Conny (57): ‘In therapie leer ik dat ik het ook leuk mag maken voor mezelf’

Deel dit artikel:

Pinterest

Tien jaar geleden kreeg Gert (62), de man van Conny Jansen (57), een herseninfarct. Hij is verlamd, kan niet meer praten en is volledig afhankelijk van anderen.

Toen Conny drie jaar geleden door Margriet werd geïnterviewd, woonde Gert nog thuis. Sinds een jaar woont hij in een verpleegtehuis.

‘We kunnen niet meer communiceren’

“Na Gerts herseninfarct is niets meer hetzelfde. Zijn buitenkant voelt vertrouwd, zijn binnenkant ben ik kwijt. Wennen doet het nooit. Het ergste is dat we niet meer kunnen communiceren. Als ik hem een gesloten vraag stel, geeft hij antwoord met zijn duim, hij kan mij niets vragen. Ik mis zijn stem, zijn grapjes, zijn knuffels. We hebben geen man-vrouwrelatie meer. Gert is de patiënt, ik ben zijn verzorger. Mijn liefde voor hem is er nog altijd, maar de manier van houden van is veranderd.”

Burn-out

“Omdat ik niet wilde dat Gert zou verpieteren in een verzorgingstehuis, heb ik hem negen jaar met al mijn liefde thuis verzorgd. Tot hij vorig jaar door een dubbele longontsteking lichamelijk zo was verzwakt en achteruitgegaan dat hij volgens de artsen naar een verpleeghuis moest. Ik was opgelucht dat die beslissing voor mij werd genomen. Ook ik zag in dat het zo niet langer ging, maar kon het besluit van uit huis plaatsen niet nemen. Nu kon ik hem laten gaan zonder schuldgevoel. En gelukkig heeft hij het goed daar. Mensen denken dat ik meer tijd voor mezelf heb nu Gert niet meer thuis woont. Niets is minder waar. Na jaren fulltime mantelzorgster te zijn geweest, pakte ik de draad van werken weer op. Maar sinds een paar maanden zit ik thuis met een burn-out. Mijn onregelmatige uren in combinatie met mijn zorg voor Gert – ik was óf op het werk óf bij Gert en nooit meer ‘gewoon’ thuis – vormden de druppel.”

‘De eenzaamheid overvalt me’

“Ik blijf voor Gert zorgen. Elke dag ga ik naar hem toe, ik doe zijn was, verzorg zijn haar en nagels, leg zijn kleding klaar, ga met hem naar het ziekenhuis en voer de gesprekken met de medewerkers van het verzorgingstehuis. Als ik bij hem ben, voelt het alsof ik op visite ben. Hetzelfde geldt als hij naar huis komt, iets wat regelmatig gebeurt. De eenzaamheid overvalt me op onverwachte momenten. Als ik iets leuks wil delen. Of iets verdrietigs. Of als ik naar mensen ga, alleen binnenkom en weer alleen vertrek. Blij ben ik weinig. Alleen als Gert blij is eigenlijk, want als het met hem goed gaat, gaat het met mij goed. En blij is hij elke dag, want zodra hij mij ziet, verschijnt er een grote glimlach op zijn gezicht.”

Therapie

Ook als we samen wandelen of een cappuccino drinken op het terras, zie ik hem stralen. Huilen kan ik niet. Kon ik dat maar. Ik voel wel verdriet, elke keer als ik afscheid neem van Gert bijvoorbeeld, maar de tranen blijven achterwege. Ik zit op slot. In therapie leer ik dat niet alles om Gert hoeft te draaien. Dat ik er ook mag zijn en dat ik het ook leuk mag maken voor mezelf. En ik kan je zeggen, dat is nog knap lastig na tien jaar zorg. Gert is lichamelijk verder prima en kan zo oud worden als ieder ander. Soms voelt dat dubbel. Aan de ene kant denk ik: wat heeft hij nou voor leven? Aan de andere kant genieten we ook nog samen. Daarom zal ik zo lang mogelijk mijn best doen om er voor hem te zijn. Hij blijft tenslotte mijn man. In voor- en tegenspoed.”

conny-tekst-gewoon-stoer

Nederlandse vrouwen zijn veel te bescheiden. Ze realiseren zich vaak niet hoe stoer het is wat ze allemaal doen. Daarom laat Margriet vrouwen weten dat ze Gewoon Stoer zijn!

Hier vind je alles over de Gewoon stoer campagne en lees je meer verhalen van stoere vrouwen.

Tekst | Ymke van Zwoll
Beeld | iStock

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 2019-29/30.
Het hele nummer lezen? Je kunt deze editie nabestellen via MAGAZINE.NL.