Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Eten

Een flinke smak

‘Wat een enge trap!’ roepen mensen vaak. Tja, het hoort bij zo’n oud huis als dat van ons. Daar heb je nou eenmaal van die smalle, steile trappen. Met kleine treetjes, heel veel.
Wij zijn eraan gewend. Hebben er drie. Lopen ze tien keer op een dag, veel vaker nog zelfs. Beladen, bezwangerd of met een kind op de arm. Het moet gewoon. En Bo laten we nu vaak zelf lopen, want ook zij moet het leren. Maar dan staan we er wel achter natuurlijk, want je moet er toch niet aan denken dat…

Afgezien van die smak die ik in December, in het donker, in alle vroegte, nét voordat we naar de wintersport vertrokken, op mijn moonboots maakte, was het me niet meer gebeurd. En ik dacht er ook nooit meer aan. Ik pas wel op, zeker met Bo op mijn arm, maar meer kun je niet doen.

‘Wat hebben jullie toch een gevaarlijke trap!’ verzuchtte mijn moeder laatst weer toen ze hier was. En dan heb ik gewoon een vlotte, zwemmende, tennissende en skiënde moeder hoor. Maar een beetje gelijk heeft ze wel, want de leuning is ook moeilijk te grijpen, je kunt er niet je hele hand omheen leggen zeg maar; het is meer een gleufje. Toch went het. Totdat iemand het weer zegt. En dan wuif ik het weg, want ach, het valt wel mee, toch?

Gisteren viel het niet mee. Nou ja, het viel. Ik dus. Van boven naar beneden. Op mijn kont godzijdank, maar allejezus, wat deed dat een pijn. En hoe snel het ook ging, wat kon ik nog veel dénken ondertussen. Echt, op de een of andere manier leek er geen eind aan te komen.
Ik probeerde me nog vast het grijpen, de val te breken, maar nee, tevergeefs. Ik gleed maar door. En glijden klinkt dan nog soepel; dat was het geenszins. Ondertussen gingen mijn gedachten ook maar door. Mijn leven ging nog net niet aan me voorbij, maar het leek minutenlang te duren. Pas helemaal beneden, nadat ik een paar keer links en rechts met ellebogen en armen tegen de muur geknald was, kwam ik tot stilstand.

Mijn kont deed zo’n pijn dat ik heel hard wilde gaan huilen, maar omdat ik Bo niet wilde laten schrikken (ik had haar net in bed gelegd en ik hoorde geen geluid uit haar kamertje), beet ik een paar keer op mijn kiezen, bleef even ‘Auwwwww’-denkend voorover hangen aan de deurkruk (en bedacht me dat weeën nog veel meer pijn doen -ha ha, nee hoor, dat laatste dacht ik niet, dat komt nu pas in me op.)

Pier had een optreden, dus een kusje op de wonde kon ik wel op mijn buik schrijven.

Wat was ik blij dat ik Bo niet op mijn arm had! Dat was het eerste wat in me opkwam. Pas toen dacht ik aan de baby en voelde me meteen schuldig. Ik wreef over mijn buik in de hoop snel een reactie te krijgen. Een geruststellend schopje van ‘met mij is alles oké hoor mama’. Zou de baby het gemerkt hebben? Ik was gelukkig nergens met mijn buik tegenaan gevallen, maar vallen op zich is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Ik had een tas met kleertjes in mijn hand gehad. Een hele volle. In mijn rechterhand stomweg. Daar waar de leuning juist zit. En dus liep ik over het smalste gedeelte van de trap. En dat moet je dus niet doen. Een of twee stappen, op mijn sokken. Toen gleed ik uit. Met klaboem en au als resultaat. En een stilleven aan kleertjes, verspreid over de onderste treden van de trap.

Ik wreef eens flink over mijn armen en bips. Checkte de schade voor de spiegel. Een nu al blauwe plek op mijn arm. Een andere op mijn elleboog. Iets dik op mijn bovenarm.
Shit, loop ik straks beurs in bikini

Net toen ik met mijn broek naar beneden en mijn billen bloot (en rood) voor de grote spiegeldeur stond, zag ik dat de overbuurvrouw van twee hoog naar binnen keek.
‘Eh, hai! (Ja, let maar niet op mij hoor, dat doe ik altijd…)
Ze dook weg; dus wie zich meer betrapt voelde, weet ik niet. Wel wreef ik daarna nog een paar keer demonstratief voor het raam over mijn armen, zodat ze het misschien zou begrijpen en niet zou denken dat ik erop kick om naar mijn kont te kijken of zo, in de wetenschap dat buren het kunnen zien. Maar toen zag ik haar natuurlijk niet meer.

Ik ging op de bank zitten, haalde diep adem en legde mijn handen op mijn buik. Het duurde niet lang of ik voelde het: een trapje. De betere trapjes…

Mijn arm doet nog steeds pijn, maar het had allemaal veel erger kunnen zijn.

Ook interessant