Frans Bauer: ‘Ik geloof in lief zijn voor elkaar’

Deel dit artikel:

Achter die mooie, gulle lach van Frans Bauer schuilt een serieuze kant. Van een echte familieman, die er voor zijn familie wil zijn zoals zijn vader er altijd voor hem was.

Of we in de buurt van zijn woonplaats Fijnaart kunnen fotograferen. Dan kan Frans Bauer deze ochtend zelf zijn kinderen naar school brengen. Dat spreken we af en als de zanger arriveert op de fotoshootlocatie schenkt hij ons de gulle lach die we zo goed van hem kennen. Een Brabants ‘kopke koffie’ verder is hij klaar voor zijn kruisverhoor, zoals hij het zelf knipogend formuleert.

De echte Frans

Je staat bekend als de fijne man in 
de omgang, de lachebek. Een en al 
levensvreugde!
“Ik roep het vaak gekscherend, het is geen feest als Frans Bauer niet is geweest. Ik ben echt die positivo. Dat heb ik van mijn opa. De man werkte in het circus, speelde accordeon en ging in zijn vrije tijd langs de deuren om beeldjes te verkopen. Hij pakte al het werk aan. ‘Grijp alle kansen die je krijgt, jongen,’ zei hij. Ik was negen toen ik van mijn spaarcentjes een paar singles met mijn muziek liet drukken. Net als opa verkocht ik ze aan de deur. Eenmaal 
verkocht, liet ik nieuwe maken. Steeds sneller, steeds meer. Waar laat je ze allemaal, vroeg de man van de platenmaatschappij toen ik er weer duizend kwam halen. Al mijn tijd stak ik in het opbouwen van een klantenkring. Ik nam het lot zelf in handen. Ik wilde zingen? Dan was dit wat ik moest doen. Dat het is 
gelukt een bestaan als zanger op te 
bouwen, maakt me oprecht een grote vrolijkerd.”

Wanneer ben je op je gelukkigst?
“Op avonden waarop ik met mijn gezin aan tafel zit. Gewoon het dagelijkse 
ritueel, mijn vrouw en mijn vier zonen, Hollandse pot op tafel. We discussiëren wat over het nieuws, voetbal, vriendinnetjes. Er is chaos en gezelligheid, het leeft. Zo’n tafereel ontroert me. Het warme nest. Met die vier jongens die respectvol omgaan met hun moeder, haar helpen en haar ontbijt op bed serveren. Ik ben me ervan bewust dat het niet eeuwig blijft, die eettafel vol liefde. De kinderen vliegen uit. Mariska en ik zwaaiden onze oudste uit voor rijles. Hij is al zestien en wil advocaat worden. We zijn al naar de open dag van de universiteit in Leiden geweest. Het gaat zo snel.”

Heb je het warme nest nodig om te kunnen presteren?
“Ik heb het nodig om succesvol te zijn. Ben je thuis niet gelukkig of voel je je niet vrij in je hoofd, dan gaat het succes wankelen. Ik ben onderscheiden met meer dan honderd gouden en platina platen, maar thuis telt dat niet. Thuis is Frans de artiest bijzaak. Daar ben ik 
gewoon papa, en de man van Maris. Die graag een bloemetje of gebakje mee naar huis neemt, want hé, van mijn kookkunsten moet ze het niet hebben. Van mijn looks waarschijnlijk ook niet en ik ben een enorme sloddervos. Maar… ik ben zeer attent en romantisch.” Met een schaterlach: “Dat geeft me waarschijnlijk de gunfactor.”

De kwetsbare Frans

Wat kan je onzeker maken?
“Mijn haar. Kaal worden. Als ik één ding kan veranderen aan mijzelf zou het dit haar zijn. Ik droom van een bos deinende krullen. Ik heb twee haartransplantaties gehad, maar het resultaat houdt niet over. Accepteren is het sleutelwoord. Dat geldt ook voor stotteren. Jaren 
geleden durfde ik niet eens een speklap te bestellen bij de slager. Bij de gedachte alleen al stond het zweet op mijn voorhoofd. Maar door het te doen, dan maar stotterend, ging ik de schaamte voorbij en pakte ik het aan. Stukje bij beetje gaf dat zelfvertrouwen en verdomd, ik 
stotterde een stuk minder. Ik laat onzekerheden mijn dag niet beheersen. Ik maak er een grap over en ik ga door.”

