Huub Stapel: ‘Van liftmonteur naar koning. Niet slecht voor een jongen uit Tegelen’

Deel dit artikel:

Huub Stapel (63) speelt dit najaar de hoofdrol in 
Shakespeares King Lear. En dat was niet direct zijn 
ambitie toen hij naar de Toneelschool ging: “Ik ben meer geworden dan ik had gedacht.”

“Het is zoals het gaat,” zegt acteur Huub Stapel een aantal keren tijdens het interview. Als het over de keuze voor acteren gaat, zijn rijke carrière of de scheiding van zijn jeugdliefde, nu vijf jaar geleden. Hij zegt dat niet om zich er snel vanaf te maken, integendeel, maar omdat het leven – of zíjn leven – soms gewoon 
gaat zoals het gaat.”

De leukste meisjes

Er was nooit een 
uitgestippeld plan, er waren geen 
bewuste carrièrestappen. Dat hij acteur zou worden lag niet in de lijn der verwachting. Hij ging bij het amateurtoneel omdat daar nu eenmaal de leukste 
meisjes waren. En hij ging naar de Toneelschool omdat hij niet in het Limburgse dorp Tegelen wilde blijven. Hoewel hij al lang niet meer in Limburg woont, blijft hij natuurlijk altijd ‘ein van oos’, een van ons.

En nu is hij terug voor het koningsdrama King Lear van Toneelgroep Maastricht. Op het terras schudt hij zijn lange haren naar 
achteren en lacht. Schalks bijna, met pretogen. Dan weer serieus: “Het is een prachtig, maar ook ingewikkeld stuk.”

Op zoek naar de grap

Acteurs die eerder King Lear speelden zeggen over deze rol: het is een berg waarvan de top nooit is bereikt.“Het is een stuk over macht, trouw en bedrog, maar ook over loutering. Het is in die zin een zware rol, omdat het letterlijk veel is, ook de weg ernaartoe. Daar moet je je als acteur tot verhouden: hoe zet ik King Lear neer, hoe maak ik hem geloofwaardig? Het is een verhaal met veel lagen en als koning heb ik veel tekst. 
Ik leer op een zaterdag fluitend twaalf pagina’s Flikken Maastricht, maar Shakespeare is iets anders. Elk woord moet je hardop zeggen, beleven, voelen, je kunt er niet een beetje omheen 
frummelen. Een rol in een televisieserie kan ik meer naar mijn eigen hand 
zetten. Maar King Lear is precisiewerk, dat is macrameeën op hoog niveau, zeg maar. In de zwaarte van het stuk zoek ik altijd eerst naar de lichte tonen. Waar zit de komedie? Waar zit de grap? Anders wordt het ondraaglijk. Tragikomedie is ook echt mijn favoriete genre.”

Waar zit de lichtheid in dit stuk?

“Die zit in de opvattingen. De personages zeggen de vreselijkste dingen tegen elkaar waar je toch om moet lachen. 
Het is ook de herkenning. Shakespeare kan in een dialoog naar boven halen wat we allemaal denken, maar niet durven zeggen.” Jij zei ooit: ‘Ik heb een goede raad 
proberen op te volgen en door te geven: word wie je bent.’ Wie gaf jou die raad? “Mijn vader. Hij zei: ‘Als je altijd op 
je eigen tuinpad blijft, kan je niks 
gebeuren.’ Daarmee bedoelde hij dat je juist van dat pad af moet gaan, risico’s moet nemen, nieuwe dingen moet 
proberen. Ik zeg dat op mijn beurt tegen mijn zonen: word wie je bent. Probeer je passie te vinden in je leven. Dat heb ik ook gedaan. Wat ik doe verveelt nooit; film, televisie, toneel. Ik heb net een vierdelige documentaire gemaakt over Napoleon; het is zo ontzettend leuk. 
Het is stom om te zeggen dat je werk 
een feestje is, maar zo voelt het voor 
mij wel.”

Ben jij geworden wie je bent?

“Uiteindelijk wel. Ik zat zonder enige ambitie op de Toneelschool en streefde naar niets meer dan een bijrol in een film. Zo’n soort student was ik, meer ambitie had ik niet. Op de Toneelschool begon ik aanvankelijk met de opleiding tot docent. Mijn moeder was onderwijzeres en het leek me leuk om ook les 
te gaan geven. Maar in het derde jaar stapte ik alsnog over naar het spelen. 
Ik ontdekte dat ik het niet wilde doorgeven, maar zelf wilde doen. Het was toen wel meteen van: als ik dát ga doen, dan wil ik ook meetellen, dan loop ik niet 
alleen maar door het beeld. Dus dat 
laatste jaar ging ik ervoor. Na mijn 
afstuderen kreeg ik de hoofdrol in De Lift. En nu, 140 rollen verder, ben ik meer geworden dan ik had gedacht.”

Voor iemand met weinig ambitie heb 
je een behoorlijke carrière

“Op mijn zeventiende zei ik tegen 
mijn toenmalige vriendin dat ik later beroemd zou worden. Ze vroeg waarmee, waarop ik antwoordde: ‘Dat weet ik niet.’ Ik had wel sterk het gevoel dat Tegelen te klein was. Dat ik de wereld 
in wilde, dat tuinpad af. Blijkbaar zat 
er toch al heel vroeg een drang in mij 
om weg te gaan. Maar dat ging niet 
zonder slag of stoot. Ik heb een heerlijke jeugd in Tegelen gehad. En in Maastricht waar ik studeerde, was het ook heel fijn.

Toen ik eenmaal naar Den Haag en later Amsterdam verhuisde, heb ik heel wat gehuild. Ondanks dat ik veel mensen om me heen had, was ik soms gierend 
alleen. Dan kwam ik ’s avonds thuis en dan was er niemand en moest ik het 
allemaal zelf oplossen. Ik moest mijn weg zien te vinden in de ‘grote wereld’. Vergeet niet, ik was een Limburgs 
jongetje, praatte met een accent, ik voelde me groot, maar was ook nog heel klein. Al was dat geen reden om terug te gaan. Hoe verdrietig ik soms was, ik wilde per se blijven. Ik moest volharden, vond ik. Dat heeft me sterker gemaakt, als persoon, maar ook als acteur.”

Kies jij de moeilijkste weg?

“Ik maak het mezelf in elk geval niet makkelijk. Ik had King Lear ook niet kunnen doen, omdat het best een 
moeilijke rol is. Maar die jongen op dat kamertje in Amsterdam zit nog steeds in me. Ik laat mijn hoofd bij de eerste de beste weerstand niet hangen. Mijn 
werk – of misschien wel het leven, moet uitdagen, prikkelen; want dan leer je, dan ga je vooruit. Als ik dat allemaal niet had gewild, dan was ik wellicht gewoon in Tegelen gebleven.”

Zit daar ook een bepaald ongemak in, of het allemaal wel gaat lukken?

“Er moet een bepaald ongemak zijn. Spanning, onrust, gedrevenheid, dat heeft elke acteur. Of tenminste, dat 
heb ik. En dan is er in die wirwar van gevoelens ook rust of berusting. Een voordeel van 63 zijn, ik weet uit 
ervaring dat het goed komt. Ik schrik niet meer zo snel, word niet meer zo snel omvergeblazen. In mijn werk, maar ook privé. Zoals mijn scheiding. Ik had nooit gedacht dat je na 42 jaar samenzijn nog kunt scheiden. En dat je dan ook nog een nieuwe liefde tegenkomt, dat vind ik allemaal heel bijzonder.”

Heeft het je verwonderd dat je bent 
gescheiden?

“Ja, Resie en ik zijn 42 jaar samen 
geweest. Ik dacht dat dit voor altijd zou zijn, dat we samen oud zouden worden. Maar zonder in detail te treden, want 
dit is iets tussen haar en mij, er kwamen scheurtjes in onze relatie, en die scheurtjes werden barsten. Uiteindelijk hebben we de conclusie getrokken dat niet meer samenzijn dan beter is. En ik zeg dat nu zo achteloos, maar daar gaat veel tijd overheen, en veel verdriet. We hebben veel meegemaakt samen. Resie ken ik vanaf de middelbare school, we hebben samen carrière gemaakt, zijn ouders 
geworden van twee geweldige zonen, het is een heel leven dat we hebben 
gedeeld. Gelukkig hebben we nog goed contact. Ik zou het heel erg vinden als we elkaar niet meer zouden zien.”

