Hella van der Wijst: ‘Bij mij werkt het woord ‘verwerken’ als een rode lap op een stier’

Deel dit artikel:

Als kind wilde ze boerin, boswachter of journalist worden. Het 
werd het laatste. EO-presentatrice Hella van der Wijst is een 
verteller.

Door verhalen te delen, wil ze steun en hoop bieden.

Over twee weken ligt Troost. Als je iemand mist in de winkel. Waarom wilde je een boek over troost schrijven?
“Voor mijn tv-programma’s praat 
ik met mensen over wat ze hebben 
meegemaakt. In Ik mis je gaat het over een geliefde die wordt gemist. Voor dit boek wilde ik inzoomen op troost. In 
de verhalen die mensen mij vertellen, zoek ik altijd naar oplossingen en 
lichtpuntjes. Oplossingen zijn er niet 
altijd, lichtpuntjes wel. Die zoektocht is ook de rode draad in mijn eigen leven: hoe zorg je dat je niet blijft hangen in verdriet, hoe kun je verder? Het gaat er uiteindelijk toch om dat je weer vooruit kunt. In dat proces speelt troost een 
heel belangrijke rol. En die kun je op veel manieren vinden. Of geven.”

Waar vinden we troost?
“Je denkt algauw aan muziek, een arm om je heen of het spreekwoordelijke pannetje soep. Maar het heeft zo veel 
gedaantes. Het verhaal dat Annemarie en Albert mij voor het boek vertelden, vond ik het indrukwekkendst. Wat hun overkwam én hoe ze steun vonden. Toen zij hun zoontje van scouting zouden halen, werden ze van achteren aangereden en vloog de auto in brand. Hun twee dochtertjes die op de achterbank zaten, overleefden het ongeluk niet.”

Geloof

“In hun zoektocht hoe ze daarmee om konden gaan, speelde het geloof een belangrijke rol. Maar op de momenten dat Annemarie echt niet meer wist waar ze met haar emoties naartoe moest, pakte ze oud servies uit de kast, fietste naar de zeedijk en gooide de borden en kopjes keihard tegen het basalt kapot. Het hielp haar om haar woede te uiten. Als ze door haar servies heen was, haalde ze een nieuwe voorraad bij de kringloop. Ik vertelde dit later aan een vriendin. ‘Ik krijg er kippenvel van,’ zei ze, ‘ik heb precies hetzelfde gedaan toen mijn man bij me wegging. Het luchtte zó op. Daarna kon ik weer verder.’”

Wat drijft je om deze verhalen te 
vertellen?
“Het doorvertellen van verhalen heeft een functie, ze kunnen mensen steun bieden: ‘Hé, als zij dat kan, kan ik het misschien ook.’ Ze kunnen hoop geven. Peter, die zijn vrouw na 59 jaar samenzijn verloor, dacht niet dat hij zonder haar verder kon leven, maar besloot zo veel mogelijk de dingen te blijven doen die ze samen deden. Huilend zat hij in z’n eentje in de caravan. Totdat mensen op de camping hem gingen uitnodigen. Tot zijn grote verbazing merkte hij dat hij kon genieten van nieuwe contacten en dat het leven toch nog best de moeite waard was. Dat is toch een hoopvolle gedachte?”

En als jij verdriet hebt?
“Naast het grote verdriet dat Kolijn en ik geen kinderen hebben kunnen krijgen, was de grootste schok het overlijden van mijn hartsvriendin Ellen toen ik 42 was. We waren zondagavond teruggekomen van een weekje Normandië met z’n tweeën, op dinsdag werd ze aangereden. Veel van onze vrienden waren 
verschrikkelijk boos. Ik was heel erg verdrietig, maar ik kan met de hand op mijn hart zeggen dat ik geen boosheid heb ervaren. Ik voelde vooral grote dankbaarheid dat wij zo’n intense vriendschap hadden beleefd.”

Vriendschap

“Hoeveel mensen hunkeren niet naar echte vriendschap… ík had het met Ellen. Als je op iets moois terugkijkt, is je verdriet weliswaar 
supergroot. Maar je hebt er ook extra veel troost aan. Ook wat mijn vader zei, hielp enorm. Mijn moeder wist niet wat ze aan moest met mijn verdriet, maar hij zei: ‘Ik realiseer me dat ik op mijn leeftijd al mijn vrienden nog heb, terwijl jij al twee van je beste vriendinnen kwijt bent.’ Ik vond het zo mooi dat hij dat zag. Troost is ook: gezien worden.”

