Jeroen van Koningsbrugge: ‘We vragen elkaar elk jaar opnieuw ten huwelijk’

Deel dit artikel:

Acteur en zanger Jeroen van Koningsbrugge (45) predikt rust. Want nee, hij is dus niet altijd zo druk als op tv. “Als je rustig blijft, wordt er naar je geluisterd.”

Dat beeld van de man die nooit zijn mond houdt, de grapjesmaker, snapt Jeroen van Koningsbrugge wel. Dat is immers zijn rol op televisie. “Er is niks zo vervelend als een teamleider in een quiz die niks zegt, toch”, vraagt hij lachend. Maar dat betekent niet dat hij ook de rest van de dag dijenkletsend door het leven gaat, om het zo maar even te zeggen. Want die praatgrage, grappige man is ook gewoon vader, echtgenoot, zanger, schrijver, regisseur. Allemaal rollen waarin rust een belangrijk factor is.”

Vereerd

Die ontspannen houding zorgt er ook voor dat hij al die verschillende dingen die hij doet goed kan doen, zo simpel is het eigenlijk. Zoals hij zich nu richt op zijn rol van Kootje in de musical ’t Schaep met de 5 Pooten. Dat hij werd gevraagd vond hij een eer. Het is toch worden gevraagd om in de schoenen van de grote Piet Römer – hij speelde Kootje in de jaren zeventig – te gaan staan.

“Ik was echt vereerd, maar dacht ook meteen: dat moet ik dan ook zien waar te maken. Ja zeggen is één, de rol goed spelen is een tweede. Gelukkig is het een rol die dicht bij me staat. Kootje is een vrolijke, beetje aandoenlijke man. Eigenlijk zijn alle mensen die in zijn bar komen een beetje gemankeerd. Ze kunnen niet goed uiten wat ze voelen, draaien de hele tijd om de hete brei heen.”

Ben jij zelf iemand die zich makkelijk kan uiten?

“Het werkt gewoon beter als je duidelijk bent. Dan kan iemand het ermee eens zijn of niet, je hebt in elk geval je gevoel uitgesproken. En daarmee ook alle ruis weggehaald. Ik vind het zelf ook prettig als mensen zeggen wat ze vinden, iets wat ik zelf overigens wel heb moeten leren. Laten zien wie je bent, wat je diepste zielenroerselen zijn, is namelijk ook eng. Er zit een angst in om afgewezen te worden. Je moet als het ware goed in jezelf geankerd zijn wil je dat kunnen doen.”

Jij stond als vijftienjarige verlegen op een podium, hoe heb jij jezelf uiteindelijk geankerd?

“Ik vond zingen heel leuk, maar toen ik voor het eerst op het podium moest staan, durfde ik dat niet. Het idee dat alle mensen naar me zouden kijken, vond ik vreselijk. Dat was zo’n tegen-gestelde beweging die ik in mijn hoofd maakte. De drummer gaf me toen zijn zonnebril, zodat ik die kon opzetten en dat gaf me gek genoeg het gevoel dat niemand me kon zien. Het was een soort psychische knop die moest worden omgezet, want met die bril op durfde ik het wel. Het ging goed, mensen vonden het mooi, gaven me complimenten. Die bril heb ik daarna nooit meer opgedaan. Zo gaat dat ankeren eigenlijk, je wordt steeds een stapje zelfverzekerder over wie je bent en wat je kunt.”

Geldt dat ook voor, bijvoorbeeld, de liefde?

“Nou en of. Als er iets is wat je onzeker kan maken, dan is het de liefde. Daarin was ik vroeger ook verlegen. Toegeven dat ik verliefd was op een meisje? Ben je gek, ik was de laatste die dat liet merken. Ook daarin moet je een soort basiszekerheid hebben. Of het dan helpt als je acteert? Misschien dat je als acteur eerder bij je gevoel komt omdat spelen zo van binnenuit komt. Hoewel het acteren mij ook onzeker heeft gemaakt, zeker in het begin. Ik ben afgewezen bij de Toneelschool in Amsterdam en na een jaar van de Toneelschool in Maastricht gestuurd.”

Wat maakt dat je het toch blijft proberen als je wordt afgewezen?

“Misschien was het een soort jeugdige onbevangenheid: hoezo word ik niet aangenomen? Dat zullen we nog weleens zien. En op een diepere laag had het wellicht meer te maken met een verantwoordelijkheidsgevoel: ik moet iets met mijn leven doen. Ik kom uit een arbeidersgezin, mijn ouders hebben altijd keihard gewerkt. Mijn vader had een eigen winkel, dat was niet de kant die ik op wilde.

Die afwijzing van de Toneelschool kwam bij mij hard aan, ik viel echt in een zwart gat. Ik was 24, er was geen ander plan. Even heb ik in mijn wanhoop gedacht dat ik dan maar banketbakker moest worden. Via, via kreeg ik een kleine rol in Hamlet en daar werd het vuurtje aangewakkerd. Wat zeg ik, het laaide op. Misschien was dat wel weer die psychische knop: in een kleine rol ziet niemand me. En toen iedereen het goed vond, durfde ik verder te gaan. Ik deed auditie bij de Kleinkunstacademie en werd aangenomen.”

Wie had vroeger het theatrale in jouw familie?

“Mijn opa speelde klarinet en mijn tantes en moeder accordeon. Aan mijn vaders kant zat de humor, zeg maar. Zijn moeder, mijn oma, was echt van het relativeren en kon geweldige verhalen vertellen. Met name dat relativeren was heel belangrijk. We woonden in een redelijk arme wijk. Klasgenoten uit mijn jeugd zijn niet goed terechtgekomen, sommige zijn verslaafd geraakt of zelfs al overleden. Mijn broertje en ik zijn door die periode heen gefietst zonder er iets aan over te houden, dat is echt een wonder.

Van mijn oma leerde ik dat het misschien niet altijd even makkelijk is, maar dat er altijd mensen zijn die het heftiger en moeilijker hebben. Dus waarom zou ik er dan in blijven hangen? Het leven zie ik als een pretpark, waar je overal in kunt gaan. Je kunt dan in een hoekje bij de friettent gaan zitten en jammeren: ‘Ik moet er niet aan denken om hier in te gaan.’ Maar je kunt óók ergens anders in gaan, snap je? Je hebt niks te zeggen over de keuzes die je in je leven krijgt, maar wel over wat je ermee doet.”

Is dat dan ook een les in leren vertrouwen op jezelf, dat wat je kiest goed is?

“Ja, en dat is inmiddels een levenshouding. Dat, en me geen zorgen maken om dingen waar je geen invloed op hebt. Dat neemt echt heel veel stress weg. Ik ben meer van de afdeling: als het moment daar is, dan deal ik er wel mee. Op voorhand bedenken wat er weleens zou kunnen gebeuren, kost zo veel energie. En je hebt er niks aan, want vaak loopt het toch heel anders. Ik heb overigens door Claire wel geleerd dat het op zich handig is als je een beetje vooruitkijkt. Dat je ook weet wat je over twee weken moet doen. Daar heb ik een combinatie van kunnen maken: ik weet wat ik moet doen, maar bekijk het vervolgens per dag.”

Zijn er ook dingen waar je je druk om maakt?

“Mijn kinderen en mijn vrouw. Dat is het enige waar ik controle over zou willen hebben en dat heb ik niet. Dus elke dag neem ik een besluit van: oké, dat laat ik nu schieten. Dit zijn wedstrijden die je niet wint. Maar die bezorgdheid om mijn gezin heb ik altijd.”

Kun je dat dan ook loslaten?

“Dat gaat steeds makkelijker. Mijn zoon is elf, mijn dochter acht, ze slaan voorzichtig hun vleugels uit. Toen Salomon acht was, ging hij voor het eerst alleen naar de supermarkt. Ik vond het doodeng en ben honderd meter achter hem gaan lopen. Hij had het niet door, want ik gunde hem dat moment zo. Ik zag aan zijn houding dat hij blij was dat hij alleen naar de winkel mocht en mijn hart smolt. Hij deed het ook goed, was heel voorzichtig, keek goed uit. Daarna wist ik: hij kan dit. Het werkt twee kanten op. Als je ze het vertrouwen geeft, kun je ze ook vertrouwen.”

Drie jaar geleden hadden jullie een sabbatical en woonden een half jaar in Los Angeles. Verlang je weleens terug naar die tijd?

“Niet meer naar het daar wonen – los van dat het heel duur was, is het leven daar ook behoorlijk oppervlakkig – wel naar het niets hoeven doen. Het was heerlijk om ’s morgens wakker te worden, de kinderen naar school te brengen en dan te gaan lunchen met mijn vrouw. Of in het weekend lekker met z’n allen naar het strand te gaan en dan ’s avonds koken.”

Wat heeft die sabbatical jou gebracht?

“Ik merk dat ik opener ben geworden. Voordat we naar Amerika gingen, zei Claire als we op vakantie waren altijd tegen mij: ‘Je mag die oogkleppen nu wel afdoen, hè.’ Ik worstelde met mijn bekend-zijn. Overal waar ik kwam, riepen mensen iets tegen me, wilden met me op de foto. En ik kan niet doen alsof, dus ik stond de hele tijd aan. Maakte een praatje, grapje, ging op de foto. Maar op een gegeven moment kon ik dat niet meer. Ik ging letterlijk gebogen over straat, hoofd naar beneden. Ik maakte geen contact meer met mensen, maar daardoor blijkbaar ook geen contact meer met mensen die dicht bij me staan.”

”Dat continu aan staan, was vermoeiend, maar het afzetten ertegen was eigenlijk nog vermoeiender. In Amerika ging ik automatisch open, niemand kende me daar. Dat was heel ontspannen, of nee, ík was heel ontspannen. Toen we terugkwamen, ging ik met een vriend wat drinken. We zaten buiten op een terras en hij zei: ‘Man, wat ben je open, we hebben echt contact.’ Blijkbaar had ik altijd tegenover hem gezeten en naar beneden gekeken of onder mijn petje vandaan en dus geen oogcontact gemaakt. En nu keek ik hem gewoon aan. Het raakte me dat hij dat zei, ik vind echt contact namelijk zo belangrijk. Die dag besloot ik om er niet meer voor weg te lopen.”

Je bent in Amerika ook voor de derde keer met Claire getrouwd.

“Nou, nog een keer trouwen was het niet helemaal. Het was meer renew your vows, uitspreken dat je nog steeds met elkaar getrouwd wilt zijn. Dat werd een soort traditie. We vragen elkaar nu elk jaar opnieuw ten huwelijk. Waarbij de vraag eigenlijk is: wil je nog een jaar bij me blijven? In plaats van te wachten tot het moddert of je een hok vol ruzie hebt. Zo’n vraag is ook meteen de aanzet tot een heel leuk en open gesprek. Waar staan we? Zijn we nog blij met elkaar? Wat gaat goed? Waar moeten we even naar kijken? En daar zit verder geen hele ceremonie omheen, hoor. Dat kunnen we ook gewoon op woensdagochtend na het ontbijt doen.”

Jullie zijn nu samen een boek aan het schrijven, hoe is dat?

“Het is ontzettend leuk om iets samen te doen wat helemaal nieuw voor ons is. Het was ook leuk om te zien hoe Claire dat aanpakte en er volledig in op ging. Zo kende ik haar helemaal niet. Toch mooi dat je je geliefde nog op een andere manier leert kennen. Het boek heet Elvis en Jones, de tweede namen van onze kinderen, en is een kinderboek. Het gaat over een jongen en een meisje die een speurtocht maken door de stad.”

”We maken het voor onze kinderen, zodat zij later kunnen zien hoe zijn hun kindertijd in de stad hebben ervaren. Dat samenwerken gaat eigenlijk best goed. Claire vond dit een leuk verhaal om te vertellen, ik kijk er vanuit een synopsisperspectief naar. Soms was er een discussie over of een detail er wel of niet in moest, soms zei Claire: ‘Het is nu een beetje saai,’ en dan schreef ik een paar grapjes. We zijn een goed schrijversduo.”

Is het schrijven ook iets waar je meer mee wilt doen?

“Ik vind het ontzettend leuk, omdat ik ook veel ideeën heb. Nu durf ik me ook wat meer op dat vlak te begeven, maar ik ben lang mijn eigen vijand geweest. Ik vond dat ik te groot dacht en ging mezelf temperen. Dan had ik een idee voor een film en dacht ik: ja, ja, natuurlijk, een speelfilm. Dat kan toch helemaal niet? Maar dat is onzin, want waarom niet? Die rem heb ik losgelaten. Dus het schrijven van scenario’s is zeker iets waar ik me meer mee wil bezighouden.”

”En ook andere dingen achter de schermen vind ik leuk. Ik ben bijvoorbeeld veel aan het regisseren de laatste tijd. Ik heb vorig seizoen de laatste drie afleveringen van Smeris geregisseerd en een aantal commercials. En dan merk ik: hé, dit lukt. Ik kan blijkbaar goed uitleggen hoe ik het wil hebben. Daarin zit ook weer die rust, ik sta daar niet als grappenmaker de boel te vermaken, maar doe zo ontspannen mogelijk mijn werk. Het is bijna een tegeltjeswijsheid: als je rustig blijft, wordt er naar je geluisterd. En dat geldt eigenlijk voor alles in het leven.”

Tekst | Saskia Smith

Fotografie | Ester Gebuis

M17-CoverNog niet uitgelezen? Deze Margriet bestel je snel en simpel terwijl je op de bank zit!

BESTELLEN >

Of lees verder via Blendle…