Daphne Bunskoek: ‘Wessel en ik zijn dertien jaar bij elkaar en hebben nog nooit ruzie gehad’

Deel dit artikel:

Ze heeft nog nooit ruzie gehad met haar vriend, vindt het gescheld op social media beschamend, probeerde rond haar dertigste bijna alle soorten drugs en vindt het soms moeilijk om haar grenzen aan te geven. 5 uur live-presentatrice Daphne Bunskoek (44) over het leven.

“Wessel (van Diepen, red.) en ik zijn dertien jaar bij elkaar en hebben nog nooit ruzie gehad. Ik heb gemerkt dat als je heel lief voor elkaar bent, de liefde alleen maar groeit.”

Fantastische goedmaakseks

“Ik heb weleens een relatie gehad waarin werd geschreeuwd en gescholden, maar daardoor ging er elke keer een stukje van de liefde dood. Dat herstel je niet meer met een ‘sorry’. Voor sommige mensen werkt dat misschien, die hebben dan fantastische goedmaakseks, maar bij mij maakt zo’n ruzie iets kapot. Dat Wessel en ik nooit conflicten hebben, komt denk ik omdat we elkaar echt alles gunnen. Als ik vertel dat ik twee weken met een vriendin op vakantie ga, zegt Wessel: ‘Leuk, liefje, veel plezier.’ Nooit: ‘O, en ik dan?’

Hij gunt het me ook dat ik met al mijn exen bevriend ben. Dat zijn allemaal leuke, belangrijke mannen in mijn leven. Onze relaties zijn niet verbroken omdat we een hekel aan elkaar kregen, maar omdat we allebei een andere weg wilden inslaan. Natuurlijk moet je na een breuk even afstand nemen, maar daarna is het toch fijn om de mooie herinneringen te delen? Wessel heeft dat ook met zijn ex.”

Jaloezie

“In het begin van onze relatie heb ik weleens een aanval van jaloezie gehad. Maar dan zei Wessel: ‘Wat rot voor je, dat is niet mijn bedoeling.’ Hij ging niet in de verdediging – ‘Ik doe toch niets verkeerd? Waarom vertrouw je me niet?’ – maar legde het ‘probleem’ terug bij mij. En dan dacht ik: waar maak ik me ook druk over? Wessel en ik streven naar monogamie, maar als het ooit misgaat op dat vlak hoop ik dat onze relatie goed genoeg is om dat te overleven. Ik heb geen behoefte aan een ander, want ik heb een fijn leven met Wessel.

En er komt ook altijd alleen maar ellende van. Heb je de serie The Affair gezien op Netflix? Moet je kijken. Die neemt je daar zo goed in mee! Je kunt wel even opgewonden zijn over je spannende, nieuwe seksactiviteiten, maar uiteindelijk zijn het bedrog en het verdriet toch verschrikkelijk? Wat Wessel en ik samen hebben is veel te waardevol om kapot te laten gaan.”

Goede band met zijn stiefdochter

“In de dertien jaar dat we samen zijn, heb ik ook een goede band opgebouwd met zijn dochter India (19, red.). Ze is een ongelooflijk leuke, grappige en slimme jonge vrouw. We gaan soms met z’n tweetjes uit eten en naar de film en bespreken dan dingen over school en vriendjes. Ze doet ook veel met haar vader samen, zonder mij. Ze gaan bijvoorbeeld met z’n tweeën op vakantie. Ik denk dat het heel belangrijk is dat je als stiefouder de kinderen tijd geeft met hun ouders. Dat je niet dwingt tot een nieuw gezin waarin alles samen wordt gedaan.

Bonus

Ik vind het zo sneu om te zien hoe kinderen soms moeten meedraaien in de nieuwe droom van hun vader of moeder. Ik heb me altijd gerealiseerd dat mijn aandeel in India’s leven een bonus is. Ze heeft al een vader en een moeder, wat ik met haar doe komt er extra bij. Maar dat neemt niet weg dat ik mijn band met haar heel waardevol vind.”

Religie is een privékwestie

“Ik ben niet gelovig opgevoed. Eén oma probeerde er nog weleens wat Bijbelverhalen doorheen te drukken voor het slapengaan, als mijn broer en ik kwamen logeren. Heel schattig.” (grinnikt). “Ik denk niet dat er een God bestaat, maar als mensen een bepaald geloof als leidraad nemen voor hun persoonlijk leven vind ik dat prima. In mijn ogen is religie een privékwestie. Daarom ben ik ook tegen bijzonder onderwijs op basis van geloof. Ik vind dat scholen kinderen moeten informeren over alle geloven en levensovertuigingen. Ouders kunnen thuis de overtuiging verdiepen die ze zelf aanhangen.

Ik vind religie gevaarlijk worden op het moment dat mensen elkaar gaan afrekenen op hun heilige boeken. Het maatschappelijke debat wordt daar in mijn ogen ook te veel door bepaald: strenggelovige mensen van welke religie dan ook voelen zich beledigd of uiten hun ongenoegen over zaken als homoseksualiteit, en de rest van de wereld moet zich daartoe maar verhouden. Dan denk ik weleens: is dit nou de essentie van geloven in God? Elkaar de maat nemen?”

