Susan Smit in gesprek met Tania Kross: ‘Ik ben met de zon van voren geboren, zie altijd het positieve’

Deel dit artikel:

Speciaal voor Margriet maakt auteur Susan Smit vier extra lange zomerinterviews. Deze week is ze bij mezzosopraan Tania Kross (40) in de tuin. Voor Tania staat deze zomer in het teken van de voorbereidingen van haar eigen versie van Carmen.

Tania, laten we eerst eens mijmeren over jouw ideale zomerdag. Met wie breng je die door, wat ga je doen?
“Ik ben een zomerkind, dat krijg je als je bent geboren op Curaçao. De zon, de warmte, het lome gevoel, je tempo een versnelling of twee lager, ik gedij er goed bij. Het is misschien heel saai om te horen, maar in de zomer pakken we altijd het hele gezin op en gaan we naar Curaçao. Het voelt als thuiskomen, maar dat is ook zo als we weer terugvliegen. Dan denk ik ook: zo, we gaan weer naar huis. Dat voelt overigens niet als een spagaat, maar gewoon als je thuis kunnen voelen op twee plekken. Een paar jaar geleden heb ik op het eiland mijn ouderlijk huis gekocht. Het voelt alsof ik op die manier een stukje van mijn kindertijd heb gekocht, alsof ik die nog even iets langer bij me kan houden. We hebben het verbouwd, zodat mijn ouders er konden blijven wonen en er ook genoeg plaats is voor ons gezin.”

Wat doe je daar dan zo’n hele zomer?
“Op Curaçao kan ik zijn. Ik hoef niet íemand te zijn, maar kan gewoon zíjn. Ik ben iemand die altijd aan het stuur wil staan, ben altijd degene die vraagt: ‘Wat gaan we doen?’ en organiseer het dan ook meteen. Dat hoef ik daar niet te doen. Ik kan het drukke leven, waarin ik alles plan en vooraan wil staan, loslaten. En dan zonder daar heel geforceerd mijn best voor te doen, dat komt heel natuurlijk. Zodra ik het vliegtuig uit kom, de warmte voel en het eiland ruik, komt er een soort weldadige rust over me. Het leukst vind ik om met mijn kinderen te zwemmen in de regen. Dan drijven we op ons rug, voelen de warme regen op ons lijf en horen onder water het koraal knetteren. Dan ben ik op mijn gelukkigst. Dat zijn van die momenten dat ik denk: de bliksem mag inslaan, hoor.”

Is er iets typisch Curaçaos aan jou?
“Ik ben, zoals ze dat noemen, met de zon van voren geboren. Ik ben niet pessimistisch van aard, zie altijd het positieve. Soms gebeuren de vreselijkste dingen, maar dan kan ik toch denken: het heeft allemaal een doel.”

Waar moet ik aan denken als je zegt: vreselijke dingen?
“Ik denk dan bijvoorbeeld aan die keer dat ik achttien was en net was begonnen op het conservatorium in Utrecht. Ik fietste die dag per ongeluk, want ik wist niet dat-ie er was, langs de grootste manifestatie van skinheads op het Domplein. Ik werd van mijn fiets getrokken en in elkaar geslagen. Een moeder met een jongetje van een jaar of  acht liep langs en die jongen keek me, toen ik op de grond lag, recht in de ogen. Hij wilde me helpen, zoals kinderen dat willen doen, maar zijn moeder trok aan zijn mouw en zei bits: ‘Doorlopen.’ Op dat moment dacht ik: zo zal ik nooit worden. Het maakt niet uit wie je bent en wat er is gebeurd, maar iemand in nood help je. Die dag waren het domme mensen die me van me fiets hadden getrokken, maar die actie van die moeder had de meeste impact op mij. Ik nam me daar ter plekke voor dat het altijd mijn taak is om in alle situaties iemand te helpen.”

‘Op Curaçao heb ik mijn ouderlijk huis gekocht. Zo kan ik mijn kindertijd nog iets langer bij me houden’

Je was toen net in Nederland. Dacht je niet: ik ga terug?
“Ik had kunnen denken dat het hier niet veilig was, maar de optimist in mij zei: dit is dus de grote boze wereld. Dat weet je nu, en hup weer verder. Ik heb mijn fiets opgepakt en ben naar zangles gegaan. Een harde les, zeker, maar ook een waarvan ik leerde: ik ben niet zomaar omver te krijgen. Aan de andere kant kunnen negatieve ervaringen ook anders uitpakken dan je denkt. Toen Beatrix 25 jaar koningin was, was ik gevraagd om op haar jubileumviering Assepoester van Rossini te zingen. Twee weken van tevoren werd ik afgebeld, want Angela Gheorghiu, de Georgische sopraan en de Maria Callas van onze tijd, wilde niet het podium delen met zo’n leuk jong meisje. Dit optreden zou mijn doorbraak in Nederland worden en nu zat ik thuis voor de televisie te kijken. Ik vond het vreselijk, maar dacht ook: dit móét een reden hebben. Tijdens de uitzending werd ik gebeld. Angela zou ook op het Edison Gala zingen, met Thomas Hampson: de grootste bariton aller tijden. Ze had afgezegd omdat ze haar naam te klein op de poster vond staan. Toen de producent hoorde dat Angela mij ook had afgewimpeld, dacht hij dat ik dit wellicht zou willen doen. Op dat gala zong ik een duet met Thomas, een ontzettend mooi liefdesverhaal. We zongen de laatste noot en toen – en dit is een heel knappe man, hè – zoende hij me. Voor de camera. Ik viel bijna flauw! Een dag later zat ik bij De wereld draait door en stond ik in alle kranten. Die doorbraak was er dus alsnog. Met terugwerkende kracht was ik dankbaar dat Angela overal zo’n punt van had gemaakt, want daardoor had ik live op televisie kunnen zingen. Ik leerde dat als het tegenzit, je vaak midden in een reis zit, en nog niet op het eindstation bent.”

Carmen is volgens mij ook een reis die je gaat maken. Je mag je eigen versie van haar maken. Hoe is jouw Carmen?
“Mijn Carmen is de vrouw van deze tijd. De vrouw die, helaas, door veel mannen als intimiderend wordt gezien, omdat ze eigen keuzes maakt. Omdat ze zich niet laat leiden, maar leidend is. En omdat ze niet alleen begerenswaardig is, maar ook zelf begeert.”

Jouw Carmen is daarin soeverein: het is mijn sensualiteit, ik zet het in zoals ik het wil. Het is niet iets wat iemand naar believen kan gebruiken. Heb jij dat ook altijd gehad of is het iets wat je hebt moeten verwerven?
“Doordat ik niet hier ben opgegroeid zijn er wat dingen die ik cultureel niet als bagage heb meegekregen. Zoiets als ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’, daar snap ik niks van. Ik heb geen gêne. Dat betekent niet dat ik dan in het zoveelste toneelstuk uit de kleren ga, maar wat ik wel en niet blootgeef als persoon. Ik heb nog nooit bloot gestaan op het toneel, maar ik heb me wél blootgegeven.”

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Ester Gebuis
Styling & Visagie | Inge Holkenborg & Carmen Zomers

Dit is een gedeelte uit het interview met Tania Kross uit Margriet 2017-29. Dit nummer nabestellen? Dat kan via magazine.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Benieuwd hoeveel water een orchidee nodig heeft? Bekijk dan onderstaande video.

Lees ook

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief