Caro Emerald: ‘Mijn zelfvertrouwen haal ik niet meer uit make-up’

Deel dit artikel:

Ze is doorgebroken bij onze westerburen, vult in Londen zelfs de Royal Albert Hall. Maar inmiddels is zangeres Caro Emerald ook moeder van twee jonge kinderen. Twee totaal verschillende werelden, waar ze met volle teugen van geniet.

Artiest‒echtgenote‒moeder

Als artiest heb je een entourage, dus worden bepaalde zaken voor je uit 
handen genomen. Mensen die voor je zorgen, want jij bent de ster. Maar als de showlichten zijn gedoofd, ben je weer echtgenote en moeder van twee dochters. Hoe voelt zo’n dubbelleven, die show versus realiteit?
“Mijn gevoel daarbij is in de loop der jaren veranderd. Toen ik in 2009 doorbrak met de single Back it up voelde het alsof ik op een sneltrein stapte. Er kwam zo veel bij kijken: media, fotoshoots, kunnen poseren, leuke interviews geven. Ik was te druk en alles wat op me afkwam was nieuw. Alleen al de gedachte aan de afspraken die op me wachtten, bezorgde me een paniekaanval. In plaats van dat ik genoot van alle aandacht, raakte ik supergestrest. Hulp die me werd aangeboden, greep ik met beide handen aan. Een chauffeur die me reed, een assistent die mijn tassen droeg. Zodat ik me kon focussen op wat van mij werd verlangd: optreden. Je went aan zo’n leven. Maar toen ik in 2014 moeder werd, werd het contrast tussen mijn twee ‘levens’ groter. Het vóélde ook raarder. Enerzijds was er het echte leven waarin ik zorgde, mijzelf wegcijferde en puinruimde in een huis vol babyspullen, anderzijds was ik de artiest die als ster werd behandeld. Nu ik voor de tweede keer moeder ben geworden, is dat 
contrast nog sterker aanwezig. Voelt dat vreemd? Ja, zeker. Je vraagt je af of het artiestenleven en de behandeling die ik daarbij krijg überhaupt ergens op slaat. Maar het maakt het leven ook ontzettend kleurrijk. Ik beleef zo veel. Ik leef mijn meisjesdroom. Na hele periodes waarin ik als moeder in de ondersteunende, 
zorgende rol zit, voelt het heerlijk om 
op tour te gaan. Vol in de make-up even diva te mogen zijn.”

Hoe bereid je je voor op een optreden?
“Op het podium ben ik niet een heel andere Caro. Ik zie het eerder als de 
theatrale versie van mijzelf. Beyoncé zegt dat zo goed met I am… Sasha Fierce. Sasha Fierce is de uitvergrote versie van haarzelf die ze in zich oproept waardoor ze het zelfvertrouwen krijgt om die vrouw te zijn, de artiest Beyoncé. Nu ben ik natuurlijk Beyoncé niet, maar ik herken mijzelf in zo’n gebruik. Ik houd van rust voor de show. Ik deel mijn kleedkamer niet met de mannen van de band. Tijdens de make-up zit ik graag in mijn eigen wereld, maar daarna zoek ik de reuring van hun kleedkamer op. Effe 
rellen met de zeven jongens. Alles ruikt er naar aftershave, de helft loopt in z’n onderbroek. Een vleugje rock-’n-roll voor de show, dat voelt fijn.

Is er een tweedeling in je optreedkleren en je privégarderobe?
“Vroeger bivakkeerde ik thuis nogal eens in joggingbroek, maar grappig 
genoeg word ik ijdeler sinds ik moeder ben. Wil ik me tussen het borstvoeden door weer vrouw voelen. Lak ik mijn nagels, draag ik mooie sieraden omdat ze me een goed gevoel geven. In mijn beginjaren koos ik op het podium voor zwart omdat dat flatteerde, nu kies ik voor kleurige jurkjes, soms met print. De uitstraling is een mix van zowel diva als meisjesachtig, maar altijd benaderbaar. En: nooit ingesnoerd in strakke kleren. Ik wil me niet ongemakkelijk voelen in een te strakke jurk. Daarin zou ik me gereserveerd voelen en dat past niet bij de show die ik wil neerzetten. Bewegingsvrijheid zorgt voor een beter optreden. Ik wil gutsend van het zweet kunnen dansen alsof mijn leven ervan afhangt. Want dan geef ik de mensen waar ze voor zijn gekomen. Toen ik doorbrak, voelde het alsof ik moest voldoen aan allerlei verwachtingen. Omdat mijn beeld van een popster niet overeenkwam met dat wat ik in de spiegel zag, smeerde ik extra make-up op. En nog een laag. Maar naarmate ik ouder werd en ik mijzelf als artiest al honderden keren had bewezen, leerde ik dat stijl niet zit in eyeliner of in vuurrode lipstick. Mijn zelfvertrouwen haal ik niet meer uit make-up maar uit mijn zijn.”

Blij‒Boos‒Ontroerd

Wanneer heb je voor het laatst gehuild?
“Dat was afgelopen weekend. Tijdens de balletvoorstelling Dutch Doubles, een samenwerking van choreografen van Het Nationale Ballet en vier musici. Ik was in geen eeuwigheid naar een 
balletvoorstelling geweest en deze show, deze vorm van kunst vond ik waanzinnig. De schoonheid ervan raakte me.”

Waar maak je je druk om?
“Om heel veel dingen. Om het welzijn van vluchtelingen. Om de vervuiling van de planeet. Als ik aan zulke grootse zaken denk, voel ik de verantwoordelijkheid om de mouwen op te stropen. Als artiest leid je niet een heel duurzaam bestaan. Ik reis veel en als ik alleen al kijk naar het aantal vlieguren dat ik maak en de CO2-uitstoot die dat veroorzaakt, zakt de moed me in de schoenen. Maar ik moet kijken naar wat ik wél kan doen. Geld doneren aan goede doelen bijvoorbeeld. En, met het oog op dier en milieu, veel minder vlees eten.”

En wat maakt je blij?
“De geur van de lente. Alsof de hele buurt het gras heeft gemaaid. Op tour gaan met de band. Mijn meest recente moment met een gouden randje was 
zaterdagavond. Toen vrienden kwamen eten. Ik ben gek op goed eten en geef sinds kort groenten de hoofdrol. Een win-win-winsituatie. Het is goedkoper, beter voor de wereld en gezonder voor mij. Voor het vriendendiner maakte ik een puree van cannellinibonen en 
knoflook, erbij een salade van geroosterde knolgroenten en een marinade van saffraan en maple syrup. Een heerlijke rode wijn erbij. Intens genieten.”

Wat is geluk dan voor jou?
“Een avond vrij zijn. Of juist het tegenovergestelde: op tour zijn. Toen ik vorig jaar op tournee ging, was mijn oudste dochter mee en was ik zwanger van de jongste. Dat was fijn maar ook pittig. Ik beleefde de tour anders dan voorgaande keren. De afgelopen tour ging door Oost-Europa en beleefde ik als vanouds. Ik was weer heel blij dat ik tijd had om met de band door te brengen. Samen doorzakken, de volgende dag met een licht katertje opstaan. Dan muziek 
spelen tot het uiterste, zingen met het zweet op het voorhoofd. Ik beoog elke avond zowat in trance te raken door de mooie show die we als zangeres en band neerzetten. Dat is voor mij geluk omdat het de essentie van muzikant-zijn raakt.”

Amsterdam toen en nu

Je bent een geboren en getogen Amsterdamse. Wat herinner je je van 
je jeugd?
“Ik groeide op in de Jordaan. We woonden aan de Rozengracht en ik werd 
gevormd door het stadsleven. Het was destijds best wel ruig in Amsterdam. Als kind liep ik tussen de zwervers en junks op straat. Ik wist waar koffieshops waren, waar ik beter niet kon komen. Ik was al geen tuttebel, maar als stadskind word je net even assertiever dan een kind dat opgroeit op het platteland, denk ik. Ik heb het nooit als vervelend ervaren om in de stad te wonen. Sterker nog, ik vond en vind het heerlijk in Amsterdam te wonen. De stad geeft zo veel mogelijkheden. Je hebt er alles binnen handbereik, of het nu om culturele belevenissen of om goede restaurants gaat. Tegenwoordig vind ik de stad veiliger 
lijken. Er wonen wordt alleen zo duur. Ik heb de luxe dat het kan, met een gezin wonen in een koophuis in de stad. Ik kan me amper voorstellen dat ik Amsterdam ooit zou verlaten. En áls, dan om helemaal weg te gaan uit Nederland en in een ander land een bestaan op te bouwen.”

