Dieren

Vlinders herkennen? Zo doe je dat (en zo lok je ze naar je tuin)

vlinders-herkennen-zo-doe-je-dat-en-zo-lok-je-ze-naar-je-tuin.jpg

Als je in je tuin van het zonnetje zit te genieten zul je hier en daar weleens een vlinder voorbij zien fladderen. Wil je vlinders herkennen? Lees dan gauw verder.

Wij vertellen je welke vlinders je kunt herkennen in je tuin én hoe je ervoor zorgt dat ze naar je tuin toe komen.

Meest voorkomende soorten vlinders

Hoewel we gemiddeld vijf tot tien soorten vlinders in onze tuin hebben, leven er in ons land wel 58 verschillende soorten dagvlinders. Dat zijn er nogal wat, maar de negen soorten hieronder zijn de meest voorkomende:

1. Citroenvlinder

Citroenvlinders houden van het voorjaar; ze vliegen vaak al rond als de nachtvorst nog maar net vertrokken is. Je kunt het mannetje van deze vlinders herkennen aan zijn citroengele kleur. Vrouwtjes hebben lichtgroene tot crèmekleurige vleugels. Citroenvlinders lusten enkel het blad van de sporkehout en wegedoorn.

2. Oranjetipje

Deze vlinder heeft zijn naam te danken aan de oranje vleugeltippen. Ze vliegen in april en mei, maar deze vlinder is het grootste deel van z’n leven een pop.

3. Kleine vos

De kleine vos is al vroeg in het voorjaar te zien. Het is een vlinder die een winterslaap houdt en zich laat zien bij de eerste zonneschijn. Langs de rand van de voorvleugel heeft hij zwarte en lichte vlekken en de bovenkant van de vleugel is roodbruin. De rupsen leven in groepjes en zijn dol op het blad van de brandnetel.

4. Koninginnenpage

De vleugels van deze vlinder hebben een zwart-gele tekening die erg opvalt. Aan de ondervleugels zit een soort staartje. Dit is één van de grootste vlinders die je in ons land kunt tegenkomen en hij heeft een spanwijdte van vijf tot 7,5 centimeter. De rupsen vallen door hun kleur ook erg op en leven van peen, pastinaak en venkel. Goed opletten dus in de moestuin.

5. Atalanta

Deze vlinders zijn makkelijk te herkennen. Het fladderaartje is zwart en heeft twee rode banen op zijn vleugels. Bovenaan zitten wat witte vlekken. Het is een trekvlinder die in mei of juni in ons land aankomt. Hij is dol op nectar en je treft hem vaak aan op bloeiende bloemen in je tuin of op je balkon. Ze drinken in het najaar graag het sap van rottend fruit. De rups eet de grote brandnetel.

6. Klein koolwitje

Zie jij in de zomer ook zo vaak witte vlinders door je tuin fladderen? Er zijn vier verschillende soorten koolwitjes. Meestal zie je een klein koolwitje; die komt in ons land het meeste voor. Maar in Nederland leeft ook het grote koolwitje, het scheefbloemwitje en het geaderde witje. Koolwitjes houden niet van de geur van salie en pepermunt.

7. Distelvlinder

Deze trekvlinder komt elk jaar weer helemaal vanuit Noord-Afrika en Zuid-Europa naar ons land om hier in de zomer te verblijven. Hij is groot en oranje en heeft zwarte, driehoekige vlekken in de punten van zijn vleugels. De rupsen houden van akkerdistel, gewone klis of grote brandnetel.

8. Boomblauwtje

In ons land hebben we veel verschillende blauwtjes, maar als je een blauwe vlinder in je tuin tegenkomt, is het bijna altijd een boomblauwtje. Deze vlinder is heel klein en je kunt ‘m herkennen aan de opvallend felle, blauwe kleur.

9. Dagpauwoog

Deze vlinders kun je herkennen aan z’n prachtige tekening. De vier ogen op de bovenkant van zijn vleugels zijn ervoor om vijanden af te schrikken. De favoriete nectarplant is de vlinderstruik, maar de dagpauwoog is ook regelmatig te zien op andere nectarplanten.

App om vlinders te herkennen

Wil je nog meer vlinders herkennen die hier niet bij staan? Kijk dan eens op deze vlinderherkenningskaart van de Vlinderstichting (die je kunt uitprinten). Er is ook een app, Vlinder Mee, waarin je vlinders kunt opzoeken en doorgeven. Die kun je hier downloaden.

Lees ook
Met déze planten lok je vlinders en andere insecten je tuin in

Meer vlinders in je tuin

Als je graag meer vlinders wilt tegenkomen in je tuin, zijn er een paar dingen die je kunt doen om dat te bevorderen. Vlinders hebben bloemen nodig om van te eten, planten om in te schuilen, waardplanten om eitjes in te leggen en wilde hoekjes om in te overwinteren. Wat je hiervoor kunt doen?

  • Maak beschutte hoekjes met heggen en hagen.
  • Kies voor inheemse plantensoorten. Die hebben namelijk betere voedingsstoffen.
  • Laat brandnetels en distels staan.
  • Maak een voedertafel voor vlinders met rottend fruit (als je een fruitboom hebt, kun je ook enkele vruchten op de grond laten liggen).
  • Gebruik geen pesticiden en zo min mogelijk meststoffen.
  • Ruim je tuin in de winter niet te wild op; zo kunnen poppen, rupsen en eitjes overleven.
  • Begin een kruiden- of moestuin en laat enkele planten aan de vlinders over.
  • Zorg ervoor dat er van het vroege voorjaar tot in de late herfst nectar te vinden is in je tuin. De wilg, sleedoorn, hazelaar en het peperboompje zijn in het voorjaar belangrijke nectarleveranciers. In het najaar zijn dat: hemelsleutel, koninginnekruid, laatbloeiende vlinderstruiken en klimop.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Bron | Buitenleven, de Vlinderstichting, Natuurpunt
Beeld | Getty Images, iStock

Ook interessant