William Spaaij: ‘Ik heb altijd gedacht dat ik een fijne, gelukkige jeugd heb gehad’

Deel dit artikel:

Acteur William Spaaij (34) speelt in de musical Was Getekend, Annie M.G. Schmidt de gekwelde zoon van de populaire schrijfster. Een gesprek over ambitie, de zin van therapie en worstelen met je moeder.

In Mary Poppins hing je ondersteboven op zeven meter hoogte en bij Hair danste je non-stop. In Was getekend, Annie M.G. Schmidt speel je Flip van Duijn, de zoon van Annie M.G. Schmidt. Hij is een baken van rust, een soort held op sloffen. Even wennen?
“Ja, behoorlijk. Ik sta tweeënhalf uur op het toneel, maar ik kijk en zit meer dan dat ik iets doe. Gek genoeg vreet het energie, want ik moet zorgen dat ik niet afdwaal. Deze rol is een nieuwe stap in mijn carrière. Ik wil mezelf laten zien als een integere speler, en niet alleen als de jongen die leuk zingt en danst, zoals iedereen mij kent. Het materiaal is zó geestig, dat het verleidelijk is om het kolderiek te maken. Heerlijk, even die lach binnenhalen. Maar zo’n zin als: ‘Ik was van mijn geboorte al met pensioen’ breng ik bloedserieus, want hij heeft echt pijn. Op een bepaald moment zegt Flip tegen Annie: ‘Jij wilt dat ik van alles doe, maar ik kan helemaal niks. Ik ben maar een zeventje.’ Dat is het ijkpunt van het karakter. Om dat klein en kwetsbaar te spelen is doodeng.”

Als voorbereiding op je rol heb je meermaals met Flip gesproken. Wat ontdekte je over hem?
“Dat hij een beetje verknipt is!” (lacht) “Zijn hele leven draait om zijn succesvolle moeder. Daar heeft hij nog steeds problemen mee, dat voel je aan alles. In het stuk roep ik als zoon Annie ter verantwoording. Ik zeg: ‘Maar ik ben niet Dikkertje Dap, ik ben niet Abeltje!’ Flip zei tegen mij: ‘Je lijkt helemaal niet op mij, ook niet in het stuk. Jij bent veel directer. Had ik maar gedurfd wat jij daar doet. Mijn moeder confronteren.’ Flip vertelt zijn moeder met veel moeite hoe hij zich voelt. En zij zit er meteen keihard bovenop. Heel pijnlijk.”

Annie M.G. Schmidt wordt gespeeld door Simone Kleinsma. Heb je van haar geleerd?
“Waar zij staat in haar leven, daar kijk ik met diepe bewondering naar. Ze is de grande dame van het toneel, maar speelt voor het eerst zo’n grote rol in een musical. En het is nog maar zo kort geleden dat zij haar man Guus onverwachts verloor. Ik voel haar verdriet natuurlijk. We zijn heel close geworden. Het is wel gebeurd dat ze het op het toneel even helemaal kwijt was. Dat lossen we samen prima op, dat heeft de zaal niet eens door. Haar rust vind ik geweldig. Laatst moest ze drie nieuwe veranderingen toepassen voor de avondshow. We hadden nog maar een uurtje, maar Paul, de regisseur, bleef maar hangen bij één scène. Paul en ik kregen even ruzie. Ik voelde me de zoon die dacht: verdorie, ik moet mijn moeder hier redden. Haha! Simone gebaarde alleen maar: rustig jongens. Terwijl zij onder druk stond. Die wijsheid en volwassenheid bewonder ik.”

Halverwege de show doe je een tapdans in het nummer Foxtrot. Je tapte als kleuter al, toch?
“Ja, ik ben opgevoed met de films van Fred Astaire en Gene Kelly. Kelly is mijn grote voorbeeld. Ik ben net als hij een vrij zware danser die diep in de grond staat. Ik vind het heerlijk dat je voeten het werk doen terwijl je zingt en je je ondertussen bewust bent van alle acteurs om je heen. Dat is voor mij de kick van het vak. Vanaf mijn vierde heb ik niks anders gedaan.”

