Dieren

9x wat we van dieren kunnen leren

katzen.jpg

Wat zou een kangoeroe doen als-ie een onguur type op straat 
zou zien? En hoe komen katten toch zo zen? We kunnen veel opsteken van de dieren.

Aaf Brandt Corstius geeft tien voorbeelden.

Gebruik alleen wat je nodig hebt

Ooit een olifant de halve Zara zien leegkopen om vervolgens maar drie van 
die kledingstukken ooit echt te dragen? Ooit een zebra zien losgaan in een onzinnige souvenirwinkel? Nee, ik dacht het niet. Dieren kunnen heus 
materialistisch zijn – ze jagen en verzamelen, zijn gek op stokjes en 
takjes – maar ze zijn nooit overbodig materialistisch. Ik bedoel: ze jagen 
en verzamelen niet op niks af, zoals wij al eeuwen doen. Sterker nog: ze doen het gewoon met wat ze tegenkomen. En als ze een jaar minder tegenkomen, omdat het bijvoorbeeld niet heeft geregend of omdat 
er wat minder vliegjes zijn om op te peuzelen, dan passen ze zich aan. Dat kunnen ze natuurlijk niet eindeloos, en er zijn ook dieren die met te weinig moeten rondkomen en dus uitsterven. Maar de meeste lukt het met wat er is en meer hoeven ze niet. Dat zouden wij ook moeten doen. En ik heb het nu ook tegen mezelf.

Pas je aan aan

Dit leerde ik afgelopen zomer van mijn katten, toen het wekenlang echt heel erg warm was. Terwijl ik nog steeds probeerde om hard te werken, de kinderen van en naar allerlei 
activiteiten te brengen op de fiets en iets te hebben wat op een sociaal leven leek, trokken zij zich rustig terug in de badkuip. In de badkuip. En ik gaf ze groot gelijk.

Zen door de katten

Wekenlang was de temperatuur in ons huis vreselijk hoog en het was klam, benauwd en vervelend, behalve in die koele, gladde omgeving van een stenen kuip. Heerlijk. 
Als ik ze daar zag liggen, besloot ik telkens om mijn tempo ook bij te stellen. Ik ging niet in de lege badkuip liggen, dat kon niet. Maar ik deed wel vaker een dutje. En ik douchte 
gewoon lekker drie keer per dag. Ik ging niet door met doorrennen alsof 
het winter was, maar versloomde, net als de katten, omdat het zomer was.

Eet als je honger hebt en stop als je geen honger meer hebt

Mijn katten doen nog iets anders opmerkelijks: als ze genoeg hebben gegeten, nokken ze ermee. Dan laten ze hun overheerlijke bakje droge brokken staan voor een andere keer. Ze komen er later nog wel bij terug. En dieren in het wild zijn natuurlijk nog beter in, wat ik maar zal noemen, ‘natuurlijk diëten’. Obese huiskatten en huishonden zijn er genoeg, maar ik ben nog nooit een obese vos of te dikke wilde geit tegengekomen. Ze zullen er zijn. Maar het zijn er erg weinig. Dieren in het wild eten als ze honger hebben. En verder rennen ze veel. Dat houdt ze lekker slank. Niet dat ze dat bewust iets kan schelen, want…

Trek je niks aan van hoe je eruitziet

We kunnen dieren veel menselijke eigenschappen toeschrijven – empathie, medelijden, 
jaloezie – maar ze zijn niet ijdel. Gewoon 
helemaal niet. Behalve bepaalde vogels uit de documentaires van David Attenborough dan. Maar de meeste dieren, dat moet je toegeven, kan het geen bal schelen hoe ze erbij lopen. Of hun haren in de klit zitten, of er een kwijldraad uit hun mond hangt, of er ontlasting aan hun vachtje kleeft, of ze stinken, of ze scheel zijn, of hun baasje hun krullen in een belachelijke vorm heeft geschoren, of ze een serienummer op hun kont getatoeëerd hebben gekregen of een plastic oormerk aan hun oor: ze geven er niks om.

Een beetje minderen mag wel

Ik zeg niet dat wij stinkend, haren in de klit en kwijlend door het leven moeten, maar een beetje het dier in jezelf opzoeken en niet altijd naar pepermunt riekend en pasgeföhnd zijn is prima. Zijn er niet zat mannen die hun vrouw veel 
leuker vinden zonder make-up? En zat vrouwen die dol zijn op het sportschoolzweet van hun partner? Precies, omdat wij ook dieren zijn.

Focus!

Als een tijger een hinde ziet, een reiger een vis, een uil een veldmuisje of een extreem slome huiskat (hier komt mijn natuurreferentiekader weer om de hoek kijken) een vrij rondvliegende halsbandparkiet, dan gáát-ie ervoor. Dan knijpt hij zijn ogen toe, zet zijn poten schrap, verzamelt alle adrenaline die hij in zijn pezige lijf heeft en springt, rent, hopst, duikt op dat doel af. (En eet het op. Dat meestal ook.)

Lekker effectief

Ook in minder prangende situaties kunnen dieren goed focussen. Een vogel die een nest bouwt, een eend die een andere eend probeert te bevruchten en een poes die achter zijn eigen staart aanzit. Ze laten weinig ruis toe, afleiden lukt niet en daarom zijn ze lekker effectief bezig. Dat is in het geval van het nesten bouwen, het voortplanten en het jagen heel handig. In het geval van achter je eigen staart aanzitten wat minder, maar een leuk gezicht is het wel. En dat brengt me op het volgende:

Speel

Ja, speel. Mensen zijn vast de enige diersoort waarvan de meerderheid dat verleert in de loop van het leven. Maar krokodillen gaan voor de lol op elkaars rug zitten en zwemmen dan rond (echt!), wespen stoeien met elkaar (zo schattig), zwarte raven 
in Canada glijden van besneeuwde daken, er zijn meeuwen die overgooien met mosselen en apen… Ja, hállo, apen. Die spelen 
zo ongeveer altijd. En honden! Die willen zó veel spelen, dat hun baasjes er gek van worden. Maar die baasjes zouden een voorbeeld aan hun hond moeten nemen en zelf wat meer achter een oude stok aan moeten rennen. Of een bal, da’s iets realistischer.

Vlooi elkaar met zorg

Ik kan sinds een paar jaar echt vol bewondering kijken naar de toewijding en focus (heb je ’m weer) waarmee de apen op de apenrots in Artis elkaar zitten te vlooien. Als ik maar vijftig procent van die toewijding had, en ook iets meer vrije tijd, zoals zij, dan hadden mijn kinderen nooit meer luizen. Of vlooien. Want van luizen en vlooien kun je ongetwijfeld ook veel leren (over overleven tegen de klippen op), maar ik heb ze toch 
liever niet in huis.

Respecteer moeders

Ik wist dit niet, maar toen ik het las vond ik 
het ontzettend logisch. Olifantengroepen met oudere moeders in hun midden hebben een 
hogere kans om te overleven, omdat die oudere olifantessen eerder dan de anderen zien dat er ergens droogte is of dat er een natuurramp op het punt van beginnen staat. Ik wil niet zeggen dat wij, mensenmoeders, 
precies die dingen ook kunnen (al kan ik redelijk goed zien aankomen wanneer mijn kudde te dorstig wordt), maar wat ik met deze vergelijking eigenlijk wil zeggen, is dat de moeders – en ook de vaders, de opa’s en de oma’s – het vaak allemaal al weten. Of beter weten. Ze hebben 
gewoon meer ervaring. Dieren varen daar blind op, die vertrouwen hun moeders. Zouden 
mensen misschien ook vaker moeten doen. 
Of hun schoonmoeder, want die zegt:

Volg je instinct en je intuïtie

Mijn schoonmoeder zegt altijd: ‘Eigenlijk wist je het al.’ Daarmee bedoelt ze dat je, voordat je een belangrijke beslissing nam of iets moest toezeggen, eigenlijk al wist hoe het ging uitpakken. Dat komt doordat we dieren zijn. We hebben instinct, intuïtie. Maar waar dieren die naar mijn weten altijd volgen, doen wij mensen dat ontzettend vaak niet. ‘Eigenlijk wist je het al,’ is dus iets wat ze altijd zegt als ik een 
verkeerde beslissing heb genomen.

Neem een voorbeeld aan de kangoeroe

Als ik tegen beter weten in heb toegezegd dat ik op een bepaalde afspraak zou verschijnen waar 
ik helemaal geen zin in had. Of als ik een klusje heb aangenomen waar ik niet geschikt voor ben. Als ik een jurk heb gekocht die me in de winkel al niet stond. Eigenlijk wist ik het al, maar ik heb het toch gedaan. Een kangoeroe zou nooit een jurk kopen die haar in de winkel al niet stond. Want een kangoeroe is precies op de hoogte van haar intuïtie en handelt daarnaar. Hetzelfde geldt voor even de straat oversteken als je daar ’s avonds laat een onguur persoon ziet lopen. Gewoon doen. Zou een kangoeroe ook doen. Sterker nog: die zou met 
vijftig kilometer per uur weghopsen, maar dat kunnen wij niet.

Tekst | Redactie Margriet
Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2018-42. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

 

 

 

 

 

 

 

Ook interessant