Monique van de Ven: ‘Mijn geloof in de hemel is niet meer zo sterk, maar ik hoop er wel op’

Deel dit artikel:

Dat ze groot verdriet heeft gekend in haar leven, heeft bij Monique van de Ven (66) voor een litteken gezorgd dat nooit meer weggaat. Maar ondanks dat vindt ze zichzelf toch vooral een enorme geluksvogel. En kijkt ze alvast tevreden terug op haar carrière.

Een stralende actrice komt terug van de fotoshoot. “Ik vond het weer zo leuk,” zegt ze. “Ik doe altijd mijn best. De 
camera moet van me houden; dat is wie ik ben.” En dat terwijl ze in haar leven al honderden fotosessies heeft gedaan, want ze is onze bekendste, en volgens velen grootste, actrice: Monique van de Ven.

Het hoogtepunt

Op negentienjarige leeftijd debuteerde ze in de film Turks Fruit, die in 1973 3,3 miljoen bezoekers trok en 
daarmee de succesvolste Nederlandse speelfilm aller tijden werd. En zij was, naast Rutger Hauer, dé ster. Sindsdien speelde ze in tientallen films en televisieseries, in binnen- en buitenland. In 2018 was ze te zien in het laatste 
seizoen van Dokter Deen, de serie die ze samen met haar man Edwin de Vries 
bedacht. “Dat we dat mooi hebben 
afgesloten, was een van de hoogtepunten van 2018,” zegt Monique, inmiddels 66 jaar, in haar favoriete restaurant 
in haar woonplaats Blaricum. “Maar het absolute hoogtepunt was het speciale Gouden Kalf voor de Nederlandse filmcultuur dat ik in september in Utrecht in ontvangst mocht nemen. Het was de kers op de taart. Ik was zo verrast. Het verwonderde me hoe blij ik ermee was.”

Terwijl je al zó veel prijzen had 
gewonnen

“Het gaf me het gevoel dat ik er echt toe had gedaan in de film. En dat 46 jaar lang. In een filmpje dat werd vertoond, zoefde in drie minuten mijn filmleven voorbij. De zaal gaf me een overweldigende ovatie. Ik schoot helemaal vol. Het maakt me een heel gelukkig mens.”

Had je erna niet het gevoel: nu is het bijna voorbij?

“Welnee. Er zal heus nog iets bij komen. Maar ik ga er niet meer ambitieus achteraan zoals vroeger. Het is nu tijd voor reflectie. Want door zo’n prijs denk ik: Monique, wat heb jij een mazzel gehad. Ik had het geluk in een tijd op te groeien waarin vrijheid een groot goed was, waardoor we de films konden maken die wij mooi vonden. En daarom waren ze zó succesvol.

Nu is de tijd aan het verharden. We moeten die vrijheid en 
het feit dat we in een vrij land leven koesteren. We moeten ophouden met mopperen en aanpakken. En er met z’n allen iets van maken. Er moet meer solidariteit komen, niet alleen in de 
filmwereld, maar ook in de samen-
leving. Ik maak me daar zorgen over. Die boodschap zat ook in mijn speech.”

Is dit eveneens je kerstboodschap?

“Inderdaad. Laatst hoorde ik Huub Oosterhuis in een talkshow zeggen: ‘We zijn allemaal mens. Dan moeten we toch weten wat de ander nodig heeft? Waarom doen we daar zo moeilijk over?’ Dat is precies wat ik bedoel. Laten we weer menselijk worden. Kijk wat de ander nodig heeft en geef dat. Ga op je gevoel af. En stap van die regels af. Er zijn vierhonderd asielkinderen die hier willen blijven. We zijn een van de rijkste landen ter wereld; waar doen we zo moeilijk over? Ik hoop dat we dat met z’n allen voor elkaar krijgen.”

Dat Dokter Deen is afgelopen en ze voorlopig geen rollen speelt, betekent niet dat het stil is geworden in het leven van Monique. “Ik dacht dat het klaar was, maar mijn agenda is vol. Voorstellingen bezoeken, interviews geven, ik zit in verschillende besturen en heb mijn werk voor Unicef. En ik ben bezig met een biografie!”

Ben je voor je gevoel wel in een andere levensfase beland?

“Nou, ik zit in herfst, hè. Al voel ik me niet anders dan toen ik dertig of vijftig was. Ik ben dezelfde, drukke ik. Maar ik vind het een heerlijke fase, omdat Edwin en ik iets meer tijd voor elkaar hebben. Dit voorjaar zijn we twee maanden samen met de auto door Zuid-Europa getrokken. Als we het ergens leuk 
vonden, bleven we. We voelden ons net twee hippies, het was een feestje.”