Stoer versus angsthaas

Wanneer vind je jezelf stoer?
“Nooit. Er zijn zo veel dingen die ik niet durf. Anderen roepen dat ze het stoer vinden dat ik optreed, maar optreden voelt voor mij nooit eng. Het voelt eerder als iets wat ik moet doen, alsof het onderdeel van mij is en ik geen keuze heb. Op alle andere vlakken ben ik best een angsthaas. Nee dan mijn vriendin die voor haar eigen organisatie 
ontwikkelingswerk doet en de wereld rondreist. Dát is pas stoer.”

Thuis of on tour

Kun je kiezen, voor altijd thuis of voor altijd op tournee?
“Ooh, wat een onmogelijke keuze! Doe me dat niet aan. Het voelt als moeten kiezen tussen mijn kinderen. Ik kan 
me een leven zonder muziek niet 
voorstellen. Meestal zoek ik naar een combinatie.”

In oktober tour je bijna een maand door Engeland. Wie gaan er dan mee? Hoe regel je zoiets met je man en dochters?
“Ik neem één kindje mee en verder wordt het vaak op en neer reizen. We reizen met een bus. ’s Nachts, na de show, van locatie naar locatie. Stel je een tourbus deluxe voor. Geen gouden 
badkuip, zo ver gaat het helaas niet, maar wel een joekel van een bus met stapelbedden en een woonkamer-
gedeelte. Ik houd van kamperen met 
een beetje comfort en luxe. Het gevoel van rondreizen per tourbus komt daar bij in de buurt. Na een show is het 
douchen en een biertje drinken terwijl de buschauffeur ons naar de volgende tourlocatie rijdt.”

Je manager vertelde ons dat je niet graag uitwijdt over je privéleven. Waarom is dat?
“Waarom zou ik het allemaal wél 
vertellen? Ik word er niet beter van als iedereen alles van me weet en ik denk de mensen die mijn muziek luisteren ook niet. Het neemt de magie weg en dat vind ik heel erg zonde. Het is niet zo dat ik heel geforceerd niks zeg. Dat kan ik niet eens, ik ben een open mens. Ik denk dat ik van geluk mag spreken met mijn beroep. Ik doe wat ik geweldig vind en werk op projectbasis. Wat me praktisch gezien de kans geeft te werken tijdens de uren dat de kinderen toch al liggen te slapen. Overdag ben ik juist bij ze. Ik mis geen belangrijke momenten in hun jonge leventjes. Maar als ik eerlijk ben… ik vind het zo afleiden van mijn vak als ik vertel over hoe ik de dingen thuis en op tournee regel.”

Vertel ons dan tot slot eens over je 
aankomende tour. Waarin je ook een avond in de fameuze Royal Albert Hall 
in Londen optreedt. Een prachtig 
compliment!
“Dat is bizar, hè. Omdat het in feite betekent dat ik keihard ben doorgebroken daar. Mijn bandlid Stephen treedt andere maanden ook op met de Britse zangeres Duffy en de populaire band Squeeze. Hij vertelt me hoe bijzonder het is voor een Dutchie om voor de derde keer te mogen optreden in die beroemde concerthal. Hoe ongebruikelijk het is, zelfs voor Engelse artiesten, om een maand lang te touren door Engeland. Nu zit ik nog 
midden in het schrijfproces voor die tour. Nieuwe muziek maken, dagdromen over de show die we gaan neerzetten. Ik wil dat je als luisteraar kunt wegdromen bij filmische, sferische nummers. Dat er een opbouw in de avond zit met zo veel prachtige details en visuals. Dat het randje wordt opgezocht tussen muzikaal en entertainment zodat je als luisteraar niet alleen maar achterover wilt leunen, maar ook zo uit je dak gaat dat je in 
extase de zaal verlaat. Want reken maar dat dat gaat gebeuren. En ik? Ik drink 
in extase dat eerste, heerlijke, koude biertje, off stage in de tourbus.”

Tekst | Nicole Gabriëls
Fotografie | Iris Planting

Dit interview stond in Margriet 2018-23. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Deze video wil je niet missen

Beauty-expert Carmen Zomers laat zien hoe je een optische ooglift kunt toepassen. Het enige wat je nodig hebt, zijn oogschaduw en mascara.

 

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

 

Redactie Margriet