Jesse Klaver: ‘Dat het vaderschap bijna een agendapunt is, zit me dwars’

Deel dit artikel:

Dit jaar is het tien jaar geleden dat Jesse Klaver (33), fractievoorzitter van GroenLinks, de politiek in stapte. Een ventje nog, zoals hij zelf zegt. Nu, een huwelijk, drie kinderen en veel hoogte- en dieptepunten verder, zowel politiek als privé, is het tijd voor bezinning.

Hij komt, net van de fiets gestapt, gehaast zijn werkkamer binnen en verontschuldigt zich dat hij iets later is dan gepland. Maar zijn oudste twee kinderen wilden nog hun tekeningen afmaken voordat ze naar school gingen en de baby moest tussen alles door worden verschoond en aangekleed. En dan stapelt zo’n ochtend zich op en wordt alles net even wat later.

Zie hier de hectiek van het leven van de vader en fractievoorzitter in een notendop. Druk thuis, druk in de Kamer. “Nou ja, jij noemt het druk, maar zo ervaar ik dat niet. Het is ook gewoon wat het is. Drie kinderen is dynamisch, zoals mijn werk dat ook kan zijn.” “Maar”, benadrukt hij, “er is ook tijd voor rust en bezinning. En dat laatste klinkt misschien heel zweverig, maar daarmee bedoel ik dat ik óók kijk naar waar ik sta in het leven. Ben ik nog de man en de vader die ik wil zijn? Doe ik nog de dingen die ik leuk vind?”

Heeft die bezinning ook te maken met het feit dat u tien jaar in de politiek zit?

“Daar heb ik deze zomer veel over nagedacht. Als je bekend bent en lang iets doet, hebben mensen een bepaald beeld van je. Dat is altijd een beetje een achterhaald beeld, want ik ontwikkel me achter de schermen sneller dan te zien is. Dan is tien jaar wel zo’n moment waarop ik denk: is hoe mensen naar me kijken nog wel wie ik echt ben? En doe ik echt alles wat ik zelf wil? Het is als het ware een herijkingsmoment, ben ik blij met de man die ik ben?”

En?

“Ik vond mezelf een hele meneer toen ik tien jaar geleden in de Kamer kwam, maar ik was natuurlijk nog maar een ventje. Totaal onbevangen en onbevreesd, de jongen met de grote bek achter het hek. Dat onbevreesde heb ik nog steeds wel, maar dat impulsieve is ervan af. Ik ben misschien ook wel vastberadener geworden omdat ik dichter bij mezelf sta. Het maakt me niet meer uit wat anderen van of over me denken. In die zin ben ik blij met mezelf.”

Kijkt u ook met een gevoel van trots naar die tien jaar?

“Privé zeker. Ik heb een lieve vrouw, Jolein, we hebben drie prachtige jongens en ik ben in mijn rol als man en vader gegroeid. Maar als ik naar mijn werk kijk, ben ik niet iemand die zichzelf continu op de schouders klopt. Als je het hebt over het afgelopen jaar, dan valt er best veel te vieren.”

“We hebben bijvoorbeeld het klimaatakkoord door de Tweede en Eerste Kamer geloodst. Een mooie prestatie omdat het verandert hoe we de aankomende dertig jaar met het klimaat omgaan. Maar heb ik het gevierd? Nee. Ik heb de mensen met wie ik heb gewerkt bedankt en dan is het ook gewoon weer: en wat gaan we nu doen? Jolein vindt dat ik te weinig vier. Ik ga altijd maar door en sta eigenlijk helemaal niet stil bij wat er gebeurt.”

Viert u wel uw verjaardag?

“Nee.”

Ook leuk om te lezen
Zij van Victor Reinier: ‘Mensen waarschuwden me dat hij ‘een onbetrouwbare man’ was’

Uw trouwdag?

Twijfelend: “Nou, niet elk jaar. We vieren zeg maar de ronde getallen. Afgelopen jaar waren we vijf jaar getrouwd en hebben we een kampeerweekend georganiseerd met vrienden en familie. Het was een geweldig weekend met een veld vol tentjes, een vuur in het midden, lange tafels en lekker met elkaar eten.”

Bent u dan degene die achter de pannen staat?

