Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Eten

Bij de kinderarts geweest (parasiet, coeliakie, pfeiffer en/of iets anders?)

bij-de-kinderarts-geweest-parasiet-coeliakie-pfeiffer-en-of-iets-anders.jpg

Gevieren gingen we de deur uit. De kinderen bij mij op de fiets, in regenjasjes, ja, zelfs in regenbroekjes gehuld. Gehaast fietsten we door de regen naar school. Pier ging met Bo naar binnen, ik fietste met Jippe alvast door naar het Juliana Kinderziekenhuis. We moesten er om 10 voor 9 zijn.

Ik zette mijn fiets weg en liep met Jippe naar de ingang. Niets aan de hand. Een lammetje bij de draaideuren. Brok in mijn keel. Emomoeder die ik ben. Of het een foto was, of een knuffel, ik weet het niet eens meer, maar het lammetje maakte iets los. Kwetsbaarheid voelde ik. Angst ook. Een gevoel van ‘Jee, dat we hier met Jippe zijn’. Kindjes horen niet ziek te zijn. Kindjes horen vrolijk te zijn en blij te spelen.

Ik liet stickers maken en wachtte op Pier. Meldde me bij de betreffende balie en daar was hij al. We wachtten. Er was een glijbaan, er was wat speelgoed. Jippe wilde niks. Hij zat op schoot, hing tegen me aan, meer niet.

Een man kwam naar ons toe.
‘Jippie?’
‘Jippe ja.’
We volgden hem. De assistent.

Aangekomen in het kamertje herhaalde hij wat in de verwijsbrief stond en liet ons vervolgens zelf aan het woord. Hij nam er veel tijd voor. Fijn. Met zijn hoofd bijna op het papier noteerde hij in een minuscuul handschrift wat gegevens in het dossier.
Ook wilde hij Jippe’s lengte en gewicht weten. Omdat het laatste bezoek met Jippe aan het consultatiebureau al weer even geleden was, moest hij op de weegschaal. En ik ken mijn Jippe inmiddels een beetje: dat doet hij dus niet. Hoe je het ook probeert. En zo geschiedde.

‘Zal ik er maar mét hem op gaan staan en daarna zonder hem?’ stelde ik voor. ‘Dan weten we het ook.’
Hij keek alsof nog nooit iemand op dat idee was gekomen.
Een beetje rekenen en ja hoor, we waren eruit: 12,5 kilo.
Daarna moest Jippe tegen de muur gaan staan. Ook zoiets. Hij bleef natuurlijk écht niet staan.
Er kwam een andere assistente bij, een vrouwelijke.
‘Dan doen we het gewoon liggend, met de meetlat,’ zei ze vrolijk.
Ook dat was geen pretje, maar met drie man lukte het: 86 cm. Precies zijn huidige kledingmaat.

Toen de assistent het een en ander genoteerd had moesten we op de arts wachten. Hij zou het kersverse dossier even met hem doorspreken en dan zouden we de arts zelf ook zien.
‘Hoe heet hij?’ hoorde ik iemand zachtjes op de gang vragen.
‘Jippie,’ antwoordde de assistent net voordat hij binnen kwam.
‘Jippie?’ vroeg de arts vrolijk toen hij binnenkwam.
‘Jippe,’ herhaalde ik nog maar eens.

De arts was een vriendelijke knappe man van rond de vijftig. In een goeie ziekenhuisserie zou hij niet misstaan. Hij bekeek Jippe die sloom in mijn armen lag. Hij vroeg ons nog een aantal zaken en onderzocht toen keel en oren (Jippe was op zijn zachtst gezegd not amused) en plaatste zijn stethoscoop op Jippe’s buikje, dat nog vol littekentjes van de waterpokken zat. Luiertje uit voor en snelle blik down under en toen gingen we weer zitten.

Goed. En toen?
Nou ja, helemaal duidelijk is het niet. Maar dat het niet helemaal goed is, zag hij ook.
Bloedonderzoek dus. Op bloedarmoede checken. En ontstekingen.
En feces-onderzoek, ook al hebben we dat laatste vorig jaar al eens gedaan (Lees Shit-zooi maar.) Toen waren er geen parasieten gevonden.

‘Voor de feces krijg je drie buisjes mee, twee mét en één zonder vloeistof.’
Ja, ik ken het. Nou ja, ’ken’…, ik weet nog dat het behoorlijk ingewikkeld was, hoeveel er in moest, hoe vaak, tot hoe ver en hoe hard je moest schudden en zo en wanneer je het wegbracht, dat luisterde allemaal nogal nauw.
‘Voor de waterige diarree krijg je een apart bakje.’ Die is dan voor het lactase-onderzoek, als ik het goed onthouden heb allemaal.

Hoe ga ik in godsnaam waterige diarree opvangen als juist dat waterige altijd meteen in luier, romper en slaapzak trekt? En omdat we nu op voeding letten en minder melk geven heeft hij al minder waterige diarree, dus nu moeten we dat weer even gaan proberen te krijgen, want voor het onderzoek moeten we dat wel hebben. Dus toch weer even terug naar wat we voor de vakantie deden: 300 ml melk, donker brood en veel rauwkost. (Het klinkt zo gezond…)

Maar goed, coeliakie kan dus, zei hij. Of hij kan ergens anders allergisch voor zijn.
Zoals wij dachten ja.
‘En we checken hem ook even op Pfeiffer.’
Goh, ja, Pfeiffer, daar had ik nog niet aan gedacht. (Totdat we terugkwamen uit het ziekenhuis en bleek dat een van mijn lezers het toevallig genoemd had).
‘Of ik dat niet ook heb,’ vroeg Pier. Ik dus, niet hij.
‘Pfeiffer is zwaar overschat,’ zei hij. ‘45% van de kinderen onder de 5 heeft het al gehad.’
‘45%? Zo veel?’
Ik ben verbaasd. Over het getal en over hoe hij erover praat. Maar goed, het KNO-gebied is in elk geval in orde. Longetjes ook. Kunnen we dat in elk geval uitsluiten.

Met allerlei verschillende formulieren, stickers en een bakje gaan we door naar het laboratorium. Daar krijg ik de bewuste drie buisjes nog mee en moet er bij Jippe bloed geprikt worden.
Omdat Pier daar niet goed tegen kan gaat hij weg.
Ik neem Jippe op schoot. Hij stribbelt tegen. Arm mannetje toch, het is ook wel veel allemaal.
De prikster vraagt er nog een collega bij, zo wild als Jippe is kan ze niet prikken.
Ik klem Jippe’s beentjes tussen mijn benen en houdt zijn ene armpje vast. De assistente houdt zijn andere armpje recht en de prikster zoekt een prikplek. De naald erin en weer dat woeste gedrag. Doordat hij zo beweegt wil het bloed niet stromen. Ik heb het gevoel dat ik er een eeuwigheid zit, krijg het er warm van. Als hij eindelijk rustiger wordt komt het bloed vanzelf. Vier of vijf buisjes worden gevuld. Snelverbandje erom, mooie pleister erop en klaar.

In de wachtruimte doen we onze jassen aan. Ook daar staat weer speelgoed. Jippe wil er niet mee spelen. Hij is moe. Ach poepie, wat is het toch?

Over vier weken moeten we terugkomen. Dan horen we de uitslag.

Ook interessant