Kwam dat omdat je moeder haar eigen musicalopleiding leidde?
“Nee, omdat ik motorisch nogal onhandig was.” (lacht). “Mijn moeder zette me op kleuterballet en ik kreeg er meteen plezier in. Op mijn twaalfde werd ik aangenomen op de Nationale Balletacademie in Amsterdam.”

Waarom ben je niet verder gegaan als balletdanser?
“Mijn lengte schiet tekort. Ik ben ook niet lenig. Iedereen denkt dat ik van elastiek ben, maar ik kan goed faken op het toneel. Mijn moeder was trots dat ik was aangenomen voor die opleiding, maar mijn ouders vonden het ook een grote stap. Want ik moest in een gastgezin gaan wonen. Ik ben met een kinderpsycholoog gaan praten en besloot om het niet te doen. Nooit spijt van gehad. Ik ben liever een manusje-van-alles. Maar producenten zeggen soms dat ik mijzelf niet genoeg uitdaag omdat ik alleen in musicals sta. Ze zeggen: ‘Je moet ook eens film of toneel doen.’ Nou, heel graag!”

Maar het lukt niet?
“Precies. Welkom in Nederland. Musicalacteurs worden niet als echte acteurs gezien. Vijf jaar geleden was ik ook vooral zanger en danser. Maar door een rol als Ramses Shaffy, durf ik nu te zeggen dat ik ook echt acteur ben. Ik speelde tegenover Hans Hoes. Soms nam hij na een monoloog ineens een langere pauze, of hij zei opeens een heel andere tekst. Ik dacht: wat ís dit? Ik vond het frustrerend, ik dacht: hier valt niet mee te werken. Tot ik besefte: wacht even, dit moet ik ook gaan leren. Daarna durfde ik alles op het toneel. Ik zou graag Tsjechov of Shakespeare spelen.”

Wat doe je buiten je werk?
Wijst op zijn fotocamera: “Dit is mijn nieuwe liefde. Ik kijk dag en nacht tutorials op YouTube. Ik duik er helemaal in. Portretten van acteurs maken vind ik spannend. Ik heb meteen vier lenzen gekocht.”

Hoe ben je opgevoed? Ook vol ambitie?
“Ehm, laat ik het zo zeggen: ik heb altijd gedacht dat ik een fijne, gelukkige jeugd heb gehad. Mijn ouders waren er altijd. Vooral mijn vader is een lieve, zachte man. Een gevoelsmens. Mijn moeder is behoorlijk veel steviger. Alleen was zij niet degene die mij een knuffel gaf. Daar had ik nooit zo over nagedacht, maar dat kwam naar boven bij de psycholoog, een jaar of twee geleden.”

Wat was de aanleiding om in therapie te gaan?
“Het ging niet goed tussen mij en Noor (Noortje Herlaar, Spaaijs ex-vriendin, red.). Vrienden zeiden op verjaardagen: ‘Jullie zeggen echt álles tegen elkaar!’ Maar met gesprekken los je niet alles op. We gingen in relatietherapie, maar het bleek op tussen ons. Na de breuk ben ik bij die therapeut gaan praten over mezelf, en mijn jeugd. Zij zei: ‘Je ratio en gevoel zijn een beetje uit balans.’ Dat was een openbaring. Terwijl ik dacht dat ik volledig gevoel was, haha, kwam ik erachter dat ik veel doe op denkwerk. Zij vroeg: ‘Als je hieraan terugdenkt, wat voel je dan?’ Ik begon een heel verhaal en zij zei: ‘Nee, dat is weer ratio. Wat vóélde je? Was je verdrietig? Boos?’ Echt dat je denkt: ben ik nou een kleuter die niet eens weet..? Die therapeut vroeg: ‘Heb je weleens een kus of knuffel van je moeder gekregen? Ik wilde meteen zeggen: ‘Ja, natuurlijk!’ Totdat ik erover ging nadenken en besefte: nee. Niet omdat mijn moeder geen lieve vrouw is, maar alles draaide om dat vak. Van mijn achtste tot mijn elfde ging ik twee keer per week van Zwolle naar de dansschool van Lucia Marthas. Ik was het enige provinciaalse jongetje tussen de Amsterdammers. Als ik optrad stonden ze me uit te lachen. ’s Avonds lag ik in vreemde bedden bij gastgezinnen. Maar mijn moeder was altijd streng: kom op, niet aanstellen.”