“Ik vind het heerlijk om te koken. Ik zou ook willen zeggen dat ik thuis de kok ben, maar als Jolein hier zou zijn, zou ze haar ene wenkbrauw omhoog tillen en naar me kijken met zo’n blik van: als je überhaupt thuis bent. Laat ik het zo zeggen: als ik er ben, dan kook ik. De grap is dat mijn jongens dan altijd vragen of mama geen pasta kan maken, want die maakt nou eenmaal de lekkerste.”

“Het met elkaar eten vind ik belangrijk. Wij hebben thuis de filosofie dat eten een feest is. De volgorde is niet belangrijk, maar het met elkaar aan tafel gaan des te meer. Dus als mijn jongens willen beginnen met een toetje mogen ze dat. En dat werkt, want daarna eten ze dan ook een bak groente.”

Hoe was u als kind?

“Heel erg verlegen. Ik was een jaar of vijf toen ik de ezel in het kerstspel mocht spelen. Mijn oma had een prachtig pak gemaakt, maar ik hing aan de benen van mijn moeder omdat ik het podium niet op durfde. Later werd dat minder, want als puber zocht ik het juist ook op. Dan was ik op een feestje en ging ik moppen vertellen. Dat stimuleerde mijn opa vooral. Als we dan ergens waren, en dat kon een winkel zijn waar ik iets moest bestellen of bij een jeugdbeweging waar een groep moest worden toegesproken, dan zei hij: ‘O, dat kan Jesse wel even doen’ en duwde me dan naar voren.”

Is hij ook degene die het politieke vuurtje in u heeft aangewakkerd?

“Hij was in elk geval degene die mij liet zien dat als je ergens voor staat, het ook waard is om voor te vechten. Mijn opa was een activist pur sang en streed onder meer voor een beter milieu. Hij was de man die de straat op ging, ik wilde meer op de plek zijn waar je ook echt invloed hebt om veranderingen door te voeren. Van mijn opa leerde ik dat het niet erg is om compromissen te sluiten, maar dat je eerst moet nadenken en dan meedenken.”

“Dat doe ik tot op de dag van vandaag nog steeds. Hij is vier jaar geleden overleden, maar heeft nog gezien dat ik fractievoorzitter werd. Dat vond hij prachtig. Of hij ook trots op me was? Dat wordt me vaak gevraagd. Ook of mijn moeder dat was. Ze is twee jaar geleden overleden aan een hersenbloeding. Het mooie van ouders en grootouders is hun onvoorwaardelijke liefde. Mijn opa en moeder waren niet zozeer trots op wat ik had bereikt, maar gewoon op het simpele feit dat ik hun zoon en kleinzoon ben. Wat ik het meest aan hen mis is de gedachte dat er altijd iemand is voor wie het niet uitmaakt wat je doet. Voor wie het altijd goed is.”

Voelt u die nog, hun onvoorwaardelijke liefde?

“Ze zijn hoe dan ook altijd bij me. Ik heb daar geen vast ritueel voor. Soms fiets ik over straat, kijk even omhoog en zeg dan: ‘Dank je, mam.’ Of als ik een heel lastig debat heb, vraag ik in gedachten of zij erbij willen zijn. Dat geeft me toch een soort kracht. Dat gevoel van even aan hen denken is heel prettig, bijna meditatief. Daarin voel ik ook die onvoorwaardelijke liefde weer. Ik ben niet opgevoed met het idee dat er een hemel is en ik heb ook geen beeld van waar ze zijn, maar ik weet dat ze over mij en mijn gezin waken.”

U ging een dag na de begrafenis van uw moeder weer aan het werk. Daarvan hebben veel mensen gezegd dat dat snel was. Vond u dat zelf ook?

“We waren bezig met de formatiegesprekken en ik vond dat ik daarbij moest zijn. Terugkijkend denk ik dat het best veel was, maar toen wilde ik het graag op die manier doen. Door weer te gaan werken, kon ik dat grote, intense verdriet een beetje voor me uitschuiven. Mijn moeder en ik waren heel close. Ik ben door haar en mijn opa en oma opgevoed, mijn vader is weggegaan toen ik een baby was. We waren een klein, hecht gezin. Mijn moeder was natuurlijk veel te jong om te sterven en ik was veel te jong om mijn moeder te verliezen. Dat enorme verdriet ben ik eigenlijk gefaseerd aangegaan en werk was daarin een redding.”

Dan, na een stilte: “Het gevaar met mijn werk is ook dat het altijd maar doorgaat. Het niet vieren waar we het eerder over hadden is ook het niet gedenken. En het is belangrijk om stil te staan bij haar verjaardag en sterfdag. Dit jaar had ik rond haar sterfdag ouderschapsverlof en had ik voor het eerst de ruimte om daarover na te denken. Hoe waren die dagen? Wanneer ging ze naar het ziekenhuis? Wanneer kwam het telefoontje van de arts dat het niet goed ging? Die twee weken dat ze in het ziekenhuis lag, nam ik stap voor stap door. Van haar opname tot aan het gesprek met de orgaandonatiearts en haar sterven. Ik merkte dat ik het fijn vond om daar in alle rust over na te denken.”

Vijf maanden na haar dood heeft u uw vader ontmoet, hoe was dat?

“Het was een bijzondere ontmoeting en we hebben nu een leuk contact. Ik neem hem niks kwalijk en snap waarom hij zijn keuzes heeft gemaakt. Tenminste, ik snap het rationeel, want ik kan me niet voorstellen dat ik bij mijn kinderen weg zou gaan. Hoe doe je dat? Hoe ga je daar emotioneel mee om? Daar hebben we het ook over gehad, maar dat is iets tussen hem en mij.”

Vindt u uzelf een ideale vader?

“Ik zou nu kunnen opsommen wat ik allemaal doe – ik ga met ze naar zwemles, breng ze naar school, speel met ze – en dat als ideaal benoemen, maar ik doe dat alleen op de momenten dat het gepland is. Dat het vaderschap bijna een agendapunt is, is wat me dwarszit. Dus nee, ik zie mezelf niet als ideale vader. In de zomer merk ik altijd weer hoe fijn het is als we niks hoeven en een beetje door de dag keuvelen.”

“Daar worden zowel mijn kinderen als ik ontspannen van. Het belangrijkste aan het ouderschap is dat je er niet bent als het jou uitkomt, maar als je kinderen je nodig hebben. En dat kan dus ook betekenen dat als jij er bent zij er niet zijn. Ik heb weleens een middag vrij genomen en toen zei de oudste doodleuk dat hij bij een vriendje ging spelen.”

U heeft weleens gezegd dat het niet makkelijk is om met u getrouwd te zijn. Wat maakt een huwelijk met u zwaar?

“Dat ik altijd plannen heb en altijd vooruit wil. En dan het liefst tegelijk. Voordat iets is afgerond, ben ik alweer aan het kijken naar het volgende project. De verbouwing is nog niet klaar, de dozen zijn nog ingepakt, maar ik ben dan alweer in de tuin aan het graven omdat ik daar iets mee wil. Vervolgens maak ik het niet af omdat ik het druk heb en dan zit Jolein met al die projecten die half af zijn.”

Maar ook in een huwelijk zit een onvoorwaardelijke liefde, dus dan vindt ze het ook niet zo erg om met een half afgegraven tuin te zitten.

“Dat klopt, al weet ik het niet zo zeker of ze zo blij is met die tuin. Feit is dat ik de allerliefste vrouw van de wereld heb en dat die onvoorwaardelijke liefde, die anders is dan bij je kinderen, er ook zeker is. Jolein en ik kunnen stevig bonje hebben, maar nooit vanuit het idee om de ander pijn te doen. Ik voel me altijd heel veilig bij haar, ook als we ruzie hebben. Juist door die stevige liefdesbasis die we hebben.”

Wat vindt ze een lastig karaktertrekje van u?

“Ik heb niet zo veel grenzen, ik heb altijd het idee dat er nog wel wat bij kan, dat er in mijn agenda nog wel ruimte is voor allerlei dingen. In die zin ben ik grenzeloos.”

Dat betekent ook dat u grenzeloos bent in uw liefde.

“Zeker. Of dat hoop ik. En dat ze daarom ook nog steeds bij me is.”

Tekst | Saskia Smith
Fotografie | Marloes Bosch

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 37, 2019.
Het hele nummer lezen? Dat kan! Bestellen kan hier.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief