Nog nooit verteld: ‘Die overleden buurman was mijn minnaar’

Deel dit artikel:

Iedereen in de straat is aangeslagen door de onverwachte dood van een buurman. Bij Monique sloeg het nieuws in als een bom; hij was haar minnaar. “Ik besefte dat ik mijn verdriet zou moeten verbergen.”

“Ik vond het al vreemd dat ik de hele avond niets van Ronald hoorde. Ik had hem die middag een mail geschreven, vol lieve, erotische woorden. Het was niets voor hem om niet te antwoorden. Hij wist altijd tijd voor mij te maken, desnoods stuurde hij wat woordjes vanuit de badkamer. Maar hoe vaak ik mijn geheime mailbox ook ververste, er kwam geen bericht.”

Verschrikkelijk nieuws

“Terwijl zijn auto toch op de oprit stond, een paar huizen verder. De volgende ochtend zei ik tegen mijn man dat ik even met onze hond ging lopen. Verontrust liep ik langs het huis van Ronald en zijn vrouw Marieke. Zijn auto stond er nog steeds. Gek: hij hoorde allang op zijn werk te zijn. En waarom waren de 
gordijnen dicht? Opeens dook er een buurvrouw op. ‘Heb je het verschrikkelijke nieuws al gehoord?’ vroeg ze. Toen wist ik het. Ronald was dood.”

Hecht clubje

“Ronald en Marieke woonden al tien jaar bij ons in de straat. Met een clubje buurtgenoten zijn we hecht. In de zomer organiseren we barbecues en tuinfeesten. ’s Winters zien we elkaar minder vaak, maar we weten van 
elkaar dat we er zijn. Voor een kopje suiker, voor oppas voor een huisdier of zomaar een praatje.”

De eerste flirt

“Ik vond Ronald altijd al een leuke man. We zochten elkaar graag op bij feestjes, hadden dezelfde humor. 
Maar ik stond er verder niet bij stil: 
hij had Marieke, ik mijn man, beiden een gezin. En zo was het goed. Vorig jaar belde ik bij hem aan omdat onze verwarming was uitgevallen.
Ik was alleen thuis en had geen idee wat ik moest doen. Hij kwam kijken, kreeg de boel weer aan de praat, en tegen het biertje dat ik hem aanbood zei hij geen nee. Ik merkte dat hij een beetje met me flirtte nu we zo met z’n tweeën waren. Na zijn vertrek stuurde hij me een appje: ‘Wat een mooie, leuke vrouw ben je toch.’ Zo begon het.”

Erotische ondertoon

“Ik antwoordde en 
de flirterige ondertoon werd al snel erotisch. Het verbaasde me dat dat 
zo veel met mij deed. Ik ben al jaren 
getrouwd en in bed gebeurt er weinig meer. Ik dacht altijd dat mijn interesse in seks na de komst van de kinderen voorgoed was uitgeblust. Maar Ronald zette mij in vuur en vlam. Het kon niet uitblijven: vijf weken later spraken we voor het eerst af in een hotel, buiten de plaats waar we wonen.

Wat volgde overtrof mijn stoutste dromen. Seks bleek heel anders te kunnen dan hoe mijn man en ik het doen. Hij was mijn eerste, ik ook voor hem. Ik dacht dat we samen al heel wat hadden ontdekt. Maar wat Ronald mij liet ervaren, was compleet nieuw.
De periode erna spraken we vaker af, in het grootste geheim, en ik werd tot over mijn oren verliefd. Hij ook.”

Voor altijd

“Buiten onze afspraken om, twee 
keer per maand ongeveer, hadden 
we continu contact. Niet meer via Whatsapp, dat vonden we beiden te gevaarlijk, maar via een mailbox waarvoor we telkens opnieuw 
moesten inloggen op de computer 
of onze telefoon. Want hoe verliefd 
we ook waren, we wilden geen risico lopen. Ons gezin was ons heilig.
 Onze liefde was iets voor erbij – maar wel heel dierbaar en uniek. Juist daarom waren we ook zo voorzichtig.
We wilden samen verder, voor altijd, 
op deze manier.”

Kalmeringspillen

“Maar toen kreeg Ronald die hartaanval. Hij was net terug van zijn werk en overleed onderweg naar het 
ziekenhuis. Onze buurvrouw vertelde het me met trillende stem. Dat ik begon te huilen, was niet raar. We kenden hem allebei goed, hij was nog maar net veertig; dit was een enorme shock. Ook voor mijn man hoefde 
ik mijn tranen in eerste instantie niet te verbergen. Maar dat ik me ziek meldde nadat hij aangeslagen naar 
zijn werk was gegaan, vertelde ik niet.

De hele dag lag ik verstijfd in bed. Radeloos en ontzettend eenzaam. 
Ik besefte dat ik mijn verdriet zou moeten verbergen. Anders zou 
dat argwaan oproepen. En er was 
niemand met wie ik kon praten, want niemand wist van mijn affaire. Hoe kon ik dit in hemelsnaam aanpakken?”

Voorgoed uit zicht

“De eerste dagen waren verschrikkelijk. Ik leefde op de automatische 
piloot, kon alleen verder door mijn gevoelens helemaal uit te schakelen. Voor de begrafenis was ik zó zenuwachtig, dat ik naar mijn huisarts ben gegaan. Ik heb hem alles opgebiecht, het kon niet anders. Gelukkig 
oordeelde hij niet en schreef me 
kalmeringspillen voor. Daarmee ben ik die zwarte dag toch doorgekomen. Niemand zag dat mijn verdriet vele malen groter was dan dat van onze buurtgenoten. Wat vond ik het moeilijk om Marieke te condoleren. Ik voelde me zo’n verrader.

Ik was ook bang dat onze affaire uit zou komen. Stel dat Ronald zijn wachtwoord van onze mailbox ergens had opgeschreven? Dan zou iedereen ontdekken wat een huichelaar en bedrieger ik was. Gelukkig is dat niet gebeurd. De liefde van Ronald en mij is net zoals hij 
begraven, voorgoed uit zicht.”

Hij moest eens weten…

“Het is nu vijf maanden geleden. 
Ik ben nog steeds in diepe rouw. Ik mis Ronald erg en droom vaak over hem. Als ik dan wakker word en besef wat er is gebeurd, moet ik mezelf heel hard knijpen om niet te gaan huilen. Meestal lukt het om mijn tranen 
binnen te houden. Ik moet wel: mijn man ligt naast me.

Hij ziet wel dat het niet goed met mij gaat sinds de dood van Ronald, maar hij denkt dat het komt doordat de herinneringen aan mijn broer, die twee jaar geleden is overleden, weer opspelen. En dat ik zo van slag ben omdat ik opnieuw heb gezien hoe vluchtig het leven kan zijn. Hij is erg lief voor me – en daar voel ik me schuldig over. Hij moest eens weten hoe het werkelijk zit.”

De namen in dit interview zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Interview | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.