Zo’n grap, die vrolijkheid, kan ook dienen als schild om sommige zaken niet te laten binnenkomen.
“Het is misschien een beetje afwijkend gedrag, maar de vrolijkheid is geen vlucht. Ook als er iets vervelends 
gebeurt, zoek ik naar oplossingen. 
Komt iemand te laat, dan komt boos worden niet in me op. Ik ben bezorgd dat degene iets ergs is overkomen. Is het geluid tijdens een optreden slecht dan kaffer ik niemand uit, maar overleg ik met de geluidsman hoe we het in het vervolg beter kunnen doen. Ik geloof in lief zijn voor elkaar.”

Hoe gaat zo’n positief ingesteld 
persoon om met donkere dagen in 
het leven?
“Daar heb ik geen pasklaar antwoord op. Ook ik ken zwarte dagen, zeker de afgelopen jaren.
Mijn schoonbroer is doodgereden met mijn telefoonnummer voor nood in zijn jaszak. Ik was de eerste die gebeld werd door de politie. Mijn oom en tante 
hebben zelfmoord gepleegd. Mijn vader, mijn grote vriend en rots, is twee jaar geleden overleden aan de gevolgen van longkanker. Er is geen manier om daarmee te dealen. Je ondergaat het. Je schiet in een regelmodus en je bent er voor de familie. Soms denk ik dat ik het heb 
verwerkt en word ik door een herinnering hard teruggezogen. Ik reed laatst langs de afslag Delft. Mijn vader komt daarvandaan en meteen schoten mijn gedachten terug, werd ik overmand door verdriet. Mijn oudste zoon draagt sinds kort het horloge van zijn overleden opa. Ik zag het en schoot vol. Ik kom net uit een periode waarin ik verkeerd ben omgegaan met het verdriet. Ik ben niet de man die huilend op de bank zit. Daarmee wil ik mijn gezin niet belasten. Maar ik ben wel een emotionele eter. 
Na een optreden reed ik met rokende banden naar de benzinepomp om twee pikanto’s uit de muur te trekken. Kipcorns met huzarensalade. Om even nergens aan te denken, at ik te veel en op verkeerde tijdstippen. Ik kwam 25 kilo aan. In de kast heb ik kostuums in de alle maten. Op het laatst zat zelfs 56 te strak. Nu ga ik bewuster met eten om. Ik train. Pas de pakken in maat 52 weer. Mezelf volstoppen neemt geen verdriet weg, weet ik nu. Eerlijk gezegd denk ik dat het verdriet nooit overgaat. Ik geef het een plek en maak het draaglijk voor mezelf. Door te denken aan een hemel. Een giga mooie plek waar de zon altijd schijnt. Waar geen narigheid is en mijn overleden dierbaren bij elkaar zijn. 
Op donkere dagen put ik troost uit die gedachte.”

Heeft het verlies van je vader je 
‘gereset’? Stel je andere prioriteiten?
“Dat was al langer gaande, maar door mijn vaders dood ben ik een echte man geworden. Een die zich nog meer bewust is van zijn verantwoordelijkheden. Terwijl ik voorheen eerder het grootste kind van het gezin was. Een eerdere 
periode stortte ik me op mijn Duitse carrière. Ik leefde van hotel naar hotel. Na verloop van tijd kwam ik thuis en had ik vijf familieverjaardagen gemist. Ik realiseerde me dat dat niet was wat ik wilde. Ik nam mijn vader in dienst als chauffeur en nam mijn moeder en broer Dorus mee naar optredens. Ik ontwikkelde mezelf van cafézanger naar artiest voor grote podia en vond het belangrijk dat mijn wereld en hun wereld niet van elkaar vervreemdden. Toen ik Mariska ontmoette en we kinderen kregen, wilde ik de vader zijn die ik zelf ook heb gehad. Een die er is op alle belangrijke momenten. Ik wil de kinderen naar school brengen. Mijn oudste naar zijn eerste werkdag rijden. Op eigen houtje regelde hij een bijbaan bij een restaurant. Ik ben zo trots als een pauw als ik hem daar straks afzet.”