Rechtvaardigheid

“Bij dit woord denk ik vooral aan hoe onrechtvaardig het is dat de ene mens in een gammel bootje de Middellandse Zee moet oversteken en de andere hier in weelde woont. Ik heb op geen enkele manier het gevoel dat ik mijn bevoorrechte leven in Nederland heb bevochten en vluchtelingen daar niet aan mogen komen. Ik heb er niets voor hoeven doen om hier te worden geboren en ik zou, als ik het slecht had, ook naar een betere plek trekken. We zijn allemaal gelukszoekers. Maar ik begrijp ook dat de hoeveelheid vluchtelingen een probleem is, dat we beleid moeten hebben om de toestroom in goede banen te leiden. Het blijft alleen pijnlijk om te zien dat vluchtelingen soms als criminelen worden behandeld.”

Kunst van het discussiëren

“Dit is groot, nauwelijks behapbaar onrecht, maar rechtvaardigheid gaat voor mij ook over hoe we in het dagelijks leven met elkaar omgaan, over hoeveel oog je hebt voor een ander. Ik heb snel een mening en kan die fel verdedigen. Ik zit nogal snel hoog in mijn stem.” (lacht). “Maar hoe feller je iets verdedigt, hoe minder je openstaat voor een ander geluid. Daarom probeer ik een steeds betere luisteraar te zijn. Luisteren naar elkaar is veel moeilijker dan brullen. En dat laatste doen te veel mensen, op social media bijvoorbeeld. Het lijkt wel of we de kunst van het discussiëren zijn verleerd.”

Zwartepietendiscussie

“Neem die hele zwartepietendiscussie. Georgina Verbaan plaatste eind vorig jaar een foto van zichzelf als Zwarte Piet op Twitter en schreef erbij: ‘Als ik van gedachten kan veranderen, kunt u het ook.’ Ik vond dat een rustige, normale toon om een gesprek te openen. Maar een bagger dat ze over zich heen kreeg! Beschamend. Het zou goed zijn als we wat meer naar elkaar proberen te luisteren en ons afvragen hoe de mening van iemand anders onze eigen visie kan verruimen.”

Alleen met een wijntje? Nee

“Mijn ouders waren verstokte rokers. Zij konden in de auto zitten paffen met twee kinderen op de achterbank en de raampjes dicht, omdat het buiten zo koud was. Ik neem het ze niet kwalijk, hoor. Mijn moeder was zeventien toen ze zwanger raakte van mijn broer, twintig toen ze mij kreeg. Ze waren jong, het was een andere tijd. Als ik me nu realiseer wat er allemaal mis kan gaan in een opvoeding vind ik dat ze het heel goed hebben gedaan. Ze zijn nog steeds bij elkaar en hebben ons zonder noemenswaardige problemen grootgebracht.

Mijn broer is ook gaan roken, maar ik nam me als kind al voor er niet aan te beginnen. Ik ben ook pas heel laat alcohol gaan drinken. Lang was ik dat meisje met die cola. Ik had er gewoon geen behoefte aan. Als ik uit eten ga, drink ik wijn en als ik een feest geef, is alles aanwezig, maar thuis trek ik nooit een flesje open.”

Eerste xtc-pil

“Drugs heb ik pas rond mijn dertigste geprobeerd. Alles, behalve de zware middelen. De ervaring van mijn eerste xtc-pil vond ik fantastisch, maar ik was er daarna snel klaar mee. Beter dan dit wordt het toch niet, dacht ik. Blijkbaar ben ik niet verslavingsgevoelig. Ik kan ook een stukje chocola eten en de rest van de reep in de kast leggen. Chips eet ik nooit. Ik laat dat niet omdat ik op gewicht wil blijven, ik voel die behoefte gewoon niet. Sinds ik bij 5 uur live werk, ben ik eerder kilo’s afgevallen door de stress.

Strever

Ik ben ambitieus, een pietje-precies en wil de dingen die ik doe goed doen. Dat had ik vroeger al. In mijn studententijd werkte ik aan de lopende band in een fabriek. De taak was: dit ding op dat ding lijmen. Dat deed ik zó goed, dat ik steeds werd gevraagd meer te werken. Bij 5 uur live hebben we vijf dagen per week vier gasten. Ik wil me op iedere gast goed voorbereiden; zijn boek lezen, voorstelling of film zien… Die hoge lat vraag veel en dat merk ik aan mijn gewicht. Ik probeer daarom ook bewust ontspanning te zoeken: lekker veel wandelen, door de stad of in de natuur, af en toe suppen of wakeboarden en sinds kort doe ik aan yoga.”

Wijsheid

“Ik heb eens een Vipassana-retraite gedaan. Dan zit je tien dagen intern, mediteer je tien uur per dag en mag je niet praten. Na de achtste dag hield ik het niet meer vol en ben ik vertrokken. Ik werd heel onrustig, kon niet meer tegen het zwijgen en wilde mijn gevoelens delen. Het stelde me voor de vraag: wat zegt het over mij dat ik dit niet volhoud? Ik had kunnen denken: het ligt aan de stomme regels van die meditatie, maar ik had er zelf voor gekozen om daaraan mee te doen.

Ongeduldig

Ik kon dus niet anders dan bij mezelf te rade gaan. Dat is een wijze les geweest. Je kunt een situatie of gebeurtenis bevragen, maar in plaats daarvan ook je eigen reactie erop. Ik ben bijvoorbeeld vrij ongeduldig: ik denk snel, wil snel schakelen en verwacht ook van anderen dat ze dat doen. Als dat niet gebeurt, stoor ik me daaraan. Maar als ik dan even bij mezelf naga waar die ergernis vandaan komt, ligt de oorzaak eerder bij mijn ongeduld dan bij het gedrag van de ander.”

Moed

“Van nature ben ik een pleaser. Ik heb moed nodig om mijn grenzen aan te geven, om niet te veel tegemoet te komen aan wat een ander wil, ten koste van mezelf. Als de directeur van een omroep tegen mij zegt dat zijn vrouw stylist is en zij mij wel even zal vertellen wat ik aan moet op tv, dan vind ik het lastig om ‘nee’ te zeggen, terwijl ik me daar niet prettig bij voel.

Eigenlijk gaat de #MeToo-discussie hier ook over. Al die kleine momenten waarop iemand over jouw grens gaat, het niet strafbaar is en jij voelt dat je in een positie zit waarin je denkt dat je het moet toelaten. Als twintiger zat ik eens voor in een taxi en de chauffeur legde steeds zijn hand op mijn been. Ik wilde zeggen: ‘Zit niet aan me.’ Maar ik dacht ook: hij zit zo aardig te kletsen en ík ben zo dom geweest om voorin te gaan zitten. Ik vond het heel ongemakkelijk, maar nóg ongemakkelijker om te zeggen: ‘Haal je hand van mijn been.’

Opkomen voor jezelf

Ik vind het belangrijk dat we het hierover hebben. We leren van jongs af aan blijkbaar niet genoeg over dit soort sociale interactie. Daarin moeten we maar door schade en schande wijs worden. We vinden het allemaal volkomen logisch dat je jezelf niet moet laten betasten, maar hoe doe je dat? Welke middelen geven we kinderen mee om die moed op te brengen? Met India heb ik daar gesprekken over gehad. Ik heb het gevoel dat haar generatie er al vanzelfsprekender over praat dan de mijne op haar leeftijd. Dat lijkt me een goede ontwikkeling. Maar het gaat dus niet alleen om fysieke grenzen. Ook over andere momenten waarop je moet opkomen voor jezelf, moet gaan staan voor wat jij wilt. Mij lukt dat steeds beter.”

Hoop

“Hoop is onze levensader. Ik hoop natuurlijk dat ik geen grote narigheden hoef mee te maken. Het grote lijden – ziekte, het verlies van een partner of een kind – is me tot nu toe bespaard gebleven. Om me heen sterven steeds meer ouders van vrienden, in die levensfase kom ik nu, maar mijn eigen ouders zijn nog jong en gezond. Ik heb weinig toekomstdromen, omdat ik heel tevreden ben met mijn leven zoals het nu is. Privé gaat het goed en ik ben blij met mijn baan bij 5 uur live.

Behoefte aan een team

Lang heb ik als freelancer allemaal losse projecten gedaan, maar ik kreeg behoefte aan collega’s, had zin om dagelijks iets te maken met een team. Bij 5 uur live werk ik met een heel leuke club mensen en het is een gevarieerd programma waar ik zelf ook ideeën voor kan aandragen. Mensen vragen me vaak of ik een latenighttalkshow ambieer. Dat lijkt voor velen het hoogst haalbare op tv. Ik heb weleens het gevoel gehad dat ik dat móét ambiëren, dat ik moet meedoen in die race, terwijl het niet iets is wat ik uit mezelf graag wil.

Vrijheid staat centraal

Als kind hoopte ik vooral op vrijheid. Ik dacht al jong: ik ga niet trouwen en geen kinderen krijgen, want ik wil vrij zijn. Dat is gelukt. Ik heb geen ‘negen tot vijf’-baan en heb geen tropenjaren meegemaakt, waarin ik me moest wegcijferen voor de kinderen. Ik werk hard, maar dat levert op andere momenten weer vrijheid op. En ja, ik heb een stiefdochter, maar het zwaartepunt van de zorg voor haar lag altijd bij haar vader. Ik kon, als ik wilde, zonder problemen op vakantie. Ik hoop dat ik mijn vrijheid kan behouden en verder beter kan worden in de dingen die ik leuk vind om te doen. Zo zit ik op Japanse les en teken graag, misschien dat ik daar eens meer mee ga doen.”

Tekst: Bas Maliepaard
Fotografie: Marloes Bosch

Dit interview verscheen eerder in Margriet 2018-45. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

 

 

 

 

 

 

Artikelen ontvangen in je mailbox? Ga naar margriet.nl/nieuwsbrief.