En je was dus verwonderd dat er een nieuwe liefde in je leven kwam…

“Omdat ik het niet had verwacht. Het is me overvallen, ik was helemaal niet op zoek naar een nieuwe liefde. Ik presenteerde een programma en Annemiek was daar deels bij betrokken. We werden aan elkaar voorgesteld en ik was meteen verliefd. Ze is prachtig om te zien, en heel scherp en wijs en grappig. Maar 
ik dacht ook: dat kan niet. Ze was nog getrouwd, dus het was allemaal ingewikkeld in het begin. Maar ik was blown away. Dat overrompelde me, hoezo 
was ik verliefd? Waar kwamen deze 
gevoelens ineens vandaan? Zij was dat overigens niet, ik heb echt mijn best moeten doen.”

Doet zo’n nieuwe liefde nog een beroep op je ijdelheid?

“Als je op toneel staat, ben je ijdel, dat kan niet anders. Ik dus ook. Ik houd van mooie spullen: pakken, kleren, schoenen, tassen, horloges. Wil er goed en verzorgd uitzien, ook wat betreft mijn lichaam. Als acteur sta je nu eenmaal in de schijnwerpers en dan is het fijn als mensen denken: die Stapel ziet er nog goed uit. Maar ik ben niet anders naar mijn lichaam gaan kijken toen ik Annemieke leerde kennen. Ik sportte 
altijd al veel en bokste fanatiek. Nu kan dat helaas even niet, omdat ik mijn 
quadriceps heb gescheurd. Ik ben al blij dat ik weer kan lopen. Ik zat eerst in 
een rolstoel en daarna kreeg ik een brace. Zo heb ik mijn vorige voorstelling gespeeld, dat was ook wat, zeg.”

Lastig als je lichaam je een halt 
toeroept

“Daar kan ik niet tegen, dat soort 
ongemak. En het herstelt ook langzamer dan vroeger. Die fysieke aftakeling zet 
in en dat moet je accepteren, maar dat vind ik niet leuk.” Je hebt twee volwassen zoons, Sem en Mas, wat voor vader ben je? “Ik hoop dat ik een vriend ben, en 
dan niet in de zin dat ze alles met mij moeten bespreken, maar ik vind vriendschap een mooi uitgangspunt voor het vaderschap.

Mijn rol als vader is nu ook anders dan vroeger. Ze weten dat ze altijd bij mij, of hun moeder, 
terechtkunnen, maar ze weten ook 
heel goed zelf hun weg te vinden. Het zijn goede kerels en ik hou innig van ze. Sem, de oudste, werkt en doet research voor een televisieserie over de Nederlandse geschiedenis. En Mas had laatst een heel goed gesprek voor een stageplek voor zijn studie Game Development in Nieuw-Zeeland. Ze 
volgen hun hart, hun passie, en het is mooi om dat te zien.”

Kun je ze makkelijk loslaten?

“Dat Mas misschien naar het buitenland gaat, vind ik fantastisch. Ga de wereld in, ga het ontdekken. Ik vind het ver, maar vooral te gek dat hij dit kan gaan doen. En ik zal voor die stage ook 
opdraaien ben ik bang, want ik 
denk dat ik mijn portemonnee moet trekken, haha.”

Wat zou jij eigenlijk doen als je koning was?

“Als ik in de huid van onze koning moest kruipen, zou ik leren speechen; zo’n troonrede moet je ‘brengen’ en niet zonder emotie opdreunen. Maar als ik zelf koning zou zijn, dan zou ik het 
verschil tussen arm en rijk minder groot proberen te maken. Als je niet voor de onderkant van de samenleving zorgt, komt die het op een dag halen. Daar hoef je geen geschiedeniskenner voor
 te zijn. Bovendien is het goed om 
elkaars waarde te zien. Zonder onderdanen geen koning, zonder koning geen onderdanen. We hebben elkaar nodig.”

Beeld | Iris Planting
Tekst | Saskia Smith

Dit interview verscheen eerder in Margriet 2018-43. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

 

 

 

 

 

 

 

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.