Peter van der Vorst: ‘Mijn leven is meer pluk de dag geworden.’

Deel dit artikel:

Er wordt hard gewerkt bij Vorst Media in Abcoude, het bedrijf waar Peter van der Vorst (46) mede-eigenaar van is. Want ja, er moeten een hoop nieuwe afleveringen van zijn programma’s worden afgeleverd voor het nieuwe tv-seizoen, zoals van Married at first sight, Onschuldig en Van der Vorst ziet sterren. En ondertussen wordt nagedacht over nieuwe programma’s. Peter zit niet graag stil. Sinds een aantal jaren woont hij in het dorp zelf. Vorig jaar betrokken hij en zijn gezin – man Sander en zoon Levi – een fraaie woonboerderij buiten de dorpskern. “Ik mag niet klagen,” zegt hij als we hebben plaatsgenomen in de montageruimte. “Ik heb er nooit van durven dromen 
dat ik de scepter zou zwaaien over een mini-imperium.”

Zit ik nu tegenover een ster?
“Haha, alsjeblieft zeg. Voor de buitenwereld ben ik een bekende Nederlander, maar zelf zie ik me als presentator en producent. Als achtjarig jongetje wilde ik al journalist worden en schreef verhaaltjes. Dit is per ongeluk ontstaan.”

Waarom wilde je journalist worden?
“Vanwege het reizen en vooraan kunnen staan waar het gebeurt. Vooral de televisiewereld fascineerde me, en ook de 
wereld daarachter. Als een programma was afgelopen, las ik altijd de aftitelingen: wie is dat? En die? Toen ik twaalf was ging ik met mijn moeder naar een opname van Wedden dat in Studio’s Aalsmeer. Joop van den Ende stond daar klappend en zwaaiend het publiek op te zwepen, Jos Brink presenteerde en de bekende regisseur Guus Verstraete gaf aanwijzingen. Ik werd er enorm door gegrepen en dacht: je zou hier toch 
werken! Nog geen tien jaar later was 
dat realiteit.”

Wat was de magie?
“Het leek een onbereikbare wereld. Ik heb het nog steeds. Ik kom geregeld op het Mediapark in Hilversum en denk dan altijd: wauw, wat te gek dat ik hier mijn brood verdien. Een gekke nederigheid. Als je in Hilversum of Amsterdam opgroeit, is het normaal. Maar voor een jongetje uit Breda niet. Als er bekende mensen in Breda waren, ging ik 
handtekeningen vragen. Ik had ze van Jos Brink, Hans van der Togt, Hans van Willigenburg, Maywood, Nico Haak…”

De eerste drie zijn net als jij homoseksueel. Waren zij voorbeelden voor je?
“Jos Brink zeker, net als André van Duin. Zij waren open over hun geaardheid en traden met hun vriend in de 
publiciteit. Het was voor mij als jongen fijn zulke rolmodellen te hebben. Ik hoop dat ik dat zelf door mijn openheid ook voor de nieuwe generatie kan zijn.”

In wat voor omgeving ben je opgegroeid?
“We waren een doorsneegezin. Mijn vader werkte bij defensie, waar hij 
machinebankwerker was. Mijn moeder was huisvrouw en had schoonmaakbaantjes. Er was niet veel geld, maar ik had een fijne jeugd. Mijn broer is zes jaar ouder, het jongetje erna overleed. En daarna kwam ik.”

Was je moeder niet extra bezorgd om jou omdat ze een kind was verloren?
“Ik heb eens in een interview gezegd dat ik de vervanger van dat broertje was. Dat vond ze erg vervelend om te lezen. ‘Zo was het helemaal niet,’ zei ze.”

‘Ik deed als kind extra mijn best om mijn ouders niet teleur te stellen’

Drukte dat verlies een stempel op het gezin?
“Dat verdriet was zeker in huis aanwezig, ook ik voelde dat. Een taboe was het niet, er werd gewoon over gepraat. Het leidde er wel toe dat ik een enorme angst voor de dood kreeg. Want in bed lag ik dan aan dat verhaal te denken. Ik deed extra mijn best ook als kind om mijn 
ouders niet teleur te stellen en verdrietig te maken. Daarom was het voor mij best een drempel om uit de kast te komen. Zelf had ik op mijn achtste al door dat ik jongetjes leuker vond dan meisjes. Maar ik heb het ze pas verteld toen ik zeventien was. Gelukkig gingen ze er heel goed mee om.”

Dus je liep bijna tien jaar met een geheim rond?
“Zo voelde het niet. Ik was wel een 
beetje een loner op de middelbare school, ik heb aan die tijd geen vrienden overgehouden. Mijn eerste vriendje leerde ik in Breda kennen bij de ziekenomroep, waar ik een bijbaantje had. Mijn vriendenclub zat daar, niet op school. We traden gewoon naar buiten.”

