Nog nooit verteld: ‘Ik had er geen moeite mee dat haar foto’s zelfs boven zijn bed hingen’

Deel dit artikel:

Rianne (54) twijfelde al toen ze Rob, net weduwnaar, leerde kennen. Was hij wel over zijn vrouw heen? Ze gaf hem toch een kans maar heeft nog steeds veel moeite met de onvoorspelbaarheid van zijn rouwproces.

“Toen ik zijn eerste mailtje ontving, twee jaar geleden, wist ik meteen: deze Rob, dat is een leukerd. Dat gevoel had ik niet vaak. Ik had me onder druk van een vriendin op een datingsite gewaagd, maar tot dat moment waren mijn vooroordelen alleen maar bevestigd. Weinig leuke, interessante mannen en de berichten die ik ontving hingen van dooddoeners aan elkaar.

Hij was er weer klaar voor

Rob had er werk van gemaakt. Hij ging in op mijn profieltekst, vertelde boeiende dingen en stelde zich kwetsbaar op. En hij zag er goed uit, slank en verzorgd. Samen een boswandeling maken en dan een warme choco doen, wat hij me voorstelde, kon haast niet anders dan gezellig worden. Toch twijfelde ik. Rob vertelde dat hij nog maar vijf maanden weduwnaar was. Hij schreef dan wel dat hij er weer klaar voor was, maar klopte dat wel?

Het rouwproces kost tijd

Zelf ben ik ook mijn partner verloren, elf jaar geleden. Ik weet maar al toe goed hoe zwaar dat is. En dat je vele fases doorgaat. Mijn man stierf in de winter en toen het weer zomer werd, dacht ik overmoedig dat het wel weer ging. Ik ging in mijn eentje op reis, dat kon ik voorheen heel goed. Maar ik lag het grootste deel van de tijd huilend in bed, en de vakantie erop opnieuw. Rouwen kost tijd, leerde ik, en hoe lang valt niet te voorspellen. Als ik nu terugkijk, weet ik dat ik er pas na een jaar of vijf écht overheen was.

Geen goede partij

Hoeveel begrip ik ook had voor Robs situatie, ik was bang dat hij geen goede partij voor me zou zijn. Ik gunde mezelf een gelijkwaardige partner, iemand die er ook voor míj kon zijn, en niet vooral zelf zorg nodig had. Dus nee, ik kon me hier beter niet aan wagen. Ik stuurde een kort mailtje om te zeggen dat ik geen interesse had. Maar in de weken erna kreeg ik Rob niet uit mijn hoofd. Af en toe herlas ik zijn lange bericht.

Lees ook: Nog nooit verteld: ‘Ik heb mijn dochters jeugd verpest’

Eerlijke kans

En op een eenzame zondagochtend dacht ik: laat ik hem een eerlijke kans geven. Ik polste of hij nog vrij was en legde uit wat er gespeeld had. Daar reageerde hij warm en begripvol op, en een paar uur later zagen we elkaar in het bos. Het klikte, we hebben uren gewandeld en veel gepraat. Toen hij me ’s avonds bij het eten diep in de ogen keek was ik verloren. Rob was met afstand de leukste man die ik sinds het overlijden van mijn echtgenoot had ontmoet. Ik besloot niet langer terughoudend te zijn en me in ons contact te storten, hoe dat ook zou gaan lopen.

Ik wil niet zeggen dat ik daar spijt van heb. Nee, daarvoor hou ik te veel van Rob en hebben we te veel mooie momenten. We lachen veel, doen leuke dingen en weer met iemand kunnen knuffelen is nog fijner dan ik me had voorgesteld. Maar onze relatie is niet zo rooskleurig als de meeste mensen om mij heen denken, die weglopen met Rob en mij prijzen met mijn ‘goede vangst.’

Onverwerkt verleden

De hindernissen hebben alles te maken met zijn verleden, dat, zoals ik al vreesde, nog lang niet verwerkt is. Robs overleden vrouw Wilma speelt nog een grote rol in zijn leven. In plaats van dat dit afneemt, lijkt dit met de tijd toe te nemen en gaat hij er grilliger mee om. In het begin deelde hij zijn verdriet openhartig met mij. Ik vond dat fijn, begreep het als geen ander, en ik wilde hem door en door leren kennen.

Dat Wilma foto’s bij hem thuis hingen, zelfs boven zijn bed, daar had ik evenmin moeite mee. Door Robs verhalen ging ook ik om haar geven. Dus toen Wilma’s sterfdag naderde dacht ik al na over het soort bloemen dat ik op haar graf wilde leggen. Die dag sloot Rob mij voor het eerst buiten. We waren al vaak samen naar de begraafplaats gegaan maar nu wilde hij er opeens alleen heen. Vanzelfsprekend gaf ik hem die ruimte met liefde, en zette mezelf opzij.

”Ik durfde niks te zeggen”

Ook toen hij afgaf dat hij ook weer eens alleen met zijn kinderen wilde afspreken, nadat hij mij eerst met veel enthousiasme had geïntroduceerd, toonde ik begrip. Natuurlijk was het fijn dat ze zo goed op mij reageren, maar hé: ik was toch een vreemde eend in de bijt. Maar toen ik bij de geboorte van zijn eerste kleinzoon opnieuw niet mee mocht op kraamvisite, sprongen de tranen wel even in mijn ogen. Maar er wat over zeggen, dat durf ik alweer niet: ik vond dat ik verplicht was Rob zijn eigen proces te gunnen.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Waar ligt de grens?

Dat vind ik nog steeds. Maar waar ligt de grens? Ik moet mezelf steeds wegcijferen. Wat ik vooral moeilijk vind, is de onvoorspelbaarheid van Robs gedrag. Zijn grilligheid. Het ene moment draagt hij me op handen, zegt hij dat hij heel blij is dat hij me heeft gevonden. In zo’n euforische bui heeft hij me zelfs ten huwelijk gevraagd.

Maar goed dat ik me toen op de vlakte hield want de volgende dag twijfelde hij alweer en zat hij de hele avond in tranen boven het trouwboek van hem en Wilma en ging hij in de logeerkamer slapen. Ik hou me rustig op zo’n moment, iets waarvoor hij me later altijd bedankt. Ondertussen lig ik wel urenlang in mijn eentje te huilen.

Terug bij af

Soms heb ik zin om te schreeuwen of met deuren te slaan als Rob weer eens bot doet. Misschien zou dat zelfs goed zijn, als ik eens van me af zou bijten. Maar ja, daar ben ik veel te netjes voor. En als het dan weer een tijd goed gaat, dan vergeet ik het, denk ik dat ons leven samen nu echt kan beginnen. Tot hij mij opeens weer van zich afstoot: door een woedeaanval te krijgen als ik een versleten broek heb weggegooid die Wilma nog voor hem gekocht had. Of door per se in zijn eentje naar het huwelijksjubileum te willen van oude vrienden die Wilma ook goed kenden, en het hem niets kan schelen dat ik dan het hele weekend alleen zit.

Dan voel ik me weer terug bij af. Misschien wordt het tijd dat ik mijn plek duidelijk ga opeisen. Dat ik zeg: ‘Nu wil ik dat je écht voor mij kiest. En oja: die foto boven ons bed mag nu ook weg, Wilma heeft lang genoeg meegekeken.’ Ik kan haar gezicht haast niet meer zien, namelijk. Maar ik ben bang dat ik als de verliezer uit de strijd ga komen en na alles wat ik al heb geslikt kan ik dat niet verdragen.”

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-41. Je kunt deze editie hier nabestellen.