Tegenpolen over afval scheiden: ‘Ik vraag me wel eens af hoeveel zin het nou heeft’

Deel dit artikel:

Eén onderwerp, twee manieren om ernaar te kijken. Deze week geven twee lezeressen hun ervaring over afval scheiden. 

Linda Dijkstra (54) single, docent en ontwerper en heeft een dochter (21) en een zoon (18): “In een recalcitrante bui pak ik mijn spullen soms uit in de supermarkt en laat ik daar het afval achter”.

‘Verspilling kenden we niet’

“Ik ben opgegroeid in het noorden van Friesland en met ons gezin leefden we altijd al ‘duurzaam’, al werd dat destijds nog niet zo genoemd. We gingen gewoon mee in de seizoenen, in overeenstemming met de natuur. Mijn moeder had een grote ketel waarmee werd geweckt en we een voorraad aanlegden voor de winter, en als iemand had geslacht, kwam er een halve koe binnen. Dat was dan de vleesvoorraad. Ook qua kleding maakte mijn moeder veel zelf. Verspilling kenden we niet. Etensafval ging naar de dieren – we hadden een hond, katten en konijnen – of naar de composthoop.

Rond mijn zeventiende werd ik vegetariër. Ik vond de vleesindustrie zielig, maar ook vond ik het een belachelijk idee dat Nederlandse varkens naar Parma werden vervoerd zodat ze ‘officieel’ parmaham konden worden. Ook was er destijds veel gedoe rondom de gekkekoeienziekte. Al met al besloot ik geen vlees meer te eten, maar rond diezelfde tijd ging ik op kamers in een studentenhuis en hield ik me verder niet echt meer bezig met duurzaam leven, al bracht ik wel altijd mijn flessen netjes naar de glasbak.

De échte omslag

Zo’n vijftien jaar geleden kwam de echte omslag. Ik las steeds meer over kinderen die op bulten afval leefden, over bergen met batterijen die lagen te lekken, enzovoort. Wereldwijde problemen waar ik voor mijn gevoel iets aan kan doen. Ten eerste door zo min mogelijk afval te produceren. Als ik een erg recalcitrante bui heb, pak ik mijn spullen soms zelfs uit in de supermarkt – plastic waar appels in zitten bijvoorbeeld – en laat ik daar het afval achter. Ik heb er weleens een discussie over gehad met een winkelmedewerker die zei dat dat niet de bedoeling was, maar uiteindelijk is de klant koning. Ook heb ik altijd mijn eigen tas bij me. Mijn levensvisie is: als je de wereld wilt veranderen, begin dan bij jezelf. Als je alleen maar naar een ander blijft kijken, verandert er nooit iets. Het is een lifestyle die ook door mijn dochter inmiddels fanatiek wordt nagestreefd. Zij vertelt mij nu soms zelfs wat ik beter kan doen, zoals meer kliekjes eten, haha!

Ik heb mijn zoon er ook op aangesproken om niet voortdurend tasjes in de supermarkt te kopen. Hij heeft nu keurig zijn eigen rugzak. Wat ik jammer vind, is dat biologische en duurzame producten nog steeds veel duurder zijn. Als dit zou veranderen, worden die producten veel toegankelijker voor jongeren en mensen met lagere inkomens. Ik vind dat iets waar de overheid op zou moeten inzetten.

Ik vind het ook belangrijk om mee te doen aan schoonmaakacties, zoals in januari toen een containerschip 342 containers verloor in de Waddenzee. En voor de fotoshoot bij dit interview wilde ik bijvoorbeeld geen kleding dragen die niet duurzaam is. Ik sta op een bepaalde manier in het leven en zo wil ik ook worden afgebeeld. Ik denk dat je een wezenlijk verschil kunt maken door bewust en duurzaam te leven en dat ook uit te dragen.”

Handtekeningen voor Greenpeace

Ingeborg van Meggelen (57) is zelfstandig ondernemer en heeft een relatie met haar jeugdliefde. Via hem heeft ze vier volwassen ‘cadeaukinderen’: drie zoons en een dochter. “Als er ergens alleen plastic flessen te koop zijn, moet ik dat dan niet doen omdat het slecht is voor het milieu?”

“Ik ben altijd al begaan geweest met het milieu. Als zestienjarige verzamelde ik handtekeningen voor Greenpeace. Ik had begrepen dat walvissen werden bedreigd en dat vond ik heel zielig. Zij konden niet voor zichzelf opkomen, dus ik vond dat ik dat moest doen. Sindsdien ben ik me altijd blijven inzetten voor een ‘groene’ wereld. Sinds een jaar heb ik een moestuin. Maar als ik ergens ben en iets wil drinken en daar alleen plastic flessen te koop zijn, moet ik dat dan niet doen omdat het slecht is voor het milieu? Ik ga er dus wel bewust mee om, maar als het niet anders kan, wring ik me niet in allerlei bochten. Soms vraag ik me weleens af hoeveel zin het nou überhaupt heeft wat ik doe. In Frankrijk zijn er alleen maar gemengde afvalbakken en ik heb weleens horen zeggen dat alles uit de verschillende afvalbakken uiteindelijk op een hoop terechtkomt.

‘Zo doen wij dat hier’

Als ik een blikje in de natuur zie liggen, gooi ik het wel weg, want ik wil niet dat het in het water komt. Maar als mijn cadeaukinderen iets in de verkeerde bak gooien ga ik niet elke keer een oorlog beginnen. Soms ben ik principieel, soms vind ik een goede sfeer belangrijker. Een tijdje geleden ben ik bij mijn tante in Nieuw-Zeeland geweest. Daar scheiden ze nog veel meer afval dan hier, maar mijn tante vertelde dat als de dvd-speler kapot is men die gewoon in een gat in de grond gooit. Op zulke momenten denk ik: waar doe ik het voor? Ik zei natuurlijk wel dat ik dat raar vond, maar haar antwoord was: ‘Zo doen wij dat hier. Net zoals dat wij links rijden en jullie rechts.’ Dat soort dingen maakt wel dat ik relativeer.

Elektronica gaat op sommige plekken dus zo de grond in en daar groeit dan de spinazie op. Daarom denk ik bij veel dingen: aan de voorkant doen we het misschien wel goed, maar wat gebeurt er aan de achterkant? Net als met elektrisch rijden, dat is echt niet zo schoon als ons wordt voorgehouden en dan wordt de extra vervuiling bij de productie van de accu’s ook nog even vergeten. Toch denk ik: Als we allemaal wat bewuster omgaan met dingen is het al winst. Je kunt alleen voorbeelden geven in de hoop dat anderen volgen. Dus toen mijn nichtje laatst vertelde dat ze de plastic zakjes heeft afgezworen en een broodtrommel heeft gekocht, maakte mijn hart toch een sprongetje.”

Geef je mening

Hoe denk jij over dit onderwerp? Laat je reactie achter onder onze Facebookpost!