Daarna ging je naar Amsterdam om 
politicologie te studeren. Ging er een 
wereld voor je open?
“Breda is minder conservatief dan je denkt, hoor. Omdat we vroeger vanwege geldgebrek nooit naar het buitenland gingen tijdens de zomervakantie, maakten we dagtochtjes met de trein. Dan gingen we altijd standaard naar Amsterdam. Toen wist ik al: hier wil ik ooit wonen. De magie van de grote 
stad. Later associeerde ik dat ook met vrijheid: het was er veel normaler te zijn wie je bent. En in Breda had je één 
homokroeg, in Amsterdam toen wel twintig. Als vrijgezel heb ik drie jaar goed feestgevierd en veel leuke mensen ontmoet.”

Politicologie is wel wat anders dan wat je nu doet.
“Aanvankelijk wilde ik het nieuws 
verslaan, politiek interesseerde me. Ik werkte voor de radio en de Gay Krant, waar Henk Krol hoofdredacteur was. Een tijdje deed ik politieke verslaggeving in Den Haag. Maar ik had daar geen 
geduld voor. Te langzaam, te veel 
handjeklap. Naast politiek schreef ik over jongeren en media. Ik nam bij de Gay Krant vaak de mediarubriek over van Edwin Bakker die aids had. Het was duidelijk dat hij zou sterven. Het was mijn eerste confrontatie met een aids-
patiënt. Heftig. Het was aids op zijn hoogtepunt, in de meest griezelige, 
pijnlijke vorm. Dat heeft me echt bang gemaakt. Mijn ouders waren natuurlijk ontzettend ongerust. Veel mensen hadden destijds het idee: ben je homo, dan krijg je aids. Ik heb toen veel begrafenissen meegemaakt van mensen van rond de dertig. Dan raak je je wel bewust van de gevaren van onbeschermde seks.”

Via Albert Verlinde, die hij voor de Gay Krant interviewde, kwam Peter bij de televisie terecht. Hij begon als verslaggever bij Showtime. Nadat Joop van den Ende dat programma inlijfde, kreeg hij nieuwe kansen. Toen Reinout Oerlemans zijn bedrijf Eyeworks oprichtte, vroeg hij Peter mee te helpen.
“Ik heb altijd keihard gewerkt, misschien wel te hard,” zegt Peter. “Zestien uur per dag was heel normaal. Maar goed, anders had ik dit allemaal niet gehad. En ik vond het ook ontzettend leuk.”

Wat zagen ze als je talent?
“Ik kan, vanwege mijn radio- en 
schrijfachtergrond, een goed verhaal 
in beeld vertellen, denk ik. Ik ben een echte maker.”

Wie is cruciaal geweest voor je carrière?
“Naast Henk Krol is dat Joop van den Ende. Voor Van der Vorst ziet Sterren zat mijn carrière wat in het slop. Ik ging bij Joop langs met een idee voor een nieuw programma; een soort TV Show van Ivo Niehe, maar dan moderner. Ik zei: ‘Maar ik denk niet dat ik dat moet doen.’ Joop zei: ‘Dat moet je wel doen! Goed idee, bied het aan.’ En dat heb ik gedaan. Ik ben het ook zelf gaan produceren. Op dat moment had ik iemand nodig die 
me een trap onder de kont gaf. En Joop gaf me die.”

Is er een rode lijn te ontdekken in je 
programma’s?
“Er zijn twee lijnen: luchtige entertainmentprogramma’s en daarnaast de 
sociaal-maatschappelijke over thema’s die ik belangrijk vind. Sterren interviewen is leuk, maar ik word er niet gelukkig van als ik dat alleen maar zou doen. Ik wil ook iets nuttigs doen. Omdat ik mag werken met stevige budgetten 
gebruik ik dat daarom ook om grote thema’s aan de kaak te stellen, zoals in een programma over de mantelzorg. 
Het zijn thema’s waar iedereen mee te maken heeft. Ik laat zien hoe je ermee om kunt gaan.”