Wat wordt de rode draad van je 
biografie?

“Na lang nadenken worden dat de parallellen tussen mijn films en mijn leven. Het blijkt dat die elkaar alsmaar raken. Ik groei met ze mee. Ik heb waanzinnige fans die alles hebben bijgehouden; er is meters archief. Als ik daardoorheen 
blader, komt alles weer boven. Soms kan ik niet bevatten wat ik allemaal 
heb gedaan.”

Wanneer was je het gelukkigst?

“Mijn leven was altijd heel gelukkig, met een paar grote minpunten. Dan komen we weer terug bij dat geluk. Dat wordt je aangereikt, maar dat moet je ook omarmen en zien. Daarnaast heb ik er zelf veel voor gedaan. Ik heb altijd hard en gedisciplineerd gewerkt en het spelen omarmd. Ik ben nu ook gelukkig. Dan kijk ik naar buiten en denk: wat prachtig, die herfstkleuren.” Monique slaat een vervelende vlieg dood die op de vensterbank naast haar was gaan zitten. “Sorry, dat mag niet van Jan Wolkers.” Met zijn naam zijn we meteen bij die eerste, en ook belangrijkste, rol die ze speelde in haar leven: die van Olga uit Wolkers’ door Paul Verhoeven verfilmde roman Turks fruit. “Die rol heeft 
natuurlijk een waanzinnige impact gehad. Hij heeft mijn film- en privéleven bepaald.”

Kun je terugkijkend beter in perspectief plaatsen wat jou destijds overkwam?

“Ik was een superenthousiast meisje, vond alles geweldig. Als twaalfjarige ging ik met mijn moeder vaak naar het theater en op een gegeven moment zei ik: ‘Dit is wat ik wil!’ Mijn moeder heeft me altijd bevestigd en gekoesterd. Ze leerde me een onafhankelijk persoon te zijn, ze hield me voor: ‘Zorg dat je zelf honderd procent bent, dan is de rest meegenomen.’ Ik kwam een foto van mezelf tegen van toen ik een jaar of acht was. Ik sta op het strand en kijk zó overtuigd die camera in. Zo ben ik: voor de duvel niet bang. En dus was ik ook niet onder de indruk van Paul Verhoeven toen ik auditie deed.

Wat had ik te 
verliezen? Mijn blijheid en nuchterheid gaven waarschijnlijk de doorslag. Het drong nauwelijks tot me door dat ik de hoofdrol had gekregen. We gingen draaien en ik rolde dat rijke leven in. Daarnaast had het ongetwijfeld ook te maken met geluk: ik vergezelde een vriend die auditie deed. Het is dat de 
fotograaf tegen me zei: ‘Mag ik ook 
foto’s van jou maken, doe die bontjas eens aan?’ Die foto’s waren zo sexy! 
Paul zag ze en wilde mij meteen voor die rol. Dwong ik dat af? Of kreeg ik wat ik verdiende? Het is interessant hoe dat in mijn leven is gegaan.”

Wat heb je in dat rijke leven geleerd over de liefde?

“Dat je veel moet geven, want dan krijg je het ook terug. Ook daarin heb ik geluk gehad. Mijn eerste huwelijk met Jan (de Bont, cameraman van Turks fruit, red.) was hartstikke leuk en spannend. Samen verhuisden we in 1975 naar Amerika. We reisden veel, want hij moest overal draaien. Hij was negen jaar ouder, echt een vaderfiguur. Hij heeft me veel 
geleerd over kunst en film. Ik genoot daarvan. Maar op een moment was het niet meer in balans. Ik was 35 en dacht: ik wil dit niet meer, ik ga voor mezelf opkomen. En toen ontmoette ik Edwin in 1987.”

Hij vertelde in Margriet dat jullie 
destijds allebei eenzaam waren

“Dat kwam omdat Jan altijd weg was. 
Ik vloog zelf vaak op en neer tussen Amerika en Nederland. Nergens kon ik een hechte groep om me heen creëren. Ik voelde me ook niet echt lekker in Amerika. Ik kreeg rollen aangeboden die me niet boeiden. Tussen 1980 en 1987 zie je me dwarrelen, valt me op nu ik het archief bekijk. Ik dacht: wat doe ik hier? Door die situatie was ik heel ontvankelijk voor de liefde van Edwin.”

Monique en haar man Edwin de Vries

Wat was de klik?

“Gelijkwaardigheid. We waren zo in evenwicht en aan elkaar gewaagd. 
En het was zo op het juiste moment. Edwin kan veel geven, is niet egocentrisch en geeft ontzettend veel om mij. Daarnaast is hij erg slim en heeft hij veel humor. Hij was het. Ik wist het honderd procent zeker.” De twee zijn inmiddels 31 jaar samen, ze trouwden in 1991. Ze kregen twee zoons, Nino en Sammie.

‘Het overlijden van een kind is zó’n groot verdriet’

Sammie (25) is inmiddels het huis uit; Nino overleed in 1993 toen hij nog geen twee jaar oud was. Hij was niet de eerste dierbare persoon die Monique verloor: haar vader stierf toen ze vier was. Het verlies van beiden zal uiteraard in de biografie aan bod komen. “Het overlijden van een kind is zo’n groot verdriet, dat kun je niet bevatten,” zegt Monique. “Het is een groot litteken, veroorzaakt door buitenmenselijke pijn. Het is nu 25 jaar later en daaraan is niets veranderd. De pijn 
gaat nooit weg. Zeker een paar keer per week denk ik: hoe zou het zijn geweest met Nino?”

Zou de rode draad van je biografie niet moeten zijn: omgaan met verlies en de kracht vinden om door te gaan?

“Zou kunnen, al was ik te jong om het verlies van mijn vader echt te voelen, want ik kende hem nog nauwelijks. Pas tijdens de opnamen van Verborgen verleden in 2010 realiseerde ik me dat hij wel degelijk een rol in mijn leven heeft gespeeld. Op het gymnasium had hij een 10 voor declameren en ik wist: ik heb het van hem! Maatschappelijk betrokken was hij ook, net als ik nu. Zijn 
overlijden zal zeker een reden zijn waarom ik ben gaan spelen, want ik miste een vorm van aandacht en erkenning – de honger naar erkenning, maakte me een goede actrice.

Mijn moeder vertelde dat ik als vijfjarige vlak na zijn dood met een heel diepe stem zei: ‘Mama, mama.’ Waarschijnlijk heb ik daar die zwaardere stem aan overgehouden. Het was een manier om de aandacht op me vestigen als derde van drie kinderen, een dode vader en een moeder die zwaar in de rouw was. Ik probeerde haar altijd aan het lachen te maken door gedichtjes van Annie M.G. Schmidt voor te dragen. Nog steeds heb ik veel aandacht nodig. Als Edwin en ik even geen tijd voor elkaar hebben vanwege de drukte pak ik zijn hand vast en laat die mij aaien. Dan weet hij: Monique heeft aandacht nodig. Dat is sinds het overlijden van Nino 
alleen maar meer geworden.”

Welke invloed had zijn dood op je 
carrière?

“Het heeft ervoor gezorgd dat ik een diepere laag in me heb aangeboord om te spelen, omdat ik het het anders niet meer waard vond. Ik had geen zin meer in oppervlakkigheid. Het heeft me iets aangereikt in de vorm van rijkdom. Wat natuurlijk raar klinkt als je het over 
verlies hebt. Ik was altijd al empathisch, maar mijn empathie naar anderen is nog groter geworden. Daarom voel ik me ook zo betrokken als het gaat over 
asielzoekers en oorlogen: het zijn 
allemaal moeders die kinderen verliezen en ik weet hoe dat voelt. Ik zou mensen willen aanraden met meer empathie door het leven te gaan – daar heb je ’m weer, mijn kerstboodschap.”

Geloof je in een hemel waar je Nino en je vader terug zult zien?

“Als kinderen mij vroeger vertelden dat hun ouders gingen scheiden, zei ik: ‘Ik ben blij dat mijn vader dood is, want ik weet tenminste waar hij is: in de hemel.’ Dat ze daar zouden zijn is een fijne 
gedachte. Een hemel geeft rust. Zo sterk is mijn geloof daarin niet meer, maar ik hoop het. Ik geloof dat we allemaal deel uitmaken van een groter geheel. Maar ook daarin ben ik onafhankelijk. Ik stel me niet afhankelijk op van een God of een hemel; ik zorg ervoor dat ik het hier goed heb. En vlak voor ik sterf, wil ik tevreden omkijken en kunnen zeggen: ‘Dit was mijn leven; op een paar kleine foutjes na, heb ik het goed gedaan.’”

Fotografie | Ester Gebuis – ANP
Tekst | Bram de Graaf
Styling | Brigitte Kramer
Visagie | Gerda Koekoek

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2018-51. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.