Hoe is jullie band nu?
“Het is helemaal veranderd tussen ons. Mijn moeder en ik gaan elk jaar musicals kijken in Londen. De laatste keer hadden we daar zó’n goed gesprek. Ik zei: ‘Als ik thuiskom, heb ik het gevoel dat je dat niet echt leuk vindt. Je uit je enthousiasme niet.’ Na premières had mijn vader altijd een rode kop van trots. Mijn moeder zei meestal: ‘Mja, mooi hoor.’ Dat was onze verhouding. Bij de opleiding musicaltheater in Tilburg werd ik gezien als het nieuwe talent. Ik kreeg meteen de hoofdrol. Zodra ik thuiskwam, vertelde ik alleen maar over hoe goed het ging, en dat ik de grote belofte was. Mijn moeder zei: ‘Ik was voor mijn gevoel de persoon die je met beide poten op de grond heeft gehouden.’ Zij werd mijn mentor in plaats van mijn moeder. Ik vond het zo ontroerend dat ze dat vertelde. Ze had het met veel goede bedoelingen gedaan. Ze vertelde ook dingen over haar jeugd, die ik nooit eerder had gehoord. Haar ouders waren arm en vaak weg om te werken. Ze werd voornamelijk opgevoed door haar oma. Tot ze haar oma op haar tiende midden in de nacht dood aantrof op de keukenvloer. Niemand wist wie er nu voor haar moest zorgen. Daar heeft ze een enorme knauw van gekregen. Ik dacht: wie ben ik om te oordelen over mijn moeder?”

Zegt ze nu weleens dat ze je van je houdt?
“Niet echt met die woorden. Maar ik weet dat er niemand meer van me houdt dan mijn moeder. Die dubbelheid zie je ook in Was getekend, Annie M.G Schmidt. Flip zit vol vragen over zijn moeder. Zij houdt hem op afstand. In de laatste dialoog zitten moeder en zoon naast elkaar. Die scène is zo mooi, want het zijn voor mij ook Simone en William die daar samen zitten. Een vrouw die moeder had willen worden, maar die het niet is gegund. En een jongen die worstelt met zijn moeder. Ik verheug me elke avond op die scène.”

Je vertelde dat bij jou de balans tussen ratio en gevoel niet helemaal goed zat. Ik kan me voorstellen dat die balans ook belangrijk is op het podium.
Lacht. “Ja, het heeft allemaal met elkaar te maken. Ik wíl ook alles in de hand houden, al van jongs af aan. Ik kán niet over mijn gevoel praten. Het is me gewoon niet geleerd. Ik denk bijvoorbeeld dat ik goed kan omgaan met de druk in mijn werk, maar ik weet niet wat het echt met me doet. Sinds een paar jaar zie ik beter wanneer ik mijn gevoel onderdruk en waar het door komt. Dat doet me zó goed.”

Ik begreep dat je je ook verdiept in spiritualiteit.
“Nou, ik schroom niet voor een gesprek over energieën in de ruimte. In mijn tuinhuis wil ik een cv installeren, zodat ik daar kan mediteren.”

Mediteren? Met jouw energie?
“Ja, ik kan mediteren, haha. Maar ik vind het niet het allerleukste, dat zegt genoeg. Weet je wat ik al jaren doe? De Wim Hof methode. Ik douch ijskoud af, minutenlang. Daar word ik fit van, het is echt zalig. Daar moet je voor trainen. Maar als ik nu onder een warme douche sta, en je gooit hem ineens ijskoud, blijf ik gewoon staan. Pompiedom.”

Tekst | Minou op den Velde
Fotografie | Ester Gebuis

Dit interview stond in Margriet 2018-12. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Lees ook eens

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Redactie Margriet