Nog nooit verteld: ‘Niemand weet dat ik op vrouwen val’

Deel dit artikel:

Al sinds haar huwelijksnacht verlangt Bea (77) heimelijk naar intiem contact met vrouwen. Ze durfde er amper over na te denken, laat staan het te benoemen. Maar ze wist altijd dat ze ‘anders’ was. En het verlangen ging nooit voorbij.

‘Ik dacht dat hij me zou genezen van mijn fantasieën’

Vrouwen waren taboe

“Sinds kort voel ik de drang om te praten over dat wat ik mijn leven lang verborgen heb gehouden. Toen ik jong was, was het volstrekt onbespreekbaar. Ik durfde er zelf amper over na te denken, laat staan dat ik het hardop zou benoemen. En tegen wie? Toen het onderwerp uit de taboesfeer kwam, was mijn leven al zo ‘gevestigd’ en zou ik zo veel mensen kwetsen met mijn bekentenis, dat ik dat absoluut niet wilde. En niet durfde. Sinds mijn man is overleden en ik door lichamelijke ongemakken veel aan huis ben gekluisterd, heb ik een hoop tijd om mijn leven te overdenken. En dan komt vaak de gedachte in me op: hoe zou alles zijn gelopen als ik in een andere tijd was opgegroeid? Nu bijvoorbeeld. Het gebeurt nog steeds dat homo’s in elkaar worden geslagen. Maar politici komen voor ze op door hand in hand te lopen. Tegenover de groep die nog altijd moeite heeft met een andere seksuele voorkeur staat gelukkig een heel grote groep die er geen enkel probleem mee heeft. Homoseksuelen kunnen trouwen, kinderen krijgen of adopteren en een heel gewoon leven leiden. Wat ben ik daar blij om! Want ze zijn niet raar of ziek, zoals in mijn jeugd nog werd gedacht. Het zijn mensen zoals jij en ik. Ja, zoals ik. Geen van mijn dochters en zonen weet het en ook mijn kleinkinderen, veertien maar liefst, hebben er geen flauw vermoeden van. Maar mijn man Sybrand, hun vader en opa, is nooit mijn grote liefde geweest. Ik gaf om hem, zeker. Zoals je om een broer geeft. Of om een goede vriend. Maar verliefdheid of passie heb ik nooit voor hem gevoeld en onze huwelijksnacht was een verschrikking. Tot dat moment had ik nog gehoopt dat alles die nacht zou veranderen. Dat ik zou voelen: dat wat wij doen is goed, en natuurlijk. Maar na de daad heb ik stilletjes zitten huilen in de badkamer. Omdat ik besefte dat ik voorgoed gevangen zat ik een leven dat mij niet paste.”

‘Toen Clara zich verloofde, was ik jaloers. Op hem, niet op haar’

Meedoen met de rest

“In mijn puberteit giechelde ik met mijn vriendinnetjes mee als we het over jongens hadden. Ja, de ogen van Kees waren prachtig, knikte ik instemmend. Ook ik schreef geheime liefdesbriefjes en liet die via via bij populaire jongens bezorgen. Ondertussen keek ik veel liever naar mijn vriendinnetjes. Vooral naar Clara, mijn buurmeisje. Die had pas mooie ogen! Mijn maag maakte een buiteling wanneer ze breeduit naar me lachte of haar armen enthousiast om mijn hals sloeg. Ik besefte toen nog niet dat ik anders was. Want met seks had het niets te maken, ik wist daar ook maar weinig van. Ik werd gewoon vrolijk van Clara, vond het fijn om met haar samen te zijn. Dat ik haar miste als ik haar een paar dagen niet zag, dat was toch niet raar? Nee, maar ik zei het niet tegen haar. Alsof ik toch wel wist dat dit ongepast was. Toen zij zich verloofde met een jongen uit ons dorp, was ik ziek van jaloezie. Ik miste haar aandacht. De belangstelling die ik zelf van jongens kreeg, die tot ongenoegen van mijn vader rond ons huis hingen, maakte niets goed.”

‘Ik wilde toch geen oude vrijster worden?’

Gevangen in gewoontes

“Ik was al bijna twintig toen ik voor het eerst iets over homoseksualiteit hoorde. Er waren geruchten dat er op een boerderij in de buurt twee mannen waren komen wonen die in zonde leefden. In het dorp waar ik woonde, een gelovige gemeenschap, werd daar met afschuw over gesproken. Ook ik was ontzet. Totdat ik gevoelens ontwikkelde voor een andere vriendin, die nog intenser waren dan die ik voor Clara had. Toen besefte ik: ik ben verliefd. Het waren de jaren zestig, de tijd van vrijheid en flowerpower. Maar niet in ons dorp. Daar werd het de hoogste tijd dat ik trouwde. De jongens die mijn vader eerder had verjaagd, werden nu door hem binnengehaald. Mijn jongere zus was al getrouwd: ik wilde toch geen oude vrijster worden? Sybrand was aardig. Ik dacht dat ik van hem zou kunnen gaan houden. Dat hij mij zou genezen van de ongemakkelijke fantasieën die ik steeds vaker had. Zijn kussen vond ik niet onaangenaam. Maar met zijn lijf had ik niets, bleek tijdens de huwelijksnacht. Mijn tranen waren onstuitbaar na afloop. Ik wist dat ik mijn leven lang voor iets zou moeten vechten wat niet bestond. Amper tien jaar na ons trouwen, de geboorte van onze kinderen en onze verhuizing naar de grote stad, zag de wereld er heel anders uit. Lesbiennes stonden op de barricades, vrouwen kusten elkaar en plein public. Ik heb dat altijd toegejuicht, tot verbazing van mijn man die veel conservatiever was. Hij heeft zich nooit gerealiseerd dat ik daar óók had willen staan. Dat ik fantaseerde over losbreken om de liefde te vieren zoals ik dat wilde. Schuldig voelde ik mij daar toen al lang niet meer over. Wel wist ik dat het onmogelijk was. Ik wilde mijn kinderen niet in de steek laten. En dat was wel de prijs die ik zou moeten betalen.”

‘Mijn hart, mijn lichaam heeft nooit echte liefde gekend’

Nooit een slippertje

“Ik heb geen spijt van mijn keuze voor mijn gezin. Ik heb er wél spijt van dat ik nooit met een vrouw heb gevreeën. Terwijl ik nog vaak verliefd ben geweest en soms voelde dat het wederzijds was. Ik had mezelf een slippertje moeten gunnen. Mijn man kwam nooit iets tekort in bed, ik deed alles om het hem naar de zin te maken. Ik had hem niets ontnomen met een geheime ontdekkingstocht. Maar mijn principes stonden me in de weg. En nu is het te laat. Sinds kort is het onderwerp heel dichtbij gekomen; een van mijn kleindochters is lesbisch. Ze schrok van mijn tranen toen ze het vertelde: vond ik het ondanks mijn progressieve opvattingen, berucht in de hele familie, toch moeilijk? Nee, bezwoer ik haar. Ik wenste haar al het geluk van de wereld. Even overwoog ik om haar mijn geheim te vertellen. Maar toen verbeet ik me. Ik wist dat ik me dan niet goed zou kunnen houden en onmogelijk nog had kunnen stoppen met huilen. Huilen om een hart en een lichaam die nooit echte liefde hebben gekend.”

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld | iStock

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit verhaal komt uit Margriet 30 – 2017

Lees ook

Leuk en handig om te bekijken:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief