Janny van der Heijden: ‘Mijn moeder was een feeder, dat heb ik van haar’

Deel dit artikel:

Haar leven draait om voeding, al sinds haar jeugd. Niet zo gek dat Janny van der Heijden daar haar werk van heeft gemaakt. Margriet sprak met haar over eten en haar andere passies: geschiedenis en haar (klein)kinderen.

Haar grote passie voor koken, bakken en eten is alom bekend, zeker sinds ze als jurylid van Heel Holland bakt doorbrak op tv, maar Janny van der Heijden (64) is minstens zo gefascineerd door geschiedenis. Wie haar historische koetshuis op een lommerrijk landgoed vlak bij Zeist binnenkomt, ziet dat meteen: het is ingericht met antieke meubels, wandkleden, Delfts blauw en andere spullen die de sfeer van vroeger ademen.

In de verkeerde tijd geboren

“Soms denk ik dat ik in de verkeerde tijd geboren ben,” lacht Janny, terwijl ze thee zet. “Ik had me in de achttiende eeuw uitermate thuis gevoeld. Ik houd van hoge plafonds, kleine ruitjes en spullen die met de hand zijn gemaakt, omdat er dan een verhaal in zit, een ziel. Ik pik blijkbaar vibraties op uit het verleden.”

Geschiedenis speelt ook een rol in haar eerste tv-programma dat níet over eten gaat: Denkend aan Holland. Daarin bekijkt ze samen met André van Duin en haar trouwe teckel Nhaan Nederland vanaf het water. “Heel verrassend hoe anders alles er dan uitziet en wat je ontdekt over het verleden.”

Rijke geschiedenis

Maar in haar nieuwe boek Smaakpalet van de Lage Landen komen haar twee passies pas echt mooi samen. Janny neemt je mee door vier eeuwen eetcultuur en laat zien dat de Nederlandse keuken een veel rijkere geschiedenis heeft dan stamppot en brood. De cover is alvast prachtig: een foto als een olieverfschilderij uit vervlogen tijden, waarop Janny een aardappel schilt.

Wilde je het imago van de Nederlandse keuken oppoetsen?

“Ik vind inderdaad dat we in Nederland iets trotser mogen zijn op onze keuken. We zijn heel goed in onszelf op dat vlak naar beneden halen. We hebben prachtige kazen, staan bekend om onze haring en garnalen en mooie, herkenbare streekproducten. Maar ik wilde vooral over onze eetcultuur schrijven, omdat die zo veel zegt over hoe mensen leefden, de sociale laag waarin ze verkeerden, de streek waar ze woonden, soms zelfs over hun geloof.

Ik ben een verhalenverteller, en in onze eetgeschiedenis liggen de mooie verhalen voor het oprapen. Wist jij bijvoorbeeld dat we vierhonderd jaar geleden al olijven aten? En dat stamppot helemaal niet zo oer-Hollands is? We zijn pas eind negentiende eeuw gaan stampen en de aardappel, die oorspronkelijk uit Zuid-Amerika komt, hebben we pas een jaar of tweehonderd geleden omarmd.”

Janny van der Heijden

Hoe komt het dat eten en koken bij ons een minder prominente plek hebben dan in landen als Frankrijk en Italië?

“Gemak gaat hier al heel lang boven genot. Ik denk dat dit al is ontstaan bij de opkomst van de huishoudscholen in de negentiende eeuw en de eerste standaard kookboekjes. Vrouwen leerden een voedzame maaltijd op tafel zetten, maar niet zozeer lekker en gevarieerd koken. Eten was functioneel, niet iets om van te genieten. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw zijn we kant-en-klaarmaaltijden en koken uit pakjes en zakjes als een verworvenheid gaan zien.

In Italië of Frankrijk was dat een stuk minder. Als je een Italiaan vraagt naar wat zijn lievelingseten is, zal hij vaak iets noemen wat la mamma klaarmaakte. Hier hoor je een enkele keer oma’s appeltaart of erwtensoep, maar er zijn ook heel veel mensen die zeggen: ‘Mijn moeder kan niet koken’.”

Bij jou thuis was dat vroeger zeker anders?

“Mijn moeder kon erg goed koken. Er is zelfs een anekdote dat ik geboren moest worden, maar mijn moeder niet naar het ziekenhuis wilde omdat er nog een konijn in de pan lag. Dat wilde ze eerst opeten. Mijn dierbaarste herinneringen zijn verbonden met eten en tafelen. Mijn vader grapte vaak dat wij een tehuis voor onbehuisden hadden, omdat er zo vaak mensen bij ons aten. Mijn moeder was een feeder, dat heb ik van haar. Als ze ergens een halve liter room in had gedaan, kon ze rustig zeggen dat het niet zwaar was.

En als iemand genoeg had, riep ze: ‘Je bent bescheiden, hè?’ Hop, daar schepte ze extra op. Ik hielp vaak, herinner me dat ik op mijn twaalfde cannelloni stond te maken. Pas nu realiseer ik me hoe uitzonderlijk het was dat wij dat aten en dat ik dat al kon bereiden. Elk weekend werd er gebakken, zo kreeg ik onbewust veel mee. Dat de bovenkant van een cake barst als hij te lang in de oven staat bijvoorbeeld. Mijn broer en ik mochten geen kleurstoffen eten. Saroma-kloppudding kwam er bij ons niet in! Ik vond dat toen gezeur, maar het laat wel zien dat mijn moeder zich op een bijzondere manier verdiepte in eten, want nog niemand had het toen over geur-, kleur- en smaakstoffen.”

Het klinkt als een warm nest.

“Dat was het ook. Mijn vader was ambtenaar, mijn moeder huisvrouw. Een traditioneel gezin, maar niet gelovig. Mijn moeder was bijna veertig toen ze mij kreeg, ik scheel zes jaar met mijn oudere broer. Ze was zó’n moederkloek dat ze in het ziekenhuis aanvoelde dat ik verwisseld was met een andere baby. Ze heeft een enorme rel getrapt en kreeg me terug. Mijn broer pestte me er later mee: we hebben de verkeerde meegenomen. Dat vond ik verschrikkelijk. Gelukkig is het wel duidelijk dat ik van mijn ouders ben, ik ben bijna een dubbelganger van mijn tante en mijn jongste zoon lijkt weer erg op mijn vader.”

Wat was jouw toekomstbeeld?

Lachend: “Trouwen met een rijke man. Mijn moeder zei: ‘Zorg wel dat je op hetzelfde praat- en denkniveau zit, anders ben je niet interessant.’ En ook: ‘Als je trouwt, doe dat dan met een man als je vader.’ Lief, hè?

Ik ben Nederlands gaan studeren, maar ben een drop-out. De studie viel me tegen, want ik was vooral geïnteresseerd in literatuur en niet zo in de functie van het woordje ‘het’. En misschien wilde ik liever zelf verhalen vertellen. Als ik opnieuw zou mogen kiezen, zou ik voor cultuur- of kunstgeschiedenis gaan. Die fascinatie is pas later aan het licht gekomen. Ik heb er wel altijd spijt van gehad dat ik mijn studie niet heb afgemaakt.”

Hoe heb je jezelf verder ontwikkeld?

“Door veel te lezen en ook door bij de vrijmetselarij te gaan. Ik ben nu niet meer actief, omdat ik het veel te druk heb, maar ik heb daar ontzettend veel geleerd. Ik kende de vrijmetselarij vanuit mijn familie. Het is een inwijdingsgenootschap van vrijdenkers, niet gebonden aan een religie, die symbolen en rituelen gebruiken om zelfinzicht te krijgen. Ik heb daar geleerd om meer beschouwend te zijn dan oordelend en dat hoe je reageert op anderen vaak meer zegt over jezelf dan over die ander. Dat heeft me milder gemaakt.”

Wanneer zocht je de vrijmetselarij op?

“Twintig jaar geleden verloor ik kort na mijn scheiding mijn ouders en zocht ik houvast. Ik was opeens niemands kind meer, niemands echtgenote. Wie was ik nog wel? In elk geval moeder van twee zoons, zij zijn nog altijd mijn ankers in het leven, maar toch voelde ik me verloren, wist ik even niet meer zo goed hoe ik verder moest, wat mijn plek in de wereld was.

De vrijmetselarij heeft me dichter bij mijn kern gebracht. Ik heb geleerd dat ik twijfels mag hebben en mijn kwetsbaarheid mag tonen, mezelf niet altijd hoef te beschermen. Ik ben in mijn loge (groep, red.) ook redenaar geweest. Dat betekent dat je een redevoering houdt, waarin je nadenkt over een bepaald aspect van het leven. Dat deed ik met heel veel plezier en het heeft me geholpen om ook in de wereld buiten de vrijmetselaars mijn gedachten vrij naar buiten te durven brengen.”

Janny van der Heijden

Je werkte al jaren als kookboekenschrijver, hoofdredacteur en programmamaker toen je op je 57ste opeens tv-bekendheid kreeg. Wat heeft je dat opgeleverd?

“Er is een dimensie bij gekomen: beeldend verhalen vertellen. Dat vind ik het boeiende aan televisie: je kunt van alles laten zíen. Mijn bekendheid heeft me ook een groter podium gegeven. Sinds twee jaar zit ik in de taskforce Gezond eten met ouderen van de Rijksoverheid. Daar was ik zonder mijn bekendheid waarschijnlijk niet voor gevraagd, terwijl ik het mooi vind om zo iets positiefs bij te dragen aan de maatschappij.”

Zitten er ook nadelen aan de bekendheid?

“Ik ben een deel van mijn privéleven kwijtgeraakt. Dat is soms vervelend, bijvoorbeeld als ik in het ziekenhuis bij een stervende vriendin op bezoek ga en er willen mensen met me op de foto. Ik ben wel blij dat me dit op latere leeftijd is overkomen, want als je jong bent, lijkt het me verleidelijk om te gaan denken dat je bijzonder bent als je op tv komt. Ik heb er al een leven achter de schermen opzitten, dus ben me daarvan bewust en heb ook tegen mijn vrienden gezegd: ‘Als ik praatjes krijg, moet je het zeggen.’”

Binnenkort starten de opnames van het nieuwe seizoen Heel Holland bakt. Wat brengt dat programma jou nog?

“Plezier, uitdaging en een team dat voelt als een grote familie. Ik doe veel meer dan alleen proeven en jureren. Ik begeleid de casting van nieuwe kandidaten en brainstorm mee over de opdrachten. Dat is best moeilijk: ze moeten verrassend zijn, het resultaat moet er leuk uitzien en het moet binnen de beschikbare tijd kunnen worden gemaakt.

We testen alle opdrachten met ex-kandidaten. Ik maak me ook sterk voor achtergrondinformatie over de baksels op de site. Het is echt het allerleukste programma om te maken.”

Heb je naast je drukke bestaan wel genoeg tijd om oma te zijn voor je kleindochters?

“Oma is een verboden woord.”

Waarom? Vind je dat te oud klinken?

“Nee, ik vind het gewoon een naar woord. Ik wilde dat mijn kleinkinderen me ‘bomma’ zouden noemen, het Vlaamse woord voor oma, maar mijn oudste kleindochter zag mij een keer op tv en riep: ‘Boeboe!’ Dat is het geworden.”

Ben je een oppas-boeboe?

“Nee, helaas, daar heb ik het te druk voor, maar ik heb wel een heel sterke band met mijn kinderen en kleindochters. We spreken regelmatig af, we vieren van alles samen en ik heb een huis in Frankrijk waar we elk jaar met z’n allen op vakantie gaan. Ik vind het ook enig als mijn kleindochters blijven logeren. De laatste keer kwam Isabelle naar beneden: ‘Boeboe, de vogels houden maar niet op met fluiten en het is nog zo vroeg’.

Ze is heel wat stadslawaai gewend, maar die natuurgeluiden hier kon ze niet hebben”, lacht Janny. “Mijn oudste, Roderick, en zijn vrouw wonen in het centrum van Amsterdam, maar hij is net directeur geworden van London Photo, dus hij zit veel daar. Diederick heeft als model overal in de wereld gezeten, heeft sinologie en japanologie gestudeerd en een haalde zijn master management in Madrid. Zijn vriendin is visagiste en fotografe en maakte de foto’s voor mijn boek La douce Paris.

Ik ben heel trots op mijn zoons, dat ze hun hart durven volgen, maatschappelijk bewust zijn en een goede vriendenkring hebben. Ik heb als moeder mijn best gedaan, maar je weet niet hoe het gaat lopen. Dat het goede jongens zijn geworden, vind ik een groot geluk.”

Janny van der Heijden

Interview | Bas Maliepaard
Fotografie |Ester Gebuis
Video | Lotte Wassink
Styling | Ora Bollegraaf
Visagie | Vivienne de Rop via Suga Mama