Mijn verhaal: ‘Ik ben blij dat ik m’n zus nog een kans heb gegeven’

Deel dit artikel:

Pinterest

Annebeth (42) botste vroeger enorm met haar zus. Zo erg, dat ze er geen traan om liet toen zij naar Duitsland emigreerde. Maar toen veranderde álles.

“Mijn zus is twee jaar ouder dan ik. Ik weet nog dat ik als klein meisje tegen haar opkeek, omdat ze stoerder was. Ze durfde dingen te zeggen. Tegen mijn ouders als ze het niet met hen eens was, maar ook tegen buurtkinderen als zij niet aardig waren.

Ze kon ook leuk verhalen vertellen bij familie. En ze verzon toneelstukjes en liedjes waarin ze mij betrok, of ik nu wilde of niet. Toen we ouder werden en ik een sterkere ik ontwikkelde, botsten we steeds vaker. We voelden zelf hoeveel we verschilden en het was niet iets positiefs dat mensen in onze omgeving dat nog eens te pas en te onpas benadrukten. Zij was een kwebbel, ik de stille. Zij was impulsief, ik bedachtzaam. Zij was mager, ik was vol. Zij was lui, ik gedisciplineerd. En zo kan ik er nog wel een paar noemen.”

Naar het buitenland

“Ik weet eigenlijk niet of het gewoon is in gezinnen en families dat kinderen op die manier worden uitgetekend, maar ik heb het altijd erg vervelend gevonden en zal dit bij mijn dochters heel bewust proberen tegen te gaan. Mijn zus en ik kregen een veel te star beeld van onszelf en elkaar, alsof daar niet meer aan te tornen viel. En we waren nog te jong om te beseffen dat beide beelden even leuk of goed konden zijn.

Mijn zus ging jong op kamers wonen. Ze had een paar verschillende vriendjes tot ze haar huidige man ontmoette. Een Duitse jongen voor wie ze uiteindelijk, op haar 22ste, Nederland verliet. Ik kon er destijds geen traan om laten. Ik gunde haar oprecht het beste, maar we hadden de jaren ervoor zo weinig met elkaar gedeeld dat ik niet wist wat ik moest missen. Het is niet leuk om dit nu zo te zeggen, en heel jammer dat het zo is gelopen. Maar gelukkig kan ik ook vertellen dat er wat is veranderd.”

‘Meer dan ooit voel ik dat ik een zus heb’

“Het heeft even geduurd, maar toen mijn zus en ik kort na elkaar voor het eerst moeder werden, leken we eindelijk iets gemeen te hebben. Door de verhalen van onze ouders over de kleinkinderen, werd zelfs vrij snel een wederzijdse nieuwsgierigheid gewekt. En zo begonnen we te mailen en foto’s te sturen. Gek genoeg voelde dat vrijer én intiemer dan bellen. Ik kon bovendien minder snel iets verkeerd zeggen ook, omdat ik over mijn getypte woorden kon nadenken.

Zoals ik mijn zus nu ken, is die voorzichtigheid echt niet nodig geweest. Zo fel en snel en hard als ik dacht dat ze was, daar heb ik nooit iets van teruggezien. En het beeld dat zij van mij had, bleek – gelukkig – ook niet te kloppen. Zo blij ben ik dat we het nog een kans hebben gegeven. Al zien we elkaar nog steeds niet veel, meer dan ooit voel ik dat ik een zus heb.”

Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2018-50. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

 

 

 

 

 

 

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.