Hij van Anky van Grunsven: ‘Ik had de reputatie van rokkenjager’

Deel dit artikel:

Pinterest

Hoe is het om de partner van een bekende Nederlander te zijn? Deze week: dressuurtrainer, coach en ondernemer Sjef Janssen (69), echtgenoot van dressuuramazone (met de meeste Olympische medailles), trainer en ondernemer Anky van Grunsven (51).

“Aanvankelijk waren we elkaars concurrenten. Ik herinner me een wedstrijd in Brasschaat waar Anky me uit het Olympische team voor Seoul reed. ’s Avonds zat ze met haar vader aan de bar en raakte ik met hen aan de praat.”

‘Wat is ze mooi!’

“Ik zag haar voor het eerst in een jurk, haar ogen opgemaakt en dacht: wat is ze mooi! Op dat moment zaten we allebei in een relatie. Ik ben een beetje stout, maar Anky is heel braaf. Het heeft dan ook nog wel een flinke tijd geduurd voordat we een date hadden. Nadat we samen voor de wereldbeker in Parijs reden en we na afloop met een ploegje uitgingen tot vijf uur ’s morgens wist ik zeker dat ik voor haar wilde gaan.”

‘Geen ideale schoonzoon’

“Dus zag ze me een tijdje later onverwachts opduiken bij een training van haar. ‘Wat doe jij hier?’, vroeg ze me blozend, want ze voelde wel aan dat ik geen 200 kilometer had gereden voor een training. Ik ga altijd recht op mijn doel af. Dan krijg ik óf een draai om mijn oren óf het lukt. Die oorvijg kreeg ik niet van Anky, maar wel van haar familie. Ik was allesbehalve de ideale schoonzoon: achttien jaar ouder, al twee keer gescheiden en ook nog de reputatie van rokkenjager. Het heeft jaren geduurd voordat ik door hen werd geaccepteerd.”

Eigenzinnigheid

“Maar Anky wist precies wat ze wilde. Die eigenzinnigheid hebben we gemeen. Ze zegt wat ze denkt en schroomt niet om flink tegengas te geven. Die directheid heb ik ook. Toen ik haar nog trainde, kon ik hard zijn, maar daar heeft ze wel wat aan gehad. Wij stonden wel een beetje bekend als een koppel dat elkaar de tent uitvocht. Alleen, zodra anderen zich ermee gingen bemoeien, liepen wij samen lachend weg.”

Onvoorspelbaar en impulsief

“Thuis ben ik degene die kookt. Anky kan inmiddels een ei koken en bakken begint ook al te lukken, dus ik heb haar in al die jaren heel wat bijgebracht, haha. Ik ben bondscoach van het Belgische dressuurteam, ik investeer in onroerend goed en verkoop paarden. Ik werk nog net zo hard als dertig jaar geleden. Dat ik onvoorspelbaar en impulsief kan zijn, heeft me weleens geld gekost en soms relaties, maar dat vind ik bij het leven horen. Daar lig ik niet wakker van. Mijn vader, die wielercoach was, maakte zich ook nooit ergens zorgen over. Zoals mijn moeder vroeger thuis het schip drijvende hield, doet Anky dat bij ons. Dat bewonder ik in haar.”

Lees ook: Zij van Tom Groot: Marieke Ploeger

‘Niet zeuren, maar dóen’

“Onze zoon (14) en dochter (12) zitten ook in de paardensport, dus er wordt veel gereisd. Vooral in de weekends. Anky coördineert en begeleidt dat allemaal. We hebben nooit ruzie over werk of over geld en dat gaan we niet krijgen ook, want ieder van ons bestiert zijn eigen bedrijfjes. Anky verdient haar eigen brood en is niet van mij afhankelijk. Zij is een stuk socialer dan ik.”

“Ik kan nogal op mezelf zijn. Natuurlijk hebben we weleens een crisis gehad, maar die is bij ons vrij snel opgelost. Irritaties worden vol in het gezicht uitgesproken. Wij lopen niet het risico dat het blijft schuren. Zodra vast staat wat het probleem is, wordt het aangepakt. Geheel volgens de filosofie van niet zeuren, maar dóen. Niet lang bij tegenslag stilstaan, maar met opgeheven hoofd doorgaan, is kenmerkend voor onze levenshouding.”

Hersentumor

“Toen in 2011 bij mij een goedaardige hersentumor werd geconstateerd, toonde Anky zich sterk en zei: ‘Dat gaan we oplossen.’ Soms zou ze van mij wel iets meer emotie mogen laten zien, maar die hardheid heeft haar natuurlijk wel door situaties heen gesleept waar anderen al lang zouden zijn afgehaakt. Op het moment waarop ik de diagnose hoorde, zakte ik zowat door mijn stoel. Ik dacht: ik heb nog jonge kinderen, dit kan niet, ik moet door.”

“In de tweede helft van zijn zin, zei die specialist namelijk pas dat de tumor goedaardig was. Dat had hij dus beter direct kunnen zeggen. Ja, ik zat daar alleen. Als einzelgänger ben ik dat gewend, ik neem nooit iemand mee. Ik zag er niet tegenop om geopereerd te worden, maar was wel bang voor de narcose. Daar heb ik me mentaal op voorbereid met hulp van een van onze sportpsychologen. Dat ging prima.”

Medicijnen

“Na de operatie heb ik wel een jaar gesukkeld. Het was een hele toer om precies de juiste dosering medicijnen te vinden. Mijn hypofyse is verpletterd door die tumor, waardoor ik geen hormonen meer aanmaak. Mijn bijnieren en schildklier werken niet. Daarvoor moet ik medicijnen slikken en spuiten.”

‘Ik ben gevoeliger geworden’

“Of ik erdoor ben veranderd? Nou, ik weet niet of het komt door de medicijnen of door het ouder worden, maar ik ben gevoeliger geworden. Als mijn kinderen of leerlingen van mij het super doen, dan sta ik er nu met tranen in mijn ogen naar te kijken. Dat was vroeger ondenkbaar. Een medicijn dat ik kreeg, is er momenteel niet meer waardoor het opnieuw zoeken is naar de juiste afstemming.”

“Daardoor ben ik nu wat sneller moe en heb ik last van harde geluiden. Maar wanneer ik fit ben, voel ik me nog jong. Vanbinnen ben ik eigenlijk altijd een kind gebleven. Tegelijkertijd weet ik hartstikke goed wat ik wil. Ik heb kinderen die het goed doen, een krachtige en mooie vrouw op wie ik trots ben, ik heb nog volop werk en doe mee aan autoraces. Kortom: het leven lacht me nog altijd toe.”

Tekst | Mieke van Wijk
Fotografie | Marloes Bosch

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-42. Je kunt deze editie nabestellen via deze link

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief