Nog nooit verteld: ‘Ik vind mezelf zo oud en lelijk’

Deel dit artikel:

Jacqueline (52) heeft altijd zekerheid gehaald uit het gegeven dat ze als ‘mooi’ werd gezien. Sinds ze zich realiseert dat ze haar schoonheid aan het verliezen is, is de bodem onder haar bestaan verdwenen. Ze lijdt aan BBD (Body Dysmorphic Disorder), oftewel ingebeelde lelijkheid. ”Ik vind mezelf zo oud en lelijk”

”Ik sta voortdurend voor de spiegel. Ik zie alleen wat ik niet mooi vind. En dat is heel veel”

Mijn enthousiasme werd snel minder

“Ik was op vakantie geweest met een vriendin. Toen ik mijn man de foto’s wilde laten zien, stelde hij voor ze om op onze nieuwe tv te projecteren. Leuk, dacht ik; niet wetende dat dit mijn wereld op z’n kop zou gaan zetten. Terwijl hij door de foto’s klikte, vertelde ik enthousiast wat we hadden meegemaakt. Maar na een tijdje viel ik stil. Wat stond ik er slecht op. En ik was nog wel zo blij geweest dat het me was gelukt een paar kilo af te vallen.

Ik had verwacht een stralende vrouw te zien. Maar ik zag rimpels, ingevallen wangen, een onderkin. Vooral op momenten dat ik niet wist dat ik gefotografeerd werd en niet mijn mooiste glimlach toonde, zag ik een oude vrouw.

Zijn woorden raakten me

‘Tjee, wat zie ik er oud uit zeg,’ zei ik. Ik liet een stilte vallen zodat mijn man kon antwoorden dat het wel meeviel. Maar hij zei: ‘Ja, het gaat hard hè. Het viel mij de laatste maanden ook al op.’ En hij klikte verder, zich niet bewust hoe zijn woorden me raakten. Hij deed dat ongetwijfeld niet met opzet. Mijn man is gewoon recht voor z’n raap. Normaal gesproken waardeer ik zijn eerlijkheid. Nu keek ik verdoofd verder naar de foto’s. Daarna liep ik naar boven, ‘om uit te pakken.’ In werkelijkheid sloot ik me op in de badkamer.

Lees ook: Nog nooit verteld: ‘Ik zit elk weekend alleen thuis’

Mooiste meisje van de klas

Mijn uiterlijk is altijd belangrijk voor me geweest. Al was ik verlegen vroeger en kon ik maar matig leren, ik was toevallig wél het mooiste meisje van de klas. Ik was populair, hoorde erbij. Toen ik ouder werd, had ik soms wel te maken met jaloezie; als ik met vriendinnen uitging, kreeg ik geheid de meeste aandacht. Maar daar ging ik integer mee om en iedereen, mannen én vrouwen, mochten me graag. Nou ben ik ook best gezellig in de omgang, denk ik. Maar ik weet zeker dat mijn uiterlijk ook meehielp. Ik ben daar altijd dankbaar voor geweest.

En gelukkig mocht ik mijn genen doorgeven aan mijn kinderen, die eveneens mooie koppies hebben. Mijn man mag er overigens ook zijn. Maar hij zit heel anders in elkaar dan ik. Zijn uiterlijk kan hem niets schelen en ik weet dat hij mij ook niet uitkoos vanwege mijn looks. Dat vond ik indertijd nog grappig ook.

Mijn schoonheid verdween

De afgelopen jaren zag ik mezelf langzaam ouder worden. Net als iedereen om me heen. Maar ik was nog altijd tevreden als ik mezelf toelachte in de spiegel. Nu, in de badkamer, met nog een tweede spiegel erbij zodat ik mezelf ook van de zijkant kon bestuderen, zag ik dat de foto’s niet hadden gelogen. Mijn man ook niet. Ik was echt oud geworden. Mijn vroegere, vanzelfsprekende schoonheid was weg. Die plooien in mijn nek! En wat hingen mijn wangen en mondhoeken als ik omlaag keek…

Voortdurend voor de spiegel

Die dag is het ontstaan: de obsessie voor mijn uiterlijk. In het begin hoopte ik dat het rotgevoel nog wel zou zakken. Dat moest toch wel? Er zouden wel weer belangrijkere dingen komen? Ja, die kwamen, absoluut; maar mijn nijpende onzekerheid over mijn uiterlijk drong er telkens dwars doorheen. Was ik vroeger tevreden en niet bijzonder ijdel, nu sta ik voortdurend voor de spiegel. Vooral in de hoop dat het opeens meevalt. Maar hoe ik mij meer ben gaan focussen op alle oneffenheden en imperfecties, hoe meer ze me opvallen. Ik let niet meer op mijn mooie blauwe ogen – die als enige nog steeds hetzelfde zijn. Ik zie alleen wat ik niet mooi vind. En dat is heel veel.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Vriendinnen snappen me niet

Soms praat ik er voorzichtig over met vriendinnen. Hoe vinden zij het om – in mijn ogen – zo ‘af te takelen’? De meesten lijken me niet te snappen. ‘Ouder worden hoort erbij,’ zeggen ze laconiek. Sommige anderen spreken eerlijk uit dat zij ook niet staan te juichen. Dat het inderdaad wel erg hard gaat ja, vooral sinds de overgang. Toch krijg ik niet de indruk dat zij ervan wakker liggen. Ik zie dat ze zich nog net zo vrolijk en vrij bewegen op feestjes en dergelijke.

Ik ben bang dat ze me lelijk vinden

Zelf kan ik dat niet meer. Ik ben teruggetrokkener, stiller geworden. Voordat ik ergens heenga waar veel mensen zijn, sta ik eindeloos voor de spiegel en oefen hoe ik mijn gezicht het beste ‘in vorm’ kan houden. Ik let er bijvoorbeeld op dat ik niet omlaag kijk; ik weet dat mijn gezicht dan afschuwelijk plooit. Maar door erop te letten, word ik er steeds bewuster van als ik het per ongeluk wél doe. En zit ik zelfs gespannen als ik bij mijn kinderen ben. Of bij mijn man. Ik schaam me ook voor hen, ben bang dat ze me lelijk vinden. Dit beïnvloed me continu en verpest mijn leven.

Gevangen in mijn nieuwe ”oude gezicht”

Natuurlijk heb ik overwogen er iets aan te doen. Ik heb mijn angst voor prikken overwonnen en een afspraak gemaakt met een cosmetisch arts, om over botox te praten. Hij zei onomwonden dat er best wat winst behaald kon worden met prijzige fillers maar dat hij me veel eerder een face- en halslift aanraadde. Huilend zat ik in de auto naar huis. Een prikje botox hier en daar had ik nog wel verborgen kunnen houden voor mijn man – die dit soort dingen grote onzin vindt.

Maar een operatie natuurlijk niet. Ik weet zeker dat hij daar nooit mee instemt, hij zou nog liever scheiden, vermoed ik. Bovendien is het erg duur en met onze studerende kinderen kunnen wij ons dat helemaal niet permitteren. Nee, ik zit gevangen in dit nieuwe ‘oude gezicht’. En het zal alleen maar erger worden. Bij die gedachte voel ik me doodongelukkig. Geloof me, ik wéét dat er ergere dingen zijn in de wereld. Dat ik maar een luxeprobleem heb. Dus ik schaam me er ook nog vreselijk voor. Maar ik kan het níet van me afzetten.”

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 37– 2019.
Dit nummer thuis laten bezorgen? Ga dan naar Magazine.nl

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief