Renee Fokker over Judas: ‘Onze levens zijn heel verschillend, maar ik begrijp Astrid Holleeder’

Deel dit artikel:

Toen ze als klein meisje haar eerste optreden had, voelde actrice Renée Fokker (56): dit is het. Nu staat ze op de planken met de theatervoorstelling Judas, waarin ze Astrid Holleeder speelt, de zus van Nederlands beroemdste crimineel. ‘Onze levens zijn heel verschillend, maar ik begrijp haar ook.’

“Moet je kijken, deze foto’s sturen ze dan in onze familieapp.” Renée Fokker laat foto’s zien van zoon Daan en dochter Esah. Foto’s uit de app waar ook de vader van haar kinderen inzit, ook al zijn ze niet meer samen. Want ze blijven natuurlijk altijd een gezin. Ze vindt het onzin dat je dat zou moeten scheiden.”

‘Ik begrijp Astrid Holleeder wel’

Renée toert momenteel langs de theaters met Judas, waarvoor ze in de huid kruipt van Astrid Holleeder, de vrouw die belastende gesprekken met haar broer Willem opnam en nu tegen hem getuigt. Renée begrijpt haar wel. “Hij bedreigde haar, haar zus, hun moeder, de kinderen. Ik begrijp dat je dan op een punt komt en zegt: ‘Nu is het genoeg.’ Dat gevoel voor rechtvaardigheid herken ik wel. Opstaan voor waar je in gelooft, voor wat belangrijk voor je is.”

Kun je je iets voorstellen bij haar leven?

“Dat is bijna niet voor te stellen. Ze leeft in voortdurende angst, haar hele leven eigenlijk al. Ze had een tirannieke vader en een agressieve broer. Toen ze zeventien was, werd ze door de politie van haar bed gelicht omdat haar broer verdacht werd van de ontvoering van Heineken. Ze zat nog op school. Dat is natuurlijk bizar als je leven zo loopt. Ze heeft altijd op haar tenen moeten lopen en uiteindelijk wilde ze dat niet meer. Ik snap haar, maar bewonder haar ook. Je broer verraden, daar is moed voor nodig. Bovendien is de prijs die ze ervoor betaalt heel hoog: haar leven. Dat haar broer haar wil laten vermoorden, is geen geheim.”

Ben jij ergens bang voor?

“Ik ben niet bang voor spinnen of zo, maar heb wel elementaire angsten zoals de angst om alleen achter te blijven. Dat heeft natuurlijk met de angst voor de dood te maken. En niet zo zeer mijn eigen dood, maar die van de mensen van wie ik hou. Ik ben ook altijd bezig om een bepaalde mate van veiligheid om me heen te creëren. Met mijn kinderen, mijn geliefden en familie móet het goed gaan, zij moeten blij en tevreden zijn. Dat staat bij mij op de eerste plaats. Pas daarna denk ik aan mezelf.”

Ben je dan jezelf niet aan het wegcijferen?

“Ongetwijfeld. Ik ben heel erg van het harmoniemodel, het iedereen naar de zin maken en zorgen dat alles goed is. En tegelijkertijd kan ik dat ook loslaten en heel goed alleen zijn. Er zit een tegenstrijdigheid in mij: ik ben een groepsmens en solist, aards en emotioneel, praktisch en chaotisch, ik heb een duidelijke mening en soms denk ik: wat vind ik hier eigenlijk van? Ik ben eigenlijk best een ingewikkeld mens. Kan met de stroom meegaan, maar kan ook opstandig worden als ik merk dat ik word begrensd. Ik heb de vrijheid nodig om het op mijn manier te kunnen doen.”

Was het altijd al duidelijk dat je actrice wilde worden?

“Gek genoeg heb ik nooit iets anders gewild, maar ik was ook onzeker toen ik naar de Toneelschool ging. Het heeft twee jaar geduurd voordat ik auditie durfde te doen. Ik was een dromerig kind, had een grote fantasie. En ik zat op ballet. Alleen al dat balletpakje vond ik geweldig. Een keer in het jaar hadden we een voorstelling in de schouwburg van Nijmegen. Bij mijn allereerste optreden speelde ik een muis. Ik weet nog dat ik het ontzettend spannend vond, maar dat die adrenaline ook lekker voelde. Eenmaal op dat podium werd ik gezien. Een hele zaal keek naar mij. Ik kom uit een groot gezin, heb zes broers en zussen boven me en een zusje onder me. Ik mocht met toneelstukjes thuis nooit meedoen, omdat ik te klein was. Terwijl ik wel heel graag mee wilde doen. Maar dansend op dat podium werd er naar mij gekeken, en ontdekte ik dat ik mensen kon boeien.”

Op wat voor manier heeft dat grote gezin je gevormd?

“Ik was een kind in het midden. Mijn ouders kregen zes kinderen, toen vijf jaar niks, toen werd ik geboren en vijf jaar later kwam er nog een zusje. Ik hoorde nergens bij, ik was niet de oudste en niet de jongste. Dat heeft me autonoom gemaakt; als eenling meanderde ik door dat gezin. Ik was ook een verlegen meisje, ik heb bijvoorbeeld tot heel laat geduimd. Pas toen ik naar de middelbare school ging, werd ik meer mezelf. Daar kon ik ook mezelf zijn, want ik was los van al die broers en zussen.”

Heeft het je ouders verbaasd dat je uiteindelijk naar de Toneelschool ging?

“Mijn ouders waren creatief en vrijgevochten. Mijn vader was architect, mijn moeder was huisvrouw en kon prachtig schilderen. Ik kom uit creatief gezin. Er waren huiskamerconcerten, filmhuis, feestjes; het was vrijheid blijheid. Mijn ouders zeiden altijd dat je moest kiezen waar je van houdt, omdat de kans om gelukkig te zijn dan het grootste is. Met andere woorden: doe waar je blij van wordt. Dat dat bij mij toneelspelen was, vonden ze denk ik wel leuk, al hebben we het daar nooit zo heel expliciet over gehad.”

Heb je wel het gevoel dat ze trots op je zijn?

“Mijn vader leeft al lang niet meer, maar mijn ouders zijn wel van de afdeling: we zijn trots op alle kinderen. Nu mijn moeder vergeetachtig wordt, en in die zin decorum verliest, merk ik soms dat ze bij de koffie al roept: ‘Ze is er hoor, wie wil er met haar op de foto?’ Mijn moeder woont in een verzorgingshuis en als ik dan de gemeenschappelijke kamer binnenkom, zegt ze: ‘Daar is mijn dochter, de actrice.’ Dat heeft ze nooit eerder gezegd en dat dat nu naar buiten komt, vind ik wel heel leuk. Het is ook wel mooi om te zien dat als je ouder wordt, je ook dichter bij de kern komt van wie je bent.”

Vind je het moeilijk dat ze vergeetachtig wordt?

“Ik zie haar eigenlijk te weinig. Maar als mijn zus bij haar is, zorgt ze er altijd voor dat ik even met mijn moeder kan FaceTimen. Ze is 92 en snapt er niet zo veel meer van, maar als ze mij dan op dat scherm ziet, zegt ze: ‘Hé, Reneetje.’ Heel lief eigenlijk. Mijn moeder is heel geestig, dat ondeugende heb ik van haar. Een paar jaar geleden, op haar 86e, heeft ze een tattoo van een vlinder laten zetten. Gewoon omdat ze dat wilde. Daar kan ik alleen maar om lachen, zo stoer dat ze dat heeft gedaan. Ik vind overigens zo’n verzorgingshuis een tragedie. Mijn moeder was een heel zelfstandige vrouw, heel sterk, en nu is ze afhankelijk van anderen. Ze raakt alles kwijt, ook haar herinneringen. Dat is heel treurig natuurlijk.”

Heb je dan niet het idee dat het leven je ook een beetje overspoelt?

“Maar wat is het alternatief? Op mijn zeventiende heb ik na een heel zwaar auto-ongeluk een jaar in het ziekenhuis gelegen. Daar had ik ook geen controle over. Ik werd geschept door een dronken automobilist en had een verbrijzelde schedel. Terwijl mijn plan heel anders was. Ik was gestopt met school, liftte naar Spanje, was even fotomodel, en toen ik naar Amsterdam wilde, was het in een keer, boem, mijn hele leven ondersteboven.

Na dat jaar was ik het contact met mijn leeftijdgenoten kwijt. Ik had moeten vechten voor mijn leven, had mensen dood zien gaan, ik was veel verder. Ik denk dat ik in die periode heb leren loslaten. Het leven gaat echt nooit zoals gepland. In elk geval niet bij mij. En als je loslaat, verrast het leven je ook. Ik had heel impulsief bedacht dat ik de Camino de Santiago wilde gaan lopen. De dag voordat ik vertrok, dacht ik: waarom doe ik dit? Waarom ga ik alleen op reis? Maar op het moment dat ik daar dan ben, valt alles op zijn plek: dit wil ik, dit kan ik en stort ik me vol in het avontuur.”

Je woont nu alleen, je kinderen zijn volwassen, is dit een leuke levensfase?

“Geen idee. Het is vooral een verwarrende fase, want alles heeft een keerzijde. Het is zoals Cruijff dat zei: ‘Elk voordeel heeft zijn nadeel.’ Ik ben vrij, kan doen wat ik wil, maar daar tegenover staat dat ik moet leven met de keuzes die ik heb gemaakt. De afgelopen jaren is alles opgeschud. Ik woonde 27 jaar samen met Tom, werd verliefd, Daan en Esah gingen op zichzelf wonen. Het was allemaal ontzettend heftig en verdrietig. Dat er nu rust is, daar heb ik vrede mee. En ik kan goed alleen zijn. Ik vind het heerlijk om te doen wat ik wil. Ik kan rustig een hele dag in bed liggen als dat zo uitkomt. Maar de les die ik vooral leerde, was dat ik veel alleen kan. Mijn huis, werk, ik red het prima. Ik oordeel ook minder hard over mezelf, laat het leven op me afkomen, omdat ik het vertrouwen heb dat het wel goedkomt.”

Dat moet een heerlijk gevoel zijn

“Dat is het ook. Want in dat vertrouwen zit een bepaalde rust. Ik ben ook geduldiger, er is minder paniek.”
Lachend: “Alleen om mijn leeftijd. Ik kijk soms in de spiegel en denk ik: oh ja, ik ben oud. Ik zie de zwaartekracht zijn werk doen. En toch past mijn leeftijd niet helemaal bij hoe ik me voel. Ik ga gerust nog een hele nacht stappen met mijn kinderen en hun vrienden. Gek dat leeftijd voor mij nooit een dingetje was, maar het nu wel is.

Als ik mijn leeftijd moet zeggen, denk ik steeds vaker: ik zeg het niet. Maar ja, dat vind ik dan ook weer kinderachtig van mezelf. Misschien komt het omdat ik zo van het leven hou, omdat ik nog steeds het gevoel heb van wat ga ik later doen? Ik droom nog steeds dat ik in een ander land ga wonen en daar een nieuw leven begin. Dat ik door stoffige straatjes loop en een bar op het strand begin. Onzin natuurlijk, want als er iemand gehecht is aan haar leven in Nederland, dan ben ik het.”

Tekst: Saskia Smith
Fotografie: Ester Gebuis
Styling: Esther Loonstijn