Getroffen door de aardbevingen in Groningen: ‘De angst van mijn dochter greep me naar de keel’

Deel dit artikel:

Nicole van Eijkern (51) is getrouwd met Henk. Hun huis in Appingedam is door de aardbevingen in Groningen ernstig vernield. “Ik herinner me nog goed dat – toen we ons huis kochten – de man die het bouwkundigrapport opmaakte ons verzekerde dat we hier oud en gelukkig zouden worden. Maar toen begon de aarde te beven…”

“Henk en ik zijn allebei zelfstandig ondernemer en hebben ons kantoor aan huis. Wij kochten net buiten Appingedam een kneuterig boerderijtje uit 1920 met 2,5 hectare grond. We waren op slag verliefd. Over de invloed van de aardbevingen in Groningen was destijds nog weinig bekend. En dat wát er bekend was, speelde zich af bij Loppersum en niet bij Appingedam. Natuurlijk lieten we een bouwkundig rapport maken. We wilden wel weten wat we kochten. Ik herinner me nog goed dat de man, nadat hij het rapport had gemaakt, ons verzekerde dat we hier oud en gelukkig zouden worden. Maar toen begon de aarde te beven…”

De eerste scheuren

“De eerste scheuren lieten zich in 2010 zien. Henks zorgen en angst wuifde ik weg. Ons huis kon wel tegen een stootje, dacht ik. Tot de gevolgen van de aardbeving in 2012 bij Huizinge met een kracht van 3.6 op de schaal van Richter ook mij deden inzien dat negeren geen optie meer was. Er zaten kieren in de gevel waar je met je hand doorheen kon. Ons huis en de fundering hadden het zwaar en konden de trillingen niet meer aan. Met hier en daar wat reparaties en stutwerk kwamen we er niet meer.”

Vele aardbevingen verder

“Inmiddels zijn we veel onderzoeken, duizenden foto’s, minstens even zo veel uren en euro’s, talloze bezoekjes van inspecteurs en te veel jaren in grote onzekerheid verder. Ik ben een halve bouwkundige, geoloog en politicoloog geworden en weet dingen die ik helemaal niet hóéfde te weten. Onze hoofdvraag was altijd, is ons huis nog te redden? Zouden herstellen en versterken voldoende zijn om een volgende grote beving te overleven? Of konden we dan weer van voor af aan beginnen?”

Ons huis is ‘economisch total loss’

“Eind 2016 kregen we dan eindelijk antwoord. Het was slecht nieuws. Ons huis moest tot aan de stenen toe worden gestript. De ziel, alles wat dit huis ons thuis maakte, moest eruit. Daar zaten we dan, Henk en ik, radeloos. Want wat moesten we nu? Tijd om aan het idee te wennen, hadden we amper, want een paar maanden later en nog een onderzoek verder wisten twee technische mensen ons doodleuk te vertellen dat zelfs strippen geen optie meer was. Ons huis is ‘economisch total loss’. Dat wil zeggen dat versterken en herstellen naar verwachting €850.000 zou kosten, terwijl slopen en een nieuw huis bouwen veel goedkoper is. Verbijsterd hoorden we de conclusie aan. Alles waar we zo hard voor hadden gewerkt, waren we kwijt.”

Wat als de boel instort als een kaartenhuis?

“De impact op ons is enorm. Eindeloze hoeveelheden mensen met verschillende meningen komen over de vloer. Vele rapporten, brieven, mails en berekeningen moeten we doorspitten en aanvechten. We moeten het allemaal zelf doen, er is niemand die voor ons opkomt. En de bevingen blijven maar komen. Het is net Russische roulette. Je weet dat er weer een beving komt, maar wanneer? En hoe zwaar? En wat als dé grote beving onder ons huis is? Dan hoop ik dat we nog net op tijd naar buiten kunnen rennen voordat de boel instort als een kaartenhuis.”

Twee levens

“Deze gasellende gaat om zo veel meer dan een paar scheuren. Ik heb twee levens. Een leven zonder en een leven mét de gevolgen van de aardbevingen. Dat leven zonder loopt best lekker. Ik heb een fijne relatie, heerlijke kinderen, lieve vrienden, plezier in mijn werk en ik woon hier prachtig. Maar dat andere deel, het leven in strijd, angst en onmacht, is er ook. Door de jaren heen lukt het mij steeds beter het gedoe te parkeren. Tot we er weer wat mee moeten en het weer in alle hevigheid opspeelt. Maar ik vertik het om slachtoffer te worden, wil niet dat deze ellende mijn leven verpest. Ik laat me de dingen waar ik blij mee ben en waar ik van geniet niet afnemen.”

Ons thuis

“We mogen dan misschien niet in een beschermd monument wonen, het is wél ons thuis. De plek waar we ons veilig en vertrouwd voelen. Maar ondertussen ook de plek waar we gevangen zitten. In oorspronkelijke staat verbouwen is onbetaalbaar en verkopen kan niet. Want wie wil hier nou wonen? Na weken van wanhoop en huilen, kwam afgelopen zomer het besef dat ik er met mijn emotie niet uit zou komen. Als ik zo zou doorgaan, zou er niets van mij en ons gezin overblijven. Er moest een knop om.”

Maar één ding voor ogen: vrijheid

“Sindsdien lukt het me beter om bij alles wat betrekking heeft op de gasellende me niet meer te laten leiden door mijn emotie, maar door mijn ratio. Ik probeer het als een zakelijk project te zien met maar één ding voor ogen: mijn vrijheid. Ontsnappen aan het gevangen leven wat we nu hebben. En die vrijheid kan ik weer ervaren als we overstag gaan en een nieuw stevig huis bouwen. In de hoop dat het over tien jaar wel weer verkoopbaar is, mochten wij de behoefte voelen weg te gaan. Door deze manier van kijken, kreeg ik langzaamaan weer het vertrouwen dat het op de ene of andere manier allemaal goed zou komen.”

Angst van mijn dochter

“Maar de beving van Zeerijp in januari dit jaar trok een dikke zwarte streep door dat gevoel. Er ging een soort kleine golfbeweging door het huis en ik dacht: wat is dit? Maar het bleef bij die ene beweging, dus ging ik weer verder met werken. Tot mijn dochter Eline huilend en overstuur belde en vroeg of alles goed was en of het huis niet was ingestort. Er was een beving van 3.4 geweest in een nabijgelegen dorp en ze wist dat ons huis een beving van 3,6 niet aankon. Die arme Eline die dacht dat we onder het puin waren bedolven. Haar angst greep me naar de keel.

Als moeder wil je niet dat je kinderen zich zorgen maken. Je wilt dat ze onbezonnen kunnen genieten van hun studentenleven. Nu kan mijn zoon Quirin redelijk afstand van dit alles nemen, maar ook hij gaf laatst toe dat hij het erg moeilijk vindt om te zien hoe de gasellende ons leven beïnvloedt. Ook Henk is na Zeerijp bozer en verdrietiger dan ooit. De dag na de beving bleek dat er in de enige nog redelijk schadevrije gevel ook een scheur van een paar meter zat. Deze muur was voor zijn gevoel een soort last wall standing. Nu ook deze stuk is, is er bij hem iets geknapt.”

‘Het gaat nooit over de mensen’

“Natuurlijk is het ‘mooi’ dat Den Haag na Zeerijp eindelijk ook de ernst van de zaak inziet en ons serieus neemt. Tegelijkertijd frustreert het me dat het ook nu weer in de rapporten en onderzoeken van de overheid gaat over stenen, euro’s en procedures en nóóit over de mens. Over het emotionele aspect. Terwijl er genoeg rapporten liggen waar overduidelijk uit blijkt dat we hier klem zitten en in die klem worden we niet geholpen of gehoord.

Mensen begrijpen het vaak niet. Je krijgt toch een nieuw huis? Wat wil je nog meer? Maar ik wíl geen nieuw huis. Ik heb alles al wat ik nodig heb. En dat wordt mij ontnomen. Ik snap dat er gas moet worden gewonnen, maar er is niemand die ons vraagt of we alsjeblieft ons huis hiervoor willen opofferen. We geven heel veel op voor iets waar we niet om hebben gevraagd, maar van ons wordt wel verwacht dat we eraan meewerken. Dat deze pijn en onmacht niet worden erkend maakt me emotioneel.”

Nog niets veranderd

“Het zou zo anders zijn als er een vooruitzicht was. Hoeveel mooie verhalen de overheid ook vertelt, er is hier nog niets veranderd. De gaswinning is echt nog lang niet gestopt! Dat onverteerbare, uitzichtloze en onveilige gevoel maakt mij en vele Groningers moedeloos. Godzijdank ben ik in staat mijn onderbuikgevoel te voelen, het even toe te laten en daarna weer op te staan en verder te gaan. Maar om me heen zie ik veel mensen die het niet meer trekken. Ze zijn somber, overspannen, slapen niet meer, relaties lopen stuk. Ook Henk en ik zitten vaak verdrietig tegenover elkaar, maar kapot krijgen ze ons niet. De fundering van ons huwelijk kan met gemak een beving van 10 aan.”

Nieuw huis

“Als we ‘geluk’ hebben, wordt het huis over een jaar gesloopt en wonen we over twee jaar in een nieuw huis. Ondertussen blijf ik mijn stinkende best doen me er niet onder te laten krijgen en wen ik beetje bij beetje aan het feit dat ik mijn oude, zo geliefde jas zal moeten verruilen voor een nieuw exemplaar.”

Interview: Ymke van Zwoll