Nog nooit verteld: ‘Ik was obsessief bang voor een hartaanval’

Deel dit artikel:

Vanuit het niets kreeg Sharon (27) last van paniekaanvallen. Ze raakte geobsedeerd door de angst om een hartaanval te krijgen: cardiofobie. Ze schaamt zich daar erg voor. “Nog altijd praat ik niet graag over wat mij is overkomen.

Hoewel ik weet dat ik er niets aan kan doen, schaam ik me toch. Eigenlijk is dat heel jammer. Want dit kan iedereen overkomen, 
en openheid is heel belangrijk.

Klein wereldje

Als gezonde jonge meid heb ik een 
periode gekampt met enorme angsten. Ze kluisterden me aan huis en maakten mijn wereld klein. Voordat ik erdoor werd overvallen, was ik nooit ergens bang voor. Ik was altijd bezig. Als ik niet aan het werk was, dan was ik wel bij vriendinnen of bij mijn ouders, sportte ik of deed ik leuke dingen met mijn vriend, met wie ik samenwoon. Op de bank zitten? Niets voor mij!

Paniekaanvallen

Op een avond deed ik na een stressvolle werkdag een pizza in de oven. Toen ik die een kwartier later opende, sloeg er een rookwolk in mijn gezicht. Ik hapte naar adem maar kreeg geen lucht. In paniek rende ik naar buiten. Daar kon ik gelukkig wel weer ademen, maar het ging hortend en stotend en ik voelde me erg misselijk. De dagen erna bleef dat zo.

Ervan overtuigd dat ik ziek was, ging ik naar de dokter. Bloedonderzoek toonde wel een tekort aan vitamine D aan, maar verder niets. Ik zou paniek- en hyperventilatieaanvallen hebben, meende mijn huisarts. Pfff, dacht ik, dat is onmogelijk, dat past helemaal niet bij mij.

Blauwe handen

Ik viel in korte tijd veel af en was erg bezorgd over wat ik mankeerde.
Op een dag zag ik dat mijn handen knalblauw waren. Alsof ze geverfd waren. Ik ging naar het ziekenhuis en daar heb ik doodsangsten uitgestaan. Mijn hart bonsde bijna uit mijn borst en ik had het gevoel dat ik alle controle verloor. Op een gegeven moment hoorde ik de hartslagmeter hard
 piepen.

Er werd bloed afgenomen en de uitslag was duidelijk. Het zuurstofgehalte in mijn bloed was veel te hoog; ik had een heftige hyperventilatieaanval gehad. Maar verder had ik echt niets. Ik moest in therapie om door te praten mijn klachten op te lossen.

Steeds bezig met de dood

Ik kon het niet geloven. En omdat het een tijd duurde voordat ik kon worden geholpen, ging ik thuisdokteren. Eindeloos zocht ik op internet mijn symptomen op. Steeds weer kwam ik uit bij verhalen over mensen die op jonge leeftijd een hartstilstand hadden gehad. Zo raakte ik ervan overtuigd dat mij dat ook zou overkomen. Ik was met niets anders meer bezig dan met de dood. Ik durfde niet meer te sporten uit angst dat dat een hartaanval zou uitlokken. Zelfs boswandelingen maken wilde ik niet meer.

Ik at supergezond. En roken, wat ik incidenteel had gedaan: no way! Ik durfde ook niet meer alleen te zijn. Daarom bleef ik een tijdje bij mijn ouders – ik was inmiddels in de ziektewet beland – en niet thuis bij mij vriend. Ik hield hem op afstand, want zelfs tegenover hem schaamde ik me. Laat staan tegenover mijn vriendinnen! Wat voelde ik me beroerd in die tijd. Ik had geen enkele kracht meer, was altijd moe en zo
obsessief bang.

Angsten loslaten

Het enige wat ik in die periode deed, was mijn moeder helpen met schoonmaken. En maar op internet kijken dus, urenlang, wat mijn angst continu voedde, want er staan alleen maar spookverhalen op. Logisch: als je
gewoon gezond bent, zet je dat niet op internet, dan heb je wel wat beters te doen. Al dat surfen is echt heel onverstandig als je zo angstig bent als ik was. Maar dat drong niet tot me door.

Antidepressiva

Tot ik uiteindelijk bij een steengoede therapeut kwam. Door het slikken van antidepressiva was ik al iets rustiger geworden, maar de gesprekken met haar hielpen echt. Zij legde mij de 
feiten uit. Dat de kans dat ik een hartaanval krijg extreem klein is. Maar ze maakte me er ook van bewust dat 
iederéén vroeg of laat een keer doodgaat.

Als je wilt leven, is dat iets wat je moet accepteren. Honderd procent controle houden over alles, dat gaat nu eenmaal niet. Die drang moest ik loslaten, wilde ik beter worden.

Vertrouwen in mijn lichaam

Door deze gesprekken werd ik sterker. Als ik steken op mijn borst voelde, kon ik denken: oké, ik adem nu gewoon twee keer goed in en uit. Pas als het dan nog niet over is, weet ik dat er iets aan de hand is. Elke keer verdwenen de steken vanzelf. Ik viel niet dood neer. Zo kreeg ik langzaam weer
vertrouwen in mijn lichaam.

Gebeurtenis uit mijn jeugd

Ik bouwde het sporten op: eerst wandelen, toen zwemmen. Nu skeeler ik weer en ik loop weer hard, net zoals vroeger. Ik eet niet meer zo overdreven gezond en ‘zondig’ weleens met chips. De kilo’s die ik was afgevallen, zitten er gelukkig weer aan.

Wat me verder heeft geholpen, is 
het inzicht hoe mij dit heeft kunnen overkomen. Aan de basis daarvan ligt een gebeurtenis uit mijn jeugd. Op mijn elfde zijn mijn neusamandelen geknipt. Toen ik uit de narcose kwam, was ik totaal in paniek. Eenmaal thuis had ik vaak het gevoel dat ik stikte: hyperventilatie-aanvallen.

Genieten van het leven

Dat heeft wel een maand geduurd. Toen al was ik erg bang om dood te gaan, maar ik heb dat onderdrukt. Door mijn stressvolle leven, en natuurlijk de schrik van de oven kwam de hyperventilatie van vroeger opeens terug. En doordat ik er zo op gefocust bleef en mezelf 
gek maakte met alle alarmerende 
informatie van internet, bleef ik in 
een spiraal van angst zitten.

Deze periode heeft een jaar geduurd. Nu gaat het weer goed, maar ik ben wel veranderd. In positieve zin. Ik geniet veel meer van het leven. Van kleine, simpele dingen. Rustig op de bank zitten? Tegenwoordig vind ik dat heerlijk! Ik neem mijn werkstress niet langer mee naar huis. En ik zeg vaker nee, ik hoef niet meer zo veel van mezelf. Dus al met al heeft deze zware periode me uiteindelijk veel goeds gebracht.”

De namen in dit interview zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. 

Interview | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief