Jandino: ‘Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn moeder moest beschermen’

Deel dit artikel:

De eerste tien jaar van zijn leven, waren Jandino Asporaat (38) en zijn moeder maar weinig bij elkaar. Heftig was dat, voor haar en voor hem. Maar hun relatie is er alleen maar sterker door geworden en het doet Jandino goed dat zijn moeder uiteindelijk gelukkig is geworden, mede dankzij het succes van haar kinderen.

“Ze was de jongste van twaalf kinderen, maar geen prinsesje. Dat hoor je toch vaak? Dat jongste kinderen verwend worden?

Moeder geen makkelijke jeugd

Bij mijn moeder was het tegendeel waar, ze heeft geen makkelijke jeugd gehad op Curaçao. Mijn opa was timmerman en werkte bij de raffinaderij van Shell. Mijn oma was waarzegster en bepaalde hoe alles thuis ging – opa had weinig in te brengen. Ze was een harde vrouw, die vond dat mijn moeder zo jong mogelijk voor zichzelf moest leren zorgen.

Ik heb geen idee wat het toekomstbeeld van mijn moeder was. Ze deed de mulo en raakte op haar zeventiende in verwachting van mijn broer. Vier jaar later kwam ik en al die tijd bleef mijn moeder bij opa en oma inwonen. Mijn vader woonde nog bij zijn moeder en had beloofd een huis voor ons te bouwen, maar hij heeft nog niet eens een plan gemaakt.

Lees ook: Hij van Anky van Grunsven: ‘Ik had de reputatie van rokkenjager’

Drie banen

Mijn moeder moest hard werken om de huur te betalen, terwijl haar broers geen cent hoefden bij te dragen. Ze had drie baantjes: ze maakte schoon bij een oude dame, was serveerster in een snackbar en had haar eigen supermarktje. Maar als je haar een ondernemer had genoemd, had ze dat verlegen weggelachen. Mijn moeder is altijd een heel bescheiden vrouw geweest.

“Ik miste mijn moeder soms wel”

Omdat ze zoveel aan het werk was en mijn vader ons verliet toen ik vier was, werden wij bij onze streng gelovige tante ondergebracht. Zij woonde ergens anders op het eiland, alleen in de weekenden gingen we naar huis. Ik was eraan gewend, maar miste mijn moeder soms wel. Vooral als ik nu terugkijk, vind ik het heftig dat we de eerste tien jaar van mijn leven zo weinig bij haar zijn geweest.

Opzoek naar een beter leven

Toen mijn broertje Kenneth, die ze met haar nieuwe vriend kreeg, twee jaar was, vertrok mijn moeder met hem naar Nederland, op zoek naar een beter leven. Wij bleven eerst achter op Curaçao, maar op mijn tiende verhuisde ik ook naar Rotterdam. Ook hier had mijn moeder het niet makkelijk.

Ze had inmiddels vier kinderen om te onderhouden – mijn oudste broer bleef op Curaçao. Ze werkte als peuterleidster én in de schoonmaak en was ondertussen ziek van heimwee naar mijn broer en haar geboorte-eiland. We hadden het arm thuis, we konden nooit op vakantie en de laatste week van de maand was het geld op en hadden we moeite om genoeg eten te krijgen.

Zenuwinzinking

De druk werd mijn moeder teveel, ze werd geplaagd door onzekere stemmen in haar hoofd, door angsten, en kreeg een zenuwinzinking. Terwijl zij maandenlang in een rusthuis aansterkte, zaten wij in kindertehuis De Koperwiek in Hoek van Holland. Voor kinderen was er geen ergere plek.

Wij mochten haar niet bezoeken en het duurde lang voordat zij ons kon en mocht bezoeken. Ik miste haar heel erg, maar wilde niet nog meer druk op haar leggen, dus hield dat voor me.

Sterkere band

Ik vind het erg voor mijn moeder dat het zo is gelopen, we hebben er allemaal veel last van gehad. Maar mijn relatie met haar is er alleen maar sterker door geworden. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn moeder moest beschermen en nog steeds maak ik me altijd druk om hoe het met haar gaat.

“Helemaal klaar met mannen”

De relatie met haar tweede man is ook misgegaan. Ze vond hem te streng voor ons en koos voor haar kinderen. Sindsdien is ze helemaal klaar met mannen. Ik heb er alles aan gedaan om haar aan een nieuwe vriend te helpen, heb haar aangeboden een profiel op een datingsite voor haar te openen, maar daar zit ze totaal niet op te wachten. ‘Ik doe je wat!’, zegt ze als ik zoiets voorstel.

Jandino: 'Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik mijn moeder moest beschermen'

“Ze volgt alles wat ik doe”

Nadat mijn moeder weer zelf voor ons kon zorgen, ging het steeds beter met ons. Vooral het succes van haar kinderen heeft haar denk ik gelukkig gemaakt. Dat ik het cabaret in wilde, zag ze eigenlijk niet zitten. Ze dacht dat het iets voor witte mensen was en dat ik daartussen zou verdrinken. Maar ik zei haar dat ze in me moest geloven, en dat deed ze. Toen ze mijn eerste voorstellingen zag bij de Rotterdamse jongerentheatergroep Young Stage, begon ze te begrijpen waar ik heen wilde.

Ze volgt alles wat ik doe, houd plakboeken bij van wat er over me in de media verschijnt. Jaren geleden zijn door een brand veel foto’s uit onze jeugd verwoest, dus ik denk dat haar verzamelwoede daardoor nog sterker is geworden. Ook probeert ze zo vaak mogelijk te komen kijken naar mijn optredens.

Bezige bij

We spreken elkaar heel regelmatig en appen bijna dagelijks. Ze is gek op mijn kinderen en past graag op, het liefst elke dag, en ze is dan veel minder streng dan bij ons vroeger (lacht). Maar ze werkt ook nog gewoon, in de ouderenzorg. In haar vrije tijd is ze het liefst in de tuin aan het werk, dat is haar heiligdom.

“Door haar ben ik geworden wie ik ben”

Ik denk dat ik best veel op mijn moeder lijk: haar zachtheid, gevoeligheid en zorgzaamheid herken ik in mezelf. En ze is trouwens ook grappig, prettig gestoord. Door haar ben ik geworden wie ik ben. Mijn moeder heeft me geleerd door alle moeilijkheden altijd de mogelijkheden te blijven zien, door de traan de lach, en daar ben ik haar dankbaar voor.”

Interview | Bas Maliepaard

Beeld | Esther Gebuis & Privebeeld

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-45
Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL >

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief