Anita Witzier: ‘Eeuwig jong blijven is óók geen bal aan’

Deel dit artikel:

Anita Witzier (57) houdt niet van modische moeilijkdoenerij. “Ik spaar liever voor een Charles Eames-stoel dan voor een designertas.”

Terwijl de fotografe zich om haar heen beweegt en de stylist en visagist de puntjes op de i zetten, poseert Anita Witzier alsof ze nooit anders doet. Een uur eerder dan verwacht is de fotoshoot afgerond. En al net zo snel kiest Anita haar favoriete foto’s uit. “Mwah. Die niet. Neem die met de gekke bek, die is leuker.”

Zo’n dag getut en gefrut met kleren. Iets voor jou?

“In principe is het juist niks voor mij. Ik  houd niet van geheutemeteut. Het moet allemaal niet te lang duren. Maar dit team is leuk en de kleren verrasten me. Een roze sweater op een knalrode broek, daar kom ik zelf niet op. Blijkt dat het me uitgesproken en vrolijk staat. En dat kekke ruitjespak, roest met blauw, korte pijpjes. Fan-tas-tisch. Ik zei van tevoren nog: ‘Geen geel!’ En zie me nu eens in een kanariegeel pak… Ik vind het nog een succes ook. Niet flets, maar fris, met het witte truitje en de sneakers erbij.”

Pratend over mode komt de herinnering boven aan haar moeder die veel van Anita’s kleren maakte. Geblokte jurkjes met smokwerk in lila en wit.  Een ribbroek met gilet. Later tunieken, broeken met wijde pijpen en jurkjes in psychedelische print. Variatie genoeg, maar de dertienjarige Anita wilde slechts één ding: een spijkerbroek. Zo een die al haar klasgenoten droegen. Er was één winkel in de regio die de broeken verkocht, Shop 13 in Schoonhoven, en na maanden zeuren, ging moeders overstag. Anita kreeg de spijkerbroek en droeg ’m zeer verguld naar school. “Het eerste moment waarop ik bewust meeging met een trend.”

In de jaren tachtig droeg ze sweaters met extreem brede schouders. Of die andere jarentachtigklassieker: “Een nepleren pak uit één stuk, zwart met brede schouders. Héél hip en cool. Dat ik dat heb durven dragen… wauw. Mijn dochter neemt het me weleens kwalijk dat ik de kleren uit die tijd niet heb bewaard. Maar ik was er gewoon niet zo mee bezig. Nog steeds niet, eerlijk gezegd. Laatst stond ik in een winkel met een flared jeans in mijn handen. Dat is weer hip, wist ik. Ik overwoog de aanschaf, maar bedacht net op tijd: waarom zou ik meedoen aan trends. Ik heb ’m resoluut weer teruggelegd.”

Hoe zou je je stijl omschrijven?

“Als sportief-chic met comfort. Pakken zoals Annechien Steenhuizen en Margriet van der Linden ze dragen, met een goede belijning,  vind ik mooi. Maar ook een jurk in panterprint met een bruin leren jack en stoere schoenen. Ik draag graag joggingbroeken die netjes genoeg zijn voor buitenshuis. Een trui met een glimmertje erop, Dr. Martens eronder. Ik zweer bij mouwloze vesten die als een bodywarmer om mijn schouders vallen en ik kan niet zonder warme slaapsokken die zijn echt onmisbaar van september tot en met april. Als afscheidscadeau van één van de gedetineerden uit Anita wordt opgenomen – Vrouwengevangenis heb ik een paar zelfgebreide exemplaren gekregen.”

Anita-Witzier-Stijl-Interview

Wat snap je niet als het op mode aankomt?

Vliegensvlug: “Pasteltinten en wappermouwen. Ik houd van stevige kleuren en van sterke lijnen. Niet van die overslagjurken met franje. Ik was één keer op Ibiza, het walhalla van de flappermouw. Zo’n fladderjurk bij mij is als een vlag op een modderschuit. Ik word er Ma Flodder van.”

Ik herinner me een recensie van Cécile Narinx over jouw look, in Volkskrant Magazine

“O ja! Die recensie was zo raak. Voor een easy going filmpremière had ik me inderdaad eens aan zo’n lange bohemien-jurk gewaagd. Het was een beetje fris, dus ik droeg er een roze sjaal over. Cécile heeft me toen tot de grond toe afgefakkeld in Volkskrant Magazine; ik was Mevrouw de Bok, met een tafellaken als jurk, cowboylaarzen en een tas waarin ik een slaapzak en een voordeelpak keukenrollen leek mee te sjouwen. Hilarisch vond ik het. Mijn man en ik hebben keihard gelachen toen we het lazen. Ik zie op zo’n première al die vrouwen met een chique clutch en dan denk ik: hoe kan dat nou? Daar past alleen een tampon in!”

”Ik wil een flesje water mee en kauwgom en dropjes. De bril van mijn man. Mijn zonnebril en die van hem. Handschoenen voor als het later op de avond koud wordt. ‘Sjouwt ze er het verzamelde werk van Harry Mulisch in mee?’ vroeg Cécile zich af. Beter mee verlegen dan om verlegen, vind ik. Maar ik ben Cécile er nog steeds buitengewoon dankbaar voor. Dat heb ik haar ook verteld. Ze had gelijk. Als ik nu naar een première ga, draai ik een extra rondje voor het thuisfront: ‘Denk je dat dit kan of is het een Mevrouw de Bokje?’”

Niet alleen Cécile Narinx, ook haar dochter van 21 ergert zich soms mateloos aan Anita’s taskeuze. Of ze niet eens een fatsoenlijk exemplaar kon aanschaffen, vroeg dochter en ze wees stante pede een tas van driehonderd euro aan. (“Dat is toch een idioot bedrag voor een tas?!”) Anita gaf schoorvoetend toe. Eén keer eerder had ze zulke zweethanden tijdens het afrekenen. Dat was toen ze in de uitverkoop een paar hoge hakken kocht van Christian Louboutin. “Om mij heen zag ik vrouwen vier, vijf, zes paar afrekenen. Ik had bedacht dat ik één paar met korting zou kopen. Voor nog steeds belachelijk veel geld, maar ik zou ze ontelbaar vaak dragen naar gala’s en zo. Ze zitten niet fijn. Natuurlijk niet. Een podoloog liet me eens zien wat er met de voet gebeurt als die in standje hoge hak gaat. Die botjes! Je schrikt je helemaal de tandjes.”

Sommigen beweren dat bepaalde mode-items de investering waard zijn. Een Chanel-tas zou bijvoorbeeld z’n waarde blijven houden.

“Dat zal best, maar aan mij is het niet besteed. Ik spaar veel liever voor een Charles Eames-stoel dan voor een designertas. Zo’n prachtstoel in cognackleurig leer met zwart hout. Of de variant in lichtblauw met grijs. Ik kan ook schandelijk veel geld uitgeven aan boodschappen. Aan goede olijfolie en mooie balsamico. Je kunt me niet gelukkiger maken dan met boodschappen doen en koken. Met mijn mandje naar de bakker, slager, groenteboer, wijnwinkel en kaaswinkel. Het mandje steeds voller met heerlijkheden en dan thuis koken. Dan geniet ik. Als ik moest kiezen tussen nooit meer nieuwe kleren of nooit meer olijfolie uit Spanje en risottorijst uit Italië, dan wist ik het wel. Op vakantie gaan er karrenvrachten wijn en mooie stukken Parmezaan in de kofferbak. Dat zijn míjn favoriete bestedingen.”

Ook geen ‘moeilijkdoenerij’ in Anita’s kookboek Zonder fratsen ,  dat vanaf  deze maand in de winkel ligt. Recepten met pasta, brood, aardappelen en andere ingrediënten die naar het vagevuur lijken te zijn verbannen. Het boek doet niet mee aan voedselhypes, maar inspireert wel tot gezond en lekker eten. “Wat wij thuis graag maken, is bijvoorbeeld shakshuka. Of een grote nachoschotel met tomaat, koriander, maïs, uitjes en kaas. Die laat je dan in de oven smelten, lekker snackvoedsel. En voor een leuke brunch maak ik graag een bouillon, waarna ik het middenstuk van een zalm pak en dat in de bouillon leg tot het is afgekoeld. Verrukkelijk.”

Ze vertelt hoe ze uitkijkt naar de zomer. Voor het eerst in veertig jaar heeft ze zowaar weer een bikini gekocht in plaats van een badpak. Een stevige, in fifties-snit met een hoog broekje (“Waar je alles in kunt stoppen.”). Haar gestroomlijnde badpak bewaart ze voor het tweewekelijkse baantjes trekken.

In een eerder interview zei je dat je vroeger een afgetrainde spijker was. Altijd aan het trainen voor nóg strakkere buikspieren. Hoe belangrijk is sporten nu je 57 bent?

“Ik vind het nog steeds geen straf, maar sporten heeft inmiddels als doel mij fit te laten voelen. Mijn botten sterk houden, snel kunnen reageren als ik struikel. Ik doe aan krachttraining, zwemmen, yoga, behendigheid en flexibiliteit. Houd ik dit vol, dan blijf ik automatisch een beetje langer in model. Waar ik niet aan kan wennen, is het terugzien van bewegende beelden van toen ik jonger was. Tv-beelden van tien, twintig jaar terug… Waar was ik destijds toch zo onzeker over? Nooit vond ik mijzelf goed genoeg.”

”Zo halverwege de twintig had ik werkelijk geen idee. Ik had nog geen kinderen en dacht niet na over de toekomst. Kreeg simpelweg de kans om omroepster te worden naast mijn studie. Geinig als bijbaantje, maar ik had geen uitgestippeld carrièreplan. Op mijn veertigste verjaardag bevond ik me in een spannende, onzekere periode. Ik was net gescheiden en moest leren veerkrachtig te zijn, omgaan met een nieuwe vorm van vrijheid. Ik weet nog hoe daadkrachtig dat voelde. Vijftig worden, was ook al zo’n mijlpaal. Mijn man had een geweldig feest georganiseerd en ik heb de leeftijd begroet met veel vreugde, zoals ik elk jaar doe. Maar er torende geen opgeblazen Sarah boven de voordeur uit. ‘Als er een pop in de tuin komt, steek ik ’m lek,’ had ik gewaarschuwd.”

Wat versta je onder schoonheid?Anita-Witzier-Stijl-Interview

“In eerste instantie denk ik aan ongerepte natuur. Een weiland ’s ochtends vroeg, het eerste zonlicht van de dag. De bergen. De zee. Eigenlijk alle plekken waar geen mensen zijn. Een mens vind ik mooi als hij of zij zichzelf kan zijn en bakens durft te verzetten. Make-up en leuk haar kunnen je de beste versie van jezelf maken, maar die schoonheid is tijdelijk. Mijn dochter heeft dik haar dat fenomenaal mooi is en bij mij in de buurt woont een vrouw met wonderschoon lang grijs haar. Maar bij schoonheid denk ik ook aan mijn schoonmoeder van 83. Levenslustig, met een geleefd gezicht vol rimpels en een glinstering in haar ogen.”

Halina Reijn begon met botox omdat het haar werd aangeraden door een regisseur. Geloof jij in zulk onderhoud?

“Ik geloof nergens heilig in, maar ben een paar jaar geleden toch begonnen met bindweefselmassages. Kom ik er net vandaan, dan zijn alle rimpels gladgestreken, maar een dag later zijn ze alweer terug. Ik maak mijn gezicht goed schoon en smeer een spf’je. Bakken tot er een korstje op zit, zoals vroeger, dat doe ik niet meer. Botox heb ik al een tijd niet meer gedaan. Mijn fronsrimpel is heel diep. Daar liet ik weleens botox in spuiten als het me te veel hinderde. Dan was het glad, maar gingen mijn wenkbrauwen raar staan. Nu stoort het me minder.”

Ze pakt de huid bij haar kaaklijn: “Dit is ook nieuw, dat ik zo aan mijn huid kan trekken. Het wordt echt nooit meer beter. Als je ouder wordt, krijg je een rommelig hoofd. Maar hoe erg is dat eigenlijk? Een regisseur heeft me nog nooit verteld dat ik aan de spuit moet. Is het niet geinig om níét te bezwijken voor de druk van buitenaf om eeuwig jong te blijven? Als laatste der Mohikanen? Eeuwig jong blijven ís ook geen bal aan. Met ouder worden laat je je onzekerheden los. Het interesseert me niet meer wat anderen van me denken.  Die hele ‘ben ik wel leuk genoeg?’-onzin, zo de prullenbak in. Daar draait het niet om.”

Waar draait het wél om?

“Om het feit dat elke extra verjaardag meer dan zomaar een cijfer erbij is. Vanaf dit punt in mijn leven zullen er steeds minder cijfers volgen. Het einde komt een keer en dat is onomkeerbaar. Ik voel geen angst om oud te worden, maar het leven lijkt me zo ingewikkeld worden als alles moeite, tijd en pijn kost. Daar kijk ik niet naar uit.”

”Nu is alles nog vanzelfsprekend, dus eigenlijk moeten we nu naar Japan of Australië of zo. Maar het is geen heílig moeten, want sinds een jaar of tien geniet ik al zo erg van de simpele dingen. Van koffiedrinken met mijn dochter, lunchen met mijn zoon. Een lange wandeling met man en hond. Dat zijn stuk voor stuk gelukmakers.”

Tekst | Nicole Grabiëls

Beeld | Dana van Leeuwen

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.