Heb je bij zo’n programma over mantelzorg ook je eigen ouders in het achterhoofd? Beiden zijn ziek momenteel.*
“Het bizarre is dat ik erna vaak zoiets zelf meemaak in mijn eigen leven. Dit ook. Ik heb veel aan dat programma gehad. Ik heb gezien hoe mensen 
daaraan onderdoor kunnen gaan en dat
ervaar ik nu soms zelf. Bij mijn moeder is kanker geconstateerd, ze heeft een hersenbloeding gehad en een epileptische aanval. Mijn vader heeft een 
herseninfarct gehad. De afgelopen 
periode waren er continu onverwachte ziekenhuisopnames. Ik ging steeds mee, maar omdat ze in Breda wonen, leverde me dat nogal eens stress op. Maar ik deed het met liefde. Inmiddels liggen mijn ouders beiden in een hospice en komen daar zeer waarschijnlijk ook niet meer uit. Het is uiteraard heel verdrietig, en gek dat ze er beiden liggen. Maar wel op een plek waar ze fantastisch 
worden verzorgd. Ook voor mijn broer en mij fijn dat ze op één locatie zijn nu. Ik heb enorm veel respect gekregen voor de gezondheidszorg in Nederland. Er wordt hier veel gezeurd, maar als je ziet wat er allemaal mogelijk is in vergelijking met andere landen… Erg bijzonder.”

In Zolang ik leef volgde je mensen die niet lang meer hadden te leven. Hoe was dat voor iemand met een grote angst voor 
de dood?
“Dat was heftig. Maar ik was in de Gay Krant-periode al zo vaak geconfronteerd geweest met de dood, en had ook gezien hoe mensen daar vrede mee 
konden hebben, dat ik er minder bang voor was geworden. Ik ben door dat programma wel anders in het leven gaan staan. Terwijl we het maakten, liet Talpa weten dat ze ons wilden overnemen. 
Het heeft me geholpen die beslissing te nemen. Ik dacht: ik kan nog tien jaar door ploeteren met de hoop dat we het dan kunnen verkopen. Of ik grijp nu mijn kans, want voor hetzelfde geld is het volgende week voorbij. Mijn leven is meer pluk de dag geworden.”

Die dagen plukt hij vooral met Sander, met wie hij al zeventien jaar samen is en in 2014 trouwde. In 2008 kwam Levi in hun leven, hun inmiddels negenjarige adoptiezoon. “Alles wordt minder 
belangrijk met een kind,” zei Peter daar eens over. “Al zit ik nog zo zwaar in de stress, als ik thuiskom, laat ik die stress heel snel van me afglijden. Dat is 
absoluut een verschil met vroeger. Je wordt softer. Ik denk dat alle vaders 
dat meemaken.”

Sander en jij moesten jullie levensverhalen opschrijven voordat jullie Levi adopteerden. Leidde dat tot nieuwe inzichten?
“Vooral over elkaar. We bleken veel overeenkomsten te hebben en pasten nog meer bij elkaar dan we dachten. Natuurlijk hadden we elkaar al dingen verteld, maar niet zo uitgebreid. Alles klopte. We bleken ook hetzelfde over opvoeden te denken.”

Sander werkt als coach; hij zoekt naar het talent en de unieke kracht van zijn klanten. Wat is jouw unieke kracht, volgens hem?
“Haha. Ik probeer natuurlijk te voorkomen dat hij mijn coach is. Hij heeft zijn werk, ik het mijne. Dat houden we echt gescheiden. Ik heb geen idee wat hij zou zeggen. Wat de zijne is? Hij kan geweldig analyseren. Als er iets met me is, kan hij dat op een simpele manier uitleggen. 
Hij is lief en spannend. En hij heeft een natuurlijke, rustige wijsheid over zich. Dat maakt hem ook zo’n goede coach. Met de hectiek in mijn leven is dat heerlijk. Want soms neem ik die stress mee naar huis. En we hebben een jaar verbouwd aan ons nieuwe huis. Toen waren we niet altijd even gezellig, hoor.”

Waar sta je nu voor je gevoel in het leven?
“Voor mezelf heb ik weinig te wensen. Dat met mijn ouders speelt nu erg. Het maakt me soms verdrietig als het niet goed met ze gaat. Misschien moest er maar eens een periode komen waarin ik 
minder hard ga werken. Ik heb tot nu toe weinig tijd aan mezelf besteed; het was altijd werk en alles daar omheen. Ook dat realiseer ik me door Zolang ik leef: ik kan volgende week een ernstige ziekte krijgen en dan ben ik weg. Ik zou daarom meer tijd voor mezelf willen en mijn gezin. Ik probeer dat al echt in te passen. Ik reis al minder, presenteer minder.”

Je bent toch nog niet verzadigd?
“Welnee! Ik vind verhalen vertellen nog veel te leuk.”

*Dit interview is half januari afgenomen, nog voordat bekend werd dat beide Peter zijn ouders zijn overleden. Margriet wenst Peter veel sterkte met dit verlies.

Tekst | Bram de Graaf
Fotografie | Ester Gebuis

Dit interview stond in Margriet 2018-08. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Lees ook eens

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.