Ilse Warringa: ‘Dat zo veel mensen De Luizenmoeder leuk vinden, daar ben ik van in de war geraakt’

Deel dit artikel:

Van underground theatertalent tot kijkcijferkanon. Het overkwam actrice en scenariste Ilse Warringa (42) half januari, met haar overrompelende rol als juf Ank in De luizenmoeder.

In een hoek van een propvolle, oergezellige souterrainkeuken in Amsterdam Oud-West staat een bureautje van hooguit tachtig centimeter breed, verscholen onder de trap. Coscenarist Diederik ‘directeur Anton’ Ebbinge zou zich er nauwelijks in kunnen wurmen, maar deze donkere nis past Ilse Warringa als een tweede huid. Hier schreef zij de sprankelende dialogen voor De luizenmoeder. Vier miljoen Nederlanders lachten wekelijks om de verwikkelingen rond het schoolplein, waar ze zelf 
vaak ook dagelijks met hun kinderen koorddansen rond heikele thema’s als leerprestaties, multiculturele kwesties en sociale pikorde.

Het dagelijks leven op de hak nemen; Ilse doet het al dertien jaar met haar theatergroep Bloody Mary, die ze oprichtte met actrice Lies Visschedijk 
en regisseur Marije Gubbels. Ilse: “We hebben jaren lopen leuren met onze projecten. Weinig theaterproducenten durfden het met ons aan. Het was altijd: ‘Kunnen jullie Georgina Verbaan erbij vragen?’ Best irritant.” Nu is Ilse zelf BN’er. “Mensen spreken me vrolijk aan, willen een selfie met mij of zitten heel erg te kijken. Ik vind het leuk, maar ik had het niet verwacht. Ik dacht: als ik mijn haar los doe en ik kleed me rock-’n-roll, dan hebben ze niet door dat het Ank is. Ik denk dat als Diederik en ik nu ergens binnen lopen, mensen zeggen: ‘Hartstikke leuk, maak maar!’ Verrukkelijk, want daardoor kan ik misschien satire gaan maken. Wat ik al jaren wil.”

Het is niet alleen feest om in een hitserie te spelen. Het openhartige interview dat Ilse de dag na de eerste aflevering gaf aan Het Parool, ‘nog half dronken’, was een leerzame vuurdoop. “In de roddelbladen stonden ineens koppen als ‘Ilses eenzame jeugd in Dalfsen’, helemaal uit het verband getrokken. “Mijn moeder barstte in tranen uit, ze schaamde zich kapot in het dorp. Ik ben daardoor voorzichtiger geworden. Het is aan 
mij om mijn familie te beschermen.”

Binnenkort gaat Ilse in een nieuwe serie spelen. “Sorry, daar mag ik niks over zeggen. Ik moet de komende maanden vooral schrijven aan het tweede seizoen van De luizenmoeder. Maar het is pittig om de focus te houden. Er komen zo 
veel leuke aanbiedingen op me af, ik ben vooral bezig met nee zeggen. Dat is ook heerlijk, hoor. Dat kon ik me hiervoor nooit permitteren.”

Kun je wel aan een dialoog werken als je zoon en dochter hier rondrennen?
“Nee, het moet heel stil zijn. Daarom schrijf ik tijdens schooltijd, tussen negen en drie, en ’s nachts. Als iedereen in bed ligt, sluip ik naar beneden en schrijf soms manisch door tot een uur of vijf. En om half acht sta ik weer op om mijn dochter naar school te brengen.”

Je vertelde net dat je het bijna jammer vindt dat De luizenmoeder zo’n succes is.
“Ik dacht dat dit soort ironische humor voor fijnproevers was. Want mensen zijn tegenwoordig hapklare brokken gewend. Daarom denk ik: hoe kan het dat zo veel mensen dit leuk vinden? Daar ben ik van in de war geraakt.”

Juf Ank is geïnspireerd op juffen van je eigen zoon, begreep ik.
“Klopt. Op zo’n kleuterschool wordt 
er, als kinderen te veel lawaai maken, snel gezegd: ‘Dit vind ik heel gek. Wat gebeurt er?’ Zo’n pabo-trucje. Ik zag die kinderen helemaal ineenschrompelen. Eigenlijk zeggen ze daarmee: ‘Je stelt 
mij nu heel erg teleur.’ Dat vind ik zo passief-agressief. Zo manipulatief. 
Dat heb ik vaak gezien bij de juffen van mijn zoon. Alles onder controle willen houden. Hij kleurde letterlijk buiten de lijntjes. Meteen was het: ‘Nee, dit is niet goed.’ Ik dacht meteen: o God, als dit de sfeer is?”

Was jij zo’n vervelende moeder die in de klas bleef zitten?
“Haha, ik was een plakker ja. Mijn zoon was vier en voor het eerst aan het wennen op school. Ik werd elke dag door de juffen met zo’n grote vinger de klas binnengehaald. Dan zeiden ze: ‘Hij vertoont weer bijzonder gedrag.’ Ik vroeg: ‘Kunt u dat specificeren? Wat is dat, bijzonder gedrag?’ ‘Nou,’ zeiden ze, ‘hij is niet voor rede vatbaar.’ Dat was ook waar, hij sloeg.”

De luizenmoeder is een fantastisch anticonceptiemiddel. Wie wil er nog kinderen als het zo’n hel is tussen ouders?
(schatert) “O, wat leuk, wat leuk. Er is een enorme focus op het kind, en een enorme gefoktheid op prestaties en onderwijs. En of leraren wel het maximale uit de kinderen halen. Dat zie ik ook op het voetbalveld, elke zaterdag met mijn kinderen. Al die ouders, inclusief ikzelf, staan woedend langs de lijn: ‘Wat een kutbeslissing!’ O, heerlijk. Ik denk onmiddellijk: wat is dit verrukkelijk materiaal voor een scène. Ik kijk altijd met een soort afstand naar de wereld, en naar mensen. O jongens, zitten we ons nu echt druk te maken om de scheidsrechter? Op amateurniveau? Mijn ouders keken niet eens als ik 
volleybalde.”

Het afgelopen jaar toerde je door het land met de absurdistische voorstelling Popje, hou je muil. We kijken binnen in de schoenenwinkel van het echtpaar Meta en Ferry die via schoenen communiceren. Meta masturbeert met een veterschoen en aan tafel eten ze schoenen. Je houdt van plastisch spel?
“Nou, haha, het is meer een extreem uitgevoerde gedachte. Als je me wilt leren kennen, moet je naar het theater gaan.”

Is dit stuk ook uit het leven gegrepen? Je ouders scheidden toen je 21 was.
“Nee hoor. Het gaat over een huwelijk dat niet goed gaat, maar het is uitvergroot. Het stel laat elkaar op de tien vierkante meter van hun winkel alle hoeken van de kamer zien. Door middel van rollenspel en poppenspel proberen ze weer erotiek in dat huwelijk te blazen. Meta haalt alles uit de kast om er nog wat van te maken, tegen de klippen op. Haar tranen kan ik zo oproepen. Die melancholie zit heel erg in mij.”

Waar komt dat vandaan, denk je?
“Vroeger als kind was ik een gangmaker, maar ik was ook gevoelig voor spanningen. Als klasgenoten werden gepest trok ik me dat verschrikkelijk aan. Dat soort dingen legde ik vast in mijn dagboek. Zo kreeg ik weer overzicht over mijn leven. Tja, ik was een saaie nerd. Die gevoeligheid heeft ook te maken met mijn christelijke opvoeding. We waren gereformeerd, maar niet dogmatisch, eerder vrijzinnig. Ik ben wel opgevoed met een enorm godsbesef. Ik wilde goed doen. Ik dacht: God ziet alles, ook als ik een fout maak. Ik heb een streng geweten. Eerst voor een ander zorgen en dan pas voor jezelf. 
Mijn ouders leerden ons: als er bij andere mensen iemand binnenkomt met koekjes, moet je niet kijken naar die schaal. Dat is onbeleefd. En je pakt altijd het kleinste koekje. Bij de protestanten moet je jezelf levenslang bewijzen. Je bent schuldig tot het tegendeel is bewezen. Dat schuldgevoel zit er diep in bij mij. Calvinisme. Hard werken. Dat past wel bij Salland. Jezelf niet zo belangrijk vinden. Ingehouden. Op de achtergrond. Daar ik heb me ook tegen verzet. Juist als ik naar de kerk ging, wilde ik er anders uitzien dan de rest. Opvallen.”

Hoe beleefde je op zondag de kerkdienst?
“De psalmen en gezangen ken ik nog steeds allemaal uit mijn hoofd. Matthäus Passion, liederen van Bach… Ik vond het prachtig om de tegenmelodieën te zingen. Mijn muzikaliteit is daar ontstaan. Voor de preek gingen we naar de kindernevendienst. Daar werd door vrouwen de preek uitgelegd op een kinderlijke manier. Dat vond ik toen al inspirerend, hoe tuttig zij dat deden.”

Controle is een terugkerend thema in je werk. Was het leven in Dalfsen beklemmend?
“Nee, ik heb daar juist enorme vrijheid ervaren. Achter ons huis begon het bos. Als mijn ouders vroegen: ‘Waar ga je heen?’ riep ik alleen maar: ‘Weg!’ Ik pakte mijn fiets en vertrok. Er was 
niet veel te doen, dat maakte je enorm creatief. Ik speelde klarinet, mijn broer saxofoon. We zongen veel samen en luisterden naar de muziek van mijn vader– Pink Floyd, The Kinks, The Hollies, Simon & Garfunkel. Met mijn broers en mijn zusje deed ik radioprogramma’s na. We maakten toneelstukken en liedjes. Humor was het belangrijkst in ons gezin. Dat hield ons bij elkaar. En voetbal. De eerste vraag van mijn vader, toen ik verkering kreeg met mijn man, was: ‘Houdt hij van voetbal? Mooi. Dan is het een goeie.’ Terugkomend op je vraag: kijk, in de provincie moet je vooral niet met je 
kop boven het maaiveld uitsteken. Ik krijg van tantes nu kaartjes met: ‘Nou, gewoon maar jezelf blijven, hè! Niet naast je schoenen gaan lopen, maar goed, daar hoef ik bij jou niet bang voor te zijn.’” (lacht). “Ik relativeer altijd, dat is nu heel handig. Ik zal niet snel overspannen raken. Mijn man zegt wel altijd: ‘Pas op, want het zit eraan te komen.’ Dat zegt hij al 26 jaar. Haha. Als juf Ank kan ik binnenlopen. Maar waarom moet ik als juf Ank op braderieën optreden? Dat put me uit. Ik vind het ook hoerig.”

De roddelbladen staan inmiddels bij het werk van je man te filmen. Is hij het al beu?
“Hij is veel rustiger dan ik. Als ik roep: ‘O, ik ben gevraagd voor dit en dit!’ 
zegt hij: ‘Mwah, voor mij hoeft het niet, hoor. Ik wil niet dat jouw agenda nu ineens ons leven gaat bepalen.’”

Heb je hem destijds uitgekozen op zijn relativeringsvermogen?
“Nee, op mijn zestiende was dat pure seksuele aantrekkingskracht! Ik was 
vrij verlegen en bleu in die tijd. Hij had zo’n stoer loopje, hij leek erg op Martijn Krabbé. Daar was ik een beetje verliefd op. Ik vond hem ontzettend aantrekkelijk, met dat grote lijf, die stevige kuiten. Seksuele aantrekkingskracht is echt het geheim van onze relatie. Ik denk dat we daardoor zo veel van elkaar kunnen hebben.”

In de dialogen van Juf Ank telt elk woord. Zijn jouw appjes ook perfect gecomponeerd?
“Je zult mij hopelijk niet op een spelfout kunnen betrappen. Dat vind ik walgelijk. Ik heb een soort dedain voor mensen die niet goed kunnen spellen. Dan denk ik: tss, moet ik jou serieus nemen?”

De halve wereld zegt nu: ik wilt.
“Haha, vreselijk! Mijn man zegt de hele tijd: ‘Ik besef me.’ ‘Ik besef!’ roep ik dan. Ik zat als kind de hele dag te schrijven. Mijn dochter heeft een hekel aan spelling. Onbegrijpelijk, ze heeft toch mijn genen?”

Tekst | Minou op den Velde.
Fotografie | Dutch and famous
Styling | Brigitte Kramer
Visagie | Astrid Timmer

Dit interview stond in Margriet 2018-14. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Lees ook eens

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.