Tineke Schouten: ‘Ik kan gerust stilzitten, maar mijn kracht zit in bewegen’

Deel dit artikel:

De vraag die Tineke Schouten (63) bezighoudt: wat te doen met de rest van haar leven? Stoppen met werken en meer tijd met haar man, dochters en kleinkinderen doorbrengen? Of nog een tijdje doorgaan?

Halverwege het interview vertelt Tineke over haar nieuwe theatershow T-Splitsing, die gaat over het maken van keuzes en hoe moeilijk dat soms is. Over diezelfde show vertelt ze hoe ze het allerliefst in de huid van een ander kruipt. Want wie zit er op Tineke Schouten te wachten, vraagt ze zich weleens af. Liever speelt ze Patricia Paay die een show presenteert, maar ook een beetje haast heeft, want ze moet haar jonge vriend thuis nog voorlezen. In plat Rotterdams vertelt ze hoe ‘Patries’ met de keuzes in haar leven omgaat. Om daarna op het Haags over te stappen en een nummer van Anouk te zingen. 
“Weet je dat ik vroeger Nederlandse en Franse liedjes schreef? En dan begeleidde ik mezelf op gitaar. Ik had ook wel 
een romantische ziel, wilde als singer-
songwriter door het land trekken. Maar toen ik cabaret ging doen, merkte ik dat dat bijna als vanzelfsprekend aanvoelde. Als iemand anders accelereer ik beter, sneller, durf ik uit te vergroten. Ik vind mezelf zijn een veel moeilijkere rol dan een typetje spelen.” Het is ook de reden dat ze interviews – helemaal die op televisie – niet zo graag doet. Toch zit ze er ontspannen bij, ze vertelt uitgebreid, lacht met lange uithalen en is dan weer serieus als het bijvoorbeeld over haar gezin gaat. Of over te veel hooi op haar vork nemen en dat die balans vinden soms zo lastig is. Ze is met het ‘niet 
lullen, maar poetsen’ opgevoed, dus heel erg achteroverleunen zit gewoon niet zo in haar. “Dat kreeg ik van huis uit al mee; mijn ouders hadden een 
supermarkt en waren altijd keihard 
aan het werk. En dan bestierde mijn moeder ook nog een huishouden met vier kinderen. Altijd werken, nooit een dag ziek. Zij was thuis onze motor.”

Heb jij thuis ook die rol?
“Bij ons is Hans de motor, degene die de boel bij elkaar houdt. Toen onze dochters klein waren, was hij thuis en nu zorgt hij nog steeds dat alles gesmeerd loopt. Wat ik wil eten, vraagt hij dan. En dat is dan om elf uur in de ochtend, hè. Ik zou zoiets pas ’s avonds bedenken, met als gevolg dat ik te laat ben, verkeerd boodschappen doe en het eten niet in één keer op tafel komt omdat de aardappels eerder klaar zijn dan de groenten. Binnenkort gaat Hans naar Miami, waar onze jongste dochter woont, en dan denk ik echt: hoe ga ik dat dan allemaal doen? Die structuur is ontzettend fijn. Helemaal voor mij.”

Omdat je een hectisch beroep hebt?
“Dat, en omdat ik ADHD heb. Die hang naar structuur houdt de chaos in mijn hoofd een beetje bij elkaar. Ik ben 
behoorlijk chaotisch, de hele tijd schiet er van alles door me heen. Dan is het fijn als er thuis een bepaalde mate van rust is. En ik kan gerust stilzitten, maar mijn kracht zit in het bewegen, het bezig zijn. Als dingen stromen, ben ik op mijn best. Je moet me ook niet op een yogamatje zetten en mijn hoofd leeg laten maken. Dat lukt me helemaal niet, juist door het doen krijg ik overzicht. Of ik het lastig vind, die drukte in mijn hoofd? Ach, het is ook gewoon wie ik ben. Ik kan veel 
tegelijk doen, schakel snel, heb veel energie; het is ook mijn werkdrive.”

T-Splitsing gaat over keuzes 
maken. Welke keuze is voor jou 
veelbetekenend geweest?
“Dat ik geen makelaarsvrouw ben geworden. Mijn man zat in het vastgoed toen ik hem leerde kennen en wilde wel naar Portugal. Dus toen hij daar een 
projectje had, zijn we gaan kijken. Ik zong destijds in de show van cabaretier Herman Berkien en zou dat tot mijn trouwen gaan doen en dan huisvrouw worden, zoals dat in die tijd ging. Dus Portugal leek me een prima plek om dat te gaan doen. Maar toen Herman een groter theater zocht en Hans een pand in Utrecht had dat hij kon ombouwen, kozen we toch daarvoor. Voor mij pakte dat goed uit; ik kon mijn droom waarmaken, het theater in, zingen, dansen. Voor Hans was dat anders. Er was minder ruimte voor hem en hij moest zich in dienst van het gezin stellen. Daar heeft hij het soms best moeilijk mee gehad. In Portugal zou het andersom zijn geweest. Dan was ik ‘de vrouw van’ geweest en had hij zich meer kunnen ontwikkelen. En dan was ik ongetwijfeld twintig kilo zwaarder geweest, en misschien 
alcoholiste geworden omdat ik dan al in de ochtend sherry was gaan drinken.” (lacht) “Ik vind dat interessant om over na te denken. Wat voor invloed hebben keuzes op ons leven? Mijn ouders konden destijds kiezen tussen een supermarkt beginnen in Tilburg of Utrecht. Als kind leek Tilburg me leuk, maar het werd Utrecht. Was ik dan een cabaretière geworden met een Brabants accent, of was ik iets heel anders gaan doen? In hoeverre is toeval bepalend voor je leven? We 
gingen toevallig naar Utrecht, iets wat voor mijn carrière bepalend is geweest. Lenie uit de Takkestraat, mijn doorbraak, was een nummer met zwaar Utrechts accent. In die zin kiezen we misschien ook minder bewust dan we denken, maar gaan we, en dit klinkt veel zweveriger dan ik bedoel, gewoon mee in de kant die het leven ons op duwt.”

Maar het is toch niet alleen geluk, het gaat toch ook om talent?
“Ik heb van mijn vader geleerd bescheiden te zijn. Als ik een talentenjacht had gewonnen, zei hij: ‘Je was goed, maar ik vond de anderen beter.’ Dat hield me met beide benen op de grond.”

Is er ook een keuze geweest die minder goed heeft uitgepakt?
“Na de geboorte van de jongste werd het wel een beetje een gekkenhuis. We 
hadden te maken met een samengesteld gezin; Hans is tien jaar ouder en heeft uit een eerdere relatie twee zoons. Er was een nieuwe baby én er was een nieuwe show. Als een stoomtrein ging ik door, ik had ook geen tijd om na te denken. Maar eigenlijk had ik toen voor mezelf moeten kiezen en gewoon een tijdje 
rustig aan moeten doen. Nu was het te veel. En tegen de tijd dat ik dat doorhad, zat ik tegen een depressie aan. Ik wilde gewoon thuis met dat gezin in een cocon zitten, maar voelde ook de verantwoordelijkheid naar het publiek en het theater toen. En dus ging ik door. Dat heb ik ook van mijn moeder: ‘Doorrrrzetten,’ zei ze altijd, met zo’n rollende ‘r’.
Gelukkig had ik ook een begripvolle huisarts. Hij snapte precies hoe ik in 
elkaar zit. En dat hij niet tegen me moest zeggen: ‘Ga lekker thuis zitten,’ omdat hij wist dat ik dat niet zou gaan doen. Hij schreef me valium voor, en daar kun je van alles van vinden, maar het heeft mij door deze moeilijke maanden heen 
gehaald. Ik werd er rustiger van en in die rust lukte het me om alles weer op een rijtje te zetten. En wat ook hielp is dat de jongen die mij in die tijd van en naar het theater reed, ook in een soort depressie zat. Onderweg waren we uren aan het praten over hoe erg het allemaal was. En konden daar dan ook ontzettend om lachen gelukkig. God, die arme 
jongen zat er helemaal doorheen. Ik vond hem soms zieliger dan mezelf.”

Dat altijd maar doorgaan, zorgt dat ook dat je het gevoel krijgt dat je je dochters tekort hebt gedaan?
“Ik probeer om dat niet zo te zien, maar dat gevoel is er wel geweest. Ik had thuis alles goed geregeld, Hans was er natuurlijk en we hadden kindermeisjes die 
oppasten als wij niet thuis waren. Ik denk niet dat mijn dochters iets tekort zijn gekomen. Mijn moeder, ze is 91 
nu, zegt altijd: ‘Je roept wel dat je die kinderen tekort hebt gedaan, maar dat is totaal niet zo.’
Het zijn prachtige, mooie, wijze vrouwen geworden. Mijn jongste dochter heeft vier kinderen, de oudste heeft er twee. Ze zijn ontzettend toegewijde moeders. Maar toch, over dat schuldgevoel: dat heb ik natuurlijk wel. Dat is dan toch 
fijn om te horen, maar neemt niet weg dat ik misschien wel meer doe dan de gemiddelde moeders en oma’s. Als de oudste belt, ben ik binnen tien minuten bij haar om even op de kinderen te 
passen. En elke vakantie ben ik in Miami om bij de jongste te zijn. Dat altijd klaarstaan komt eigenlijk door een verkapte vorm van schuldgevoel. En dat speelt ook mee in de keuze die ik nu moet maken.”

De keuze of je gaat stoppen?
“Het is voor mij een enorm moeilijke keuze. Ik doe wat ik het allerliefste wil doen. Hoe is dat als ik dat dan niet meer doe? Wie ben ik dan? En aan de andere kant lijkt me dat ook juist heerlijk, die zeeën van tijd. Om elke avond thuis zijn. Om naar mijn kinderen te gaan wanneer ik wil. Of de hele dag bij een schoonheidsspecialiste in de stoel te gaan 
liggen. En op alle verjaardagen van mijn kleinkinderen te kunnen zijn. En 
natuurlijk om dingen met Hans te doen.”

Heeft hij al die jaren nog nooit 
geklaagd, of gevraagd of het ook wat minder kan?
“Nee, Hans is wat dat betreft een heel fijne, makkelijke man. Ik kon, en kan, werken en gaan en staan waar ik wil, hij is altijd mijn back-up. Ik word nog elke dag blij als ik naast hem wakker word. We hebben echt wel onze strubbelingen. Ik heb in die 38 jaar meerdere keren 
huilend bij mijn moeder gezeten. Maar zij stuurde me altijd weer terug met de boodschap vooral te kijken naar wat er wel is en naar wat onze relatie belangrijk maakt. Het is ook goed om af en toe 
opnieuw voor elkaar te kiezen. Dat je ruzie hebt, elkaar even niet zo leuk vindt, en dan toch bij elkaar uitkomt. Hoe mooi is dat? Wat betreft mijn werk is hij heel makkelijk: ‘Tien, blijf lekker werken, je kunt toch niet stilzitten.’ En ja, dan twijfel ik weer. Moet ik dan toch niet een paar jaar doorgaan?”

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Ester Gebuis

Dit interview stond in Margriet 2018-15. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Leuk om te lezen

Bekijk ook

Vriendinnen Ingrid en Liezet gaan op pad in het oosten van Nederland.

 

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Redactie Margriet