Monique (52): ‘Toen ik zelf moeder werd, besefte ik wat het betekent om je kind af te staan’

Monique-Weustink-Schmeitz

Deel dit artikel:

Omdat iedereen een bijzonder verhaal heeft, vertelt in deze rubriek een lezeres over haar leven. Deze keer: Monique Weustink-Schmeitz (52) die werd geadopteerd en op zoek ging naar haar roots.

Monique is getrouwd met Roy. Ze heeft twee zoons: Justus (20) en Cyril (18). Ze werkt als ambulant begeleider bij een zorgorganisatie.

“Zes jaar geleden ontmoette ik voor het eerst mijn halfzus Andrea. Na een lange zoektocht wachtte ik haar op in De Balie in Amsterdam. Bloednerveus was ik. Maar toen ik haar zag, voelde het meteen warm en vertrouwd. Al die eerste avond raakten we niet uitgepraat. Andrea en ik delen dezelfde vader. De man van wie mijn moeder 53 jaar geleden zwanger raakte. Ze waren jong en de relatie tussen hen was gecompliceerd, waardoor mijn moeder mij, eenmaal bevallen, afstond aan een kindertehuis in Halfweg. Daar werd ik geadopteerd door mijn adoptieouders. Ik herinner me weinig van die periode. Maar als ik naar de foto’s kijk, zie ik een stevige, goed verzorgde baby. Een paar jaar later adopteerden mijn ouders nog een meisje, ook met een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder: Maggie. Met z’n vieren vormden we een warm gezin in een rijtjeswoning in Hazerswoude. Mijn moeder was huisvrouw en mijn vader had een kantoorbaan. We hielden van sport en in de zomer gingen we kamperen. Een doorsnee Nederlands nest, maar met twee kinderen met een andere huidskleur. En dat zorgde nog weleens voor vragen. Toen ik jong was kon ik daar goed mee leven, maar als onbegrepen puber vond ik vragen als ‘Waar kom je vandaan’ vaak ronduit brutaal. Het was in die tijd dat ik voor het eerst wilde weten waar ik vandaan kwam. Ik realiseerde me dat niet alleen mijn uiterlijk, maar ook mijn karakter, mijn temperament, ja zelfs mijn voorkeur voor eten anders was dan die van mijn ouders. Ik wilde hen daar echter niet al te veel mee lastigvallen. Wellicht uit een soort loyaliteitsgevoel. Rond mijn twintigste ben ik zelf gaan zoeken. En via de Fiom, een organisatie die helpt bij afstammingsvragen, lukte het vier jaar later om een afspraak te maken met mijn biologische moeder. De stichting moest haar overhalen, omdat zij geen contact wilde. Van enige warmte was niet echt sprake. Wel schreef ze, na aandringen, de naam van mijn vader op een papiertje. Uiteraard was ik van deze ontkenning behoorlijk van slag, maar toen ik acht jaar later zelf moeder werd drong de betekenis ervan pas echt tot me door. Pas toen realiseerde ik me ten volle wat het moet betekenen om je kind af te staan. Na de ontmoeting met mijn moeder ben ik ook op zoek gegaan naar mijn vader. Maar tegen de tijd dat ik hem vond, was hij overleden. Dat was even slikken. Ik had spijt dat ik niet eerder was gaan zoeken. Toch heb ik daarna een tijd niets ondernomen. Ik studeerde, leerde mijn man Roy kennen en kreeg met hem twee heerlijke zonen. Maar ondanks dit gelukkige en rijke leven, bleef de vraag ‘waar kom ik vandaan’ altijd knagen.

‘Dat mijn vader me erkende heeft me zó goed gedaan’

Via het adoptiecircuit leerde ik Rodrigo van Rutte kennen. Hij werd als baby ooit verwisseld met iemand anders en kwam via het programma Spoorloos met zijn biologische moeder in contact. Het was Rodrigo die me motiveerde om toch vooral verder te zoeken naar familie. Via internet kwam ik in contact met familie van mijn vader, waarvan Andrea wel het grootste geschenk is. We voelen elkaar zo goed aan, hebben aan één blik vaak genoeg. Andrea is echt een deel van mijn leven geworden. En via haar leer ik mijn Surinaamse kant kennen en snap ik nu ook waarom ik bijvoorbeeld zoveel beter ben in even niets doen dan mijn adoptieouders. Maar ook vertelt ze honderduit over mijn vader. Dat hij goed was voor zijn kinderen en dat hij altijd heeft gezegd dat hij ergens nóg een dochter had. Hij heeft mij altijd erkend en die wetenschap heeft me zó goed gedaan. Ik vond antwoord op waarom ik bijvoorbeeld zo van lekker eten houd, of waar mijn gevoel voor humor vandaan komt. Sinds ik Andrea ken, ben ik een vollediger mens geworden.”

Monique Weustink-Schmeitz als baby

1966 “Mijn duim was heilig toen ik klein was.”

2016 “Hier kenden mijn biologische zus Andrea en ik elkaar net. We stonden samen in een stand bij een evenement voor adoptiekinderen. Het hulpboek voor adoptiekinderen Dit ben ik dat ik schreef werd hier verkocht. Beretrots was ik.”

Dit ben ik is een doeboek voor geadopteerde kinderen van 7 tot 12 jaar oud. Zij kunnen op een laagdrempelige manier vragen beantwoorden over hun adoptie, zoals over hun land van herkomst, geboorteouders en adoptieouders. Ook bevat het boek creatieve opdrachten, zoals het maken van een zelfportret, een vingerafdruk en de vlag van hun geboorteland. Wie het boek wil bestellen kan een e-mail sturen naar schmeitzmonique@gmail.com.

Bekijk de andere foto’s van vroeger van Monique in Margriet 2017-47. Je kunt editie 47 nabestellen via Magazine.nl, ook kun je het artikel lezen via Blendle.

Tekst | Irma Puma
Foto’s | Ester Gebuis (header) en privébezit
Visagie en styling | Nicolette Brønsted

Ook interessant om te lezen

Bekijk ook

Beauty-expert Carmen Zomers deelt een mooi en makkelijk trucje om lippenstift aan te brengen. Bekijk de video en zie hoe jij je lippen eenvoudig kunt omlijnen, zonder uit te schieten.

(Kun je de video niet zien? Bekijk ’m dan via deze link)

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.