Drie maanden revalideren na een fietsongeluk: ‘Kon ik er wel bij zijn met kerst dit jaar?’

Deel dit artikel:

Aafje Beeldsnijder (61) verbleef drie maanden in een revalidatiecentrum na een fietsongeluk. ‘Ik me geregeld afgevraagd of ik dit jaar net als altijd mijn stoofpeertjes met wild zou kunnen maken’

“Het was hartje zomer, sníkheet. Ik kwam van de kapper, op de e-bike, en opeens stond er een andere fietser dwars op de weg. We botsten op elkaar, ik duikelde voorover: een gigantische klap. Ik wist meteen dat het foute boel was. Staan kon ik absoluut niet, wat had ik een pijn! Ik bleek mijn heup, de hele kom eromheen, mijn schaambeen én heiligbeen te hebben gebroken.”

‘Ik miste mijn man en ons leventje samen’

“Een week lag ik in het ziekenhuis voor absolute rust, daarna werd ik overgebracht naar Basalt Revalidatie in Den Haag, waar ik een intensief programma moest volgen en een eigen kamer kreeg, waar alles – het bed, sanitair en keuken – op rolstoelhoogte was afgestemd. Ook kreeg ik hulp bij het douchen en aankleden. Op mijn kamer werd zelfs een elektrische piano gezet omdat ik zo graag piano speel. Én er werd voor me gekookt. Ontzettend fijn allemaal, maar toch: het was niet hetzelfde als thuis. Ik miste mijn man en ons leventje samen. Gewoon ’s ochtends opstaan, ontbijten, een krantje lezen, naar musea en op vakantie gaan.”

Vreselijke weekenden thuis

“Mijn man kwam wel elke dag langs hoor, en dan maakten we een wandeling door de tuin – ik in de rolstoel, hij duwde me. Maar dat is niet hetzelfde als samen onder één dak wonen. Toen ik na twee maanden hoorde dat ik in de weekenden naar huis mocht, maakte mijn hart dan ook een sprongetje. Maar het viel tegen. We zijn klein behuisd en ik kon nog geen traplopen. Eigenlijk was ons hele huis niet op mijn lichamelijke situatie berekend; het was zó behelpen, waardoor ik me thuis meer patiënt voelde dan in het revalidatiecentrum. Mijn man moest álles voor me doen.

We kregen zelfs ruzie, bijvoorbeeld als hij de verkeerde kleding van boven had gehaald. ‘Nee, dat bedoelde ik niet, dat is toch geen combinatie,’ reageerde ik dan snibbig. Uiteindelijk zijn we via Facetime mijn spullen gaan pakken… Maar op zondagavond was ik vaak blij dat ik weer in het revalidatiecentrum was.”

Leven terug

“Nu ik wel weer voor honderd procent op mijn benen kan staan, is het ontzettend fijn om volledig thuis te zijn. Natuurlijk volg ik nog steeds een ambulant programma, maar ik heb mijn leven grotendeels terug. Ik kan weer zelf boodschappen doen, koken; mijn eigen nasi, met saté én zelfgemaakte pindasaus maken. En uitslapen, want met het intensieve programma met therapieën was daar nooit ruimte voor.”

Altijd positief gebleven

“Bij de pakken neerzitten heb ik nooit gedaan; ik ben altijd positief gebleven en heb geloofd in mijn herstel. Al heb ik me geregeld afgevraagd of het zou lukken met Kerstmis thuis te zijn. En of ik dan net als altijd mijn stoofpeertjes met wild zou kunnen maken en met oud en nieuw een hele berg oliebollen? Ik houd namelijk zo van deze tijd aan het eind van het jaar. De lichtjes in de stad, de kerstliedjes in de winkels. Het samenzijn tijdens de feestdagen terwijl het buiten koud is én op kerstavond naar de kerk; het heeft voor mij iets magisch. Mijn kerststal en boom haal ik ook absoluut tevoorschijn, maar ik vraag dit jaar wel wat hulp bij het optuigen.”

Fotografie | Marloes Bosch
Tekst | Steffie Taal

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2018-51. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.