Nog nooit verteld: ‘Ik wil weg bij mijn zieke man’

Deel dit artikel:

Pinterest

Silvia (54) had net de knoop doorgehakt. Ze was lang genoeg ongelukkig geweest. Ze wilde scheiden. Maar haar man bleek ziek. En een zieke echtgenoot laat je toch niet in de steek?  

“Ik was die middag naar het strand. Het waaide stevig, maar dat kwam me goed uit. Zo zag niemand mijn tranen en voelde ik ze zelf ook niet, omdat ze opdroogden voordat ze hun weg naar beneden vonden. Ik wílde niet huilen.”

Klaar met toneel spelen

“Dat had ik al vaak genoeg gedaan. In de jaren dat ik nog hoop had dat het verkilde huwelijk van Joost en mij beter zou worden. Wel duizend keer had ik mijn teleurstelling weggeslikt met in mijn hoofd de mantra: ‘Bij iedereen is weleens wat, accepteer het en wees sterk.’ Iedere keer opnieuw had ik mijn best gedaan positief te blijven, vooral omdat ik onze kinderen een veilig thuis wilde geven.”

“Maar hoe meer Joost en ik uit elkaar groeiden, hoe minder emotioneel ik erover was geweest. En nu onze beide kinderen het huis uit waren vond ik het niet langer nodig om nog toneel te spelen. Ik had alles goed gepland, had zelfs al een andere woning op het oog. Het enige dat ik nog moest doen was het Joost vertellen. En dat viel me toch zwaar. De hele middag repeteerde ik zinnen die straks zou gaan zeggen.”

‘Ik heb kanker’

“Voordat ik wegreed keek ik op mijn telefoon. Ik zag zeven gemiste oproepen van Joost. Met bonkend hart belde ik terug. Zou er iets met een van onze kinderen zijn? Hij nam op met een heel klein stemmetje. ‘Ik heb kanker, heb ik vanochtend gehoord’, zei hij. ‘Kom je?’ Het is een wonder dat ik veilig thuis ben gekomen. Ik wist niet eens dat hij naar de dokter was geweest.”

Alleen naar ziekenhuis

“Wat was er in hemelsnaam aan de hand? Joost was al maanden moe, vertelde hij timide aan onze keukentafel. Een paar weken eerder was hij naar de dokter geweest, die het niet vertrouwde en hem door had gestuurd. Om geen paniek te zaaien was hij in zijn eentje naar het ziekenhuis gegaan, ervan overtuigd dat het wel mee zou vallen.”

“Maar het bleek uitgezaaide darmkanker. Hoe lang hij nog had, konden ze niet zeggen. Misschien maar een paar maanden. Maar wellicht ook een paar jaar, als de behandelingen goed zouden aanslaan. Wat was het onwerkelijk om dit te horen, precies op de avond dat ik hem wilde verlaten. Al toen ik zijn stem aan de telefoon had gehoord, had ik geweten dat ik de woorden die deze dag eindelijk had willen uitspreken, zou moeten inslikken.”

Lees ook: Nog nooit verteld: ‘We vormen een gezin, maar zijn geen stel’

Huichelaar

“Maar dat zijn verhaal zó heftig zou zijn, had ik niet verwacht. Mijn tranen stroomden opnieuw. Wat een verschrikkelijk nieuws. Hoe graag ik ook wilde ontsnappen uit ons doodgebloede huwelijk, ik wenste hem natuurlijk niet in een kist. En wat een afschuwelijk voor onze kinderen! Die kwamen die avond ook en we praatten en huilden tot diep in de nacht.”

“Het was lang geleden dat we als gezin zo hecht waren samen geweest. Toch voelde ik me een huichelaar. Ze moesten eens weten welke woorden ik die middag allemaal had gerepeteerd. En toen Joost later in bed, voor het eerst in jaren, naar me toe kroop en snikkend genegenheid zocht, kreeg ik bijna geen adem. Wat moest ik met deze situatie?”

Verstand op nul

“Doen wat ik altijd al had gedaan, bleek al snel. De situatie accepteren en me sterk houden. Joost ging in zijn angst erg op mij leunen. Ik moest mee naar iedere behandeling. Hoe krom dit was, na al die jaren van afstandelijkheid, leek hij zelf niet te zien. In het begin vertederde het me nog. In zijn kwetsbaarheid zag ik weer flitsen van de man van wie ik ooit zo veel had gehouden. En ik wist dat ik hem moest steunen, hem nu onmogelijk in de steek kon laten. Dat zou onmenselijk zijn – bovendien zouden onze kinderen mij dat nooit vergeven. Dus gewoon doorgaan met mijn verstand op nul, klaar.”

‘Een terminale man, die laat je toch niet stikken?’

“Als ik toen al had geweten dat Joost nu, ruim drie jaar later, nog zou leven en onaangenamer zou zijn dan ooit, was ik tegen de muren op gevlogen. Dacht ik vroeger te weten wat het was om ongelukkig te zijn, dat was nog niets bij hoe ik me nu voel. Joost is nog altijd ziek; natuurlijk, hij wordt nooit meer beter. Maar ondanks kritieke operaties en zware behandelingen leeft hij nog en zijn ziekte is de laatste tijd zelfs redelijk stabiel.”

“Maar hij is te zwak om voor zichzelf te zorgen en veel te ziek om te verlaten. Als ik zou dat doen, zou onze hele omgeving verbijsterd zijn. De kinderen, mijn ouders, zijn moeder, andere familie, vrienden: wat zouden ze niet van me denken? Een terminale man, die laat je toch niet stikken? Dat dóe je niet, dat is de norm. Maar ondertussen gaat het slecht met mij. Het beetje genegenheid dat ik weer voor Joost voelde toen we net wisten wat er aan de hand was, is verdwenen onder zijn onhebbelijke buien.”

Excuses

“Hij ziet zijn situatie als excuses om zich zonder gêne af te reageren, erger dan ooit. Om kritiek te hebben, eisen te stellen, of – en dat heb ik altijd al het ergste gevonden – me dood te zwijgen als hem iets niet zint. Nooit als er anderen bij zijn, natuurlijk niet, zo slim is hij wel. En ik slik het, want ruzie maken past niet bij mij, bovendien maakt dat het allemaal alleen maar erger.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Dubbele gevoelens

“Maar de vrijheid die ik vroeger had om tenminste nog mijn eigen gang te gaan, heb ik niet meer. Ik werk wel, drie dagen, zoals ik altijd gedaan, en die dagen laad ik mij enigszins op. Maar daarnaast moet ik thuis zijn, altijd paraat staan voor als Joost een beroep op mij wil doen. Als ik nog van hem zou houden, zou dat al zwaar zijn. Maar ik geef alleen nog om hem als vader van mijn kinderen, verder kan ik hem haast niet meer verdragen.”

“Het voelt als een gevangenis waarin ik niet weet wat te doen. Toch voor mezelf kiezen en de woede van iedereen op m’n hals halen? Dat zou in ieder geval eerlijker zijn dat wat ik nu doe: met dubbele gevoelens meegaan bij elke controle. Stiekem hopen op slecht nieuws omdat ik dan eindelijk vrij ben, dat is toch ook afschuwelijk?”

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld | iStock

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 42– 2019.
Dit nummer thuis laten bezorgen? Ga dan naar Magazine.nl.