De dromende Frans

Je nieuwe album heet Levenslied, waarmee je je roots nog eens 
verankert.
“Ik voel nog steeds een gezonde spanning om te presteren. Dat gaat nooit over. Levenslied, de titel van het album, omhelst mijn hele passie. Het bekend worden was nooit een droom, ik was gewoon bezeten van zingen. Mijn broer vond mijn zang kattengejank, haha. Opgroeiend in een woonwagen deelden Dorus en ik een slaapkamer en een 
stapelbed. Ik had een koffertje met zanglesboeken en een soundmixer. 
Mijn broer zat op de mavo en moest huiswerk maken terwijl ik keihard 
meezong met langspeelplaten van Koos Alberts. Levensliedjes vond en vínd ik geweldig.”

Droom je ervan dat je muziek wordt gedraaid op alle radiozenders?
“Ergens zeker. Ik zit 25 jaar in het vak, word geëerd door mijn fans en heb tientallen onderscheidingen gekregen, maar mijn muziekgenre wordt al die tijd 
systematisch genegeerd door de grote radiozenders. Op een paar piratenzenders en Radio NL na lijkt het hele genre ‘levenslied’ te worden geboycot. Dat is stom. Of je nu Madonna heet of Frans Bauer; elke artiest wil dat er naar zijn of haar muziek wordt geluisterd op de radio. Ik kan me daar druk om maken, maar echt veranderen, is moeilijk. Ik heb een poos een soort van muzikale midlifecrisis gehad. Dan keek ik in de spiegel en dacht: ligt het aan mij dat ik niet word gedraaid? Ik besloot een 
muzikale uitstap te maken met het lied Skippybal. Een vette beat eronder, een ludieke tekst. Maar ook dat werd genegeerd. Het voelde niet goed, ik besloot terug te gaan naar het genre waarmee ik ben opgevoed, het levenslied. Je houdt ervan of je houdt er niet van, maar ik doe het in elk geval vol overgave. Terugkijkend op mijn carrière heb ik nergens spijt van. Of toch, van één ding. Ik was eens te gast bij de talkshow Pauw & Witteman en Paul Witteman maakte een beledigende opmerking over mijn fans. Uit respect voor het liveprogramma bleef ik zitten, maar mijn hart zei dat ik direct moest opstappen. Ach. Spijt brengt je nergens.”

Waar droom je van?
“Van concerten die groots zijn. Niet in afmeting van de zaal, maar in magie. Ik wil showballetten op het podium, een complete show. Van bijzondere uitstapjes naar televisie geniet ik ook. Vive la Frans was leuk, de Curling Quiz was 
ludiek. Voor het achtdelige Frans Bauer in Amerika ga ik voor het eerst met Mariska op reis. Voor NPO 1 gaan we naar Memphis, New Orleans en New York. We duiken in de cultuur en gaan een laag dieper, kijken hoe de mensen echt zijn. We slapen bij de amish, 
bezoeken Elvis Presleys Graceland. Maris en ik hadden het hele Presley-huis voor ons alleen. Weet je wat mij opviel? Niet de gouden platen of de dure kostuums. Niet de pracht en praal. Maar de oude koekenpan die nog op het fornuis staat. De kromme, versleten vorken in de keukenla. Als je zoals Elvis uit een gezin komt waarin niks te makken was, kun je alles bereiken, maar in je hart blijf je toch dat dubbeltje. Elvis’ broer, die we ter plekke spraken, bevestigde dat. Ondanks al het succes was Elvis een doodnormale kerel gebleven, die soms hunkerde naar de simpelheid van 
vroeger. Ik herken dat gevoel een heel normaal dubbeltje te zijn gebleven. Dat niet verandert maar nog steeds dezelfde vrienden van vroeger heeft. Dat ervoor uitkomt dat-ie van frikandellen en 
kroketten houdt in plaats van kaviaar.”

Tekst | Marcel Langedijk
Fotografie | Esther Gebuis

Dit interview stond in Margriet 2018-22. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Deze video wil je niet missen

Beauty-expert Carmen Zomers laat zien hoe je een optische ooglift kunt toepassen. Het enige wat je nodig hebt, zijn oogschaduw en mascara.

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.