Mies Bouwman: ‘Ik lijd aan een rare vorm van nergens op gebaseerd optimisme’

Deel dit artikel:

Al die adoratie voor haar persoontje, daar heeft Mies Bouwman (87) 
het niet zo op. Haar gezinsleven, dát is waar ze echt trots op is. En vooruit, haar gebundelde columns mogen er ook best wezen.

Buiten slaat de regen tegen de ramen en achter het huis stroomt de Nederrijn 
gehuld in een grijze nevel langs de grote tuin van Mies Bouwman. “Kijk maar niet naar buiten,” zegt Mies, 87 inmiddels, maar nog steeds onmiskenbaar honderd procent Mies. “Het ziet er zo somber uit.” Die somberheid ontbreekt in de woonkeuken, waar de appeltaart klaarstaat en de vrouw des huizes aan het koffiezetapparaat rommelt, dat om 
duistere redenen even niet goed wil doorlopen. Hier geen peperduur ingenieus espressoapparaat, zelfs geen simpel te bedienen Nespresso-gevalletje, maar nog een doodgewoon koffiezetapparaat. “E-mail heb ik ook niet,” vertelt ze, 
terwijl ze het mes in de appeltaart zet. “Dat is heerlijk rustig. Ik heb helemaal niks met dat getik op die schermpjes. Een mobiele telefoon? Nee, ook niet. Als ik al die mensen met zo’n ding in hun hand zie, tot in restaurants aan toe… Er is gewoon geen gesprek meer mogelijk! Nee, de digitale wereld zoekt het maar uit. Dat is misschien een beetje stom in deze tijd, maar aan de andere kant: 
niemand heeft er last van. Ja, nu met dat boekje misschien, dat er teksten moeten worden doorgestuurd. Dat gaat per post. Of ik geef even iets telefonisch door. Het is voor de uitgever iets meer gedoe, maar ach. De enigen die ik wil bereiken zijn de kinderen, kleinkinderen en een paar lieve vrienden. Dat is genoeg. Ik heb iets tegen die techniek. Fantastisch dat het er is, als ik maar niet hoef.”

Gewoon Mies is een bundeling van de 
vijftig columns die u in het verleden voor Margriet heeft geschreven. Het is 
opvallend hoe ze nog niets aan humor en frisheid hebben ingeboet. Verder heeft u een paar kinderboeken geschreven. Waarom heeft u niet meer met dat grote schrijftalent gedaan?
Bijna verontwaardigd: “Nou zeg, ik heb het druk genoeg gehad! En daarna?” (lacht) “Daarna was het ook druk. Ik heb absoluut niet de behoefte gehad om een groot schrijver te worden. Ik vond het boeiend om columns voor Margriet te schrijven en ik denk dat ik dat, alles bij elkaar, een jaar of tien heb gedaan. Toen vond ik het wel genoeg. Dat dit bundeltje nu verschijnt, komt doordat ik de werkkamer van mijn man (regisseur Leen Timp, die op 1 november 2013 
overleed, red.) aan het opruimen was 
en in zijn boekenkast op het plankje 
‘Mies boeken’ stuitte. Toen ik ze voor het eerst sinds al die jaren weer inkeek, dacht ik: sommige zijn eigenlijk best goed. Zo is het balletje gaan rollen.”

Heeft u door uw carrière en schrijftalent nooit een autobiografie overwogen?
“Nee. Iederéén heeft een fantastisch 
verhaal over zijn of haar eigen leven. Dat is toch zo? Hier in Elst – een dorp vol fantastische mensen, waar ik nooit meer weg wil  – ligt niemand wakker van mijn verhaal, hoor. Nee, ik heb absoluut niet de behoefte om een autobiografie  te schrijven. Dan zou het zijn alsof ik mezelf exceptioneel vind en dat ben ik helemaal niet.”

‘De digitale wereld 
zoekt het maar uit.
 Ik heb iets tegen die techniek. 
Fantastisch dat het er is, als ik 
maar niet hoef’

U heeft een televisiecarrière opgebouwd vanaf het ontstaan van de televisie en groeide uit tot een waar tv-icoon. Dat is toch exceptioneel?
“Nou ja, het is inderdaad allemaal leuk bij elkaar gekomen, maar dan nog. Goed, het was niet gering. Maar dat kunnen meer mensen over hun leven zeggen. Als je daar de waarde van je bestaan aan gaat ontlenen, is het wel heel treurig met je gesteld. Ik word ook altijd zenuwachtig als mensen tegen mij zeggen: ‘O, wat fantastisch om u te ontmoeten!’ Ik 
heb liever dat ze gewoon ‘Hallo, Mies’ zeggen. Dat vind ik genoeg. Maar dat 
bewonderende gedoe, nee, dat is niks voor mij.”

Het uitzoeken van de vijftig columns 
betekende ook een terugblik op vroeger, toen u nog volop op televisie was en de kinderen nog jong waren, en op het leven met uw man. Hoe was dat voor u?
“Dat was vrij emotioneel, ja. Maar 
eigenlijk mis ik niet zo veel hoor, behalve mijn man. Of ik niet zo’n omkijker ben? Jawel, dat ben ik wel. Zeker nu ik oud ben.” (grinnikt) “Want ik ben hartstikke oud. Maar met dat omkijken heeft verder niemand iets te maken. Iedereen weet dat ik een gelukkig mens ben, dat ik een heerlijk huwelijk heb gehad en dat er vier prachtige kinderen zijn – Joost is nu zestig en Marieke, Janneke en Mies zijn vijftigers, dertien kleinkinderen en 
inmiddels ook drie achterkleinkinderen. Daar trek ik de grens. Dat is van ons. 
Met praten over de kinderen of over hun bezigheden doe ik ze geen plezier.”

Uw gezin vindt u een grotere prestatie dan uw televisiecarrière?
“Dat is het enige wat telt. De rest was enig, fantastisch en een prachtige 
uitlaatklep voor mijn creativiteit. Maar van mijn gezin heb ik ontzettend genoten en daar heb ik heel goede herinneringen aan. Zoals aan Moederdag, als de kinderen met van die schattige zelfgemaakte knutseltjes aan ons bed kwamen staan. Sinds ze groot zijn, heb ik er niets meer mee, hoor. Ik vind 
het voornamelijk een opgeprikte, 
commerciële toestand. En dat vinden zij ook, geloof ik. Maar natuurlijk is mijn gezin altijd veel belangrijker geweest dan mijn werk, daar hoef ik niet eens over na te denken. Niemand vraagt er toch om hier te zijn? Die kinderen ook niet. Als je dat dan samen met je man op een – hoop ik – voortreffelijke  manier hebt gedaan, geeft dat een heerlijk gevoel. Daar gaat het om. Roem stelt niets voor. Het krijgen van vier 
kinderen heeft mij geweldig geholpen om met beide benen op de grond te blijven.”

Dit interview met Mies Bouwman komt uit Margriet 19. Wil je deze Margriet nabestellen? Dat kan via magazine.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Artikelen van margriet.nl in je mailbox ontvangen? Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief via margriet.nl/nieuwsbrief