Zijn er algemene tips voor iemand die met een groot gemis moet leven?
“Dat is voor iedereen anders, dat maakt het zo lastig voor de omgeving. De een wil graag een knuffel, de ander gruwt ervan. Het is jammer dat we zo veel 
rituelen zijn kwijtgeraakt. Vroeger liep een weduwe in het zwart. Droeg ze haar dagelijkse jurk weer, dan wist iedereen: ze is klaar om verder te gaan met leven. De joden hebben een eeuwenoud 
draaiboek voor rouw, met vaste rituelen en wetten voor het eerste jaar na 
overlijden. Zulke dingen geven houvast. Een onderzoeksbureau heeft een representatieve enquête gehouden en een top tien voor het boek samengesteld van wat omstanders het best wel, of juist niet kunnen doen of zeggen om iemand te troosten.

Daar zijn interessante 
dingen uitgekomen. ‘Kom niet met je eigen verhaal,’ noemden veel mensen. Daar heeft niemand iets aan. En oordeel niet. ‘Het is ook beter zo’ of na een 
miskraam: ‘Je bent nog jong, je kunt best nog kinderen krijgen.’ Bij mij werkt het woord ‘verwerken’ als een rode lap op een stier. Je haalt verdriet toch niet door de shredder? Het is er, het blijft en je moet ermee leren dealen. Of ‘het een plekje geven’. Die zou ik op nummer 
één hebben gezet. Gruwelijk, wat ís dat? Weduwnaar Chris, die ik voor het boek interviewde, hoorde het zo vaak dat hij op gegeven moment wanhopig uitriep: ‘Waar kan ik dat plekje vinden? Vertel het me, ik zet het in de TomTom en rijd er nú naartoe.’”

Oké, dat dus niet, maar wat wel?
“Je hoeft niet altijd wat te zeggen, vaak kun je beter iets doen. Neem initiatief, probeer je voor te stellen wat de ander een beetje verlichting zou kunnen brengen. Zoals dat pannetje soep. Of neem de kinderen een paar uurtjes mee. Of, als jij toevallig een ster in administratie bent, help de overgebleven partner met de 
financiële afwikkeling. De man van Joke werd door zijn ziekte agressief. De buren waren de enigen die het wisten, hoorden het geschreeuw door de muur heen. ‘Wat moet jij eenzaam zijn in je 
verdriet,’ zeiden ze. Waarna ze een gat in de heg maakten zodat Joke, als het te erg werd, snel kon vluchten om even bij hen op verhaal te komen. Prachtig.”

Welke ervaringen heb je zelf nog meer met verdriet en rouw?
“Ik heb mijn beide ouders verloren. Hoe akelig dat ook was, dat is toch een soort van logisch. Ellen en een andere vriendin, Yvonne, overleden veel te jong en de man van mijn beste vriendin Pien stierf toen zij nog geen veertig was. Mario voerde echt een doodsstrijd. Pien had me gevraagd erbij te zijn. Hij overleed in haar armen en ik omarmde Pien, ik stond letterlijk achter haar. Dat we dit samen meemaakten, heeft ons een band opgeleverd die ons hele leven blijft. In deze tijd waarin veel minder sociale 
cohesie is en we denken dat we alles zelf moeten oplossen, zou ik willen pleiten: sta toe om getroost te worden, sta de ander toe om jou te troosten en je maakt een verbinding voor het leven.”

Kan verdriet nog meer brengen?
“Ik denk dat wanneer je verdriet kent, 
je harder kunt lachen. Mensen denken 
altijd dat ik heel serieus ben, maar ik vind de onnozele dingen van het leven soms hilarisch. Dat kan al een snapchat van een oma met bunny-oren en een piepstemmetje zijn. Ik kan in m’n broek 
piesen van het lachen. Met Ellen had ik dat heel erg. Het ging meestal nergens over, maar dan konden we niet meer stoppen.”

Afscheid

“Humor kan ook midden in het verdriet bestaan. Mijn vader hoorde 
’s avonds om zeven uur dat hij de 
volgende dag niet zou halen. Door een darmafsluiting waren zijn organen 
razendsnel vergiftigd. Er kon nog 
worden geopereerd, maar de kans op succes was minimaal. ‘Dat moesten we dan maar niet doen,’ was zijn nuchtere reactie. Zo stonden we met z’n allen wat onhandig rond zijn bed, wetende dat hij snel zijn bewustzijn zou verliezen. Ik vond dat ik iets moest zeggen en ik zei: ‘Pap, wat hébben we 88 jaar van je genoten.’ ‘Nou Hella, jij anders maar vijftig jaar hoor,’ reageerde hij. Als accountant was hij zelfs op zijn sterfbed nog met de cijfertjes bezig. Met een lach en een traan hebben we afscheid genomen. Mijn vader was die avond ook een groot voorbeeld voor me. De manier waarop hij de dood accepteerde, vond ik razendknap. Goed, hij was 88, maar je moet het maar kunnen: in een paar uur tijd zo rustig afscheid nemen van iedereen van wie je houdt. Nu ik het vertel, komen de tranen weer. Maar dat geeft niet, ik vind dat mooi. Van mijn vader heb ik zo veel geleerd, met Ellen heb ik zo gelachen. Dat ik het gemis nu weer zo sterk voel, wil zeggen dat ze veel voor me hebben betekend en dat ze er eigenlijk nog steeds zijn.”

Roep je zulke herinneringen ook bewust op?
“Ja, want het ergste is als de doden 
worden doodgezwegen. Pien heeft al een tijdje een nieuwe relatie, maar elk jaar rond Mario’s sterfdag zoek ik even extra contact. Daar heb je vriendinnen voor, want de grotere cirkel denkt er na een paar jaar niet meer aan. Kolijn en ik geven elk jaar een etentje voor vrienden, het hele huis is dan één grote tafel. In ons toespraakje noemen we altijd de mensen die er niet meer bij zijn. Hoe lang het ook geleden is, als je zo’n 
moment samen deelt, ga je over ze praten en voel je ze weer in je midden. Het kan zo simpel zijn. Stuur een kaartje op 
iemands sterfdag: ‘Ik denk aan je.’ Of brand een kaarsje. Ik vind het mooi dat ook veel niet-gelovige mensen een kerk binnenlopen om een kaarsje aan te steken. Ik vind dat een waardevol gebaar.”

Wat geeft jou in moeilijke tijden moed?
“Dat er elke dag weer een nieuwe dag begint. Dat ik de kip die we van m’n overleden schoonmoeder erfden nog alle dagen door de tuin zie scharrelen. Dat 
er andere dingen voor een gemis in de plaats komen. Wij hadden graag kinderen gewild. Maar dan hadden we wel veel moeten inleveren. Ik ben heel fanatiek in mijn werk, we reizen, ik heb 
boeken kunnen schrijven. Die gedachte troost me. Rond het overlijden van 
mijn ouders realiseerde ik me wel hoe belangrijk je als kind juist op zo’n 
moment bent. Mijn moeder had drie kinderen en vier kleinkinderen rond haar sterfbed staan. Sindsdien vraag ik me weleens af: wie gaat mij straks begraven? Die gedachte kan me verdrietig maken, maar daar schiet ik niks mee op. Weet je wat het volgens mij is? Moed vind je als je het leven, de dood en het lot durft te accepteren zoals ze zich voordoen. Probeer te dealen met wat niet mooi is, blijf zien wat wel mooi is. Dan heb je een prachtig leven.”

Hella’s favorieten

Vakantieland: “Cuba. De Cubanen laten zien hoe je kunt overleven met niks. Is er een 
gitaar en een fles rum, dan is 
er feest.”

Radioprogramma: “De formule van Met het oog op morgen is in 42 jaar amper veranderd en nog altijd even sterk. Ik zou het zelf wel willen presenteren.”

Bezigheid: “Moestuinieren. Lekker met je klauwen in de aarde brengt je bij de basis.”

Kok: “Yotam Ottolenghi. Zijn 
geroosterde bloemkoolsalade met hazelnoot en granaatappel, mmm. Ik ben vegetariër, dus 
ik maak alleen zijn vleesloze 
recepten.”

Wandeling: “De N70 rond Nijmegen. In zestien kilometer zie je zo’n beetje alle landschappen van Nederland.”

Meubelstuk: “De rode bank die ik op m’n 23ste voor zesduizend gulden kocht. Véél te duur voor me in die tijd. Maar ik heb ’m nog altijd en hij gaat mee naar het bejaardenhuis, als dat dan 
nog bestaat.”

Stad: “Den Bosch. Er is geen stad waar je zo snel vanuit het centrum in de natuur bent. En na je wandeling weer in de stad, achter een wijntje op het terras.”

Troostplek: “De natuur. Als ik verdrietig ben, zoek ik de 
geborgenheid van het bos. 
Heb ik lucht nodig, dan loop ik de weilanden in.”

Guilty pleasure: “Ik zit vaak 
’s avonds lange stukken in de auto. Dan gaat altijd Slam FM aan en zit ik dansend achter 
het stuur.”

Boek:Extreem luid & ongelooflijk dichtbij van Jonathan Safran Foer. Over een jongetje dat zijn vader verliest bij de aanslag op de Twin Towers. Over hoe de mensen om hem heen gaan staan en zijn kinderziel beschermen. Eigenlijk is dit ook een boek over troost.”

Tekst | Annemarie Bergfeld
Fotografie | Marloes Bosch
Styling | Brigitte Kramer
Visagie | Carmen Zomers

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-03. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.