozig van geworden. Desalniettemin lagen we evengoed nog laat in bed omdat de openhaard nog niet was uitgebrand (“Ach, nog één houtje”), de fles nog niet leeg was (“nog één glaasje”) en we naar één of ander fascinerend programma op National Geografic zaten te kijken (waarvan ik moet toegeven dat ik nu al niet meer weet waar het over ging!).

De volgende dag stond het zwembad op het programma. Schoonmama werd vijfenzestig en had ons uitgenodigd voor een ochtendje waterpret, gevolgd door een lunch bij haar thuis. ’t Was even slikken toen ik daar in de drukte bij de kleedhokjes stond, maar eigenlijk was het gewoon heel gezellig. Lekker warm water, beetje babbelen en kijken naar de kletsen die echt heerlijk aan het spelen waren. Zelfs de kerstboom en kerstliedjes in het zwembad konden mijn goedkeurig wegdragen. Tijdens de lunch bij ‘oma’ thuis merkte Lizzy op dat ze wel een goed idee vond als we nu afspraken dat iedereen binnen onze familie vanaf nu zijn verjaardag zo zou vieren. Tuurlijk.

Weer thuis ging Paul zijn zelfgekochte kerstcadeau uitproberen; ja ja, meneer heeft weer een nieuwe hobby. Althans een oude, afgestofte hobby. Maar wel met nieuw materieel. Sinds enkele dagen is hij de trotste bezitter van een radiografisch bestuurbaar TT-autootje, eentje die wedstrijdproof is, en ik moet zeggen, dat ding is echt leuk! De meiden vinden het ook geweldig, die rennen achter het karretje aan en ‘verzorgen’ de auto (als ware pitspoezen) als Paul hem weer eens een bloembak inrijdt. ’t Is toch treurig dat Paul geen zoon heeft,” zei de buurvrouw toen ze haar kind later bij ons thuis kwam ophalen. “Volgens mij is het maar goed ook,” antwoordde ik. “Als hij een zoon had gehad dan had ons hele huis vol treintjes, pistolen, tenten, autootjes en ander jongensspeelgoed gestaan.” “Help, mijn man heeft een hobby,” grinnikte de buurvrouw. “Zoiets,” knikte ik.

Afijn, na wederom weer een half uurtje voorlezen uit Lizzy’s favoriete boek: “Het is kerst, Geronimo!” was eindelijk het zalige moment gekomen waarop de kinderen naar bed gingen. “Het was weer een fijn weekend,” zuchtte ik. “Het was weer een fijn weekend,” zuchtte Paul.

En toen zakten we op de bank.

Ook interessant