Nog nooit verteld: ‘Niemand weet dat ik alcoholist ben geweest’

Deel dit artikel:

Annemarie (37) dronk zo veel en vaak, dat ze moest afkicken in een verslavingskliniek in Zuid-Afrika. Niemand weet iets over deze donkere kant van haar verleden.

“Sinds mijn verhuizing van de Randstad naar een plaats in het noorden van het land ben ik een nieuw leven begonnen. Alleen in mijn dromen ben ik weleens de vrouw die ik vroeger was. Nachtmerries zijn het, waarin ik gevangen zit in de roes die me vroeger zo vertrouwd was. Ze verlopen altijd hetzelfde. Ik zit ergens in een kroeg en ben dronken. Eigenlijk wil ik naar huis maar mijn lichaam is zwaar, mijn glas bijna leeg en ik snak naar meer. ‘Eentje nog,’ roep ik naar de barkeeper. Maar die ene is nooit genoeg. Het is een droom vol schuldgevoel, waarin de kater van de volgende dag me al naar de keel vliegt. Toch blijf ik altijd net zo lang tot ik ruzie krijg en de zaak word uitgezet. Op dat moment word ik wakker. Ik voel me dan slecht en mislukt omdat ik in de veronderstelling ben dat het echt is misgegaan. Ik ben elke keer weer opgelucht als ik ontdek dat het maar een droom was.”

Heerlijke verdoving
“Dronken; ik ben het al vijf jaar, drie maanden en bijna een week niet meer geweest. Zelfs niet aangeschoten; ik heb al die tijd geen druppel meer aangeraakt. En dat is een verademing. Toen ik op mijn zestiende voor het eerst alcohol dronk, merkte ik dat het wel erg lekker vond. Het kon mij nooit genoeg zijn. Waar mijn vriendinnen moesten overgeven van te veel mierzoete Pisang Ambon, dronk ik door. Mijn lichaam kwam niet in opstand en mijn geest wilde altijd maar meer. Ik vond de verdoving heerlijk. Mijn ouders waren een paar jaar eerder gescheiden en maakten nog steeds veel ruzie. Ik zat er middenin, beiden probeerden mij in hun ‘kamp’ te krijgen. Ik werd er onzeker van, was altijd maar bezig om iedereen te pleasen. Met drank op kon ik ontsnappen. Ik kon alles loslaten, lachen, grapjes maken… Ja, alcohol maakte me heel gelukkig. Tot mijn dertigste was het nog wel te doen. Ik was degene die altijd en overal het licht uitdeed, die nooit van ophouden wist. Maar ik werkte nog gewoon, had een vriend met wie ik ook weleens een dag níet dronk. Toen die relatie uitging, ging het mis. Om de eenzaamheid thuis te ontvluchten, zat ik bijna elke dag in de kroeg. Al mijn geld ging eraan op. Leuk was het allang niet meer; ik had geregeld een kwade dronk en kreeg dan woorden met mensen. Die kwade dronk was een van de redenen dat mijn ex het had uitgemaakt. Op dat moment vond ik het ‘belachelijk’, een laaghartige uitvlucht van hem. Nu weet ik dat hij groot gelijk had. Ook mijn werkgever zag het niet langer zitten met mij. Ik kwam te vaak met een kater op het werk. En met een kegel – door mijn geur was het voor niemand een raadsel hoe het kwam dat ik zo suf was. Ik werd ontslagen. Toen wist ik dat ik moest ingrijpen. Dit was niet het leven dat ik wilde. Ik ben naar mijn huisarts gegaan, die me doorverwees naar een verslavingskliniek. Na een aantal gesprekken kreeg ik de kans om af te kicken in Zuid-Afrika. Een opname van drie maanden. Ik besloot het te doen. Alleen mijn ouders, die inmiddels weer on speaking terms waren, wisten ervan, verder dacht iedereen dat ik ‘gewoon lang op vakantie ging’. Nauwe vriendschappen had ik allang niet meer, die had ik allemaal verpest.”

Een nieuw iemand
“Het is zwaar geweest in Zuid-Afrika. Wat ben ik diep gegaan en wat heb ik vaak gehuild. Maar na intense maanden zat ik vastbesloten in het vliegtuig terug. Ik was clean, sterker dan ooit, en ik zou nooit meer een glas aanraken. Ik wist dat ik dat niet kon, ik ben een alles-of-nietstype; na één druppel zou het ongetwijfeld meteen weer mis gaan. Nooit meer dus. Om een frisse start te maken, besloot ik elders in het land te solliciteren. En zowaar, ik vond een leuke baan met veel verantwoordelijkheden. Binnen een paar weken was mijn verhuizing een feit. Doodeng vond ik het, ik kende niemand daar, maar dat voelde tegelijk ook heel goed. Ik wilde nooit meer iemand spreken die mij in mijn slechte tijd had gekend. Ik wilde een nieuw iemand worden. En dat is gelukt. Mijn baan gaf me veel steun en ik had er fijne collega’s. Langzaam groeiden er enkele vriendschappen. Hoewel het eng was om mezelf te laten zien zonder drank, lukte het wel. Inmiddels voel ik me als een vis in het water in mijn huidige woonplaats. Ik woon samen en heb een leuke vriendenkring. Maar niemand weet van mijn verleden – ook mijn partner niet. De drempel om het te vertellen is te hoog. Ik schaam me er heel erg voor dat ik het zo uit de hand heb laten lopen indertijd. Ik ben bang dat hij, of anderen, op me neerkijken. Ik wil gewoon niet dat ze zich mij op die manier voorstellen, zo ver heen, zo van de wereld. Natuurlijk krijg ik weleens vragen waarom ik niet drink. Daar heb ik een wereld aan smoezen voor. Dat ik het niet lekker vind en dat ik er ook niet tegen kan; in mijn verhalen ben ik dat jonge meisje dat over haar nek ging door Pisang Ambon en toen besloot: ik hoef die rommel niet. Doordat ik verder heel gezond leef – ik eet veganistisch, ga altijd vroeg naar bed en sport vijf keer per week – stelt niemand vragen. Ze weten simpelweg: Annemarie drinkt niet, klaar. Toch speelt het onderhuids voor mij een grote rol. Zo zit ik bijvoorbeeld niet op Facebook; ik wil niet dat vrienden van vroeger mij opzoeken en misschien iets loslaten over mijn voormalige levenswijze. Soms mis ik oude vriendinnen wel maar dan denk ik: nee, het kan gewoon niet. Dat mijn geheim veilig is, gaat me boven alles. Mijn ouders zijn natuurlijk op de hoogte maar zullen nooit iets zeggen; zij zijn veel te blij dat het nu goed met mij gaat, en steunen me door dik en dun.”

Dit verhaal komt uit Margriet 39 en ligt nu in de winkel!
m39-cover

Lees verder:
Nog nooit verteld: ‘Als ze niet gezond gaat leven, wil ik scheiden’
Nog nooit verteld: ‘Ik deel ál mijn gevoelens met een gevangene’
Nog nooit verteld: ‘Niemand weet dat ik als escort werk’

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief