Mijn verhaal: “Wat me nog veel meer pijn heeft gedaan, is dat vrienden en buren het al wisten en niets zeiden”

Deel dit artikel:

Hildegard: “Ed en ik hebben drie kinderen samen en zijn 22 jaar getrouwd geweest. Hij had een meubelzaak, een halfuur rijden van ons huis, waar ik me eigenlijk niet mee hoefde te bemoeien. Ed regelde alles zelf en vond het heerlijk dat werk en privé zo gescheiden bleven. Ik bestierde het huishouden, alles 
rondom de kinderen en werkte zestien uur per week in het 
onderwijs. Ed maakte lange dagen, omdat na sluitingstijd van de winkel nog allerlei administratieve klussen zijn aandacht vroegen. Hij moest bovendien beurzen bezoeken, inkopen doen en vaak ook op zondag de winkel openen. We zagen elkaar soms dagen niet of alleen even snel bij het naar bed gaan. Niet altijd leuk, maar ik heb hier nooit mijn vraagtekens bij gezet. We werkten allebei op onze eigen manier hard voor ons gezin.
Achteraf voel ik me hierover nog steeds zó stom. Natuurlijk klopte er geen snars van dat hij mij niet bij de winkel betrok.
En was het vreemd dat hij op doordeweekse dagen pas om elf uur ’s avonds thuiskwam. En dat ik nooit mee hoefde naar een beurs, ook niet voor de gezelligheid ‘omdat de kinderen mij veel harder nodig hadden’. Natuurlijk was hij niet tevreden met een vrouw die al sliep als hij in bed schoof. Wat dacht ik wel? Ed ging hartstikke vreemd. Met zijn assistente, met wie hij uren in de winkel doorbracht. Hij biechtte het uiteindelijk zelf op, omdat hij serieus met haar verder wilde. Ik had geen schijn van kans meer, ons huwelijk was voorbij. En eigenlijk heeft Ed me met zijn vertrek een groot plezier gedaan. Ineens besefte ik hoeveel ik als mens, als vrouw naast hem, had gemist. Aan 
liefde, betrokkenheid, aan samen een leven leiden.
Op het moment zelf was het natuurlijk een klap in mijn gezicht. En wat me nog veel meer pijn heeft gedaan dan zijn bedrog was het feit dat vrienden en zelfs buren tegen me zeiden dat ze het altijd hadden geweten. Sommigen wisten écht hoe de vork in de steel zat, anderen vermoedden iets, maar niemand heeft ooit het lef gehad mij aan te spreken. Ik voelde me hierdoor behalve oliedom ook nog eens intens verdrietig. Ik was echt van de kaart en wist niet of ik ook maar met íémand van hen nog verder wilde. Nog steeds, nu twee jaar later, vraag ik me weleens af of ik dit ooit kan loslaten. Ik heb besloten dat wat er gebeurde onder mijn neus ook voor de mensen om mij heen geen gangbare situatie was, en dat ik niet alleen op de wereld wil staan, zonder vrienden en buren met wie ik al zo veel jaren een fijne relatie heb. Maar misschien verwacht ik te veel van mijzelf.”

Productie | Laura Kraeger
Beeld| iStock

Dit interview stond in Margriet 2018-05. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

 
Lees ook eens

Redactie Margriet