Eten

Een timbaaltje?

een-timbaaltje.jpg


Ik ben nog niet binnen of ik krijg een glas wijn over me heen.

Witte wijn weliswaar, maar toch. Ik sta er weer gekleurd op. En aangezien ik nergens servetten zie, droog ik mezelf (en mijn nieuwe jurkje) maar een beetje af met het tafelkleed dat over een of ander chique hoektafeltje ligt. Op dat moment komt de eigenaar van het restaurant binnen. “Gaat het, mevrouw?” vraagt hij, met opgetrokken werkbrauwen.

Afijn. De toon is gezet en de workshop kan beginnen. Ik moet een timbaaltje maken. “Een timbaaltje?” “Ja. Een timaaltje.” Van kool en spek. En nog een paar dingen die ik niet lekker vind. Mijn naam ligt bij de snijmachine want daar moet ik beginnen. Paul kijkt bezorgd in mijn richting. (Hij staat bij het toetje.) “Zou je dat wel doen?” vragen zijn ogen, “met die snijmachine?”

Een kwartier later krijg ik van de juf op mijn kop omdat ik met een verkeerd mes sta te snijden. Ik heb inmiddels een flink blaar op mijn rechterwijsvinger. Ik krijg witte-kool-snijles. Jammer dat ik nooit witte kool eet omdat ik witte kool háát. Paul staat kletskoppen te bakken. Hij grapt dat hij thuis ook drie kletskoppen heeft.

“Ik wil geen eendenborst,” zeg ik. “Vind ik zielig.”
“Waarom?” vraagt een collega van Paul.
“Omdat wij vroeger een eend als huisdier hadden.”
“O,” zegt de collega. “Ik had vroeger een varken als vriendin.”

De wijn is goed. Misschien wel te goed. Opeens staan mijn timbaaltjes in de oven en heb ik er een brandwond bij. We gaan zo aan tafel om ons zelfgemaakte diner op te eten. Ik eet geen eendenborst, ik krijg vis. Of ik dat niet zielig vind? Nee, vis eten vind ik niet zielig. Ik heb niets met vissen.

We eindigen met ijswijn en het toetje van Paul. Smakelijk, ik kan niets anders zeggen. Na een erg leuke avond gaan we voldaan naar huis. Alles was lekker. Het toetje, mijn timbaaltje en de vis. De wijn was ook lekker.

En vandaag ben vooral ikzelf gaar. En een beetje aangebrand.

Ook interessant