Nog nooit verteld: ‘Mama was net 6 weken dood en papa had een ander’

Deel dit artikel:

Toen Eva haar vader in de weken na het overlijden van haar moeder maar moeilijk te pakken kon krijgen, bleek daar een duidelijke reden voor te zijn: hij was verliefd.

“Het is vier maanden geleden dat mijn moeder overleden is. Hoewel we al lange tijd wisten dat ze ziek was, kwam het einde plotseling. Ze zou nog geopereerd worden maar bij een laatste controle bleek dat ze veel uitzaaiingen had.

Traditionele taakverdeling

Ik heb onbetaald verlof genomen en ben bij mijn ouders ingetrokken. De traditionele taakverdeling die mijn vader en moeder er altijd op nahielden zorgde er nu voor dat hij het in zijn eentje niet te wist redden met haar. Maar dat gaf niets, ik wilde niets liever dan de laatste weken die mijn moeder nog had bij haar zijn.

Aangrijpend gesprek

Twee dagen voordat mijn moeder overleed had ik een aangrijpend gesprek met haar. Ze drukte me op het hart goed voor mijn vader te zorgen. ‘Hij is zo weinig zelfstandig, zo weinig ondernemend,’ zei ze. ‘Je moet hem stimuleren om onder de mensen te komen.’ Ook zei dat ze hem een nieuwe vrouw gunde.

Ik schoot in de lach. Mijn vader, die altijd zo teruggetrokken was en zo op mijn moeder leunde; ik kon me hem niet voorstellen met iemand anders. ‘Dat wil hij niet,’ zei ik stellig. ‘Wees niet verbaasd als het anders loopt,’ weerkaatste mijn moeder. ‘En beloof me dat je hem steunt, wat er ook gebeurt.’

Vermoedde ze het?

Ik denk nog vaak aan haar woorden. Wat bedoelde ze er precies mee? Had ze concrete vermoedens? Of gunde ze hem gewoon alle geluk van de wereld en is het toeval wat er daarna is gebeurd?

Ik zal het nooit weten. Ze overleed midden in de nacht. Mijn vader was in slaap gevallen aan haar bed; toen hij wakker schrok was ze er tussenuit gepiept. Ik zie hem nog zitten, in gesprek met de begrafenisondernemer. Een kleine, magere man. Hij leek te verdwijnen in zijn stoel. Mijn hart huilde. Om mijn eigen verlies en meer nog om het zijne. Ik had mijn man, mijn kinderen. Wat had hij nu nog anders dan een kaal huis vol herinneringen en een camper die hij ongetwijfeld nooit meer zou gebruiken?

Vriendin van mijn moeder

Vijf weken na de begrafenis lukte het me maar niet om mijn vader te pakken te krijgen. Ik wilde al naar hem toe rijden, toen hij toch opnam. ‘Ik was bij Ina,’ verklaarde hij. ‘Ze had me uitgenodigd om te komen eten.’ ‘Wat fijn,’ reageerde ik, al was ik verbaasd. Ina kende ik als vriendin van mijn moeder. Gedurende de jaren dat mijn moeder ziek was, had ze vaak paraat gestaan.

Ze was close met mijn moeder maar niet met mijn vader. Althans, dat was wat ik altijd heb gedacht. Ik wist niet beter of hij zat op zijn werkkamer als mijn moeder bezoek had, net zoals hij vroeger deed toen ik nog thuis woonde. Maar ik vond het aardig van Ina. Ik ging er vanuit dat mijn moeder ook aan haar gevraagd erop te letten dat mijn vader niet te veel alleen zou zitten.

Naïef

Het weekend erna stelde ik mijn vader voor dat hij bij mij en mijn gezin zou komen. Wilde hij soms komen logeren? Hij hield dat af, gaf afstandelijk aan dat hij ‘andere plannen’ had. En ik, naïef, dacht nog dat hij elke dag naar het graf van mijn moeder ging en het niet goed voor hem voelde als hij dat zou overslaan.

Steen in mijn maag

Toen ik die zondag met mijn oudste dochter naar hem toereed voor een verrassingsbezoek, was mijn vader niet thuis. We wachtten binnen op de bank. We zaten er al bijna twee uur, toen ik een ingeving kreeg. Ik belde Ina op haar mobiel. En ja, zij wist waar mijn vader was. Bij haar.

Ze waren samen een tocht aan het maken op de elektrische fietsen van haar en haar overleden man. Ze klonk ongemakkelijk; betrapt. Ik mompelde enkel ‘veel plezier nog’ en hing op. Mijn dochter wilde ik niet lastigvallen met mijn gedachten maar ik reed met een steen in mijn maag naar huis. Dit kon toch niet waar zijn? Ina en mijn vader, samen? Nu al?

Niet alleen

Een paar dagen later bevestigde mijn vader aan de telefoon mijn bange vermoedens. Ja, hij begreep dat het snel was en ook dat het voor mij moeilijk zou zijn, maar er was iets opgebloeid tussen hem en Ina, in de weken na de begrafenis.

Zij was regelmatig langskomen met eten. Ze bleken goed te kunnen praten. Vanzelfsprekend miste hij mijn moeder, zij was onvervangbaar – maar wat was het fijn om niet alleen te zijn, zei hij. En Ina was zo lief en begripvol.

Weg vertrouwen

Verstijfd zat ik te luisteren. Mijn moeder was amper zes weken dood. Ze waren meer dan vijftig jaar samen geweest. Zo makkelijk wissel je iemand toch niet in? Natuurlijk zei ik dit niet. Wie was ik om mijn vader een standje te geven? Zoiets had ik nog nooit gedaan. Bovendien dacht ik aan de woorden van mijn moeder. Maar wat heb ik gehuild, daarna.

Het voelde alsof ik niet alleen mijn moeder kwijt was. Ook mijn vader was opeens een vreemde. Iemand die ik niet meer vertrouwde bovendien. Want wie zei mij dat dit niet al veel langer speelde? Misschien was het al wel begonnen toen mijn moeder nog leefde. En hadden Ina en hij elkaar al gekust toen mijn moeder doodziek boven op haar kamer lag.

Pijnlijk

Het kan zijn dat mijn moeder dit wist. Had ze me dat maar verteld. Dan had ik er mogelijk minder moeite mee gehad. Nu kost het me erg veel moeite om mijn vader te zien. Ik bezoek hem, wil kan hem niet zomaar ontwijken, maar wat vind ik het moeilijk. Ina is er altijd bij. Ze zijn overduidelijk verliefd.

Aan de ene kant gun ik het mijn vader. Tegelijk doet het zo’n pijn. Ina in de stoel van mijn moeder, Ina in haar keuken. En ze praten nu al over samenwonen. Mijn ouderlijk huis voelt overgenomen. En toch doe ik zo aardig als ik kan; ik heb het mijn moeder beloofd. Dus ik steun mijn vader, zelfs toen hij met Ina wegging met de camper. De camper die mijn moeder ooit heeft uitgezocht. Het is allemaal zo cru…”

Tekst | Lydia van der Weide

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-32
Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL >

 

 

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief