Ruben Hein: ‘Eigenlijk ben ik gewoon weer een beetje aan het klooien’

Deel dit artikel:

Zanger en pianist Ruben Hein (37) staat nu in het theater met zijn solovoorstelling Boventoon. Want, in het kort gezegd, er bestaat geen klank zonder boventoon. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor mensen. ‘Onze boventoon laat zien wie we werkelijk zijn.’

Ruben praat snel, gooit er grapjes tussendoor, laat zo nu en dan ‘jezus’ vallen en lacht veel. Dat enthousiasme is aanstekelijk, als hij het over muziek heeft dan zit je gewoon náást hem op de pianokruk. En speelt samen met hem de tonen, de klanken, luistert naar de muzikanten die hem hebben geïnspireerd, de concerten die hij heeft gedaan en kijk je naar hoe hij muziek maakt thuis aan de keukentafel. Met zijn twee oudste zoons die nu 4 en 3 zijn. De baby van elf maanden luistert voorlopig alleen nog. Ruben Hein is vader, muzikant, én vogelaar. Dat laatste doet hij het liefst een beetje in de luwte, want zo heel sexy vindt hij het niet, dat met een verrekijker door de natuur struinen op zoek naar een zeldzaam exemplaar. En aan de andere kant haalt hij ook zijn schouders erover op. Nerdy? Dan maar.

Het lijkt een beetje of hij daar ineens was. De jongen die Linda’s Zomerweek muzikaal omlijstte en de man die Jan Versteegh als de mol ontmaskerde in ‘Wie Is De Mol?’ Maar er was natuurlijk een heel (muzikaal) leven daarvoor. Hij tekende bij het prestigieuze platenlabel Blue Note, speelde op het North Sea Jazz Festival en werd genomineerd voor verschillende popprijzen. Ook speelde hij onder meer in de band van Hans Teeuwen en stond naast Oleta Adams in het Concertgebouw. En leverde tussen alles door ook nog zes albums af. Nu staat hij in het theater met de reprise van zijn theatershow ‘Boventoon’. Hij zegt daarover dat als een grondtoon het uiterlijk van iemand is, dan zijn de boventonen eigenschappen, herinneringen, ervaringen, gevoelens en meningen. Samen zorgen ze voor een volle klank. Maar wat zijn volle klank dan precies is, vindt hij lastig om te zeggen. Want dat gaat over wie je bent. De vraag is eigenlijk hoe goed je jezelf kent. ‘Het maken van deze theatervoorstelling is een openbaring voor mij geweest. Ik wilde een aantal nummers spelen en over mijn leven vertellen. ‘Waarom ben ik geworden wie ik ben?’ Al schrijvende kwam ik achter een aantal dingen over mezelf en over de wereld om me heen. Het is daardoor een heel persoonlijk verhaal geworden, ik laat veel meer zien dan ik voor ogen had.’

Is dat niet heel eng of kwetsbaar om te doen?

‘De eerste keer dat ik deze voorstelling speelde, voelde ik me inderdaad heel kwetsbaar. Het ging ook niet helemaal goed. Mijn geluidstechnicus vatte het treffend samen. Hij zei: ‘Ik zie een jongen op het podium staan die het allemaal leuk en aardig doet, maar als je over jezelf gaat vertellen dan moet je ook echt met je billen bloot gaan.’ Waarmee hij wilde zeggen dat ik echt naar binnen moest gaan, wat is mijn verhaal? Waar zit mijn pijn? En dat ben ik gaan doen.’

Is dat zo makkelijk gegaan als dat je het nu zegt?

‘Die avond erna had ik mijn eindmonoloog herschreven. Echt vanuit mijn hart. Toen ik die voordroeg barstte ik in tranen uit. Ik schaamde me er een beetje voor. Die mensen in de zaal waren toch niet gekomen om mij te zien huilen? Maar ik kon er niet om heen. Het waren dingen die ik nog niet eerder zo duidelijk had uitgelegd. Ook niet aan mezelf. Het gaat over mijn ouders, mijn vrienden en hoe dat verbonden is met de keuzes die ik heb gemaakt. En dat zijn geen super schokkende dingen, maar wel dingen die heel dichtbij me staan.’

Wat triggerde die tranen? Dat je dat nog nooit had verteld of dat het heel persoonlijk was?

‘Misschien was het de confrontatie met hoe duidelijk ik ineens zelf zag hoe dingen waren gegaan. Ik vertel bijvoorbeeld over een vriendschap die verwaterd is, terwijl het toch een heel dierbare vriend was. Maar we kwamen in andere levensfases terecht en groeiden uit elkaar. Ik heb dat lang als iets vanzelfsprekends gevonden, dingen lopen soms gewoon zo, maar nu ik erover na ging denken realiseerde ik me pas hoe belangrijk die vriendschap voor mij is geweest.’

Je vertelt ook over jouw missers en hilarische uitglijders.

‘Ja, want dat ben ik óók. Het is een voorstelling die ook grappig is. Ik vertel over wat voor jongetje ik was en hoe muziek mijn leven in is gekomen. En over mijn liefde voor vogels kijken.’

Heeft dat nog iets met elkaar te maken, vogels en muziek?

‘Niet per definitie. Het is een beetje psychologie van de koude grond, maar je zou in beide een gevoel van vrijheid kunnen zien.’

Van wie heb je de muzikale genen?

‘Mijn vader speelde fanatiek blokfluit. Misschien wel het meest onderschatte instrument. Als je er goed op kunt spelen, en dat is echt een kunst, klinkt het heel mooi. Maar het was vooral de muziek die bij ons thuis werd gedraaid die mij heeft gevormd. Ray Charles, Miles Davis, Paul Simon, The Beatles, dat hoorde ik allemaal voor het eerst thuis. Mijn vader had overigens liever gezien dat ik cello was gaan spelen. Maar ik was enorme fan van Ray Charles en die speelde piano. Vandaar dat ik dat ben gaan doen.’

Vanwaar je liefde voor Ray?

‘Die man is en heeft soul. Zijn groove, toewijding, overtuiging; het is best rauw. Zijn stem heeft ook een randje. Hij is eigenlijk een mix van ongelofelijke swing, goed kunnen zingen en briljant piano kunnen spelen. Dat wilde ik als jongetje ook allemaal.’

Nog even over vogels kijken, van wie heb je die liefde voor de natuur meegekregen?

‘Van mijn moeder. Ik ben opgegroeid in Bemmel, vlakbij Nijmegen. We hadden een grote tuin en de vogels die ik daar zag, zocht ik op. Toen ik wat ouder was ging ik samen met mijn moeder naar de Ooijpolder naar vogels kijken. Ik heb dat laatst weer een keer met haar gedaan. Dat was eigenlijk heel bijzonder om met haar te doen. Het is intiem om samen in de stilte te lopen. Ik doe het nu niet zo vaak meer. Met drie kleine kinderen kan ik niet op zondagmiddag zeggen: ‘Nou, ik ga even een paar uur vogels kijken’. Maar er ligt standaard een verrekijker in mijn auto. En ik heb de Dutch Bird Alert-app, zodat ik kan zien welke vogels waar gespot zijn.’

Dan lachend: ‘Ik heb me er lang voor geschaamd. Als puber had ik een bril en een beugel, hield van jazzmuziek en keek graag naar vogels. Dat was in mijn ogen vrij kansloos allemaal. Maar daar ben ik nu overheen. Laatst was ik op vakantie in Zuid-Afrika en heb ik een zwarte kiekendief gezien. Daar zijn er niet meer zoveel van. En ja, dan ben ik wel heel blij. Het is ook een beetje een mindful-momentje. Ik laat alles even achter, mijn drukke werk, dingen die ik nog moet doen en focus me alleen op de natuur en de vogels. Dat is rustgevend. Ik sta dan wat betreft dagelijkse hectiek uit en ga tegelijkertijd open voor inspiratie. De natuur laadt in die zin ook op.’

Hoe zit dat bij jouw jongens, kijken die ook naar vogels, of spelen ze liever piano?

‘De oudste twee vinden beide leuk. Ik ben ze ook enorm aan het indoctrineren, hè. Als ze een merel zien, vraag ik meteen: ‘Is het een mannetje of een vrouwtje?’. Maar ze luisteren ook heel graag naar muziek. De oudste zat laatst achter de piano en luisterde ‘You can call me Al’ van Paul Simon en ineens speelde hij dat lijntje van het refrein mee. Dat was zo leuk om te horen. Hij is gewoon een beetje aan het klooien met muziek. Dat is ook de kern van muziek maken: een beetje klooien. Ik ben een tijd heel serieus bezig geweest. Ik ging professioneel muziek maken, iedereen heeft dan een mening over dat wat je maakt en daar was ik gevoelig voor. Maar die onbezonnenheid komt nu gelukkig weer een beetje terug. Eigenlijk ben ik nu gewoon weer een beetje aan het klooien.’

Tekst| Saskia Smith
Beeld| Yani pictures

T/m 21 december kun je Ruben Hein in het theater zien met zijn voorstelling Boventoon. Kijk hier voor meer informatie. Daarnaast staat Ruben ook op het podium tijdens de Margriet Winterfair. Nog geen kaartjes? Ga dan snel naar de shop van Margriet en profiteer van 4 euro voordeel per kaart!